Rechtbank Overijssel, 23-01-2015 / C/08/164367 / FA RK 14-2649


ECLI:NL:RBOVE:2015:923

Inhoudsindicatie
De rechtbank heft de stuiting op van het voorgenomen huwelijk, nu niet gebleken is van geestelijke stoornis die maakt dat dochter niet in staat is haar wil te bepalen of de betekenis daarvan te begrijpen.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-23
Publicatiedatum
2015-02-20
Zaaknummer
C/08/164367 / FA RK 14-2649
Procedure
Beschikking
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2015/4730
  • EB 2015/54
  • JPF 2015/78
  • PFR-Updates.nl 2015-0059
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team familierecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer: C/08/164367 / FA RK 14-2649 (mk)


beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo van 23 januari 2015

in de zaak van:


[verzoekster],

verder ook de dochter te noemen,

wonende te [woonplaats 1], [adres 1],

verzoekster,

advocaat: mr. K.J. Coenen,


tegen


1. [belanghebbende 1],

2. [belanghebbende 2],

verder ook de ouders te noemen,

beiden wonende te [woonplaats 2], [adres 2],

belanghebbenden,

advocaat: mr. R.E. Schepers.


Het procesverloop


Op 14 oktober 2014 heeft de dochter ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift tot opheffing van de stuiting van het huwelijk ingediend.


Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 9 januari 2015. Ter zitting zijn verschenen: partijen beiden bijgestaan door hun advocaat. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.


De feiten


De dochter is op [1991] te [geboorteplaats] geboren uit het huwelijk van belanghebbenden.


Op 23 oktober 2014 heeft zij samen met de heer [X] aangifte gedaan van hun voorgenomen huwelijk bij de ambtenaar van de burgerlijke stand te [plaats].

Dit burgerlijke huwelijk zou plaatsvinden te [plaats] op [2014].


De ouders hebben aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te [plaats] een akte van stuiting van het voorgenomen huwelijk laten betekenen. Deze akte is vervolgens op [2014] betekend aan de dochter.

De dochter en [X] hebben op [2014] een islamitisch huwelijk gesloten.


Het verzoek


De dochter verzoekt de rechtbank de stuiting van het huwelijk op te heffen en de ouders hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de kosten van betekening van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De dochter stelt hiertoe - kort en zakelijk weergegeven - het volgende.

Haar ouders hebben het huwelijk ten onrechte gestuit op grond van de stelling dat haar geestvermogens zodanig zijn gestoord dat zij niet in staat is haar wil te bepalen of de betekenis van haar verklaring te begrijpen. Zij is een volwassen vrouw die over voldoende geestvermogens beschikt om de volle betekenis van het huwelijk te overzien. Zij studeert tandheelkunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en zij beschikt over een bovengemiddelde intelligentie. Zij betwist met klem dat zij dusdanig onder invloed van [X] zou staan, dat zij niet in staat is om de gevolgen van het huwelijk te overzien en vrijelijk haar wil te bepalen. Het is niet aan haar ouders om haar huwelijkspartner te kiezen. De ouders dienen in de kosten te worden veroordeeld, omdat zij misbruik hebben gemaakt van het recht.


Het verweer


De ouders hebben verweer gevoerd tegen het verzoek tot opheffing van de stuiting.

Zij verzoeken primair om het verzoek van de dochter af te wijzen. Subsidiair verzoeken zij de rechtbank om de beslissing op het verzoek aan te houden in afwachting van een nader onderzoek naar de geestvermogens van de dochter door een onafhankelijk psycholoog en in afwachting van nadere medische verklaringen van [X], in elk geval zodanige gegevens waarmee meer duidelijkheid wordt gegeven over het zogenaamde ‘rugzakje’ dan wel zijn mogelijke persoonlijkheidsproblematiek.

Voor het geval het verzoek van de dochter wordt toegewezen, verzoeken zij de rechtbank om deze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Zij voeren ook verweer tegen de verzochte kostenveroordeling.


