Rechtbank Rotterdam, 04-03-2015 / C/10/439488 / HA ZA 13-1258


ECLI:NL:RBROT:2015:1654

Inhoudsindicatie
Inzagerecht art. 843a Rv. Rechtmatig belang bij bepaalde bescheiden.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-03-04
Publicatiedatum
2015-03-11
Zaaknummer
C/10/439488 / HA ZA 13-1258
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel




zaaknummer / rolnummer: C/10/439488 / HA ZA 13-1258


Vonnis van 4 maart 2015


in de zaak van


de stichting

[eiser],

gevestigd te Zaltbommel,

eiseres,

advocaat mr. W.T. Broer te Bunschoten,


tegen


1. de commanditaire vennootschap

[gedaagde1],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

2. de commanditaire vennootschap

[gedaagde2].,

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

3. de commanditaire vennootschap

[gedaagde3],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

4. de commanditaire vennootschap

[gedaagde4],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

5. de commanditaire vennootschap

[geaagde5],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

6. de commanditaire vennootschap

[gedaagde6],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

7. de commanditaire vennootschap

[gedaagde7],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

8. de commanditaire vennootschap

[gedaagde8],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

9. de commanditaire vennootschap

[gedaagde9],

gevestigd te [woonplaats 2],

gedaagde,

niet verschenen,

10. de commanditaire vennootschap

[gedaagde10],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

11. de commanditaire vennootschap

[gedaagde11],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

12. de commanditaire vennootschap

[gedaagde12],

gevestigd te [woonplaats 1],

gedaagde,

niet verschenen,

13. de commanditaire vennootschap

[gedaagde13],

gevestigd te [woonplaats 2],

gedaagde,

niet verschenen,

14. de commanditaire vennootschap

[gedaagde14],

gevestigd te [woonplaats 2],

gedaagde,

niet verschenen,

15. de commanditaire vennootschap

[gedaagde15],

gevestigd te [woonplaats 2],

gedaagde,

niet verschenen,

16. de commanditaire vennootschap

[gedaagde16],

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

niet verschenen,

17. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARISBROOKE SHIPPING (CV 10) B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

18. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARISBROOKE SHIPPING (CV 11) B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

19. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARISBROOKE SHIPPING (CV 12) B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

20. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARISBROOKE SHIPPING (CV 17) B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

21. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARISBROOKE SHIPPING (CV 20) B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

22. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARISBROOKE SHIPPING (HOLLAND) B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

23. de vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

CARISBROOKE SHIPPING LTD.,

gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

24. [gedaagde17],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

25. [gedaagde18],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling,

26.[gedaagde19][gedaagde19],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Schelling.



De in de procedure verschenen partijen zullen hierna [eiser] en Carisbrooke Shipping c.s. genoemd worden. Gedaagden sub 22 tot en met 26 zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als Carisbrooke Shipping (Holland), Carisbrooke Shipping Ltd., [gedaagde17], [gedaagde18] en [gedaagde19].

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 8 oktober 2014
  • - de brief van 1 december 2014 van mr. Schelling, met een productie;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 16 februari 2015;
  • - de brief van 19 februari 2015 van mr. Schelling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten

2.1.

[eiser] stelt zich ingevolge haar statuten ten doel het behartigen van de gelijksoortige (collectieve) belangen van rechts- en natuurlijke personen die beleggen of belegd hebben in scheeps C.V.'s.


2.2.

Carisbrooke Shipping Ltd. is een Engelse rederij die zich onder andere richt op het exploiteren, bevrachten en verhuren van een internationale vloot van schepen.


2.3.

Carisbrooke Shipping (Holland) is een 100% dochteronderneming van Carisbrooke Shipping Ltd.


2.4.

Bestuurders van Carisbrooke Shipping (Holland) zijn Carisbrooke Shipping Ltd., [gedaagde17], [gedaagde18] en [gedaagde19].


2.5.

Tot de hoofdtaak van Carisbrooke Shipping (Holland) behoort het beheren van C.V.'s.


