Rechtbank Overijssel, 06-01-2015 / C/08/133422 / FA RK 12-1466


ECLI:NL:RBOVE:2015:606

Inhoudsindicatie
Gelet op de ernstig verstoorde relatie tussen de man en vrouw ontzegt de kinderrechter man het recht op omgang. Contactherstel heeft dermate negatief effect op het kind dat zij daardoor in haar ontwikkeling zal worden geremd.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-06
Publicatiedatum
2015-02-06
Zaaknummer
C/08/133422 / FA RK 12-1466
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo


Team jeugdrecht



zaaknummer: C/08/133422 / FA RK 12-1466


beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 6 januari 2015

inzake


[verzoeker],

verder ook de man of de vader te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres 1],

verzoeker,

advocaat: mr. L.J. Speijdel,


en


[belanghebbende],

verder ook de vrouw of de moeder te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres 2],

belanghebbende,

advocaat: mr. B. Bentem.



Het procesverloop


Op 17 februari 2014 heeft de kinderrechter in deze zaak een tussenbeschikking gegeven.


Op 17 februari 2014 is aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo verzocht om een onderzoek te verrichten en daarover te rapporteren en te adviseren. Op 20 augustus 2014 is een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming ter griffie ingekomen.


Op 2 september 2014 is een brief van mr. Bentem ter griffie ingekomen.


Op 8 september 2014 is een brief van mr. Speijdel ter griffie ingekomen.


De zaak is behandeld ter zitting van 18 december 2014. Ter zitting zijn verschenen: de man, bijgestaan door mr. Speijdel en de vrouw, bijgestaan door mr. Bentem. De Raad voor de Kinderbescherming is vertegenwoordigd door mevrouw A. Mulder. De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.


De beschikking is bepaald op heden.




De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing


Bij beschikking van de kinderrechter van 17 februari 2014 is aan de Raad voor de Kinderbescherming (verder ook: de Raad) verzocht om een aanvullend onderzoek te verrichten naar de (on)mogelijkheid van omgang tussen de man en de minderjarige [X]. De inhoud van deze beschikking geldt als hier herhaald en ingelast.


ten aanzien van de omgang

Uit eerdere raadsonderzoeken is gebleken dat [X] een kwetsbaar meisje is met een belaste voorgeschiedenis. Er was sprake van forse gedragsproblematiek en PTSS. Deze PTSS is voortgekomen uit het meerdere malen aanwezig zijn bij ruzies tussen de ouders.

Er is hulp voor [X] ingezet door Mediant, welke eind 2013 is beëindigd. Het heeft [X] goed gedaan dat zij geen onderdeel meer is van de spanningen tussen de ouders. [X] heeft veel baat gehad bij de rustige situatie waarbij er geen omgang was met de man. Qua gedragsproblematiek gaat het nog altijd op en af met [X], gebleken is dat haar emotionele evenwicht nog erg labiel is. Al met al is door de Raad geconcludeerd dat zij gebaat is bij rust en geborgenheid.


De verstandhouding tussen ouders is nog altijd erg slecht. Zij blijven met elkaar strijden. De man zegt in overleg te willen met de vrouw, maar hij heeft hierbij nauwelijks oog voor de moeilijke situatie waarin [X] zich bevindt. De man legt de oorzaak van de problemen bij de vrouw neer en ziet zijn eigen aandeel niet. De man is niet betrokken bij school en heeft na enkele gesprekken niets meer aan de Raad laten horen. De vrouw heeft geen vertrouwen in overleg met de man. Zij heeft wel oog voor de moeilijke situatie van [X] en voor haar welzijn en veiligheid. Zolang de rust tussen de ouders niet terugkeert is omgang niet in het belang van [X]. Ouders zullen hierbij de hulp van een derde partij nodig hebben, zoals een mediator of een hulpverlener van Ouderschap Blijft. De man staat hiervoor open. De vrouw heeft echter geen vertrouwen. Zij stelt dat de man haar nog altijd lastigvalt en [X] op het schoolplein opzoekt waarbij er ook gefilmd wordt.


De kinderrechter overweegt dat de man en de minderjarige in beginsel recht hebben op omgang met elkaar. Op grond van artikel 1:377a lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het echter mogelijk om in het geval van gezamenlijke gezagsuitoefening de omgang te ontzeggen aan de ouder bij wie het kind niet dagelijks verblijft. Door alle gebeurtenissen, bedreigingen en escalaties kan het niet anders zijn dan dat de relatie tussen de man en de vrouw ernstig is verstoord en dat dit niet binnen afzienbare termijn te repareren is. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat op dit moment contactherstel tussen de man en [X], gelet op de spanningen die zulks met zich brengt, een dermate negatief effect op haar zal hebben dat zij daardoor opnieuw in haar ontwikkeling bedreigd zal worden. [X] moet rust krijgen en de gelegenheid hebben om zonder angst te leven en zich te ontwikkelen. Naar het oordeel van de kinderrechter zal het opleggen van een omgangsregeling de huidige rust en stabiliteit doorbreken, zodat omgang tussen [X] en de man thans in strijd moet worden geacht met het zwaarwegende belang van de minderjarige. Het verzoek van de man tot het bepalen van een omgangsregeling tussen hem en [X] zal dan ook worden afgewezen en de kinderrechter zal de man het recht op omgang voor onbepaalde tijd ontzeggen. De kinderrechter benadrukt dat het in het belang van [X] is dat de ouders trachten hun communicatie te verbeteren. De kinderrechter geeft daarom de vrouw in overweging haar standpunt ten aanzien van het inschakelen van een deskundige derde om met de man in gesprek te komen te wijzigen en vanuit de huidige situatie van rust en duidelijkheid op dat punt alsnog toenadering te zoeken tot de man.

ten aanzien van het ouderlijk gezag

Bij een gezamenlijke gezagsuitoefening acht de kinderrechter het risico dat de minderjarige [X] klem en/of verloren komt te zitten tussen haar beide ouders groot. Er bestaat op dit moment geen enkele vorm van communicatie tussen de ouders over het wel en wee van [X] en er vindt geen omgang plaats tussen de man en [X]. De kinderrechter acht het in deze situatie dan ook niet in het belang van [X] dat de man mede met het ouderlijk gezag belast wordt. Het verzoek van de man in deze zal dan ook worden afgewezen.


Aan de vrouw is reeds bij beschikking van 10 juni 2013 een informatieplicht opgelegd. De kinderrechter gaat er vanuit dat de vrouw deze informatieplicht nakomt, zodat de man op deze manier toch op de hoogte kan blijven van de ontwikkeling van [X].


De beslissing


De kinderrechter:


1. Wijst af het door de man verzochte.


2. Ontzegt de man met ingang van heden het recht op omgang met de minderjarige [X].


Deze beschikking is gegeven door mr. A. Flos, in tegenwoordigheid van M.R. Asveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2015.