Zij stellen - kort en zakelijk weergegeven - het volgende. De dochter is niet in staat om haar wil te bepalen of de betekenis van haar verklaring te begrijpen als gevolg van een storing van haar geestvermogens. Zij staat dusdanig onder invloed van [X] dat zij niet in staat is om de gevolgen van het voorgenomen huwelijk met hem te overzien en haar wil op een onafhankelijke manier te bepalen. De ouders zijn niet blij met de keuze van de huwelijkspartner van de dochter. De dochter heeft [X] eind september 2014 aan hun voorgesteld. Sinds die kennismaking zijn de contacten tussen de ouders en de dochter veel minder frequent en veel minder intensief. De ouders hebben sterke twijfels over de persoon van [X]. Hij vertelt leugens en halve waarheden over diverse zaken zoals zijn afkomst, zijn werk en zijn woonadres. Ook de dochter vertelt de ouders lang niet altijd de waarheid. Het lijkt erop dat [X] hun dochter volledig in zijn macht heeft. Het baart de ouders onder meer zorgen dat [X] steeds in andere, dure auto’s rijdt, dat hij de dochter in korte tijd twee gouden ringen met saffieren en diamanten heeft geschonken, dat de dochter nauwelijks bereikbaar is voor familie en vrienden, dat de dochter na een week ineens een ander mobiel nummer had, dat [X] een huurwoning bewoonde die hij vermoedelijk heeft moeten verlaten in verband met vrouwenhandel, dat [X] eerder heeft samengewoond met een Poolse prostituee en [X] heeft verklaard dat hij een ‘rugzakje’ heeft.

De ouders hebben de indruk dat de dochter er niet zelf voor heeft gekozen om op korte termijn te trouwen. Het islamitische huwelijk baart hen eveneens zorgen.


De beoordeling


Ingevolge artikel 1:50 Burgerlijk Wetboek (BW) kan een huwelijk worden gestuit als de aanstaande echtgenoten niet de vereisten in zich verenigen om een huwelijk aan te gaan.

De kern van deze bepaling is dat een huwelijk alleen gesloten mag worden als beide partijen in vrije wilsovereenstemming hun wil kunnen verklaren en de betekenis van die verklaring begrijpen. Als er sprake is van een zodanige geestelijke stoornis dat een partij niet in staat is zijn wil te bepalen of de betekenis van die verklaring te begrijpen, dan mag een huwelijk niet worden aangegaan. Deze wilsbekwaamheid die bij elke rechtshandeling wordt voorondersteld wordt bij het huwelijk in art. 1:32 Burgerlijk Wetboek (BW) expliciet als vereiste geformuleerd. Het huwelijksbeletsel geldt zowel voor permanente als tijdelijk verstoorde geestvermogens. Te denken valt aan krankzinnigen, ondercuratelegestelden en personen die zich aan drankmisbruik en drugsgebruik schuldig maken.


Naar het oordeel van de rechtbank is van een dergelijke stoornis bij de dochter niet gebleken. De dochter heeft gemotiveerd betwist dat zij niet wilsbekwaam zou zijn en de ouders hebben hun stelling, mede gelet op deze betwisting, onvoldoende nader onderbouwd. Dat de dochter volgens de ouders onder invloed handelt van [X], leidt niet tot het oordeel dat er sprake is van een stoornis van de geestvermogens in de zin van voormeld artikel. De dochter heeft tijdens de mondelinge behandeling op geen enkel moment tegenover de rechtbank de indruk gewekt dat zij niet in staat is om haar wil te bepalen en de betekenis van de huwelijksverklaring te begrijpen. Zij heeft verklaard dat zij zich heeft verdiept in de islam, dat zij voornemens is om te trouwen onder het maken van huwelijkse voorwaarden en dat zij na haar studie in Nederland een tandartsenpraktijk wil beginnen dan wel in een tandartsenpraktijk in Nederland wil gaan werken als tandarts.

