Rechtbank Rotterdam, 01-04-2015 / C/10/450882 / HA ZA 14-510


ECLI:NL:RBROT:2015:2405

Inhoudsindicatie
In escrow gestorte bedragen. Faillissement van partij die bedrag in escrow heeft gestort. Is failliet bevoegd tot instructie aan de escrow-agent tot vrijgave van het saldo? Zijn curatoren gehouden tot instructie aan de escrow-agent?
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-04-01
Publicatiedatum
2015-04-07
Zaaknummer
C/10/450882 / HA ZA 14-510
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Civiel recht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • RI 2015/73
  • JOR 2016/13 met annotatie van mr. R.J. Abendroth
  • INS-Updates.nl 2015-0169
  • INS-Updates.nl 2015-0118
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel


zaaknummer / rolnummer: C/10/450882 / HA ZA 14-510


Vonnis van 1 april 2015


in de zaak van


de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DEN HAAG,

zetelend te Den Haag,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.H. van der Weide,


tegen


1. de naamloze vennootschap

WORLD FORUM CONVENTION CENTER N.V.,

gevestigd te Oegstgeest,

gedaagde in conventie,

niet verschenen,

2.[curator1][curator1], in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van World Forum Convention Center N.V.,

kantoorhoudende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.H.J. van Houts,

3. [curator2], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van World Forum Convention Center N.V.,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. R.H.J. van Houts.



Partijen zullen hierna de Gemeente, WFCC en Curatoren genoemd worden.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het incidentele vonnis van 26 november 2014 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • - het tussenvonnis van 14 januari 2015, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
  • - de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende wijziging van eis;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 17 februari 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

Tussen partijen staan onder meer de volgende feiten vast.


2.1.

The Hague World Forum B.V. (hierna: THWF) hield 100% van de aandelen in N.V. Nederlands Congres Centrum (NCC). NCC was rechthebbende op een recht van erfpacht op de gronden van en rondom (voorheen: het Nederlands Congres Centrum, thans:) het World Forum Convention Center. De naam van NCC is op enig moment gewijzigd in WFCC.


2.2.

Tussen de Gemeente, de Staat der Nederlanden, Rijksgebouwendienst (hierna: de Staat) en THWF is op 20 januari 2004 een samenwerkingsovereenkomst gesloten (hierna: de SOK) met betrekking tot (onder meer) de herontwikkeling van de openbare ruimte rond het World Forum Convention Center.

In de SOK is onder meer het volgende bepaald:

IN AANMERKING NEMENDE :

a. [NCC] heeft de erfpacht op de gronden van het Nederlands Congres Centrum. In 2002 heeft de Gemeente de aandelen in het kapitaal van deze naamloze vennootschap in eigendom overgedragen aan TCN Property Projects B.V. en dienovereenkomstig heeft laatstgenoemde door verwerving van de aandelen middellijk de gronden waarop het NCC is gelegen in eeuwigdurende erfpacht verkregen. In december 2002 zijn deze aandelen aan THWF overgedragen. (…)

b. De Staat beoogt ten behoeve van de internationale organisatie Europol een nieuwe huisvesting te realiseren.

c. De Gemeente en THWF beogen het gebied rond het NCC te herontwikkelen en hebben daartoe in maart 2003 een stedenbouwkundige visie door KCAP (bijlage 6) doen ontwikkelen, in welke visie door middel van een stedenbouwkundig programma van eisen rekening is gehouden met een eventuele huisvesting van Europol in dit gebied.

d. De Staat acht de Locatie van de huidige Statenhal (zijnde een onderdeel van het NCC) geschikt voor de nieuwe huisvesting van Europol en dienovereenkomstig wenst de Staat door de Rijksgebouwendienst aldaar die huisvesting te doen realiseren. De Gemeente en THWF wensen daaraan medewerking te verlenen.

e. Partijen beogen het gebied rond het NCC en de nieuwe huisvesting van Europol hoogwaardig te ontwikkelen, onder andere door aanpassing en vergroting van de Parkeervoorzieningen, aanpassing van het NCC en herinrichting van de Openbare Ruimte.

f. De Staat en THWF hebben onderling afspraken gemaakt omtrent de gezamenlijke aanpassing en vergroting van de Parkeervoorzieningen.

g. Partijen hebben overeenstemming bereikt omtrent de wijze van samenwerking ter realisering van voornoemde plannen. Partijen hebben de afspraken nader uitgewerkt en leggen die vast in deze overeenkomst (hierna: Samenwerkingsovereenkomst).


VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:


Artikel 1 - Doel en strekking van deze Samenwerkingsovereenkomst


Deze Samenwerkingsovereenkomst bevat de verplichtingen die Partijen over en weer zijn aangegaan met betrekking tot de verwerving van gronden ten behoeve van de Nieuwbouw Europol, alsmede de afspraken omtrent de hoogwaardige herontwikkeling van de Openbare Ruimte met inbegrip van de ten behoeve van Europol noodzakelijke beveiligingsmaatregelen, de Parkeervoorzieningen en de Expeditievoorziening. Deze drie onderwerpen zullen voor zover nodig door Partijen (voor wat betreft de Openbare Ruimte), respectievelijk door de Staat en THWF (voor wat betreft de Parkeervoorzieningen en de Expeditievoorziening) in een later stadium nader worden uitgewerkt in uitwerkingsovereenkomsten. Voorts zal de overdracht van de erfpachtrechten respectievelijk de eigendomsrechten tussen THWF en de Gemeente respectievelijk de Gemeente en de Staat bij afzonderlijke leveringsaktes geschieden. (…)


Artikel 9 - Herontwikkeling Openbare Ruimte (…)

9.2

Partijen zullen gezamenlijk de herontwikkeling van de Openbare Ruimte verzorgen,

waaronder ook wordt verstaan alle daarvoor noodzakelijke maatregelen zoals het verleggen van kabels en leidingen. (…)

9.3

THWF en de Gemeente stellen ten behoeve van de herontwikkeling als bedoeld in

artikel 9.2 een eenmalig, taakstellend budget ter grootte van EUR 6.000.000,- exclusief

BTW (peildatum per 1 januari 2003) ter beschikking. Dat budget wordt door Partijen voldoende geacht om het Kwaliteitsniveau te realiseren. Zonodig zullen Partijen bezuinigingen in het Kwaliteitsniveau doorvoeren.