2.6.

Carisbrooke Shipping (Holland) heeft in 2007 en 2008 een aantal scheeps C.V.'s en beleggings C.V.'s opgericht, met het oog op de aankoop van vijf nieuwe schepen.


2.7.

Beleggers/stille vennoten konden in de C.V.'s participaties kopen voor de aankoop van een schip.


2.8.

Carisbrooke Shipping (Holland) bezit/bezat deels als participant en deels via het 100% aandeelhouderschap van de beherend vennoten een substantieel deel van de participaties in de C.V.'s.


2.9.

Carisbrooke Shipping (Holland) is statutair bestuurder van de beherend vennoten van de C.V.'s. Beherend vennoten zijn de gedaagden sub 17 tot en met 21.


2.10.

De vijf schepen die in de C.V.'s werden ondergebracht, zijn:

  • - [schepen]
  • - [schepen]
  • - [schepen]
  • - [schepen]
  • - [schepen]

2.11.

De benodigde aankoopbedragen voor de schepen werden mede door banken op basis van verstrekte scheepshypotheken gefinancierd. Voor vier schepen betrof dit ING Bank N.V. Voor het vijfde schip betrof dit Commerzbank AG.


2.12.

De vrachtopbrengsten van de scheeps C.V.'s bleken onvoldoende om de jegens de banken verplichte rentebetalingen en aflossingen volledig te voldoen.


2.13.

ING Bank heeft in augustus 2012 de lening opgeëist. Vier schepen zijn geveild. De schepen zijn gekocht door een aan ING Bank gelieerde vennootschap voor een bedrag vrijwel gelijk aan de vordering van ING Bank.


2.14.

Ook Commerzbank heeft inmiddels het krediet opgeëist en het vijfde schip in beslag genomen om te worden geveild.


2.15.

Na daartoe op 16 juli 2013 verkregen verlof heeft [eiser] op 24 juli 2013 bewijsbeslag doen leggen ten laste van gedaagden. Naar aanleiding van dat beslag zijn twee procedures in kort geding gevoerd.


2.16.

Bij vonnis in kort geding van 2 september 2013 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank vorderingen strekkende tot opheffing van het gelegde bewijsbeslag niet toegewezen. De voorzieningenrechter heeft wel 'verstaan' dat [eiser] geen verder gebruik mag maken van het verleende beslagverlof.


2.17.

Bij vonnis in kort geding van 21 oktober 2013 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank vorderingen ertoe strekkende [eiser] direct of indirect inzage ter verschaffen in onder meer onder het bewijsbeslag vallende bescheiden afgewezen. De onderhavige bodemprocedure was al aanhangig en er werd geen voldoende spoedeisend belang aanwezig geacht.


2.18.

Bij een beschikking van 12 februari 2014 heeft de rechtbank iedere beslissing op het verzoek van [eiser] om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen aangehouden totdat in deze bodemprocedure bij eindvonnis zou zijn beslist op de door [eiser] ingestelde vorderingen tot - kort weergegeven - het verstrekken van inzage in bescheiden.

3Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

'Primair


I.

[eiser] ex artikel 843a Rv toe te staan - hetgeen gedaagden dienen te dulden, zulks op straffe van een dwangsom van € 20.000,- met een maximum van € 500.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor iedere dag of een deel daarvan voor zover de desbetreffende gedaagde niet aan het gevorderde voldoet - de afschriften, zijnde digitale kopieën van de bescheiden die blijkens de betreffende processen-verbaal bij gedaagden sub 1-22 in beslag zijn genomen en bij de betreffende bewaarder in gerechtelijke bewaring zijn gegeven - nadat separatie heeft plaatsgevonden -

a. in te zien alsmede een onderzoek te laten uitvoeren als beschreven in randnummer 47 [van de dagvaarding] door een door [eiser] aan te wijzen en door gedaagden te betalen IT-deskundige, zijnde de heer [RA] (RA) van de onderneming 4itrust, werkend onder een verplichting van vertrouwelijkheid, van welk onderzoek een rapport zal worden opgesteld dat gelijktijdig naar de advocaat c.q. advocaten van zowel gedaagden als eiseres zal worden verzonden, althans

