Rechtbank Overijssel, 12-01-2015 / 08/950048-14 (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:95

Inhoudsindicatie
Een 56-jarige man uit Tilburg is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf voor seksueel misbruik van zijn nichtje in 2002 en 2003. Zij was toen 13 en 14 jaar. Het seksueel misbruik heeft uiteindelijk geleid tot een zwangerschap van het meisje waaruit een kind is geboren. De man moet aan het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 12.000 euro. De rechtbank rekent de man zijn handelen zeer zwaar aan. Hij wist en besefte vanaf het eerste moment dat zijn handelen strafbaar was, maar dat heeft hem er niet van weerhouden om bij herhaling en in steeds verdergaande vorm ontuchtige handelingen te plegen. De omstandigheid dat sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop sinds de periode waarin de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd doet naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze af aan de strafwaardigheid en de ernst van de feiten.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-12
Publicatiedatum
2015-01-12
Zaaknummer
08/950048-14 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08/950048-14 (P)

Datum vonnis: 12 januari 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1958 te [geboorteplaats] (Indonesië),

wonende te [woonplaats 1].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. P. Jeeninga, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

zich heeft schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van een meisje jonger dan 16 jaar, meermalen gepleegd.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2002

tot en met 28 februari 2003 te Deventer, gemeente Deventer en/of te

Oisterwijk, gemeente Oisterwijk, met [slachtoffer]

(geboren [geboortedatum 2] 1988), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer

ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte één of meermalen zijn penis in de mond en/of vagina van die

[slachtoffer] geduwd en/of gebracht;


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar.






4De voorvragen


4a. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie


Door de verdediging is aangevoerd dat het Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ter zake van het tenlastegelegde dat ziet op de periode van “in of omstreeks de periode van 1 april 2002 tot en met 28 februari 2003”, aangezien vóór 1 oktober 2002 het klachtvereiste van toepassing was. Volgens de verdediging ontbreekt bedoelde klacht in de dossierstukken, zodat slechts een bewezenverklaring kan volgen voor de periode van 1 oktober 2002 tot en met 28 februari 2013.


De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank is van oordeel dat, voorzover het klachtvereiste al van toepassing zou zijn, is voldaan aan het klachtvereiste nu de eerste verklaring van het slachtoffer tegenover de politie niet anders kan worden begrepen dan dat dat zij vervolging van verdachte wenst.


4b. De overige voorvragen


De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


Verdachte heeft ter terechtzitting het tenlastegelegde bekend.


De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.


De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank overweegt dat ten aanzien van de ten laste gelegde feiten sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.


5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2002 tot en met 28 februari 2003 te Deventer, gemeente Deventer en te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 1988), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, telkens een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen zijn penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, maar nog niet die van zestien, buiten echt, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank gelet op:

- een Reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 18 december 2014;

een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 13 november 2014.


De rechtbank heeft bij het bepalen van strafsoort en strafmaat in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna een jaar diverse malen schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn toen 13/14-jarige nichtje. Ter zake van de door verdachte gepleegde ontuchtige handelingen is sprake geweest van een welbewuste opbouw en steeds verdergaande ernst bij een jong meisje dat in een kwetsbare thuissituatie verkeerde. Verdachte heeft daarbij op kwalijke wijze gebruik gemaakt van de vertrouwenspositie die hij langzamerhand had verkregen en heeft zich uitsluitend laten leiden door zijn eigen lustgevoelens, zonder enig oog te hebben voor de jeugdige leeftijd van zijn slachtoffer en voor de mogelijke gevolgen daarvan met het oog op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Het seksueel misbruik heeft uiteindelijk geleid tot een zwangerschap van het slachtoffer waaruit op [geboortedatum 3] 2003 een kind is geboren.

Verdachte heeft aldus op grove wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Een en ander klemt temeer nu verdachte de strafbare feiten grotendeels heeft gepleegd in de thuissituatie van het slachtoffer, de omgeving waar iemand zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Verdachte heeft het slachtoffer de mogelijkheid ontnomen om op een veilige manier te ontwikkelen van kind naar jong volwassene. Zoals ook blijkt uit de verklaring die zij ter terechtzitting heeft voorgelezen heeft het slachtoffer aanzienlijke emotionele schade geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde handelen door de verdachte.

De rechtbank rekent de verdachte zijn handelen zeer zwaar aan. Verdachte wist en besefte vanaf het eerste moment dat zijn handelen strafbaar was, maar dat heeft hem er niet van weerhouden om bij herhaling en in steeds verdergaande vorm ontuchtige handelingen te plegen.

De omstandigheid dat sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop sinds de periode waarin de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd doet naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze af aan de strafwaardigheid en de ernst van de feiten.


Naar het oordeel van de rechtbank kan op dergelijke feiten niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur.

Alle omstandigheden afwegend bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de strafeis van de officier van justitie en acht de rechtbank in dit geval oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar passend en geboden.


9De schade van benadeelde


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer], wonende te [woonplaats 2], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 12.000,-- (twaalfduizend euro) ter zake van tot nu toe geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. De rechtbank zal het gevorderde daarom volledig toewijzen, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit is toegebracht.






11De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

12De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, maar nog niet die van zestien, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.


- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekeringstelling heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
schadevergoeding
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij[slachtoffer], wonende te [woonplaats 2], van een bedrag – tot op heden begroot - van € 12.000,-- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2002)
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 12.000,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 95 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. G.H. Meijer en

mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2015.





Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat een opsomming van de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van Politie Oost Nederland, District IJsselland, afdeling Zeden, onder zaaknummer 2012018788, opgemaakt en gesloten op 9 mei 2014. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


  • - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], dossierpagina 28 t/m 42;
  • - Het proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 126 t/ 128;
  • - Het proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 129 t/ 136
  • - De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 december 2014.