9.4

Ten behoeve van de herontwikkeling zal door Partijen een Fonds Kwaliteitsimpuls

Openbare Ruimte worden ingesteld. (…)

9.5

Het Bestuurlijk Overleg beslist op basis van consensus omtrent bestedingen ten laste

van het Fonds. Het feitelijk beheer van het Fonds zal berusten bij de Gemeente. De Gemeente draagt ervoor zorg dat de gelden in het Fonds rentedragend zullen zijn.

9.6

De Gemeente en THWF zullen EUR 2.000.000,- exclusief BTW respectievelijk EUR

4.000.000,- exclusief BTW (peildatum 1 januari 2003) storten in het Fonds. (…)”


2.3.

In afwijking van het bepaalde in (artikel 9.4 en verder van) de SOK hebben partijen het genoemde budget van € 6 miljoen niet in het genoemde Fonds gestort, maar op een escrow-rekening. In dat verband hebben de Gemeente, de Staat en WFCC aan de ene kant (in de escrow overeenkomst aangeduid als Partijen) en Fortis Escrow aan de andere kant (in de escrow overeenkomst aangeduid als Escrow Agent) eind oktober 2006 een escrow overeenkomst gesloten. Hierin staat onder meer:

In aanmerking nemende dat

De partijen, in het kader van het project met betrekking tot de gebiedsverbetering rondom het World Forum Convention Center, zijn overeengekomen een bedrag op de Escrow Rekening te plaatsen, van waaruit gelden vrijgegeven dienen te worden na gezamenlijke instructie van de Participanten. De partijen zijn voorts overeengekomen dat een dergelijke goedkeuring in de vorm van een gezamenlijke instructie niet op onredelijke gronden kan worden onthouden. Zulks in overeenstemming met de onderliggende overeenkomst tussen de Participanten. (…)


De Partijen zijn overeengekomen dat de Participanten een bedrag met een totaal van circa € 4.200.000,- ( vier miljoen tweehonderdduizend EUR) overmaken naar de Escrow Rekening van de Escrow Agent, onmiddellijk na de datum van ondertekening van deze Escrow Overeenkomst door de Partijen en de Escrow Agent. (…)


Voorwaarde(n) voor de Vrijgave uit Escrow

De voorwaarde welke zich het eerst voordoet:

1. Nadat de Escrow Agent een schriftelijke kennisgeving (Kennisgeving voor vrijgave uit Escrow) heeft ontvangen die door de Participanten gezamenlijk opgemaakt en rechtsgeldig ondertekend is en waarin de Escrow Agent wordt verzocht (een deel van) de Gelden in Escrow en/of de Documenten in Escrow aan de Verkoper en/of de Koper en/of een derde vrij te geven; of,

2. Nadat de Escrow Agent een schriftelijke mededeling van een advocaat heeft ontvangen die voor de Escrow Agent redelijkerwijs aanvaardbaar is en die is toegelaten tot de balie van het land waarvan het recht toepasselijk is en waar de bevoegde rechter gevestigd is, dat een in kracht van gewijsde gegane uitspraak is gedaan krachtens welke een claim tussen Partijen is toegewezen aan een van de Partijen.”


Op de escrow overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.


2.4.

In een allonge op de SOK, in april/mei 2008 ondertekend door de Gemeente, de Staat, THWF en WFCC (hierna: de Allonge), zijn genoemde partijen (onder meer) overeengekomen dat het in de SOK genoemde Bestuurlijk Overleg wordt gewijzigd in Stuurgroep THWF/Europol (hierna: de Stuurgroep). Voorts is in deze allonge WFCC toegevoegd als partij:

“THWF is de enig aandeelouder van WFCC. Aangezien de betrokken registergoederen (te weten erfpacht) niet aan THWF maar aan WFCC toebehoren, wordt daar in de SOK waar verwezen wordt naar THWF in de zin van gerechtigde tot de grond als erfpachter en de opstallen als opstalgerechtigde of verkoper van de grondpositie en de opstallen, bedoeld WFCC.”


In deze allonge is daarnaast (nader) overeengekomen dat, in afwijking van het bepaalde in de SOK en zoals reeds in de praktijk was uitgevoerd, de gelden voor de ontwikkeling van de openbare ruimte niet in een fonds zullen worden gestort maar op een escrow rekening. In dat verband staat in de allonge onder meer:

“4.2 WFCC heeft haar aandeel in het Budget ad € 6.000.000,00, zijnde € 4.000.000,00 exclusief BTW (prijspeil 01-01-2003) en de verschuldigde indexatie, geplaatst op de Escrow Rekening, waaruit gelden vrijgegeven dienen te worden na gezamenlijke instructie van Partijen.

4.3

De Gemeente heeft haar aandeel in het Budget ad € 6.000.000,00, zijnde € 2.000.000,00 exclusief BTW (prijspeil 01-01-2003) gereserveerd en zal er voor zorgdragen dat dit budget gedurende de gehele duur van de SOK beschikbaar is en blijft.

4.4

In de SOK is geen regeling getroffen voor de situatie waarin er sprake is van overschrijding van het Budget ad € 6.000.000,00, zoals genoemd in artikel 9 lid 6 van de SOK. Partijen besluiten hierop dat de Stuurgroep THWF/Europol slechts unaniem kan besluiten het Budget te verhogen. Dit additionele budget zal ten laste komen van de Partijen in principe in de verhouding 1/3 WFCC (THWF), 1/3 Staat en 1/3 Gemeente, tenzij Partijen gezamenlijk anders overeenkomen.”


2.5.