b. in te zien voor zover een door de rechtbank te benoemen onafhankelijke deskundige heeft bepaald dat het documenten betreft die voldoen aan de gegeven omschrijving, als bedoeld in randnummer 47, althans

c. dat een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke deskundige (i) inzage neemt in alle bescheiden waarop het beslag rust, (ii) bepaalt welke documenten voldoen aan de hiervoor gegeven omschrijving, (iii) op basis van nader te formuleren vragen een onderzoek uitvoert aan die bescheiden en (iv) daarover aan partijen rapporteert;


Subsidiair


II.

[eiser] ex artikel 3:15j BW toe te staan - hetgeen gedaagden dienen te dulden, zulks op straffe van een dwangsom van € 20.000,- met een maximum van € 500.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor iedere dag of deel daarvan voor zover de desbetreffende gedaagde niet aan het gevorderde voldoet - de afschriften, zijnde digitale kopieën van de bescheiden die blijkens de betreffende processen-verbaal bij gedaagden sub 1-22 in beslag zijn genomen en bij de betreffende bewaarder in gerechtelijke bewaring zijn gegeven - nadat separatie heeft plaatsgevonden -

a. in te zien alsmede een onderzoek te laten uitvoeren als beschreven in randnummer 47 door een door [eiser] aan te wijzen en door gedaagden te betalen IT-deskundige, zijnde de heer [RA] (PA) van de onderneming 4itrust, werkend onder een verplichting van vertrouwelijkheid, van welk onderzoek een rapport zal worden opgesteld dat gelijktijdig naar de advocaat c.q. advocaten van zowel gedaagden als eiseres zal worden verzonden, althans

b. in te zien voor zover een door de rechtbank te benoemen onafhankelijke deskundige heeft bepaald dat het documenten betreft die voldoen aan de gegeven omschrijving, als bedoeld in randnummer 47, althans,

c. dat een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke deskundige (1) inzage neemt in alle bescheiden waarop het beslag rust, (ii) bepaalt welke documenten voldoen aan de hiervoor gegeven omschrijving, (iii) op basis van nader te formuleren vragen een onderzoek uitvoert aan die bescheiden en (iv) daarover aan partijen rapporteert;


Zowel primair als subsidiair


III.

gedaagden gezamenlijk, althans ieder van hen afzonderlijk, ex art. 843a Rv jo. 3:15j BW te veroordelen om uiterlijk binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan Carisbrooke c.s. te verstrekken alle bescheiden die voldoen aan de onder randnummer 47 gegeven omschrijving, voor zover die bescheiden niet in beslag zijn genomen, althans zien op gedaagden 23-26; en ieder voor zich tot betaling van een dwangsom van € 20.000,- met een maximum van € 500.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor iedere dag of een deel daarvan dat de desbetreffende gedaagde niet aan het gevorderde voldoet;


IV.

gedaagden gezamenlijk, althans ieder van hen afzonderlijk, te veroordelen tot betaling van de kosten van het leggen van conservatoir beslag, zijnde € 1.946,- te vermeerderen met de deurwaarderskosten, kosten van de ICT deskundige, kosten van vertaling en de wettelijke (handels)rente vanaf datum beslaglegging, zijnde 24 juli 2013, althans vanaf de dag van dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;


V.

gedaagden gezamenlijk, althans ieder van hen afzonderlijk, te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, waaronder de kosten van advocaat, zulks te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;


VI.

gedaagden gezamenlijk, althans ieder van hen afzonderlijk, te veroordelen tot betaling van de nakosten, zijnde € 131,- zonder betekening en in geval van betekening € 199,- zulks indien gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving hebben voldaan aan het gewezen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van eerste aanschrijving tot nakoming van het tussen partijen gewezen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.'


3.2.

Carisbrooke Shipping c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding inclusief nakosten.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4De beoordeling

4.1.

