Rechtbank Rotterdam, 17-02-2015 / 10/681236-14


ECLI:NL:RBROT:2015:2085

Inhoudsindicatie
De verdachte heeft in een periode van bijna een half jaar, met name tijdens de turntrainingen, maar ook tijdens een turnkamp en in zijn woning seksueel misbruik gemaakt van een jongen van toen 11 jaar oud. Dit seksuele misbruik bestond ook uit het seksueel binnendringen in het lichaam van deze jongen. Naast een gevangenisstraf is terbeschikkingstelling met voorwaarden noodzakelijk voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen, gezien de ernst en aard van het bewezen verklaarde feit en het gevaar voor herhaling.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-02-17
Publicatiedatum
2015-03-26
Zaaknummer
10/681236-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/681236-14

Datum uitspraak: 17 februari 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres en woonplaats],

preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie,

raadsvrouw mr. R. van den Hemel, advocaat te Dordrecht.



ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 februari 2015.



TENLASTELEGGING


Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.



EIS OFFICIER VAN JUSTITIE


De officier van justitie mr. M. Blom heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van voorarrest, alsmede terbeschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden zoals deze zijn gesteld in het maatregelenrapport van de reclassering van 30 januari 2015;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.




BEWEZENVERKLARING


Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:


hij, werkzaam als turnleraar, in of omstreeks de periode van 01 februari 2014 tot en met 27 juli 2014 te Ridderkerk en/of Barendrecht en/of Rotterdam en/of Dordrecht en/of Heeze,

gemeente Heeze-Leende, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren en/of die zich als turnleerling aan zijn hulp en/of zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid had toevertrouwd, te weten met [benadeelde partij] (geboren [geboortedatum benadeelde partij] 2002), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen) (telkens):

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de anus en/of de bilspleet van die [benadeelde partij] en/of

- pijpen van die [benadeelde partij] en/of likken aan de penis van die [benadeelde partij] en/of

- aftrekken van die [benadeelde partij] en/of

- strelen / betasten van de penis en/of de billen en/of de buik van die [benadeelde partij] en/of

- geven van zoenen op de mond van die [benadeelde partij];


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.



BEWIJSMOTIVERING


De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen en de voor de bewezenverklaring redengevende inhoud daarvan zijn weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage II. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.



NADERE BEWIJSOVERWEGING


De raadsvrouw heeft betoogd dat onvoldoende bewijs voorhanden is dat verdachte zijn vinger in de anus van het slachtoffer heeft gebracht en/of gehouden. Verdachte ontkent dit en bewijs – zoals een medisch rapport – dat de verklaring van het slachtoffer ondersteunt, ontbreekt.


De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zijn vinger in de anus van het slachtoffer heeft gebracht en gehouden. De rechtbank overweegt daartoe allereerst dat het slachtoffer in het studioverhoor omtrent die specifieke handeling een zeer gedetailleerde verklaring heeft afgelegd. De rechtbank heeft geen reden om aan die verklaring te twijfelen. Dit temeer omdat het - door het slachtoffer verklaarde en door de verdachte erkende - natmaken van de vinger, beter bij de verklaring van het slachtoffer past dan bij de verklaring die verdachte daarover ter terechtzitting heeft afgelegd. Ten slotte wordt de verklaring van het slachtoffer ondersteund door de verklaring van zijn moeder dat hij klaagde over pijn in zijn billen.


Door het brengen en houden van zijn vinger in de anus van het slachtoffer is sprake van het seksueel binnendringen van het lichaam. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.



STRAFBAARHEID FEIT


Het bewezen feit levert op:


primair:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een aan zijn opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.


Het feit is dus strafbaar.



STRAFBAARHEID VERDACHTE


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.


De verdachte is dus strafbaar.



STRAFMOTIVERING / MOTIVERING MAATREGEL


De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.


De verdachte heeft in een periode van bijna een half jaar, met name tijdens de turntrainingen, maar ook tijdens een turnkamp en in zijn woning seksueel misbruik gemaakt van een jongen van toen 11 jaar oud. Dit seksuele misbruik bestond ook uit het seksueel binnendringen in het lichaam van deze jongen.


De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij eraan heeft gedacht om hulp te zoeken, maar dat niet heeft gedaan omdat hij bang was voor de gevolgen voor zichzelf en omdat hij toe wilde geven aan zijn verliefdheid. Hij is daarbij totaal voorbijgegaan aan de gevolgen voor het slachtoffer. Door zijn handelen heeft verdachte niet alleen misbruik gemaakt van het in hem, als vriend van het slachtoffer en diens familie, gestelde vertrouwen en het overwicht dat hij als turnleraar en volwassene op het slachtoffer had, maar heeft hij tevens een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit het onderzoek ter terechtzitting en met name uit de schriftelijke slachtofferverklaring is naar voren gekomen dat het slachtoffer, maar ook het gezin van het slachtoffer, nog dagelijks te kampen heeft met de gevolgen van het handelen van verdachte. De ervaring leert dat slachtoffers van seksueel misbruik daarvan ook op langere termijn nog ernstige problemen kunnen ondervinden.