In 2010 is feitelijk gestart met de herontwikkeling van de openbare ruimte. Partijen hebben afgesproken dat de herontwikkeling in drie fasen zal plaatsvinden. De Gemeente heeft derde partijen opdrachten verstrekt tot het verrichten van werkzaamheden in verband met de herontwikkeling. De Gemeente heeft de door deze derden gestuurde facturen (uit haar eigen vermogen) betaald. Onder meer tijdens een overleg van de stuurgroep met de projectleiding van 19 oktober 2012 is gesproken over de stand van zaken met betrekking tot de fasen 1 en 2 van het project. In een brief van 16 november 2012 heeft de Gemeente aan WFCC geschreven (onder meer):

“Onder verwijzing naar de Samenwerkingsovereenkomst van 20 januari 2004 en de allonge van april/mei 2008 wend ik mij tot u met de volgende verzoeken aangaande de escrow-rekening bij (inmiddels) ABN Amro Escrow & Settlement. (…)


Tussen partijen is overeengekomen dat de gemeente de penvoerder is en alle opdrachten aan derden verstrekt. De gemeente ontvangt derhalve alle facturen en schiet deze voor. Jaarlijks belast de gemeente, conform de gemaakte afspraken, 2/3e van de ontvangen en voorgeschoten facturen door aan WFCC. Van deze doorbelaste kosten wordt het gedeelte exclusief BTW vanuit de escrow-rekening aan de gemeente terugbetaald. (…)


Betaling 2/3e deel van door gemeente voorgeschoten bedragen van escrow-rekening


De Gemeente heeft in de periode van najaar 2011 tot en met najaar 2012 diverse facturen betaald. Ingevolge de gemaakte afspraken dient 2/3e van deze voorgeschoten facturen (exclusief BTW) aan de gemeente voldaan te worden van de escrow-rekening. Het gaat om een bedrag van € 1.627.925,03 exclusief BTW in totaal (bijlage Ic). Ik verzoek WFCC haar medewerking te verlenen door bijgaande Kennisgeving voor Vrijgave uit de Escrow te ondertekenen (bijlage IIa). (…).


Vrijgave restant van de escrow-rekening


In het Stuurgroep THWF overleg van 19 oktober 2012 is afgesproken dat de herinrichting van de openbare ruimte verder een gemeentelijk project zou worden en dat het restantsaldo van de escrow-rekening aan de gemeente zou worden overgemaakt. Ik verzoek WFCC haar medewerking te verlenen. Vrijdag 23 november a.s. wordt dit in de Stuurgroep besproken. Ik verzoek u vriendelijk bevoegdelijk aan de vergadering deel te nemen zodat een en ander terstond geregeld kan worden. (…)”


Ten tijde van het schrijven van deze brief was fase 1 afgerond en werd fase 2 uitgevoerd.


2.6.

In het verslag van de Stuurgroep van 23 november 2012 staat onder andere:

“[WFCC] geeft aan dat het reeds ter beschikking gestelde budget op de ESCROW geen probleem is; dit geld staat vast en kan alleen worden vrijgegeven ten gunste van dit project. (…)

Gemeente spreekt zorg uit en geeft aan te handelen conform de SOK maar [dat] in het kader van het aankomende faillissement van [WFCC] de gevolgen voor het project THWF zeer groot zijn en wil formeel uit zoeken de SOK Juridisch te ontbinden Actie Gemeente (…)

Het formulier voor de vrijgave voor ESCROW voor kosten 2012 met de stukken is van te voren verzonden en kan nu ondertekend worden. Hierbij geeft [WFCC] aan hiervoor geen mandaat te hebben en zal dit voorleggen/mandaat halen bij de bewindslieden.

[Staat] spreekt verontrusting uit want aan het begin van vergadering gaf [betrokkene1] aan mandaat te hebben om zaken te doen. Nu blijkt dat er alleen zaken kunnen worden gedaan met de bewindvoerder en dat over ontbinden SOK met deze bewindvoerder zal moeten worden gesproken. (…)

Gemeente en RGD en willen meewerken / samenwerken aan het ontbinden van de SOK maar hierover moeten afspraken worden gemaakt.”


2.7.

WFCC is op 30 november 2012 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van Curatoren tot curatoren.






3Het geschil

in conventie 3.1.

De Gemeente vordert, na wijziging van eis:

Primair:

I. te verklaren voor recht dat het bestuur van [WFCC] exclusief bevoegd is, ook na het faillissement, om [WFCC] te vertegenwoordigen bij het geven van een instructie aan ABN Amro Bank N.V. als escrow-agent tot betaling uit het saldo op de escrow-rekening.

II. [WFCC] te veroordelen tot instructie aan de escrow-agent tot uitbetaling van het gehele saldo op de escrow-rekening aan de Gemeente op een door de Gemeente aan te geven rekeningnummer en het vonnis in deze procedure in de plaats te laten treden van die vereiste medewerking opdat ABN Amro Bank N.V. als escrow-agent ook zonder die medewerking het gehele saldo aan de Gemeente kan uitkeren.

III. [de Curatoren] te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat het gehele saldo, al dan niet op instructie van (het bestuur van) [WFCC] aan de Gemeente wordt uitbetaald.

Subsidiair, voor zover de Curatoren bevoegd zijn tot het geven van een instructie:

IV. [de Curatoren] te veroordelen tot instructie aan de escrow-agent tot uitbetaling van het gehele saldo op de escrow-rekening aan de Gemeente op een door de Gemeente aan te geven rekeningnummer en het vonnis in deze procedure in de plaats te laten treden van die vereiste medewerking opdat ABN Amro Bank N.V. als escrow-agent ook zonder die medewerking het gehele saldo aan de Gemeente kan uitkeren.

Meer subsidiair, voor zover het gevorderde sub IV wordt afgewezen:

IVb. te verklaren voor recht dat de Gemeente gerechtigd is tot het gehele saldo op de escrow-rekening.

Alsmede:

V. [de Curatoren] te veroordelen tot betaling aan de Gemeente van de wettelijke rente over het saldo op de escrow van € 3.784.691,25 per faillissementsdatum vanaf 1 januari 2013 tot aan de dag van uitvoering;

VI. [de Curatoren] te veroordelen in de kosten van deze procedure, zulks met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van de vijftiende dag na de datum van het te dezen te wijzen vonnis en in de nakosten, conform het liquidatietarief begroot op € 131 dan wel, in het geval van betekening, € 199;


met verklaring dat het vonnis met de proceskostenveroordelingen daaronder begrepen uitvoerbaar bij voorraad zal zijn.”


3.2.

Curatoren voeren verweer, dat strekt tot afwijzing van de vordering, ook ten aanzien van WFCC, met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


in reconventie

3.4.

Curatoren vorderen:

Primair:

I te verklaren voor recht dat WFCC, in haar onderlinge verhouding tot de Gemeente (en de Staat) geen verplichting heeft tot bijdrage in de kosten voor de herontwikkeling van de openbare ruimte en dat zij volledig gerechtigd is tot de gelden op de escrow-rekening.

II de Gemeente te veroordelen tot instructie aan de Escrow-Agent tot uitbetaling van het gehele saldo op de escrow-rekening aan de boedel van WFCC op een door de Curatoren aan te geven (boedel) rekening en het vonnis in deze procedure in de plaats te laten treden van die vereiste medewerking opdat de Escrow-Agent ook zonder die medewerking het gehele saldo aan de (boedel van) WFCC kan uitkeren.

Subsidiair:

I te verklaren voor recht dat WFCC, in haar verhouding tot de Gemeente (en de Staat), slechts gehouden is om tot een bedrag van 2/3 van € 1.627.925,03 bij te dragen in de kosten van de herontwikkeling van de openbare ruimte en dat zij gerechtigd is tot het meerdere overige dat na uitkering van bedoeld bedrag resteert op de escrow-rekening;

II de Gemeente te veroordelen tot instructie aan de Escrow-Agent tot uitbetaling aan de boedel van WFCC op een door de Curatoren aan te geven (boedel) rekening, van het gedeelte van het saldo op de escrow-rekening dat resteert na de uitbetaling van 2/3 van € 1.627.925,03 aan de Gemeente, en het vonnis in deze procedure in de plaats te laten treden van die vereiste medewerking opdat de Escrow-Agent ook zonder die medewerking het gehele saldo aan de (boedel van) WFCC kan uitkeren.


de Gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief kosten van eventuele executie.”


3.5.

De Gemeente voert verweer.


3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

in conventie en in reconventie 4.1.

Gezien de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden beoordeeld.


4.2.

De Gemeente heeft haar eis (ten aanzien van Curatoren) vermeerderd. Curatoren hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze wijziging van eis. Nu de rechtbank ook ambtshalve niet van oordeel is dat de eiswijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde, zal recht worden gedaan op de gewijzigde – hiervoor weergegeven – eis.


4.3.

Tegen WFCC is verstek verleend. Dat betekent dat de vordering tegen WFCC in beginsel wordt toegewezen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). In een geval, zoals hier, waarin meerdere partijen zijn gedagvaard van wie er een niet en andere wel is respectievelijk zijn verschenen, werken door de wel verschenen gedaagden aangevoerde verweren niet in het voordeel van de niet verschenen gedaagde, tenzij sprake is van een rechtsbetrekking tussen partijen die verplicht tot een voor alle partijen gelijke beslissing. Zoals hierna aan de orde zal komen, is van dat laatste hier sprake. Om die reden zal ook de vordering tegen WFCC inhoudelijk beoordeeld worden.


4.4.

In deze zaak is aan de orde in hoeverre de Gemeente aanspraak kan maken op uitkering van (een deel van) een op de escrow-rekening geplaatst bedrag. Vaststaat dat het saldo van de escrow-rekening (op de datum van het faillissement van WFCC een bedrag van € 3.784.691,25) op die rekening is gestort door WFCC. Aan de orde is:

  • - of WFCC een verplichting had een bedrag te storten op de escrow-rekening;
  • - of de Gemeente aanspraak kan maken op uitkering van (een deel van) het saldo op de escrow-rekening en, in het verlengde daarvan, of WFCC of Curatoren gehouden zijn instructie te geven aan de escrow agent tot vrijgave van (dit deel van) het saldo;
  • - in hoeverre het faillissement van WFCC ertoe leidt dat de Gemeente alleen door aanmelding van haar vordering ter verificatie aanspraak kan maken op uitkering van voornoemd saldo.

Verplichting WFCC tot bijdrage 4.5. Wat het eerste punt betreft geldt het volgende. Curatoren stellen dat WFCC rechtens niet verplicht was geld te storten op de escrow-rekening. Zij wijzen erop dat de verplichting tot bijdrage in de kosten van herontwikkeling van de openbare ruimte krachtens (artikel 9.6 van) de SOK op THWF rustte, terwijl WFCC weliswaar via de Allonge is toegetreden tot de SOK, maar alleen voor zover THWF (in plaats van WFCC) in de SOK wordt aangeduid als erfpachter althans opstalgerechtigde.


4.6.

WFCC was een dochteronderneming van THWF. Vaststaat dat het WFCC is geweest die in 2006, geruime tijd voor ondertekening van de Allonge, € 4,2 miljoen euro op de escrow-rekening heeft gestort. Dit komt overeen met het bedrag (na indexatie) dat THWF krachtens de SOK in het aldaar genoemde fonds zou storten voor de herontwikkeling van de openbare ruimte. Uit de escrow overeenkomst blijkt de relatie tussen het op de escrow-rekening gestorte bedrag en de SOK; er staat dat de Gemeente, WFCC en de Staat zijn overeengekomen dat een bedrag op de escrow-rekening wordt geplaatst in het kader van “het project met betrekking tot de gebiedsverbetering rondom het World Forum Convention Center”. In de – medio 2008 door de Gemeente, de Staat, THWF en WFCC ondertekende – Allonge staat dat “WFCC haar aandeel in het Budget ad € 6.000.000,00 zijnde € 4.000.000,00 exclusief BTW (prijspeil 01-01-2003) en de verschuldigde indexatie [heeft] geplaatst op de Escrow Rekening”.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit een en ander dat de Gemeente, de Staat, THWF en WFCC nader zijn overeengekomen dat de bijdrage in de kosten van herontwikkeling van de openbare ruimte niet door THWF maar door WFCC gestort zou worden. De wil van alle betrokken partijen, en in ieder geval (ook) van WFCC, was hier blijkens de genoemde documenten op gericht, terwijl dit ook volgt uit het gegeven dat WFCC het bedrag feitelijk heeft gestort op de escrow-rekening en (zoals hierna nader aan de orde zal komen) ook tot twee maal toe heeft ingestemd met een betaling vanaf de escrow-rekening aan de Gemeente. Anders dan Curatoren betogen was er dus wel degelijk een verplichting voor WFCC om voornoemd bedrag op de escrow-rekening te storten, namelijk uit hoofde van een tussen de betrokken partijen (nader) gesloten overeenkomst.