[eiser] grondt haar vorderingen primair op artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en subsidiair op artikel 3:15j Burgerlijk Wetboek (BW). Daartoe stelt zij - kort weergegeven - het volgende. [eiser] heeft van participanten en derden gehoord dat er bedenkingen zijn bij de wijze waarop de beherend vennoten de exploitatie van de scheeps CV's hebben vormgegeven. De bedenkingen houden in dat de beherend vennoten niet in het belang van de CV's en de participanten hebben gehandeld, maar zich door de belangen van Carisbrooke Shipping (Holland) en Carisbrooke Shipping Ltd. hebben laten leiden. Daardoor zijn de scheeps CV's en de beleggings CV's in een zodanige toestand komen te verkeren dat deze waarschijnlijk zullen worden geliquideerd, met als gevolg dat participanten hun volledige inleg kwijt zijn en aanzienlijke schade lijden. De schade van participanten is ontstaan door onrechtmatig handelen en/of wanpresteren en/of onbehoorlijke taakvervulling door Carisbrooke Shipping c.s. gezamenlijk dan wel door ieder van hen afzonderlijk.

En voorts:

'Ter nadere onderbouwing van het onrechtmatig handelen en/of wanpresteren en/of de onbehoorlijke taakvervulling en om de omvang van de inbreuk, de schade en de verklaring voor recht te kunnen vaststellen, wenst [eiser] inzage in de beslagen materialen/bescheiden/documenten etc.'


4.2.

De rechtbank zal de vorderingen afwijzen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.


4.3.

Artikel 843a Rv bepaalt - geparafraseerd en voor zover thans van belang - het volgende. Hij die daarbij rechtmatig belang heeft kan, op zijn kosten, inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarbij hij of zijn voorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Degene die over de bescheiden beschikt, is niet gehouden om aan de vordering te voldoen indien daartoe gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijze kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.


4.4.

Met artikel 843a Rv is niet beoogd aan geïnteresseerde derden een onbeperkt inzagerecht ten aanzien van willekeurig welke bescheiden in het leven te roepen. Van de eisende partij mag derhalve minimaal worden verlangd dat zij stelt en voldoende motiveert dat haar vordering tot inzage 'bepaalde bescheiden' betreft en dat zij een 'rechtmatig belang' bij inzage in die bescheiden heeft. Aan die stelplicht heeft [eiser] niet voldaan. De rechtmatigheid van haar belang is in het licht van de gemotiveerde betwisting door Carisbrooke Shipping c.s. onvoldoende onderbouwd. Ook de onderbouwing van de bepaaldheid van de bescheiden waarin inzage wordt gevorderd in relatie tot een gesteld rechtmatig belang schiet tekort.


4.5.

De bescheiden waarin [eiser] inzage wenst, heeft zij onder nummer 47 van de dagvaarding - waar zij in haar vordering naar verwijst - als volgt omschreven:

'Het gaat in dit geval om, kort gezegd, de - al dan niet - door het beslag getroffen bescheiden, hetgeen beperkt is tot (zie randnummer 29 in het verzoekschrift):


A) (e-mail)correspondentie tussen gedaagden sub 1-26 onderling in de periode vanaf 1 januari 2007 tot op heden, waaronder in ieder geval die (e-mail)correspondentie tussen de betrokken partijen die op enigerlei wijze gerelateerd is aan:


• de ingeschakelde bevrachter(s) van de schepen;

• de gesprekken met ING Bank NV en Commerzbank;

• de veiling van de schepen in [schepen];

• de rol van Carisbrooke Ltd en/of Carisbrooke Holland bij de exploitatie van de scheeps CV’s;

• de reisschema’s van de schepen in de scheeps CV’s;

• de managementtaken van Carisbrooke Ltd in de afzonderlijke scheeps CV’s;

• de rol van [gedaagde17] en/of [gedaagde19] en/of [gedaagde18] en/of Carisbrooke Ltd en/of Carisbrooke Holland bij de gesprekken met ING Bank NV en Commerzbank;

• het besluit om de exploitatie van [schepen] te staken en tot vereffening over te gaan;

• de poolmanager die belast is met het inzetten van de schepen;

• poolafrekeningen ter zake de Pool waarin de schepen van de scheeps CV’s participeerden;

• het verzoek aan de vennoten tot het doen van additionele stortingen in 2011 en 2012;

• het al dan niet opstellen van een herstructureringsplan/reddingsplan voor de schepen in de scheeps CV’s;

• accountcontrole en de rol van de interne controller.


