Rechtbank Overijssel, 29-12-2015 / 4107848 CV Expl 15-3053


ECLI:NL:RBOVE:2015:5786

Inhoudsindicatie
Vraag of het door gedaagde gemaakte televisieprogramma over de wijze waarop eiser zaken doet, onrechtmatig is. Weging van persoonlijke levenssfeer tegen recht op vrije nieuwsgaring. Gelet op de aannemelijkheid en de ernst van de aan de orde gestelde misstand en de zorgvuldige handelwijze van de programmamaker prevaleert het recht op vrije nieuwsgaring. Daardoor geen sprake van onrechtmatig handelen. Volgt afwijzing vordering.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-12-29
Publicatiedatum
2016-01-22
Zaaknummer
4107848 CV Expl 15-3053
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : 4107848 CV Expl 15-3053

datum : 29 december 2015

Vonnis in de zaak van:


[eiser] ,

wonende te [plaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. E. Tj. Van Dalen, advocaat te Groningen,

toegevoegd onder nummer 5CX1540 d.d. 3 april 2015,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOORDKAAP TV PRODUCTIES B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. A. Knigge, advocaat te Amsterdam.



De procedure


De kantonrechter heeft andermaal kennisgenomen van de stukken van het geding, waaronder thans:

- een tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter d.d. 21 juli 2015

- een akte houdende overlegging producties van gedaagde d.d. 23 oktober 2015 ter voorbereiding op de ingevolge genoemd tussenvonnis bepaalde comparitie van partijen

- een proces-verbaal van de op 2 november 2015 gehouden comparitie van partijen.



De beoordeling


1. Vaststaande feiten


1.1

Gedaagde produceert het televisieprogramma Onopgeloste Zaken, dat door de zender SBS6 wordt uitgezonden. [A] presenteert het programma. Op 26 januari 2015 heeft gedaagde in haar uitzending aandacht besteed aan de kwestie [B] te Haren. In deze uitzending kwam eiser voor als de man die verantwoordelijk werd gehouden voor de verduistering van de inboedel van de familie [B] .


1.2

In de uitzending werd de betrokkenheid van eiser bij deze verduistering als volgt in beeld gebracht. De familie [B] was voornemens een verbouwing in hun woning uit te voeren en zocht in verband hiermee een opslagfaciliteit voor de inboedel. [B] heeft contact opgenomen met het bedrijf MF Market Store, dat in de opslagbehoefte kon voorzien. Eiser, in de uitzending consequent [eiser] genoemd, onderhield namens het bedrijf de contacten met [B] . Na een voorbereidend gesprek in de woning te Haren heeft eiser met een of meer collega’s de inboedel van [B] opgehaald en opgeslagen. Toen [B] na de verbouwing contact zocht met eiser dan wel het eerder aangezochte bedrijf ten einde de inboedel terug te ontvangen, bleek het bedrijf telefonisch of via de mail niet langer bereikbaar. Het bedrijf was in het geheel niet meer vindbaar. Uiteindelijk heeft [B] niets of nagenoeg niets van zijn inboedel teruggekregen. [B] schat de schade op € 50.000,00.


In de uitzending werd voorts getoond welke onderzoekshandelingen gedaagde heeft verricht om de verblijfplaats van eiser en van de inboedelgoederen te achterhalen. In het kader van dit onderzoek is te zien dat twee medewerkers van een kringloopwinkel te Tolbert verklaren dat zij contact hebben gehad met eiser en dat zij van hem twee of drie kasten en een salontafel hebben gekocht. Zij herkenden eiser van een door [A] aan hun getoonde foto. Ook is te zien dat een pianohandelaar te Glimmen verklaart een piano te hebben gekocht en doorverkocht, waarvan gedaagde zegt dat deze uit de woning van [B] afkomstig is.


Na verder onderzoek heeft gedaagde de toenmalige verblijfplaats van eiser kunnen achterhalen. In de uitzending is te zien dat [A] voor de woning van eiser uit de laadruimte van een busje stapt, waarin eiser samen met een derde juist op dat moment een koelkast wilde laden. [A] heeft eiser toen geconfronteerd met de resultaten van het onderzoek en heeft hem voorgehouden dat hij de spullen van een ander voor eigen rekening heeft verkocht. Te zien is dat eiser erkent dat hij de inboedel bij [B] volgens afspraak heeft opgehaald en niet meer heeft teruggebracht. Hij zegt dat het goed mogelijk is dat hij ook spullen van [B] heeft doorverkocht. Hij belooft voor een draaiende camera dat hij de schade zal vergoeden op vertoon van een lijst van verdwenen spullen.