Gemeente aanspraak op uitkering

4.7.

Zoals beide partijen ook onderkennen wordt het recht op vrijgave van de op de escrow-rekening gestorte gelden niet bepaald door de escrow overeenkomst, maar door de onderliggende overeenkomst, namelijk de SOK zoals aangevuld door de Allonge. Daarin is uitgegaan van een “taakstellend budget” voor de herontwikkeling van € 6 miljoen, waarbij (volgens de nadere overeenkomst tussen partijen niet THWF, maar:) WFCC € 4 miljoen zou bijdragen en de Gemeente € 2 miljoen. Voornoemd bedrag van € 4 miljoen is zoals hiervoor al aan de orde kwam door WFCC op de escrow-rekening gestort. Het op de escrow-rekening gestorte bedrag betreft dus de bijdrage van WFCC in de kosten van herontwikkeling. Vaststaat dat de Gemeente haar bijdrage in de kosten in de praktijk voor haar rekening nam door 2/3 deel van de in een jaar ontvangen en door de Gemeente betaalde facturen door te betasten aan WFCC, welk deel betaald werd vanuit de escrow-rekening, na instructie van de Gemeente, de Staat en WFCC – waarbij derhalve het resterende (1/3) deel voor rekening van de Gemeente bleef.


4.8.

Krachtens de SOK, zoals aangevuld door de Allonge, beslist de Stuurgroep “op basis van consensus” over de besteding van het budget, en dus ook over (de vrijgave van) de op de escrow-rekening gestorte gelden. De Gemeente verwijst in dat verband naar de beslissing van de Stuurgroep van 19 oktober 2012, namelijk om fase 2 binnen budget af te ronden. Dat brengt volgens de Gemeente mee dat in ieder geval de kosten van de uitvoering van (de op dat moment reeds afgeronde) fase 1 en van fase 2 voor 2/3 deel voor rekening van WFCC gebracht kunnen worden en de Gemeente voor dat deel een aanspraak heeft op vrijgave van de gelden op de escrow-rekening. De Gemeente stelt onder verwijzing naar een kostenoverzicht dat de totale kosten van uitvoering van fase 1 en 2 € 6.900.133 exclusief BTW bedragen, waarvan 2/3 deel (€ 4.600.089) voor rekening van WFCC komt en dus vanuit de escrow-rekening betaald moet worden. Tot nu toe is, aldus nog steeds de Gemeente, een bedrag van € 722.711 betaald, zodat in verband met de uitvoering van fase 1 en fase 2 een aanspraak op vrijgave van de escrow-rekening bestaat van € 3.877.387. Nu dat bedrag het saldo op de escrow-rekening overstijgt, staat vast dat de Gemeente recht heeft op uitbetaling van het gehele saldo van de escrow-rekening.


4.9.

Curatoren hebben weliswaar in algemene zin betwist dat er overeenstemming is over de besteding van het budget, maar in het licht van de stellingen van de Gemeente is deze betwisting onvoldoende gemotiveerd. In het verslag van de vergadering van de Stuurgroep van 19 oktober 2012 staat dat de Projectleiding een toelichting heeft gegeven op het Plan van Aanpak voor de vervolgfase, waarna de Stuurgroep heeft gezegd dat

“het allemaal zeer positief klinkt maar voornaamste doel is om conform planning de SOK uit te voeren.

  • - Fase I gereed
  • - fase II binnen budget af te ronden.”

Voor zover Curatoren zouden betogen dat de Stuurgroep niet heeft besloten tot afronding van fase 2, had voor de hand gelegen dat zij nader hadden gemotiveerd hoe in dat licht voornoemde passage in het verslag moet worden begrepen. Curatoren hebben dat niet gedaan, doch integendeel alleen in algemene bewoordingen gesteld dat er geen overeenstemming is. Uitgangspunt bij de beoordeling is derhalve dat er vanuit de Stuurgroep, ingevolge de Allonge het op dit punt beslissingsbevoegde orgaan, overeenstemming was tot uitvoering van (in ieder geval) fase 1 en fase 2.


4.10.

De vraag die vervolgens moet worden beoordeeld is in hoeverre WFCC althans in haar plaats Curatoren gehouden zijn tot instructie aan de escrow agent tot uitbetaling van (een deel van) het saldo op de escrow-rekening.


4.11.

Tussen partijen is in geschil of WFCC bevoegd is ondanks haar faillissement een dergelijke instructie te geven aan de escrow agent. De Gemeente betoogt dat het een bevoegdheid betreft die bij WFCC is blijven rusten, nu het saldo op de escrow-rekening niet tot het vermogen van WFCC behoort en WFCC ook geen begunstigde kan zijn of worden van het saldo. Dit betoog wordt verworpen. Krachtens artikel 23 Fw verliest WFCC van rechtswege het beheer en de beschikking over haar tot het faillissement behorend vermogen. Tot dit vermogen behoort, zoals hierna nader aan de orde zal komen, een voorwaardelijke vordering tot uitkering op de escrow agent. Dat brengt mee dat WFCC niet bevoegd is een instructie te geven aan de escrow agent tot uitkering van het saldo op de escrow-rekening aan de Gemeente. Het geven van een dergelijke instructie leidt er immers toe dat de voorwaarden verbonden aan de vordering (van WFCC) op de escrow agent niet vervuld worden, hetgeen tot gevolg heeft dat de vordering voor (de boedel van) WFCC verloren gaat. De instructiebevoegdheid ten aanzien van het bedrag in escrow is zo bezien bij uitstek een daad van beheer, waartoe WFCC als gevolg van het faillissement niet meer bevoegd is. Door als uitgangspunt te nemen dat aan die voorwaarden niet voldaan kan worden (omdat het saldo aan de Gemeente moet worden uitgekeerd) en de instructiebevoegdheid om die reden aan WFCC is blijven toekomen, miskent de Gemeente dat dit in het kader van artikel 23 Fw niet bepalend is. De Gemeente verwart de vraag ten aanzien van het beheer van de boedel met de (inhoudelijke) vraag of het bedrag in escrow in de boedel valt. Voor zover er derhalve al een gehoudenheid zou zijn tot instructie aan de escrow agent, betreft het een verplichting van Curatoren.