B) (elektronische kopieën van) alle contracten tussen de scheeps CV’s en bevrachters onderling in de periode vanaf 1 januari 2007 tot op heden;


C) (elektronische kopieën van) alle contracten tussen de scheeps CV’s en Carisbrooke Ltd. en/of Carisbrooke Holland onderling in de periode vanaf 1 januari 2007 tot op heden;


D) (elektronische kopieën van) alle contracten tussen de Carisbrooke Ltd en de bevrachter(s) van de scheeps CV’s onderling in de periode vanaf 1 januari 2007 tot op heden;


E) (elektronische kopieën van) alle gespreksverslagen tussen met ING Bank NV en Commerzbank ter zake de exploitatie van de scheeps CV’s in de periode vanaf 1 januari 2007 tot op heden;


F) (elektronische kopieën van) alle gespreksverslagen tussen Carisbrooke Holland en/of Carisbrooke Ltd en de scheeps CV’s ter zake de exploitatie en het staken daarvan in de periode vanaf 1 januari 2007 tot op heden.


G) (elektronische kopieën van) alle (gespreks)verslagen tussen de beherend vennoten en de accountant ter zake de financiële stukken (jaarrekeningen, etc.) over de exploitatie van de schepen in de periode vanaf 1 januari 2009 tot op heden.'


4.6.

De inzage die [eiser] vordert betreft dus een veelheid aan onderwerpen. Ten aanzien van die diverse onderwerpen heeft [eiser] onvoldoende gemotiveerd dat er reële grond bestaat voor de 'bedenkingen' jegens de beherend vennoten die zij stelt te hebben. De rechtbank zal dat hierna nader motiveren.


4.7.

De voornaamste gestelde omstandigheid waarvan denkbaar is dat [eiser] er bedenkingen jegens de beherend vennoten op zou kunnen baseren, betreft de stelling van [eiser] dat de scheeps CV's slecht presteerden ten opzichte van vergelijkbare schepen. Die gestelde omstandigheid mist voldoende onderbouwing. Volgens [eiser] realiseerden vergelijkbare schepen per tonnage (TDW) gemiddeld in de eerste helft van 2012 een dagopbrengst van € 0,55, terwijl de schepen van de scheeps C.V.'s slechts een TDW opbrengst van € 0,35 per dag realiseerden. De tabel waarop [eiser] deze stellingen baseert, is opgenomen in een brief van 14 september 2012 van De Vereenigde Compagnie Scheepsinvesteringen bv aan commanditair vennoten (productie 11 bij dagvaarding). De vergelijking lijkt echter mank te gaan. De in de tabel genoemde schepen hebben een ijsklasse 1A of 1B. Diverse in de tabel genoemde schepen hebben voorts 40 tons of 60 tons kranen. De schepen van de scheeps C.V.'s hebben daarentegen geen ijsklasse en slechts twee 25 tons kranen. Voor het overige heeft [eiser] geen voldoende specifieke informatie verstrekt op grond waarvan kan worden gecontroleerd of en in hoeverre het vergelijkbare schepen betreft.


4.8.