De rechtbank rekent dit de verdachte aan.


Op een dergelijk feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.


Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 12 januari 2015 reeds eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.


Drs. F. Verstraeten, psychiater, drs. T. 't Hoen, GZ-psycholoog en H. Jager, forensisch milieuonderzoeker hebben een rapport over de verdachte opgemaakt d.d. 31 december 2014. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Er is bij betrokkene sprake van pedofilie van het niet-exclusieve type, seksueel aangetrokken tot jongens, en van persoonlijkheidsproblematiek met borderline en narcistische kenmerken die zich met name uit in beperkingen in het aangaan van intieme relaties en in beperktere mate in het aangaan van nieuwe sociale contacten, waarbij betrokkene bang is afgewezen te worden door de ander maar ook de bevestiging van de ander zoekt. Volgens de criteria van de DSM-IV kan er geen duidelijke persoonlijkheidsstoornis vastgesteld worden.

Tijdens zijn werk als turnleraar (…) kwam hij in contact met het slachtoffer met wie hij gedurende vier jaar tijd een vertrouwensband ontwikkelde. Vanuit zijn pedofilie voelt betrokkene zich aangetrokken tot jonge jongens en hij werd verliefd op het slachtoffer. (…). Hij wist dat wat hij deed verkeerd was. Hij heeft dit voor zichzelf weggehouden door het slachtoffer om goedkeuring te vragen voor het seksuele contact en vanuit cognitieve vertekeningen als dat hun relatie (haast) gelijkwaardig was, het slachtoffer ook genoot van het contact en het dus niet zo erg was. (…). Het voor zichzelf goedpraten lijkt hij deels te hebben gedaan vanuit de pedofilie en deels weloverwogen omdat hij het seksuele contact niet wilde stoppen. Betrokkene had andere keuzemogelijkheden dan het overgaan tot het tenlastegelegde, echter zijn deze keuzemogelijkheden bij betrokkene beperkter dan bij de gemiddelde persoon vanwege de pedofilie en zijn persoonlijkheidsproblematiek. Er wordt dan ook geadviseerd om betrokkene voor het tenlastegelegde, (…) verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.


(…) Ondanks de lage score op de SVR zijn onderzoekers op basis van de klinische inschatting van mening dat er sprake is van een substantieel risico op herhaling van vergelijkbaar delictgedrag indien er geen passende hulpverlening wordt gestart. (…) Ook het feit dat hij de `alarmsignalen' wel heeft opgemerkt, maar hier vervolgens geen vervolg aan heeft gegeven door hulp te zoeken, zijn wat onderzoekers betreft zorgelijk te noemen. Bovendien betreft het een diepgewortelde pathologie, waarbij de parafilie wordt versterkt door zijn persoonlijkheidspathologie en eerdere behandeling heeft herhaling van vergelijkbaar delictgedrag niet kunnen voorkomen.


T.a.v. pedofilie is de zorgprognose ongunstig. Het is bekend dat pedofilie niet goed behandelbaar is. Wel kan betrokkene, die bereid is tot het aangaan van een behandeling en probleembesef heeft, wat gunstig is, meer keuzemogelijkheden aanleren om te voorkomen dat hij zijn behoeften omzet in handelen, beter leren te signaleren wanneer er een situatie kan ontstaan die een recidivegevaar kan opleveren en wat hij dan kan doen. Dit kan hij aanleren tijdens een groepsbehandeling voor mensen met pedofilie zoals bij forensische polikliniek het Dok geboden wordt. Daarnaast is het van belang dat hij een individuele behandeling krijgt vanwege zijn persoonlijkheidsproblematiek. Hij kan zich in een behandeling hiervoor meer bewust worden van zijn angsten in het contact met anderen, hier meer inzicht in krijgen en daardoor zijn gedrag in het sociale contact aan gaan passen. (…)

Een behandeling zoals hierboven voorgesteld kan bij betrokkene, die behandelbereid is, opgelegd worden bij een TBS met voorwaarden of als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel. (…) Vanuit een TBS met voorwaarden is er een strakker toezicht en beter zicht op hem en onderzoekers willen dan ook adviseren om dit te prefereren boven een behandeling als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel, (…). Verder wordt geadviseerd als voorwaarde te stellen dat betrokkene zich niet beroepsmatig of vrijwillig in de buurt van kinderen/jongeren mag begeven.


Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit derhalve een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.


Voorts onderschrijft de rechtbank de conclusie dat oplegging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden noodzakelijk is. De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen eisen de terbeschikkingstelling met voorwaarden van de verdachte. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van het bewezen verklaarde feit en het gevaar voor herhaling.


Vastgesteld wordt dat het bewezen verklaarde feit, ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd, een misdrijf betreft als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1°, Sr.


Op de voet van het bepaalde in artikel 359, zevende lid Sv, wordt vastgesteld dat het strafbare feit ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

Daartoe zijn de aard en de kwalificatie van het bewezen verklaarde feit redengevend.

Indien de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden omgezet naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan de totale duur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege daarom een periode van 4 jaar te boven gaan.