4.12.

Dat betekent dat de primaire vordering van de Gemeente moet worden afgewezen. Dit betreft (in overwegende mate) de vordering tegen WFCC tegen wie verstek is verleend. Zoals hierna aan de orde zal komen zal de (subsidiaire) vordering tegen de Gemeente worden toegewezen. Toewijzing van de primaire vordering op de grond dat deze de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt naast toewijzing van de subsidiaire vordering zou ertoe (kunnen) leiden dat een tegenstrijdige instructie wordt gegeven aan de escrow agent. Om die reden is een jegens alle partijen gelijke beslissing in dit geval noodzakelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vordering tegen WFCC rechtens niet toewijsbaar is.


4.13.

Bij beoordeling van de vraag of Curatoren zijn gehouden tot instructie aan de escrow agent tot vrijgave van (een deel van) het saldo aan de Gemeente is het volgende van belang. De escrow overeenkomst bepaalt dat uitbetaald wordt na een schriftelijke kennisgeving die door de Gemeente, de Staat en WFCC is opgemaakt en ondertekend. Tussen Partijen staat niet (langer) ter discussie dat de Staat met de Gemeente van mening is dat het saldo op de escrow-rekening geheel aan de Gemeente moet worden vrijgegeven. Het gaat er dus om of ook Curatoren gehouden zijn tot een dergelijke instructie aan de escrow agent. Daarbij is uitgangspunt de in de escrow overeenkomst vastgelegde bedoeling van partijen dat goedkeuring tot uitbetaling, in de vorm van een gezamenlijke instructie, niet op onredelijke gronden onthouden mag worden. Ten aanzien van de vraag of Curatoren gehouden zijn tot (medewerking aan) voornoemde gezamenlijke instructie is bepalend de SOK en de wijze waarop partijen daar tot het faillissement van WFCC uitvoering aan hebben gegeven.


4.14.

Uit het in zoverre niet betwiste betoog van de Gemeente volgt dat de Gemeente derden opdracht gaf tot uitvoering van de werkzaamheden die in de verschillende fasen verricht moesten worden, zonder dat voor iedere (afzonderlijke) opdracht aan derden goedkeuring moest worden gegeven door de Stuurgroep. Na afloop van een jaar werd aan de hand van een door de Gemeente opgesteld kostenoverzicht afgerekend in die zin, dat door de Gemeente, de Staat en WFCC een instructie werd gegeven aan de escrow agent tot vrijgave van een bedrag aan de Gemeente. De Staat en WFCC waren daarbij in de gelegenheid het kostenoverzicht van de Gemeente te controleren aan de hand van de onderliggende facturen. De werkwijze tussen partijen was derhalve kennelijk aldus dat (vooraf) toestemming werd gegeven tot uitvoering van een concrete fase, waarmee in beginsel ook goedkeuring bestond voor het maken van kosten in het kader van de uitvoering van de betreffende fase, terwijl (eventueel) achteraf werd gecontroleerd of de gefactureerde bedragen kosten betroffen die waren gemaakt in het kader van de uitvoering van de betreffende fase. Gelet op het gegeven dat de Stuurgroep toestemming had gegeven voor de uitvoering van fase 1 en fase 2 betekent deze feitelijke gang van zaken dat voor zover kosten zijn gemaakt in het kader van de uitvoering van die fasen, deze kosten in beginsel voor 2/3 deel ten laste van de escrow-rekening kunnen worden gebracht en Curatoren in beginsel gehouden zijn dienovereenkomstig instructie aan de escrow agent te geven. Voor zover Curatoren zouden betogen dat voorwaarde voor vrijgave uit de escrow-rekening is dat de Stuurgroep vooraf akkoord is gegaan met iedere uitgave ten laste van het budget wordt dit betoog dan ook verworpen.


4.15.

Curatoren betogen dat het door de Gemeente verstrekte kostenoverzicht onvoldoende inzicht geeft in de vraag in hoeverre de daarin opgenomen kosten op de uitvoering van fase 1 en fase 2 zien. Dit betoog wordt verworpen. Ter comparitie is van de zijde van de Gemeente naar voren gebracht dat reeds tweemaal is afgerekend op basis van kostenoverzichten die vergelijkbaar zijn met het thans door de Gemeente overgelegde kostenoverzicht, en dat aan die kostenoverzichten de facturen ten grondslag liggen die de Gemeente in de betreffende periode aan derden heeft voldaan. Gelet op voornoemde bestaande werkwijze tussen partijen en de wijze waarop daarbij tot nu toe is afgerekend, had het op de weg van Curatoren gelegen om bij de Gemeente de onderliggende facturen op te vragen, om zodoende hun verweer op dit punt nader te onderbouwen. Daar hebben zij kennelijk geen aanleiding toe gezien. Dat brengt mee dat dit verweer als onvoldoende gemotiveerd zal worden gepasseerd.


4.16.

Nu 2/3 deel van de voor de uitvoering van fase 1 en fase 2 gemaakte kosten meer bedraagt dan het saldo op de escrow-rekening, vloeit uit het voorgaande voort dat Curatoren in beginsel gehouden zijn tot instructie aan de escrow agent tot vrijgave van het saldo op de escrow-rekening aan de Gemeente. Hierna zal aan de orde komen dat het feit dat WFCC in staat van faillissement verkeert er niet toe leidt dat de Gemeente geen aanspraak kan maken op vrijgave van het saldo.


Invloed van het faillissement van WFCC

4.17.

Curatoren betogen dat aan toewijzing van de vordering het faillissement van WFCC in de weg staat, en wel om twee redenen. In de eerste plaats omdat de escrow overeenkomst, als overeenkomst van lastgeving, door het faillissement van WFCC is geëindigd (artikel 7:422 BW), met als gevolg dat de boedel afdracht van het saldo op de escrow-rekening kan vorderen, en de andere partijen bij de SOK hun vordering ter verificatie moeten indien. Zij stellen in dat verband dat zij het recht hebben te kiezen of zij de SOK al dan niet nakomen, en dat zonder dit keuzerecht afbreuk zou worden gedaan aan de paritas creditorum. In de tweede plaats – en subsidiair – betogen Curatoren dat voor zover al een bedrag vanaf de escrow-rekening aan de Gemeente betaald kan worden, de kosten die verband houden met werkzaamheden verricht na het faillissement niet ten laste van de gelden in escrow kunnen worden gebracht.