Zowel voorafgaande aan als tijdens de comparitie hebben Carisbrooke Shipping c.s. gemotiveerd betwist dat de scheeps C.V.'s slecht presteerden ten opzichte van vergelijkbare schepen. Tevens hebben zij steeds gemotiveerd betwist dat de in de tabel in de brief van 14 september 2012 opgenomen schepen vergelijkbaar waren. Waar in de rede lag dat [eiser] haar stellingen vervolgens nader zou hebben onderbouwd, althans in ieder geval ter zitting alsnog nader zou onderbouwen, is iedere nadere onderbouwing achterwege gebleven. Nadere onderbouwing lag temeer in de rede nu Carisbrooke Shipping c.s. consequent een alternatieve plausibele oorzaak voor de tegenvallende opbrengsten van de schepen hebben gesteld. Dat betreft het feit van algemene bekendheid dat de mondiale crisis vanaf 2008 ook de scheepvaart heeft getroffen. Daardoor kelderden de vrachtprijzen en kwamen er minder charters beschikbaar. De stelling van Carisbrooke Shipping c.s. dat de crises de werkelijk oorzaak is geweest van de tegenvallende resultaten van de scheeps C.V.'s is door [eiser] niet voldoende betwist.


4.9.

De andere door [eiser] gestelde omstandigheden die in verband zouden kunnen worden gebracht met de door haar gestelde 'bedenkingen' jegens de beherend vennoten, hebben betrekking op het handelen van de beherend vennoten vanaf het moment dat de financiële nood bij de C.V.'s reeds (zeer) hoog was. Die stellingen betreffen de onderhandelingen met de banken, de staat van onderhoud van de schepen, het niet herpositioneren van de schepen, het gestelde in de wind slaan van adviezen van deskundigen uit de markt en het vragen om additionele stortingen aan de stille vennoten, hoewel een (duidelijk) herstructureringsplan van de beherend vennoten ontbrak. De rechtbank ziet op grond van hetgeen hierna wordt overwogen ook in die stellingen geen begin van een rechtvaardiging voor de gestelde 'bedenkingen' jegens de beherend vennoten.


4.10.

Vast staat dat de C.V.'s als gevolg van onvoldoende inkomsten langdurig niet in staat waren om volledig aan de rente- en aflossingsverplichtingen jegens de banken te voldoen. De beherend vennoten van de C.V.'s hadden als gevolg van dat vaststaande wanpresteren nauwelijks een onderhandelingspositie jegens de banken. De participanten waren immers niet bereid om extra geld te investeren en ook Carisbrooke Shipping (Holland) was vanaf enig moment niet meer bereid om nog extra geld te investeren. De banken waren als hypotheekhouders uiteraard gerechtigd - en zij verkeerden ook in de positie - om in de gegeven omstandigheden hun eigen financiële belangen zoveel mogelijk veilig te stellen. Niet valt in te zien welk verwijt de beherend vennoten in dat kader kan worden gemaakt. Niet valt in te zien op welke wijze herpositionering of herstructurering de C.V.'s nog had kunnen baten en/of welke zinvolle adviezen in de wind zijn geslagen. [eiser] heeft geen toelichting verstrekt op de inhoud en haarbaarheid van een eventuele herpositionering of herstructurering waarvan redelijkerwijs aanzienlijk betere financiële resultaten mochten worden verwacht. Weliswaar heeft [eiser] de mogelijkheid van het zoeken van een andere bevrachter genoemd, maar ook de stellingen daarover zijn niet geconcretiseerd. Voor zover in de stellingen van [eiser] verwijten jegens de beherend vennoten of daaraan gelieerde partijen kunnen worden gelezen, zijn die verwijten derhalve onvoldoende onderbouwd.


4.11.

In de kern komt het er in deze zaak op neer dat de participanten/commanditair vennoten de waarde van hun participaties hebben zien verdampen. Thans vragen zij inzage in een veelheid aan informatie in de hoop dat daaruit mogelijkerwijs enige aanwijzing kan worden geput dat de door hen geleden schade wellicht mede aan iets (lees: iemand) anders kan worden toegeschreven dan louter tegenvallende marktomstandigheden. Dit in de hoop dat zij enige verhaal biedende partij aansprakelijk kunnen stellen voor die schade teneinde op die wijze alsnog (een deel van) hun verloren investeringen te verhalen. Nu [eiser] in het geheel niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor de door hen gestelde 'bedenkingen' jegens de beherend vennoten enige reële grond bestaat, ontbreekt voor hen het vereiste redelijk belang bij inzage in de veelheid aan bescheiden ten aanzien waarvan zij die inzage hebben gevorderd. Anders uitgedrukt: de vorderingen van [eiser] zijn in dit geval als louter een 'fishing expedition' aan te merken. Daarvoor biedt artikel 843a Rv geen ruimte. Een dergelijk ruim inzagerecht kent het Nederlandse recht (nog) niet.


