Rechtbank Overijssel, 24-12-2015 / C/08/178941 / KG ZA 15-366


ECLI:NL:RBOVE:2015:5707

Inhoudsindicatie
Vervolg op een vonnis van 31 mei 2013 van de voorzieningenrechter te Den Haag waarbij eiseres (destijds gedaagde) op straffe van verbeurte van een dwangsom is verboden inbreuk te maken op de auteursrechten van gedaagde (destijds eiseres) ten aanzien van de Double Decker (huishoudtrap). Eiseres wenst een nieuwe trap op de markt te brengen. Toewijzing van de gevorderde matiging van (beweerdelijk verbeurde) dwangsommen en het gevorderde verbod het verbeuren van dwangsommen te laten aanzeggen stuit af op de omstandigheid dat niet kan worden uitgesloten dat de bodemrechter - later oordelend - de vraag of met de Twin Deck en/of de Twin Deck 2.0 inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van gedaagde, bevestigend beantwoordt, terwijl in ieder geval geen executie dreigt tot dit oordeel door de bodemrechter is gegeven. Dat dit betekent dat eiseres zolang in het ongewisse blijft over de vraag of en zo ja, voor welk bedrag, dwangsommen zijn verbeurd doet aan het voorgaande niet af. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat eiseres de Twin Deck 2.0 - of welke andere huishoudtrap dan ook - niet zonder risico op de markt kan brengen tot in de bodemprocedure een definitief oordeel is gegeven over de vraag of daarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van gedaagde. Een en ander is het gevolg van het door partijen bekrachtigde vonnis van 31 mei 2013, althans van de omstandigheden die tot dit vonnis hebben geleid. Het ligt op de weg van eiseres een eigen inschatting te maken van het antwoord op de vraag of de Twin Deck 2.0 een inbreukmakend artikel zou zijn en of het daarmee verantwoord is het product in de markt te zetten. Voor een verschuiving van het risico van een mogelijk verkeerde inschatting richting gedaagde is geen plaats.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-12-24
Publicatiedatum
2015-12-24
Zaaknummer
C/08/178941 / KG ZA 15-366
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht


Zittingsplaats Zwolle


zaaknummer / rolnummer: C/08/178941 / KG ZA 15-366


Vonnis in kort geding van 24 december 2015


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[H],

gevestigd te [plaats] ,

eiseres,

advocaat mr. W.E. Pors te Den Haag,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALTREX B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

advocaat mr. L. Bakers te Amsterdam.



Partijen zullen hierna [H] en Altrex genoemd worden.


1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 november 2015 inzake C/09/496538 / KG ZA 15-1441, waarin deze zich onbevoegd heeft verklaard van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich op dat moment bevond heeft verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle
  • - de mondelinge behandeling op 16 december 2015
  • - de pleitnota van [H]
  • - de pleitnota van Altrex.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

Altrex en [H] houden zich beide bezig met de productie en verhandeling van (onder meer) huishoudtrappen. Tot de door Altrex op de Nederlandse markt gebrachte producten behoort een huishoudtrap met de naam Double Decker.


2.2.

Bij vonnis in kort geding van 31 mei 2013 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag in de gevoegde zaken met zaak- en rolnummers C/09/439198 / KG ZA 13-290 en C/09/442675 / KG ZA 13-527 [H] bevolen iedere inbreuk op de auteursrechten van Altrex met betrekking tot de Double Decker te staken en gestaakt te houden en meer in het bijzonder zich te onthouden van iedere verveelvoudiging en/of openbaarmaking van de met de Double Decker overeenstemmende producten, waaronder in ieder geval de huishoudtrap Alumexx-Handy. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter [H] bevolen een opgave te doen van (onder meer) de door haar geproduceerde, verkochte en in voorraad gehouden Alumexx-Handy trappen. Aan de beide bevelen is een dwangsom verbonden van € 5.000,00 per dag, dan wel per overtreding, met een maximum van (in totaal) € 100.000,00. In dit vonnis (hierna: het vonnis van 31 mei 2013) is de termijn van artikel 1019i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaald op zes maanden na de vonnisdatum.


In genoemd vonnis heeft de voorzieningenrechter ten aanzien van de auteursrechtelijke bescherming van de Double Decker overwogen:


“4.6. Gelet op het voorgaande oordeelt de voorzieningenrechter voorshands dat in het geval van de Double Decker sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk, nu in het ontwerp van de Double Decker voldoende elementen zijn aan te wijzen die, gelet op de reeds op de markt beschikbare producten, kunnen worden aangemerkt als het resultaat van creatieve keuzes. De volgende elementen geven naar voorlopig oordeel blijkt van creatieve keuzes.