4.18.

Ter beoordeling van het primaire standpunt van Curatoren moet de escrow overeenkomst worden uitgelegd. Die uitleg gaat aan de hand van het Haviltex-criterium. Het betreft een escrow-rekening die op naam van de escrow agent is gesteld. Partijen zijn met elkaar overeengekomen (zie artikel 1b van de Algemene Escrow Voorwaarden) dat “het juridisch eigendom met betrekking tot de Gelden in Escrow berust bij de Escrow Agent”. Na de storting van het bedrag op de escrow-rekening was dit bedrag dus geen onderdeel meer van het vermogen van WFCC; hiervoor in de plaats is gekomen een voorwaardelijke vordering tot uitkering van het saldo op de escrow agent. Deze afzondering van het gestorte bedrag uit het vermogen van WFCC was ook blijkens (artikelen 9.4-9.6 van) de SOK de uitdrukkelijke bedoeling van partijen.

Ook de andere partijen bij de escrow overeenkomst (de Gemeente en de Staat) kregen vanaf het moment van storting een voorwaardelijke vordering op de escrow agent. Het is ook (slechts) deze voorwaardelijke vordering (maar dan die van WFCC) die in de boedel van WFCC valt. Pas als de voorwaarde is vervuld is de escrow agent gehouden tot uitbetaling van (een deel van) het saldo aan de betreffende partij. In faillissement wordt dat niet anders; anders dan Curatoren betogen is er ook in geval van faillissement van één van de partijen pas recht op afgifte van het saldo van de escrow-rekening als de voorwaarde is vervuld. Zoals hiervoor aan de orde is gekomen is van vervulling van die voorwaarde ten aanzien van WFCC geen sprake, maar is integendeel de voorwaarde ten gunste van de Gemeente vervuld. De escrow agent zal om die reden conform de voorwaarden van de escrow overeenkomst, na gezamenlijke instructie van partijen (die Curatoren niet op onredelijke gronden mogen weigeren) het saldo van de escrow-rekening aan de Gemeente moeten uitbetalen. De door Curatoren aan de orde gestelde kwestie dat sprake is van een lastgevingsovereenkomst die door het faillissement van WFCC is geëindigd is daarbij niet van belang. De situatie in goederenrechtelijke zin wijzigt daardoor immers niet; die blijft aldus, dat de escrow agent rechthebbende is van de vordering op de bank ter hoogte van het saldo op de escrow-rekening, en dat partijen een voorwaardelijke vordering hebben op de escrow agent. In de boedel blijft slechts vallen een voorwaardelijke vordering op de escrow agent. Hierop stuit het betoog van Curatoren af.


4.19.

Curatoren hebben nog betoogd dat het hen vrij zou staan niet mee te werken aan de instructie aan de escrow agent, omdat zij het recht hebben overeenkomsten niet na te komen. Dat is niet juist. Het faillissement leidt niet tot wijziging van de verbintenissen die voortvloeien uit de escrow overeenkomst en uit de daaraan ten grondslag liggende overeenkomsten. Curatoren hebben uit hoofde van die escrow overeenkomst niet meer dan een voorwaardelijke vordering op de escrow agent. Zij hebben niet de bevoegdheid om het recht op uitkering aan de Gemeente te frustreren door niet mee te werken aan de (voor vrijgave verplichte) gezamenlijke instructie aan de escrow agent. Partijen zijn integendeel met elkaar overeengekomen dat die instructie niet op onredelijke gronden geweigerd mag worden. Een weigering tot medewerking is in dit geval onredelijk, nu het gevolg van die weigering niet kan zijn dat het bedrag in escrow alsnog aan de boedel toevalt. Het standpunt van Curatoren, dat zij aan een en ander niet gebonden zouden zijn, komt in strijd met het beginsel dat het faillissement geen invloed heeft op bestaande wederkerige overeenkomsten en wordt derhalve verworpen.


4.20.

Ook de tweede pijler van het betoog van Curatoren faalt. De voorwaarde voor uitbetaling is, zoals hiervoor aan de orde kwam, een beslissing van de Stuurgroep tot uitvoering van fase 1 en fase 2. Niet ter discussie staat dat die beslissing, genomen op 19 oktober 2012, bevoegdelijk is genomen. Niet van belang is dus het standpunt van Curatoren dat WFCC tijdens een nadien op 23 november 2012 gehouden vergadering onbevoegdelijk is vertegenwoordigd. Dat een deel van de werkzaamheden voor fase 2 is uitgevoerd na het faillissement van WFCC heeft, anders dan Curatoren betogen, niet tot gevolg dat de kosten in verband met die vordering alleen langs de weg van verificatie vergoed kunnen worden. WFCC miskent met dit betoog dat de Gemeente niet een vordering tot betaling van die kosten heeft op WFCC, maar een (voorwaardelijke) vordering op de escrow agent.


4.21.

Curatoren hebben overigens nog betoogd dat de kosten gemaakt na het faillissement van WFCC niet ten laste van de escrow-rekening kunnen worden gebracht, omdat inmiddels geen sprake meer is van samenwerking en WFCC en haar crediteuren op geen enkele manier profiteren van de herinrichting. Curatoren gronden dit betoog kennelijk op artikel 6:248 lid 2 BW. Gegeven het feit dat partijen in 2004 op schrift afspraken hebben gemaakt over de herontwikkeling, waarbij uitgegaan werd van een intensieve samenwerking tussen de betrokken partijen en partijen hebben afgesproken een bedrag voor deze herontwikkeling te reserveren en reeds vanuit het vermogen van WFCC te verplaatsen naar een escrow- rekening, en dat deze partijen vervolgens ook daadwerkelijk tot die herontwikkeling zijn overgegaan, waarbij de Gemeente veel kosten heeft gemaakt (mede) in de veronderstelling dat zij, zoals was overeengekomen, 2/3 deel daarvan vergoed zou krijgen uit de escrow-rekening, valt niet in te zien waarom de door Curatoren genoemde omstandigheden zouden meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de Gemeente dat deel van die kosten ook daadwerkelijk vergoed krijgt.