4.12.

Ook de subsidiair gestelde grondslag van artikel 3:15j BW rechtvaardigt geen toewijzing van de vorderingen. Ingevolge dat artikel kan door de commanditair vennoten openlegging worden gevorderd van tot de administratie behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, voor zover zij daarbij een rechtstreeks en voldoende belang hebben. [eiser] beoogt echter iets heel anders, met name veel meer, dan openlegging van de in voornoemd artikel bedoelde administratie ten behoeve van de commanditair vennoten. Dat blijkt reeds uit de hiervoor onder 4.5 weergegeven opsomming van bescheiden waarin [eiser] inzage wenst. Ook artikel 3:15j BW biedt daarvoor geen basis. In dit verband is mede van belang dat [eiser] niet heeft betwist de stelling van Carisbrooke Shipping c.s. dat aan de participanten steeds kwartaalrapportages en jaarstukken zijn verstrekt en dat de participanten ook op de hoogte zijn gehouden van de onderhandelingen met de banken. Dat de participanten geen inzage hebben gekregen in de informatie waarvan het in de rede lag dat die aan hen zou worden verstrekt, kan uit de stellingen van [eiser] niet worden afgeleid.


4.13.

Aan hetgeen hiervoor is overwogen, doet niet aan af dat - zoals ook ter comparitie is besproken - het in de rede had geleden dat Carisbrooke Shipping c.s. de participanten desgevraagd buiten rechte zoveel mogelijk aanvullende informatie zou hebben verstrekt. Immers, de participanten hebben - evenals als Carisbrooke Shipping (Holland) - aanzienlijke schade geleden door het verdampen van de waarde van de participaties ter zake van de door Carisbrooke Shipping (Holland) en Carisbrooke Shipping Ltd. in de markt gezette scheeps C.V.'s. Het is alleszins begrijpelijk dat zij over het hoe en waarom en de achtergronden daarvan zoveel mogelijk informatie en uitleg wensten te verkrijgen van Carisbrooke Shipping c.s. (ook al vormt dat nog geen voldoende rechtvaardiging voor een zeer ruime vordering ex artikel 843a Rv). Partijen zijn buiten rechte dan ook in overleg geweest over het door Carisbrooke Shipping c.s. verstrekken aan [eiser] van zoveel mogelijk aanvullende informatie, maar dat overleg is in de visie van Carisbrooke Shipping c.s. doorkruist door het door [eiser] gelegde bewijsbeslag. Het komt de rechtbank voor dat de verhoudingen tussen de beherend vennoten en de aan hen gelieerde partijen enerzijds en de door [eiser] 'vertegenwoordigde' participanten anderzijds nodeloos zijn geëscaleerd, maar aan wie dat heeft gelegen - partijen geven elkaar de schuld - is geen vraag die in deze procedure moet worden beantwoord. Dat Carisbrooke Shipping c.s. vanaf het moment van het gelegd zijn van het bewijsbeslag heeft geweigerd om buiten rechte nog informatie aan [eiser] te verstrekken, rechtvaardigt op zich niet de toewijzing van de ingestelde vorderingen.


4.14.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Carisbrooke Shipping c.s. worden begroot op:

Griffierecht € 608,00

Salaris advocaat 2 punten x tarief II € 904,00

Totaal € 1.512,00

5De beslissing

De rechtbank


5.1.

wijst de vorderingen af,


5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Carisbrooke Shipping c.s. tot op heden begroot op € 1.512,00,


5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.




Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2015.

[1729/1980]