 Bij de vormgeving van de tredekappen, de bordesrand en de handgreep is telkens gekozen voor een min of meer bolle, afgeronde vorm waarin verticale inkepingen zijn aangebracht. Naar voorlopig oordeel is er geen technische noodzaak voor de inkepingen in de tredekappen. [...]

 De bordesrand die breder is dan het bordes zelf en de gehele voorkant van het bordes omvat. Voor de bescherming van lichaamsdelen is deze vormgeving niet noodzakelijk, een anders vormgegeven rand zou dat ook kunnen bewerkstelligen;

 De tooltray, met een afgeronde vormgeving en aan de zijde van de treden en de zijkanten een enigszins uitstekend deel en aan de andere zijde een verder uitstekend deel, voorzien van ribben aan alle zijden. Naar voorlopige oordeel zijn de ribben aan de drie kort uitstekende kanten van de tooltray niet technisch of functioneel vereist;

 De langwerpig vormgegeven scharnierkappen, in een van de trapstijlen afwijkend materiaal.


Het verweer van gedaagden dat een aantal van de hiervoor opgesomde elementen functioneel zijn, zoals het gebruik van tredekappen, een handgreep en een tooltray, doet er niet aan af dat bij de specifieke vormgeving van die elementen voldoende ruimte was voor creatieve keuzes, die op de hiervoor opgesomde wijze zijn gemaakt. Naar voorlopig oordeel zijn de ovale vorm van de voeten en de daarop aangebrachte ribben op zichzelf geen creatieve elementen, omdat beide elementen de trap meer stevigheid geven en dus de veiligheid van de gebruiker bevorderen.


4.7.

De combinatie van alle in 4.6 opgesomde creatieve elementen en andere – op zichzelf niet beschermde – elementen, zoals de ovale voet met ribben, de ribben aan de verder uitstekende zijde van de tooltray en de ronde afdekdoppen, maakt dat de Double Decker naar voorlopig oordeel als werk in de zin van artikel 10 Aw is aan te merken, zeker nu die combinatie in andere op de markt verhandelde trappen niet voorkomt.”


2.3.

Op 26 augustus 2013 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin zij zijn overeengekomen dat zij geen bodemprocedure als bedoeld in artikel 1019i Rv instellen en dat het vonnis van 31 mei 2013 van kracht zal blijven, met dien verstande dat de dwangsommen zo nodig de vorm zullen aannemen van een direct opeisbare contractuele boete.


2.4.

In maart 2015 heeft [H] op haar website een huishoudtrap aangeboden onder de naam Twin-Deck. Naar aanleiding van een sommatiebrief van Altrex heeft [H] de Twin-Deck omstreeks 8 april 2015 uit de handel genomen en niet langer op haar website aangeboden.


2.5.

Bij deurwaardersexploot van 1 mei 2015 heeft Altrex [H] bevel gedaan tot betaling van € 100.000,00 aan dwangsommen die volgens Altrex verbeurd zijn op grond van het vonnis van 31 mei 2013. Het exploot vermeldt dat [H] dwangsommen heeft verbeurd omdat zij volgens Altrex (i) in de periode van 25 maart 2015 tot en met 8 april 2015 een met de Double Decker overeenstemmend product zou hebben aangeboden en (ii) de in 2013 door [H] gedane opgave van haar voorraad onjuist zou zijn.


Tot op heden heeft [H] het bedrag onbetaald gelaten en heeft Altrex terzake geen (verdere) executiehandelingen verricht.


2.6.

Vervolgens heeft [H] een huishoudtrap ontwikkeld onder de naam Twin-Deck 2.0.


2.7.

Bij dagvaarding van 18 september 2015 heeft [H] een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen Altrex. In deze bodemprocedure vordert [H] (onder meer) een verklaring voor recht dat zij het vonnis van 31 mei 2013 niet heeft overtreden en dat de Twin-Deck en de Twin-Deck 2.0 geen inbreuk maken op de auteursrechten van Altrex met betrekking tot de Double Decker. Daarnaast heeft [H] aangekondigd een kort geding aanhangig te maken.


2.8.