1.3

Na de uitzending heeft nog mailverkeer plaatsgevonden tussen eiser en gedaagde. Eiser schrijft: “Ik heb tv programma gezien waar ik zeer over ben geschrokken. Ik hoop dat je mij even wilt bellen want ben er stil van wat ik heb gezien terwijl ik een bekentenis heb afgelegd waar ik ook voor blijf staan.”


2. Standpunten partijen


2.1

Eiser acht de uitzending jegens hem onrechtmatig. Hij vindt dat gedaagde hem ten onrechte als schuldige aan het misdrijf van verduistering heeft bestempeld en aldus op de stoel van de rechter is gaan zitten en dat, terwijl zijn schuld helemaal niet vaststaat. Daarbij heeft [A] eiser gedwongen tot het doen van uitspraken door hem met draaiende camera te overvallen. Met name heeft eiser aangevoerd dat niet hij maar het door mevrouw Lubbers geleide bedrijf Market Store de contractspartij is van [B] , ook al was deze Lubbers ten tijde van de gebeurtenissen zijn partner. Kort gezegd heeft gedaagde hem, eiser, ten onrechte afgeschilderd en weggezet als oplichter. Hierdoor heeft eiser veel hinder ondervonden in zijn privéleven; mensen willen met hem geen zaken meer doen en bestaande relaties zijn geëindigd. Daarom vordert eiser voor recht te verklaren dat de uitzending van 26 januari 2015 jegens hem onrechtmatig was en vordert hij gedaagde te veroordelen tot betaling van een immateriële schadevergoeding van € 10.000,00. Ook vordert eiser gedaagde te verbieden om gedurende een jaar na betekening van het vonnis zijn naam te noemen in relatie tot de kwestie van de inboedelgoederen van [B] op straffe van een dwangsom.


2.2

Gedaagde bepleit de afwijzing van de vordering, omdat naar haar inzien de uitzending in geschil geenszins onrechtmatig was. Integendeel, haar uitzendingen worden over het algemeen zeer positief ontvangen door de bij de onderwerpen betrokken instanties. Zij pleegt deugdelijk feitenonderzoek te doen en verricht haar nieuwsgaring maatschappelijk verantwoord. De opzet van het programma in het algemeen maar ook in het geval van 26 januari 2015 is steeds een oplossing te zoeken voor slachtoffers van enig misdrijf, aan de behandeling waarvan de politie om welke reden dan ook niet toekomt. Uit de in het programma getoonde verklaringen van andere betrokkenen volgt onmiskenbaar dat eiser verantwoordelijk is voor de verdwijning van de spullen. Daarbij heeft eiser tegenover [A] toegegeven dat hij daarvoor verantwoordelijk is en dat hij de schade wil vergoeden. Ook na de uitzending heeft hij dit standpunt gehandhaafd. Per saldo heeft eiser nimmer een acceptabele verklaring gegeven over de verdwijning van de goederen en al evenmin feiten of omstandigheden gepresenteerd waaruit zou kunnen blijken dat hij niet degene is die de meubelen heeft verduisterd.

Voorts voert gedaagde aan dat zij de uitzending zorgvuldig heeft vormgegeven. Eiser’s gezicht is telkens onherkenbaar in beeld gebracht en zijn naam is nimmer anders vermeld dan als [eiser] Voorts zijn geen onnodige grievende of diffamerende uitlatingen gedaan door [A] . Van eiser wordt geen onjuist beeld geschetst nu alle beweringen van gedaagde over eiser voldoende steun vinden in het getoonde materiaal. Daar komt bij dat het hier gaat om een ernstige misstand, waarover het publiek moet worden geïnformeerd.


3. De beoordeling


3.1

Naar het oordeel van de kantonrechter gaat het in deze zaak om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van eiser het recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, dat onder meer inhoudt dat hij gevrijwaard blijft van lichtvaardige verdachtmakingen voor een groot publiek en aan de zijde van gedaagde het recht op vrije nieuwsgaring en daaraan gekoppeld het recht om daarvan publiekelijk verslag te doen. Het gaat hier om twee maatschappelijk en juridisch zwaarwegende rechten, die in deze zaak om voorrang strijden. Om te bepalen welk van beide rechten in deze zaak het zwaarste weegt, dienen alle van belang zijnde omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. Eiser stelt dat de hier te verrichten belangenafweging in zijn voordeel moet uitvallen omdat de bescherming van zijn privacy, mede gelet op de zeer nadelige gevolgen van de uitzending, in deze zaak hoger moet worden aangeslagen dan de taak van gedaagde als waakhond. Gedaagde stelt daar tegenover dat het primaat toekomt aan het publieke belang dat zij behartigt door het aan de kaak stellen van misstanden, zoals de verduistering in geschil.


3.2

Bij de afweging van die omstandigheden selecteert en weegt de kantonrechter de volgende omstandigheden, te weten (a) de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben, (b) de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, (c) de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, (d) de inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a tot en met c bedoelde factoren, (e) de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten uitzending het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op spoedig succes bereikt had kunnen worden.


3.3

De aard van de publiek gemaakte verdenking is ernstig, omdat het eiser in verband brengt met het misdrijf van verduistering. De gevolgen voor eiser in zijn onmiddellijke omgeving zijn serieus te noemen, maar zijn buiten die onmiddellijke omgeving toch van minder gewicht en zijn bovendien ook van voorbijgaande aard.


3.4

De kantonrechter kent aan de ernst van de misstand gezien vanuit het algemeen belang een zwaar gewicht toe. Waar mensen hun eigendommen, waarmee zij zich dagelijks wensen te omringen en die veelal materieel en / of immaterieel kostbaar zijn, ter bewaring aan derden toevertrouwen om er als goed bewaarder voor te zorgen en om deze vanzelfsprekend na de bewaring terug te krijgen, moeten zij erop kunnen rekenen dat hun eigendommen bij de bewaarnemer veilig zijn. Dat klemt te meer indien, zoals in dit geval, de bewaarder de goederen in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf en dus tegen betaling heeft aangenomen ter bewaring. Indien blijkt, zoals in dit geval daadwerkelijk is gebleken, dat het door de bewaargever gestelde vertrouwen in de professionele bewaarnemer ernstig wordt beschadigd, is sprake van een misstand, die met een zekere voortvarendheid in de publiciteit moet worden gebracht om volgende slachtoffers te voorkomen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft gedaagde zich haar voor de samenleving vitale rol van public watchdog terecht aangetrokken.


3.5

Met gedaagde is de kantonrechter van oordeel dat de verdenking van eiser’s betrokkenheid bij de verduistering ten tijde van de uitzending voldoende steun vond in het beschikbare feitenmateriaal. De kantonrechter gaat voorbij aan de civielrechtelijk gekleurde stelling dat niet eiser maar de onderneming MF Market Store de wederpartij van [B] was bij de overeenkomst tot opslag van de inboedelgoederen. Deze papieren werkelijkheid, aangenomen dat zij juist is, doet er niet aan af dat in de contacten met [B] eiser het gezicht van de bewaarder was. Ook gaat de kantonrechter voorbij aan eiser’s stelling dat het nog maar de vraag is of hij strafrechtelijk zal worden veroordeeld of zelfs maar aangesproken, omdat voor de publicatie immers voldoende is dat de verdenking niet lichtvaardig wordt geuit en steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal en dat is onmiskenbaar het geval.


3.6

Een onderzoeksjournalist is tot op grote hoogte vrij in de wijze waarop hij een bepaalde misstand aan de kaak stelt. Natuurlijk zijn daaraan ook grenzen. In deze kwestie stond de uitzending in het teken van hulp aan mensen die hun inboedel in goed vertrouwen bij eiser hadden opgeslagen maar nooit meer terugkregen en aldus stond de poging van [A] om deze mensen enig soelaas te bieden centraal. In die zin is de uitzending zakelijk vormgegeven en betrof deze geen aanval op de persoon van eiser.

Voor zover eiser in beeld werd gebracht, is dat voldoende zorgvuldig gebeurd door zijn gezicht te vervagen (blur) en niet zijn volledige naam te noemen. Hoewel deze vervaging niet strikt geboden was, acht de kantonrechter deze handelwijze van gedaagde met name daarom zorgvuldig omdat televisie nu eenmaal een indringend medium is. Ten tijde van de confrontatie zijn enkele harde woorden gevallen (“de liegende verduisteraar”) maar ook scherpe bewoordingen vallen onder de bescherming van het vrije woord. De grenzen van het betamelijke zijn noch ten tijde van de confrontatie noch elders in de uitzending overschreden.


3.7

De kantonrechter acht vrijwel uitgesloten dat deze kwestie zonder de aandacht die gedaagde eraan heeft besteed in de publiciteit zou zijn gekomen. Zonder die aandacht zou het brede publiek niet zijn gewaarschuwd voor de beschreven misstand. Een alternatief voor de uitzending is gesteld noch gebleken.


3.8

De belangenafweging valt uit in het voordeel van de uitingsvrijheid. Dat betekent dat de kantonrechter de stelling dat de uitzending jegens eiser onrechtmatig was niet onderschrijft. De vordering gaat in alle onderdelen uit van het tegendeel en moet daarom worden afgewezen.


4. Eiser is de in het ongelijk gestelde partij en moet worden verwezen in de kosten van de procedure. Aan de zijde van gedaagde worden die kosten begroot op € 500,00 voor salaris gemachtigde.


De beslissing


De kantonrechter:


i. wijst de vordering af;


veroordeelt eiser in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op € 500,00 voor salaris gemachtigde;


verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.



Aldus gewezen door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 29 december 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.