Rechtbank Overijssel, 21-01-2015 / C/08/160768 / FA RK 14-1904


ECLI:NL:RBOVE:2015:803

Inhoudsindicatie
Kinderrechter oordeelt dat de minderjarige kan worden ontvangen in verzoek tot vaststelling zorgregeling en wijziging hoofdverblijfplaats.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-21
Publicatiedatum
2015-02-16
Zaaknummer
C/08/160768 / FA RK 14-1904
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo


Team jeugdrecht



zaaknummer: C/08/160768 / FA RK 14-1904


beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 21 januari 2015


inzake


[minderjarige 1] en [minderjarige 2],

verder ook de minderjarigen te noemen,

beiden wonende te [woonplaats], [adres 1],

verzoekers,


en


[belanghebbende 1],

verder ook de man of de vader te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres 2],

belanghebbende,

advocaat: mr. L.V.S. Cassese.


Ten aanzien van dit verzoek is tevens als belanghebbende aangemerkt:

[belanghebbende 2],

verder ook de vrouw of de moeder te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres 1].




Het procesverloop

Op 11 augustus 2014 zijn via de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Noord-Nederland ter griffie ingekomen twee brieven van de minderjarigen.


De minderjarigen zijn op 3 september 2014 door de kinderrechter gehoord. Van dit verhoor is een apart proces-verbaal opgemaakt.


De zaak is behandeld ter zitting van 27 oktober 2014. Ter zitting zijn verschenen: vader, bijgestaan door mr. Cassese en moeder. De Raad voor de Kinderbescherming is vertegenwoordigd door mevrouw M. Jongman. De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.


Nadien heeft de kinderrechter kennis genomen van een brief van mr. Cassese d.d.

26 november 2014.


De beschikking is nader bepaald op heden.

De vaststaande feiten

De ouders zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarige kinderen:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [1997] en

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [2001].


Bij beschikking van de rechtbank Oost-Nederland van 13 februari 2013 is onder meer de echtscheiding uitgesproken. Bij voormelde echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank voorts, voor zover thans van belang, bepaald dat de inhoud van het echtscheidingsconvenant, houdende een ouderschapsplan, deel uitmaakt van die beschikking. In het convenant is overeengekomen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij vader en van [minderjarige 2] bij moeder is. Voorts zijn de ouders overeengekomen dat [minderjarige 1] zelf kan bepalen wanneer hij contact heeft met moeder en dat [minderjarige 2] eenmaal per veertien dagen van vrijdagavond tot zondagavond bij vader verblijft, alsmede tijdens vakanties en feestdagen in onderling overleg nader te bepalen.


De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.


De standpunten van partijen

De minderjarige [minderjarige 1] heeft verzocht om zijn hoofdverblijfplaats te wijzigen. Hij is sinds april 2014 woonachtig bij moeder. Bij vader woont de oudere zus van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], waar [minderjarige 1] veel conflicten mee heeft. Ook tussen vader en [minderjarige 1] zijn er problemen. [minderjarige 1] voelde zich vaak alleen bij vader en miste moeder, die hem ook helpt met zijn huiswerk. Voorts heeft [minderjarige 2] duidelijk verwoord dat hij niet gelukkig is met de omgangsregeling, die is opgenomen in het ouderschapsplan. Beide kinderen willen graag zelf bepalen wanneer zij bij vader op bezoek gaan.


Vader wenst mediation om de verstandhouding met moeder en de kinderen te verbeteren. Hij kan instemmen met de verzoeken van de kinderen.


Moeder steunt het verzoek van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].


De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

De kinderrechter acht de verzoeken van de minderjarigen ontvankelijk en overweegt daartoe als volgt.


In artikel 1:253a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt artikel 1:377g BW van overeenkomstige toepassing verklaard. De kinderrechter begrijpt dit aldus dat de informele rechtsingang, die in artikel 1:377g BW is gecreëerd voor de minderjarige van twaalf jaar of ouder, eveneens open staat voor de minderjarige die een beslissing wenst op de voet van artikel 1:253a BW. Aldus kan de minderjarige in de daarvoor in de jurisprudentie bepaalde gevallen aan de kinderrechter kenbaar maken dat hij prijs stelt op een ambtshalve beslissing ten aanzien van een regeling omtrent de uitoefening van het ouderlijk gezag als bedoeld in artikel 1:253a lid 2 BW. Uit onderdeel a en b van deze bepaling volgt dat de uitoefening van het ouderlijk gezag ook kan omvatten de beslissing over een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken alsmede over bij welke ouder het kind zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft.


Ter zitting op 27 oktober 2014 is iedere beslissing aangehouden in afwachting van de door de ouders te starten mediation.

Mr. Cassese heeft bij voormelde brief van 26 november 2014 bericht dat de mediation niet is geslaagd. Vader is ermee akkoord dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij moeder wordt bepaald en dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf bepalen wanneer zij bij hem verblijven. Zij verzoekt namens vader een beschikking af te geven.


Gezien het vorenstaande zal de kinderrechter het door de minderjarigen verzochte toewijzen, nu hij dit het meest in hun belang acht.


De beslissing

De kinderrechter:


1. Wijzigt het tussen partijen gesloten echtscheidingsconvenant, tevens houdende ouderschapsplan, dat aan de beschikking van de rechtbank Oost-Nederland van

13 februari 2013 is aangehecht, in die zin dat:

  • - de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [minderjarige 1] met ingang van heden bij moeder zal zijn;
  • - de minderjarigen zelf kunnen bepalen wanneer zij contact met vader hebben.

2. Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. J.H. Olthof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2015 in tegenwoordigheid van mr. A.M. Witkop, griffier.