Altrex heeft - bij monde van haar advocaat - herhaaldelijk toegezegd zich in afwachting van de bodemprocedure te onthouden van executoriale maatregelen op basis van het vonnis van 31 mei 2013. Wel handhaaft zij uitdrukkelijk de aanspraak op aangezegde of nog aan te zeggen dwangsommen, waaronder begrepen het recht aanvullende dwangsommen aan te zeggen.


3Het geschil


3.1.

[H] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis - voor zover mogelijk - uitvoerbaar bij voorraad:


I.

primair de dwangsommen zal matigen tot nihil,

subsidiair de dwangsommen zal matigen tot één overtreding van het vonnis in kort geding en de bijbehorende vaststellingsovereenkomst,

meer subsidiair de dwangsommen zal matigen tot een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag,

althans een zodanige voorziening zal treffen als de voorzieningenrechter gepast zal achten;


II.

Altrex zal verbieden om het verbod als opgenomen in het vonnis van 31 mei 2013 en zoals bekrachtigd in de vaststellingsovereenkomst te handhaven ten opzichte van de andere trappen dan de Alumexx-Handy, althans ten opzichte van de Twin-Deck trappen, althans ten opzichte van de Twin-Deck 2.0 trap op welke wijze dan ook, met inbegrip van opgeschorte handhaving, alsmede om maatregelen te nemen ter uitvoering van die handhaving, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding dan wel per dag of gedeelte van een dag dat een dergelijke overtreding voortduurt, ter vrije keuze van [H] ;


III. Altrex zal veroordelen in de werkelijk door [H] gemaakte proceskosten van dit kort geding, te vermeerderen met de nakosten.


3.2.

Altrex voert verweer.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

De kwestie die partijen ten gronde verdeeld houdt is de vraag of het op de markt brengen van de Twin Deck 2.0 een inbreuk zou opleveren op het auteursrecht van Altrex.


4.2.

Ten aanzien van dit verschil van inzicht tussen partijen constateert de voorzieningenrechter dat met de Twin Deck 2.0 op een aantal in het oog springende punten afstand is genomen van de Double Decker.

Ten opzichte van de Double Decker is bij de Twin Deck 2.0 gekozen voor, wederom, het gebruik van een brede bordesrand, een handgreep, tredekappen, langwerpig vormgegeven scharnierkappen in een van de trapstijlen afwijkend materiaal en een tooltray. Bij de specifieke vormgeving van de genoemde elementen zijn bij de Twin Deck 2.0 echter van de Double Decker afwijkende keuzes gemaakt. Zo heeft de brede bordesrand bij de Twin Deck 2.0 geen bolle, afgeronde vorm met verticale inkepingen, maar een rechte vorm met, in plaats van inkepingen, de lettercombinatie ASC aangebracht in de voorzijde. Ook de handgreep heeft geen bolle, afgeronde vorm met inkepingen, maar een rechthoekige vorm.

De tooltray van de Twin Deck 2.0 wijkt op in het oog springende punten af van de tooltray van de Double Decker. Zo steekt de tooltray van de Twin Deck 2.0 op een andere wijze uit dan de tooltray van de Double Decker. Ten opzichte van de Double Decker ontbreken daarnaast de ribben aan de zijden. Anders dan bij de Double Decker heeft de tooltray van de Twin Deck 2.0 voorts een voorziening voor het plaatsen van een emmer aan de achterkant en gaten voor gereedschap aan beide zijkanten. Verder is een stootrand aangebracht met daarop de lettercombinatie ASC. Het bij de Double Decker aanwezige afdekklepje ontbreekt bij de Twin Deck 2.0.

De ook in de Twin Deck 2.0 aangebrachte scharnierkappen zijn weliswaar langwerpig maar hebben verder een andere vorm dan de scharnierkappen van de Double Decker, door de keuze van een halve cirkelvorm aan de bovenkant in plaats van een half vierkant.

Daarbij komt dat ook ten aanzien van niet beschermde elementen andere keuzes zijn gemaakt, zoals het gebruik van schuin verticaal lopende schoren, het aanbrengen van beugels ten behoeve van het ophouden van de staander aan de zijkanten in plaats van in het midden en een afwijkende vormgeving van afdekdopjes.


Het voorgaande leidt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat de totaalindruk van de Twin Deck 2.0 zodanig verschilt van de totaalindruk van de Double Decker dat de Twin Deck 2.0 niet is aan te merken als inbreukmakend op het auteursrecht van Altrex op de Double Decker.


4.3.

Het vorenstaande kan echter niet leiden tot toewijzing van de vorderingen.


De voorzieningenrechter overweegt in dat kader dat Altrex ondubbelzinnig heeft toegezegd niet tot executie over te gaan van de volgens Altrex verbeurde dwangsommen zolang nog niet in de bodemprocedure is beslist over de vraag of de Twin Deck en Twin Deck 2.0 inbreuk maken op de auteursrechten van Altrex. Dat Altrex deze toezegging mogelijk niet gestand zal doen is gesteld noch gebleken. [H] heeft, ondanks de toezegging van Altrex de aangezegde dwangsommen niet te executeren, de kort geding procedure voortgezet omdat zij voornemens is de Twin Deck 2.0 op de markt te brengen, doch hier niet toe wil overgaan zonder een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter over de reikwijdte van het bij vonnis van 31 mei 2013 opgelegde verbod.


4.4.

De voorzieningenrechter begrijpt de onder I gevorderde matiging van de dwangsommen aldus dat zij niet ziet op aanpassing of wijziging van de in het vonnis van 31 mei 2013 opgenomen dwangsom maar op matiging van de reeds door Altrex aangezegde dwangsommen. [H] wenst een oordeel over de reikwijdte van de dwangsomveroordeling in relatie tot de reeds aangezegde dwangsommen met betrekking tot de Twin Deck.


4.5.

De voorzieningenrechter begrijpt het onder II gevorderde aldus dat het daarin gevorderde verbod tot handhaving van het vonnis van 31 mei 2013 zich niet slechts uitstrekt tot de executie van verbeurde dwangsommen, maar tevens tot het door Altrex (laten) aanzeggen van - volgens haar - verbeurde dwangsommen.


4.6.

Toewijzing van beide vorderingen stuit af op de omstandigheid dat niet kan worden uitgesloten dat de bodemrechter - later oordelend - de vraag of met de Twin Deck en/of de Twin Deck 2.0 inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van Altrex, bevestigend beantwoordt, terwijl in ieder geval geen executie dreigt tot dit oordeel door de bodemrechter is gegeven. Dat dit betekent dat [H] zolang in het ongewisse blijft over de vraag of en zo ja, voor welk bedrag, dwangsommen zijn verbeurd doet aan het voorgaande niet af.

Dit geldt ook voor de omstandigheid dat [H] de Twin Deck 2.0 - of welke andere huishoudtrap dan ook - niet zonder risico op de markt kan brengen tot in de bodemprocedure een definitief oordeel is gegeven over de vraag of daarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Altrex. Een en ander is het gevolg van het door partijen bekrachtigde vonnis van 31 mei 2013, althans van de omstandigheden die tot dit vonnis hebben geleid. Het ligt op de weg van [H] een eigen inschatting te maken van het antwoord op de vraag of de Twin Deck 2.0 een inbreukmakend artikel zou zijn en of het daarmee verantwoord is het product in de markt te zetten. Voor een verschuiving van het risico van een mogelijk verkeerde inschatting richting Altrex is geen plaats.


4.7.

[H] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Altrex heeft ex artikel 1019h Rv (integrale) veroordeling van [H] in de proceskosten gevorderd.

Bij de bepaling van de proceskosten zal de voorzieningenrechter de “Richtlijn Indicatietarieven in IE-zaken” als uitgangspunt nemen. Het bij deze kortgedingprocedure behorende indicatietarief is maximaal € 6.000,00 (eenvoudig kort geding). De extra kosten die zijn gemaakt vanwege de omstandigheid dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag de zaak heeft verwezen leidt er niet toe dat de door Altrex opgevoerde kosten ad € 9.587,35 als redelijk en evenredig kunnen worden aangemerkt. Deze extra kosten worden naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gecompenseerd door de omstandigheid dat Altrex zich bij het voeren van verweer heeft beperkt tot de exceptie van onbevoegdheid en een beroep op het gebrek aan (spoedeisend) belang. Deze verweren betroffen geen complexe juridische kwesties en maken - ondanks de extra zitting - niet dat daarmee een vergoeding van kosten boven € 6.000,00 redelijk zou zijn.


De kosten aan de zijde van Altrex worden derhalve begroot op totaal € 6.613,00, bestaande uit:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 6.000,00

Totaal € 6.613,00



5De beslissing

De voorzieningenrechter


5.1.

wijst de vorderingen af,


5.2.

veroordeelt [H] in de proceskosten, aan de zijde van Altrex tot op heden begroot op € 6.613,00,


5.3.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2015.