Samenvatting; toewijsbaarheid van de vorderingen in conventie en in reconventie

4.22.

Uit het voorgaande volgt dat de primaire vordering van de Gemeente zal worden afgewezen. De subsidiaire vordering is toewijsbaar, inclusief de daarin opgenomen – op artikel 3:300 BW gegronde – vordering dit vonnis in de plaats te laten treden van de vereiste medewerking van Curatoren, voor zover Curatoren die medewerking zouden weigeren. De vordering in reconventie zal worden afgewezen, nu deze erop neerkomt dat (een deel van) het saldo op de escrow-rekening aan de boedel toekomt.


Wettelijke rente

4.23.

De Gemeente heeft daarnaast wettelijke rente gevorderd over € 3.784.691,25 (het saldo op de escrow-rekening per datum faillissement) met ingang van 1 januari 2013. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat Curatoren ondanks verzoeken van de Gemeente ten onrechte hebben geweigerd instructie aan de escrow agent te geven tot uitbetaling van het saldo aan de Gemeente, dat de Gemeente daardoor schade heeft geleden omdat zij niet al vanaf 1 januari 2013 de beschikking heeft gekregen over de betreffende geldsom en dat zij deze schade abstract wenst te berekenen in de vorm van wettelijke rente.


4.24.

Het gaat hier niet om schadevergoeding in verband met de vertraging in de voldoening van een geldsom. Curatoren hoeven de Gemeente immers geen geld te betalen; zij moeten een instructie geven aan de escrow agent, welke instructie tot gevolg heeft dat er geld wordt uitbetaald aan de Gemeente. De Gemeente heeft betoogd dat artikel 6:119 BW hierop van toepassing moet worden geacht, nu de feitelijke situatie vergelijkbaar is met die waarop artikel 6:119 BW ziet; de Gemeente moet immers door toedoen van Curatoren langer wachten op de betaling van een geldsom. De Gemeente kan in dit betoog niet worden gevolgd. Artikel 6:119 BW is, zoals de Gemeente onderkent, niet rechtstreeks van toepassing op het onderhavige geschil. Voor analoge toepassing bestaat geen aanleiding (vgl. HR, NJ 2011/309). De schade die de Gemeente heeft geleden doordat zij door toedoen van Curatoren langer heeft moeten wachten op de betaling van een geldsom moet worden berekend door een vergelijking te maken tussen de situatie waarin de Gemeente verkeert als gevolg van het feit dat Curatoren niet al op 1 januari 2013 instructie hebben gegeven aan de escrow agent tot uitbetaling van het bedrag op de escrow rekening, en de situatie waarin zij zou hebben verkeerd als dat wel op dat moment zou zijn gedaan. De rechtbank volgt daarbij in zoverre het betoog van de Gemeente ten aanzien van de toepasselijkheid van artikel 6:119 BW, dat aangenomen moet worden dat zij in dat geval een rentevergoeding zou hebben verkregen die in ieder geval gelijk is aan de rentevoet van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW. Curatoren stellen zich op het standpunt dat er geen schade is geleden, nu er rente wordt vergoed op de escrow rekening. De Gemeente heeft ter comparitie betoogd dat de op de escrow rekening vergoede rentevoet (veel) lager is dan de wettelijke rente en zij dus wel degelijk schade lijdt. Dat deze rentevoet veel lager is dan die van de wettelijke rente is door Curatoren niet weersproken, zodat de rechtbank dat tot uitgangspunt zal nemen. In de hypothetische situatie waarin Curatoren op 1 januari 2013 instructie zouden hebben gegeven aan de escrow agent zou de Gemeente derhalve vanaf dat moment een rentevergoeding hebben verkregen gelijk aan de rentevoet van de wettelijke rente, terwijl zij thans (slechts) de rente heeft verkregen volgens de rentevoet van de escrow rekening. Toegewezen zal dan ook worden de wettelijke rente over € 3.784.691,25 vanaf 1 januari 2013, verminderd met de rente die vanaf 1 januari 2013 over voornoemd bedrag is verkregen op de escrow-rekening.


4.25.

Curatoren hebben zich voorts op het standpunt gesteld dat niet kan worden uitgesloten dat het boedelactief in het faillissement onvoldoende zal zijn ter voldoening van de onderhavige (boedel-)vordering. Desgevraagd hebben Curatoren ter gelegenheid van de comparitie van partijen evenwel toegelicht dat een negatieve boedel niet te verwachten is. Het standpunt is derhalve onjuist.


4.26.

Curatoren zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van de Gemeente in conventie worden begroot op:

- dagvaarding € 95,77

- griffierecht 3.829,00

- salaris advocaat 6.422,00 (2,0 punten × tarief € 3.211)

Totaal € 10.346,77

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie en de gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als in het dictum vermeld.


In reconventie worden de proceskosten van de Gemeente begroot op:

- salaris advocaat € 3.211,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 3.211)



5De beslissing

De rechtbank


in conventie

5.1.

veroordeelt Curatoren tot instructie aan de escrow-agent tot uitbetaling van het gehele saldo op de escrow-rekening aan de Gemeente op een door de Gemeente aan te geven rekeningnummer;


5.2.

bepaalt, voor zover Curatoren medewerking zouden weigeren, dat dit vonnis in de plaats treedt van de onder 5.1 vermelde instructie;


5.3.

veroordeelt Curatoren tot betaling aan de Gemeente van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het saldo van de escrow-rekening van € 3.784.691,25 vanaf 1 januari 2013 tot de dag van uitvoering van de onder 5.1 vermelde instructie, verminderd met de rente die vanaf 1 januari 2013 over voornoemd bedrag is verkregen op de escrow-rekening;


5.4.

veroordeelt Curatoren in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 10.346,77, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na de dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;


5.5.

veroordeelt Curatoren in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Curatoren niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;


5.6.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,


5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,


in reconventie

5.8.

wijst de vorderingen af,


5.9.

veroordeelt Curatoren in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 3.211,00.


Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, mr C. Sikkel en mr. F. Damsteegt-Molier en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2015.

2148/1573/1980