Rechtbank Rotterdam, 10-04-2015 / ROT 15-2278


ECLI:NL:RBROT:2015:2536

Inhoudsindicatie
Bevel tot sluiting van twee naast elkaar gelegen horeca-inrichtingen voor de duur van twee weken in verband met een geweldsincident in één van de inrichtingen. Spoedeisendheid onvoldoende aangetoond. Geen apert onrechtmatig besluit.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-04-10
Publicatiedatum
2015-04-14
Zaaknummer
ROT 15-2278
Procedure
Voorlopige voorziening
Rechtsgebied
Bestuursrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 15/2278

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 april 2015 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[Naam] te Hellevoetsluis, verzoeker,

gemachtigde: mr. P.C.M. Ouwens,


en


de burgemeester van de gemeente Hellevoetsluis, verweerder,

gemachtigde: mr. L.J. van Es-Bel.



Zitting hebben mr. J.H. de Wildt, voorzieningenrechter, en mr. A.Th.A.M. Schouw, griffier.


Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door mr. P. Veerman.


Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 10 april 2015 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.



Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.



Overwegingen


1. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of voldaan is aan de zogenoemde eis van spoedeisendheid bij het treffen van een voorlopige voorziening. Met betrekking tot het door verzoeker gestelde spoedeisende belang overweegt de voorzieningenrechter allereerst dat dit in hoofdzaak een financieel karakter draagt, zowel wat betreft de te derven omzet als mogelijke imagoschade. Een zodanig belang vormt volgens vaste jurisprudentie op zichzelf geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter is bovendien van oordeel dat verzoeker niet heeft aangetoond dat het voortbestaan van zijn onderneming(en) door de tijdelijke sluiting op korte termijn wordt bedreigd, zodat niet is voldaan aan de eis van spoedeisendheid bij het treffen van een voorlopige voorziening.


2. De voorzieningenrechter overweegt verder dat, ondanks het ontbreken van de vereiste spoed, er aanleiding zou kunnen zijn tot het treffen van een voorziening, indien sprake is van een apert onrechtmatig besluit, waarvan dus nu al met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk zou moeten vaststaan dat het in essentie in rechte geen stand kan houden.


3. Vast staat dat er een geweldsincident heeft plaatsgevonden tussen een bezoeker en een voor verzoeker werkzame beveiliger in de horeca-inrichting ‘Skihut de Alpenexpress’, bij welk incident verzoeker betrokken is geweest. Uit het door de politie opgemaakte rapport en de daarbij gevoegde bijlagen valt op te maken dat verzoeker, op en na het moment dat de beveiliger de bezoeker een schop gaf, niet heeft ingegrepen. Evenmin heeft verzoeker zich op een eerder moment onttrokken aan de - kennelijk hevige - woordenwisseling die tussen hem en de bezoeker was ontstaan. Het geweldsincident valt te kwalificeren als een inbreuk op de openbare orde. Verweerder was in het belang van de openbare orde dan ook bevoegd om, met toepassing van artikel 2:30, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 van de gemeente Hellevoetsluis, te bevelen tot een tijdelijke sluiting. Uit het Handhavingsprotocol Horeca Voorne Putten en Goeree-Overflakkee volgt rechtstreeks dan wel indirect dat verweerder in geval van een geweldsincident door personeel in beginsel het bevel geeft tot een sluiting voor de duur van drie maanden. In dit geval kan de beveiliger beschouwd worden als personeel. De voorzieningenrechter acht in dit licht, mede gelet op de betrokkenheid van verzoeker, een sluiting van twee weken voorhands niet apert onredelijk en/of onrechtmatig. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder heeft kunnen bevelen tot sluiting van beide naast elkaar gelegen horeca-inrichtingen, nu er een reële kans bestaat dat het reguliere publiek van de ‘Skihut de Alpenexpress’ bij het aantreffen van een gesloten deur zich zal begeven naar de naastgelegen ‘Tiroler Bierstube’ (waarvan verzoeker eveneens de exploitant is), waarmee het beoogde effect van de sluiting van de ‘Skihut de Alpenexpress’ - het herstel van de openbare orde - in ieder geval deels teniet gedaan zou kunnen worden.


4. Ten slotte merkt de voorzieningenrechter nog op dat verweerder ter zitting heeft toegezegd dat de sluiting beperkt zal worden tot vrijdag 24 april 2015 24.00 uur.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.







griffier voorzieningenrechter



Afschrift verzonden aan partijen op:



Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.