Rechtbank Overijssel, 01-12-2015 / 08.963555-15 (LP) (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:5734

Inhoudsindicatie
Voor het witwassen van 150.000 euro wordt een 38-jarige Amsterdammer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-12-01
Publicatiedatum
2015-12-28
Zaaknummer
08.963555-15 (LP) (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.963555-15 (LP) (P)

Datum vonnis: 1 december 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 juli 2015 en 17 november 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Ahbata en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen van) (gewoonte)witwassen.


Voluit luidt de tenlastelegging, na wijziging daarvan ter zitting van 2 juli 2015, aan de verdachte, dat hij, in of omstreeks de periode van 26 februari 2015 tot en met 27 maart 2015, te Amsterdam en/of Zwanenburg, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s), van meerdere grote (contante) geldbedragen, waaronder een contant geldbedrag van 150.000 euro, althans van enig(e) (contante) geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is en/of enig(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/deze (contante) geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest en verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag.



4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor gewoontewitwassen. Op basis van de observatie, het aangetroffen geld, het ontbreken van een concrete en verifieerbare verklaring over de herkomst van het geld en de ongeloofwaardige verklaring van verdachte over het (traditioneel) hawala-bankieren acht zij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 150.000,-.


De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat het bewijs ontbreekt dat het geld van misdrijf afkomstig is en/of dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld van misdrijf afkomstig is. De raadsman heeft betoogd dat in casu sprake is geweest van hawala-bankieren en dat de naar vaste jurisprudentie voor witwassen geldende bewijslastverdeling niet van toepassing is. De in deze zaak aanwezige witwas-typologieën zijn allemaal kenmerkend voor hawala-bankieren en nopen verdachte niet tot een verklaring over de herkomst van het geld, aldus de raadsman. De verdediging heeft teruggave gevraagd van het inbeslaggenomen geld.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Op 27 maart 2015 is verdachte met lege handen als bijrijder in een zwarte Opel gestapt. Op het moment dat verdachte uitstapt heeft hij een gevulde blauwe plastic Albert Heyn tas in zijn handen. Verdachte is vervolgens met deze tas in een witte Opel gestapt. Verdachte is hierop aangehouden en de witte Opel werd doorzocht. In deze auto werd de blauwe Albert Heyn tas aangetroffen met daarin een rode plastic tas met € 150.000,-. Op grond van het vorenstaande, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte op 27 maart 2015 een geldbedrag van € 150.000,- voorhanden heeft gehad.


Voor een veroordeling ter zake witwassen dient te worden bewezen dat voornoemd geldbedrag van misdrijf afkomstig was. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Gebleken is dat de handelingen ten aanzien van het geldbedrag van € 150.000,- plaatsvonden onder omstandigheden die, in de context van de gebeurtenissen en in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van – en daarmee kenmerkend voor – witwassen zijn aan te merken. Het is een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Het in een plastic tas zonder enige verdere bescherming vervoeren van grote hoeveelheden chartaal geld is zeer ongebruikelijk, onder meer vanwege de veiligheidsrisico’s. Crimineel geld maakt het kennelijk de moeite waard dat risico te lopen. Voorts verhoudt voornoemd geldbedrag zich blijkens informatie van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen niet tot het bekende inkomen en vermogen van verdachte. Bovendien is niet gebleken dat, na de aanhouding van verdachte en de inbeslagname van het geld, iemand het geld heeft opgeëist.


Voornoemde omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte worden verwacht dat hij een voldoende concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van het geldbedrag. De enkele opmerking van verdachte tijdens de raadkamerbehandeling op 8 april jl., inhoudende: “Het ging om hawala-bankieren. Ik weet niet waar het geld vandaan kwam”, is naar het oordeel van de rechtbank niet een dergelijke voldoende concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring waaruit zou volgen dat het bij hem aangetroffen geldbedrag mogelijk op legale wijze is verkregen. Verdachte heeft ook niet een andere verklaring gegeven dat het bij hem aangetroffen geldbedrag mogelijk op legale wijze is verkregen. Ook overigens biedt het dossier geen enkele aanwijzing dat het aangetroffen geldbedrag op legale wijze is verkregen. Voorts overweegt de rechtbank dat indien het al zou gaan om hawala-bankieren, dit niet impliceert dat het geld per definitie een legale herkomst heeft, of dat de ontvanger/tussenpersoon geen enkel onderzoek, in welke vorm dan ook, hoeft te doen naar de herkomst van dat geld, zoals door de raadsman is betoogd.


Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat het bij verdachte aangetroffen geldbedrag van € 150.000,- – middellijk of onmiddellijk – uit misdrijf afkomstig is. Nu verdachte dit geld door een ander ter hand is gesteld en gesteld noch gebleken is dat het geld afkomstig is uit een door verdachte zelf gepleegd misdrijf, gaat de rechtbank ervan uit dat het geldbedrag – middellijk of onmiddellijk – uit een door een ander gepleegd misdrijf afkomstig is. Gelet op de voornoemde omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat het geldbedrag uit misdrijf afkomstig was.


Al met al is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 150.000,-.


De rechtbank acht het ten laste gelegde gewoontewitwassen onvoldoende wettig en overtuigend bewezen nu de bewezenverklaring één concrete handeling betreft. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van gewoontewitwassen.


5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 maart 2015, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader van een contant geldbedrag van 150.000 euro, de herkomst verborgen en verhuld en verborgen en verhuld wie de rechthebbende is en enig geldbedrag verworven en voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dit contante geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 420bis Sr juncto artikel 47 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert telkens op:


het misdrijf: medeplegen van witwassen.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag, hetgeen gericht is op het veiligstellen van uit misdrijf afkomstige opbrengsten. Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Het in omloop zijn van een dergelijk groot witgewassen geldbedrag heeft een sterk corrumperende werking en faciliteert veelal ander strafbaar handelen.


De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en dan met name het gegeven dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank ziet aanleiding om hiermee rekening te houden bij de op te leggen straf, in die zin dat de rechtbank het niet opportuun acht om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.


Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.


8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen


De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen geld dient te worden verbeurdverklaard, omdat dit een voorwerp betreft met betrekking tot welke het feit is begaan.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 33, 33a en 55 Sr.

10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde telkens het volgende strafbare feit oplevert:medeplegen van witwassen;
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 240 uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;
  • - beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen geld.


Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. S.M.M. Bordenga en mr. S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2015.




Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit de dossiers van de Dienst Landelijke Recherche, Landelijke Eenheid, met nummers LERAE15024 en LERAE15031 (onderzoeken 26DeWierde en 26Hellevliet). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] op 28 mei 2015 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer LERAE15031-35, betreffende een kennisgeving van inbeslagneming, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Plaats: Amsterdam

Datum: 27 maart 2015

(…)

Omstandigheden: aangetroffen onder de verdachte

Beslagene

Voornamen: [verdachte]

Achternaam: [verdachte]

(…)

Omschrijving van de in beslag genomen goederen:

IBN-code Omschrijving goederen
[verdachte] .2 Mobiele telefoon, zonder achterkant, 1 simkaart

2. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 14 april 2015 gesloten proces-verbaal nummer LERAE15031-20, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Object: GSM met SIM-kaart

(…)

Telefoonnummer: [telefoonnummer 1]

Administratienummer: [verdachte] .2

(…)


3. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 juni 2015 gesloten proces-verbaal nummer LERAE15024-74, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Middels een vordering 126nd van het Wetboek van Strafvordering, afgegeven door de officier van justitie, mr. G.C. Bos, werd een iCOV Rapportage Vermogen en Inkomen opgevraagd bij de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV) met betrekking tot de verdachte [verdachte] .

(…)

Spaargelden 2011/2012/2013

(…)

Jaar Totaal saldo/jaar

(…)

2011 € 2.498

(…)

2012 € 1.229

(…)

2013 € 406

(…)


4. Een geschrift, te weten de uitwerking van tapgesprekken, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 2]

Datum: 27-03-2015 13:36:13

Gebelde: [telefoonnummer 1]

NNman7846: Kom je de spullen ophalen?

NNMan9I73: Kom je de spullen brengen?

NNman7846: Brengen of ophalen?

NNman9l73: Jij komt brengen toch?

NNman7846: Wie zegt dat?

NNman9l73:lk zit in Amsterdam

Nnman7846: Godsiemijneman, Kan je het niet komen ophalen zelf?

NNman9l73: Nee vriend, ik heb geen vervoer, Ik ken je een adres sturen, hoe laat denk je dat je hier bent

NNman7846: ja altijd hetzelfde

NNman9l73: Sorry

NNman7846: Altijd hetzelfde dan

NNman9l73: Ja je weet hoe het gaat, het is moeilijk allemaal, hoe laat denk je dat je hier bent?

NNman7846: ik bel jou, stuur een sms, ja?

NNman9l73: Oke.


Beller: [telefoonnummer 1]

Datum: 27-03-2015 13:38:39

Gebelde: [telefoonnummer 2]

SMS: [adres 1]


Beller: [telefoonnummer 2]

Datum: 27-03-2015 15:46:00

Gebelde: [telefoonnummer 1]

NNman9173: Ja vriend

NNman7846: Hai, Ik ga nu vertrekken

NNman9173: Dus hoe lang ben je?

NNman7846: ja drie kwartier, als ik geen file heb.

NNman9173: oke is goed, zie ik je zo


5. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] op 30 maart 2015 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer LERAE15024-43, betreffende een observatie d.d. 27 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Binnen het onderzoek 26DeWierde vindt er interceptie plaats op de telecommunicatieaansluiting [telefoonnummer 1] . De telefoongesprekken gevoerd middels deze aansluiting worden opgenomen en afgeluisterd. Uit een van deze gesprekken, tussen de gebruiker van de telecommunicatieaansluiting [telefoonnummer 1] , NN9173, en de gebruiker van de telecommunicatieaansluiting [telefoonnummer 2] , NN7846, is het vermoeden ontstaan dat er op vrijdag 27 maart 2015, tussen 16:00 en 17:00 uur een ontmoeting zou gaan plaats vinden, waarbij er meer dan vermoedelijk een groot geldbedrag zou worden overgedragen. Deze ontmoeting zou plaats vinden in de directe omgeving van de [adres 1] te Amsterdam.

(…) In opdracht van de teamleider van team 4 hebben wij, (…) op vrijdag 27 maart 2015, niet stelselmatig geobserveerd en de navolgende waarnemingen gedaan en/of het volgende ondernomen. (…)

15:30 uur (…) Start observatie in de omgeving van de [adres 1] te Amsterdam.
(…)
16:45 uur Ziet dat er uit de richting van de Saaftingestraat een zwarte Opel Combo komt aanrijden.(vanaf nu te noemen zwarte Opel). Ziet dat de zwarte Opel rijdt op de parallel weg van de [adres 1] . Ziet dat de zwarte Opel stopt ter hoogte van [adres 1] . Ziet dat de zwarte Opel voorzien is van het kenteken [kenteken 1] .
16:46 uur Ziet dat er een man aan komt lopen welke ik herkende als [verdachte] uit de Steelvlietplein komt lopen en linksaf gaat op de Ookmeerweg. Ziet dat [verdachte] niets in zijn handen heeft. Ziet dat [verdachte] contact maakt met de bestuurder van de zwarte Opel, Ziet dat [verdachte] als bijrijder in de Zwarte Opel stapt.
16:47 uur Ziet dat de bijrijderdeur van de zwarte Opel open gaat. Ziet dat [verdachte] uitstapt. Ziet dat [verdachte] een plastic Albert Heijn tas vast heeft en dat deze gevuld is.
(…)
16:55 uur (…) Ziet dat [verdachte] met de plastic Albert Heijn tas in een witte Opel Combo stapt voorzien van het kenteken [kenteken 2] .(vanaf nu te noemen witte Opel)
17:02 uur Ziet dat de witte Opel staande wordt gehouden en de bestuurder M. [verdachte] wordt aangehouden door leden van het onderzoeksteam.


6. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 29 maart 2015 gesloten proces-verbaal nummer LERAE15031-8, betreffende de aanhouding van verdachte, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Hierbij werd gezien dat omstreeks 16:45 uur een man, die later kon worden geïdentificeerd als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , met een kennelijk gevulde Albert Heijn big-shopper naar een witte Opel Combo voorzien van kenteken [kenteken 2] liep, welke geparkeerd stond in de Reimerswaalstraat, nabij de kruising met de [adres 1] te Amsterdam. Gezien werd dat [verdachte] als bestuurder plaats nam in de witte Opel Combo en daarmee vervolgens de Ookmeerweg op reed, in de richting van de rotonde met de Baden Powellweg. Ter hoogte van de rotonde werd besloten om het voertuig te doen stoppen. Hiervoor werd een onopvallend dienstvoertuig geplaatst voor de eerder genoemde Opel Combo. [verdachte] , als bestuurder van deze Opel Combo, besloot zijn weg te vervolgen door weg te rijden via de berm. Hierop werd door verschillende onopvallende dienstvoertuigen, die nu optische en geluidsignalen voerden, de achtervolging ingezet. Het was pas op de Osdorperweg ter hoogte van 705 te Amsterdam, dat een onopvallend dienstvoertuig met optische en geluidsignalen voor [verdachte] in de Opel Combo kon komen om dit voertuig te doen stoppen. Ook nu trachtte [verdachte] weg te rijden, door achteruit te rijden. Andere onopvallende dienstvoettuigen konden dit echter verhinderen.

Nadat [verdachte] niet meer verder kon met de eerder genoemde Opel Combo, werd hij door ons, verbalisanten, aangehouden op verdenking van witwassen zijnde artikel 420 bis van het wetboek van strafrecht. In zijn fouillering werd een op zijn naam staand Nederlands rijbewijs aangetroffen waarmee zijn identiteit en vervolgens zijn GBA adres kon worden vastgesteld:

[verdachte] , geboren op 1 juni 1977 te Amsterdam, GBA ingeschreven op het adres [woonplaats] .

Vervolgens werd de Opel Combo voorzien van kenteken [kenteken 2] , op grond van artikel 96b Wetboek van Strafvordering, door leden van het onderzoeksteam doorzocht. Op de vloer van de Opel Combo, voor de passagiersstoel, werd de eerder genoemde Albert Heijn big-shopper aangetroffen met hierin een rode plastic tas met het opschrift DIRK.


7. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 29 maart 2015 gesloten proces-verbaal nummer LERAE15031-9, betreffende de doorzoeking in het voertuig Opel Combo, voorzien van kenteken [kenteken 2] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op vrijdag 27 maart 2015, omstreeks 17:15 uur, doorzochten wij op grond van artikel 96b Wetboek van Strafvordering, een witte personenauto van het merk Opel, type Combo en voorzien van kenteken [kenteken 2] . De doorzoeking werd uitgevoerd in de Joris van Den Berghweg te Amsterdam, zijnde een zijstraat van de Osdorperweg, nabij [adres 2] te Amsterdam. (…) De doorzoeking ving aan na aanhouding van de bestuurder, die bleek te zijn genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] . Bij de doorzoeking werd door ons de volgende zaken aangetroffen en in beslag genomen:

OMSCHRIJVING GOEDEREN

Blauwe AH tas

rode plastic tas Dirk

€ 150.000,=


8. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] op 13 april 2015 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer LERAE15031-2, betreffende een kennisgeving van inbeslagneming, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Plaats: Amsterdam

Datum: 27 maart 2015

(…)

Omstandigheden: aangetroffen in bestelauto

Beslagene

Voornamen: [verdachte]

Achternaam: [verdachte]

(…)

Omschrijving van de in beslag genomen goederen:

IBN-code Omschrijving goederen
69BPBL.1.b 700 biljetten van 100 euro 4000 biljetten van 20 euro Totaal 150.000,00 euro



1 Beslagdossier; P335-336
2 Zaaksdossier overige geldoverdrachten; P3-P4
3 Zaaksdossier overige geldoverdrachten; Looppv hoofdstuk 8, pagina 38
4 Zaaksdossier overige geldoverdrachten; P16-P30
5 Zaaksdossier overige geldoverdrachten; P13-P15
6 Zaaksdossier witwassen groot contant geldbedrag; P4-P6
7 Zaaksdossier overige geldoverdrachten; P31
8 Beslagdossier; P327-328