De vader, bedrijfsarts van beroep, heeft desgevraagd niet expliciet kunnen benoemen aan welke stoornis van de geestvermogens de dochter naar zijn (professionele) oordeel zou lijden.

Volgens een oud Nederlands spreekwoord is of maakt liefde blind. De rechtbank sluit niet uit dat dit spreekwoord op de dochter van toepassing is, maar daaruit kan niet worden geconcludeerd dat de dochter niet in staat is haar wil ten aanzien van het voorgenomen huwelijk te bepalen.


De ouders hebben een groot aantal argumenten aangevoerd op grond waarvan [X] in hun ogen niet de juiste echtgenoot voor de dochter zou zijn. De rechtbank acht deze argumenten niet relevant voor de beantwoording van de vraag of bij de dochter sprake is van een stoornis van de geestvermogens in de zin van voormeld artikel. De door de ouders aangevoerde en door de dochter grotendeels betwiste beschuldigingen hebben alle betrekking op [X]. De dochter is vrij in haar partnerkeuze en zij heeft gekozen voor een huwelijk met [X]. Dat de ouders niet achter deze keuze staan, is voor allen zeer vervelend en komt de onderlinge verhoudingen blijkbaar niet ten goede. Dit verschil in keuze kan echter niet leiden tot het door de ouders beoogde resultaat: het voorkomen van het huwelijk van de dochter met [X]. Zelfs indien alle beschuldigingen van de ouders aan het adres van [X] waar zouden zijn en in rechte zouden komen vast te staan, dan nog doen deze geen afbreuk aan de vrije partnerkeuze van de dochter. Het staat haar vrij om - in de ogen van de ouders - een verkeerde keuze te maken.



Gelet op dit alles concludeert de rechtbank dat niet is gebleken van een wettelijk huwelijksbeletsel in de zin van artikel 1:32 BW. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de dochter tot opheffing van de stuiting toewijst.


Een nader psychologisch onderzoek van de dochter acht de rechtbank niet noodzakelijk. Er is immers bij de rechtbank geen gerede twijfel ontstaan over de geestvermogens van de dochter die zouden moeten leiden tot een deskundigenonderzoek. Ook een onderzoek naar de eventuele persoonlijkheidsproblematiek van [X] acht de rechtbank niet aan de orde. De persoonlijkheid van [X] is voor de beoordeling van dit verzoek immers niet relevant.


De rechtbank verwerpt het verweer van de ouders om deze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het belang van de dochter om op korte termijn met [X] te kunnen trouwen, gaat boven het belang van de ouders om het huwelijk in afwachting van een eventueel hoger beroep nog langer te kunnen stuiten. Als een voorziening in feite onherstelbare gevolgen heeft, dan behoeft dat niet in de weg te staan aan het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van die voorziening, indien het spoedeisend karakter aanwezig is en de gevraagde voorziening wordt gerechtvaardigd door een billijke afweging van de belangen van partijen. Wanneer het huwelijk wordt gesloten vóór een eventuele behandeling en beslissing in hoger beroep, dan blijft de mogelijkheid bestaan dat het gerechtshof te zijner tijd anders oordeelt en het huwelijk nietig wordt verklaard.


In de omstandigheid dat partijen in familierechtelijke betrekking tot elkaar staan, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Voor een veroordeling van de ouders in de kosten van deze procedure en in de kosten van de betekening van deze uitspraak ziet de rechtbank geen aanleiding. Het is de rechtbank niet gebleken dat de ouders misbruik hebben gemaakt van hun recht om het tussen de dochter en [X] voorgenomen huwelijk te stuiten.


De beslissing


De rechtbank:


1. Heft op de stuiting van het voorgenomen huwelijk van de dochter en [X].


2. Verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.


3. Compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


4. Wijst af het meer of anders verzochte.


Deze beschikking is gegeven door mrs. W.M.B. Elferink (voorzitter), J.H. Olthof en J. de Ruiter, in tegenwoordigheid van G.M. Keupink, griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2015.