Reclassering Nederland heeft op 30 januari 2015 over de verdachte een Reclasseringsadvies ‘Voorbereiding TBS met voorwaarden’ uitgebracht.

Mede gezien de adviezen van de psychiater, psycholoog en de reclassering, zal de rechtbank aan de verdachte, naast een gevangenisstraf, de maatregel van terbeschikkingstelling opleggen. Ter bescherming en veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen zullen aan de maatregel voorwaarden verbonden worden. Deze voorwaarden sluiten aan bij de voorwaarden zoals deze staan weergegeven in het daartoe uitgebrachte rapport van de reclassering van 30 januari 2015. De verdachte heeft zich tijdens de terechtzitting bereid verklaard tot naleving van deze voorwaarden.


Alles afwegend worden de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL


Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], ter zake van het strafbare feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van

€ 133,84 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 3.500,- ter zake van immateriële schade.


Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks schade is toegebracht en de verdachte de vordering van de benadeelde partij niet heeft betwist, zal deze worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met veroordeling van verdachte in de kosten.


Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.



TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


Gelet is op de artikelen 24c, 36f, 37a, 38, 38a, 57, 244 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.



BESLISSING


De rechtbank:


verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;


verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;


stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;




stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

- de ter beschikking gestelde onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten;

- de ter beschikking gestelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

  • - de ter beschikking gestelde houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door Reclassering Nederland;
  • - de ter beschikking gestelde houdt zich aan de meldplicht;
  • - de ter beschikking gestelde volgt een behandeling bij een poli- en dagkliniek;
  • - de ter beschikking gestelde stelt zich naar behandelaars en begeleiders coöperatief en begeleidbaar op en geeft openheid van zaken ten aanzien van alle leefgebieden, ook indien dit betekent het inzichtelijk maken van zijn relaties;
  • - de ter beschikking gestelde zet zich in voor een adequate dagbesteding;
  • - de ter beschikking gestelde zoekt geen contact met het slachtoffer en diens familie;
  • - de ter beschikking gestelde verricht geen werkzaamheden, betaald dan wel onbetaald, waarbij hij in contact komt met minderjarigen;
  • - de ter beschikking gestelde geeft toestemming relevante referenten te raadplegen;
  • - de ter beschikking gestelde zal niet van adres wijzigen dan wel verhuizen zonder overleg met en toestemming van de reclassering.

geeft aan Reclassering Nederland opdracht de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;


wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij], wonende te [woonplaats] toe tot een bedrag van € 3.633,84, bestaande uit € 133,84 ter zake van materiële schade en € 3.500,- ter zake van immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;


bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;


veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;


legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.633,84 (drieduizend zeshonderd drieëndertig euro en vierentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 3.633,84 (drieduizend zeshonderd drieëndertig euro en vierentachtig eurocent) vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 46 (zesenveertig) dagen;


toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.





Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Verweij, voorzitter,

en mr. P. Joele en mr. J. Leyenaar-Holleman, rechters,

in tegenwoordigheid van L. Koppenaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2015.



Bijlage I bij het vonnis van 17 februari 2015

in de strafzaak tegen de verdachte [verdachte]



TEKST TENLASTELEGGING.


Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat


1.

Primair

hij, werkzaam als turnleraar, in of omstreeks de periode van [geboortedatum benadeelde partij] 2013 tot en met 27 juli 2014 te Ridderkerk en/of Barendrecht en/of Rotterdam en/of Dordrecht en/of Heeze,

gemeente Heeze-Leende, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren en/of die zich als turnleerling aan zijn hulp en/of zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid had toevertrouwd, te weten met [benadeelde partij] (geboren [geboortedatum benadeelde partij] 2002), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen) (telkens):

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de anus en/of de

bilspleet van die [benadeelde partij] en/of

- pijpen van die [benadeelde partij] en/of likken aan de penis van die [benadeelde partij] en/of

- aftrekken van die [benadeelde partij] en/of

- strelen / betasten van de penis en/of de billen en/of de buik van die [benadeelde partij] en/of

- geven van zoenen op de mond van die [benadeelde partij];

[art 244 / 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht]


Subsidiair

hij, werkzaam als turnleraar, in of omstreeks de periode van [geboortedatum benadeelde partij] 2013 tot en met 27 juli 2014 te Ridderkerk en/of Barendrecht en/of Rotterdam en/of Dordrecht en/of Heeze,

gemeente Heeze-Leende, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren en/of die zich als turnleerling aan zijn hulp en/of zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid had toevertrouwd, te weten met [benadeelde partij] (geboren [geboortedatum benadeelde partij] 2002), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het (meermalen) (telkens):

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) tegen de anus en/of in

de bilspleet van die [benadeelde partij] en/of

- pijpen van die [benadeelde partij] en/of likken aan de penis van die [benadeelde partij] en/of

- aftrekken van die [benadeelde partij] en/of

- strelen / betasten van de penis en/of de billen en/of de buik van die [benadeelde partij] en/of

- geven van zoenen op de mond van die [benadeelde partij];

[art 247 / 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht]