Rechtbank Overijssel, 08-09-2015 / 08.960059-15 (LP)


ECLI:NL:RBOVE:2015:5721

Inhoudsindicatie
De rechtbank spreekt een man uit Rotterdam vrij van het witwassen van ruim 1,2 miljoen euro en het bezit van 62 kilo cocaïne.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-09-08
Publicatiedatum
2015-12-23
Zaaknummer
08.960059-15 (LP)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.960059-15 (LP)

Datum vonnis: 8 september 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats] (Marokko),

wonende te [woonplaats] .


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Oosterveld en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. S.L.J. Janssen, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich al dan niet tezamen en in vereniging heeft schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen;

feit 2: al dan niet tezamen en in vereniging 56 kilogram en 6 kilogram cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 januari 2015 tot

en met 24 maart 2015, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen,


immers heeft/hebben hij, verdachte, voorwerp(en), te weten:

- op of omstreeks 28 januari 2015 een contant geldbedrag van ongeveer 230.880 euro en/of

- op of omstreeks 10 februari 2015 een contant geldbedrag van ongeveer 1.020.525 euro,


althans enig(e) geldbedrag(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;




2.

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 januari 2015 tot en met 24 maart 2015, te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelhe(i)d(en), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattend cocaïne, te weten:

- op of omstreeks 10 februari 2015 een hoeveelheid van ongeveer 56 kilogram cocaïne en/of

- op of omstreeks 24 maart 2015 een hoeveelheid van ongeveer 6 kilogram cocaïne,


zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het onder 1 en 2 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de inbeslaggenomen mobiele telefoon en het inbeslaggenomen geld verbeurd te verklaren en de inbeslaggenomen cocaïne te onttrekken aan het verkeer.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het onder 1 en 2 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.


De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten.



5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het witwassen van het geldbedrag van € 230.880,-, nu verdachtes betrokkenheid bij dit geldbedrag niet wettig en overtuigend bewezen is.


Op 10 februari 2015 heeft in een woning aan de [adres] – gelegen in een appartementencomplex – te Rotterdam een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden, waarbij in een van de slaapkamers een totaal geldbedrag van € 1.020.525,- en 56 kilogram cocaïne is aangetroffen. Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij dit geldbedrag (al dan niet tezamen en in vereniging) voorhanden heeft gehad en de cocaïne (al dan niet tezamen en in vereniging) opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode januari en februari 2015 wel verschillende keren in de woning, maar niet in de betreffende slaapkamer waar de drugs en het geld zijn aangetroffen, is geweest. Verdachte ontkent te hebben geweten van de drugs en het geld in de woning.

Gelet op de camerabeelden van het appartementencomplex aan de [adres] te Rotterdam is 8 februari 2015 het laatste moment geweest waarvan duidelijk is dat verdachte op de 12e verdieping – alwaar [adres] is gelegen – is geweest. Derhalve is niet komen vast te staan dat verdachte op 10 februari 2015, de dag van de doorzoeking, in de woning, dan wel in het appartementencomplex is geweest. Uit de camerabeelden valt wel af te leiden dat anderen dan verdachte op 9 en 10 februari 2015 op meerdere tijdstippen met behulp van een digitale sleutel (de zogenaamde ‘tag’), die exclusief behoorde bij de woning [adres] , op de 12e verdieping zijn geweest.

Dat verdachte op 18 januari 2015 op de camerabeelden te zien is met een donkerkleurige sporttas op de betreffende 12e verdieping en dat bij de doorzoeking op 10 februari 2015 in een blauwe sporttas cocaïne is aangetroffen, is naar het oordeel van de rechtbank – mede gelet op het tijdsverloop en de grote intensiteit waarmee anderen gebruik maakten van de specifieke tag – niet genoegzaam komen vast te staan dat het verdachte is geweest die – al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen – de aangetroffen cocaïne en het geldbedrag in de woning opzettelijk aanwezig heeft gehad op 10 februari 2015. Gelet op het voorgaande valt immers niet uit te sluiten dat anderen dan verdachte verantwoordelijk zijn voor het aanwezig hebben van het geldbedrag en de hoeveelheid cocaïne in een van de slaapkamers van voornoemde woning en dat verdachte hier niet van op de hoogte was. Dat op een vel papier in een schrijfblok – waarop drugshandel zou zijn geadministreerd – gelegen op de eettafel in de woning een vingerafdruk van verdachte is aangetroffen, maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank zal verdachte ook op deze onderdelen vrijspreken.


De rechtbank is ten slotte van oordeel dat het niet wettig bewezen is dat verdachte op 24 maart 2015 opzettelijk 6 kilogram cocaïne aanwezig heeft gehad in zijn auto. Ook voor voorwaardelijk opzet ziet de rechtbank geen wettig bewijs. De rechtbank overweegt hiertoe dat de auto op naam van de vrouw van verdachte stond, dat verdachte weliswaar vaak in de auto reed, maar dat er naast verdachte – zo blijkt ook uit de camerabeelden – ook anderen gebruik maakten van de auto. Bij het ontbreken van nader/ander bewijs waaruit blijkt dat verdachte wetenschap van de aanwezigheid van de cocaïne moet hebben gehad, zal de rechtbank verdachte ook van dit feit vrijspreken.


De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van 3 september 2015.



5.3

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De inbeslaggenomen voorwerpen


De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde geld (€ 115,- en € 120,-) en de aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde mobiele telefoon, aangezien verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en het geld en de mobiele telefoon niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer.

Ten aanzien van de vordering van de officier van justitie om de inbeslaggenomen cocaïne te onttrekken aan het verkeer, overweegt de rechtbank dat zij hieromtrent geen beslissing zal nemen, nu deze cocaïne niet op de beslaglijst staat vermeld.


7De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;


de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon en het inbeslaggenomen geld (€ 115,- en € 120,-) aan verdachte.


Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. L.J. Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2015.