Rechtbank Rotterdam, 23-01-2015 / 3339260 CV EXPL 14-40333


ECLI:NL:RBROT:2015:281

Inhoudsindicatie
verrekening als verweer, 6:136 BW
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-01-23
Publicatiedatum
2015-01-25
Zaaknummer
3339260 CV EXPL 14-40333
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Zaaknummer: 3339260 \ CV EXPL 14-40333


Uitspraak: 23 januari 2015


vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADVIESBURO DUIKER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 8 augustus 2014,

procederend in persoon,


tegen


[gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

procederend in persoon.


Partijen worden hierna “Duiker” respectievelijk “[gedaagde]” genoemd.


1Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende processtukken:


  • - de dagvaarding, met producties;
  • - de aantekeningen van de griffier van de ter rolzitting van 19 augustus 2014 door [gedaagde] mondeling gegeven reactie;
  • - de (nadere) schriftelijke reactie van [gedaagde], met producties;
  • - het vonnis d.d. 2 oktober 2014 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
  • - het proces-verbaal van de op 10 november 2014 gehouden comparitie van partijen alsook de daarbij door [gedaagde] overgelegde producties;
  • - de aantekeningen van de griffier van de ter rolzitting van 27 november 2014 door [gedaagde] mondeling gegeven reactie.

1.2

Duiker heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd op de rolzitting van 27 november 2014 noch om aanhouding verzocht. Daarop is een datum voor de uitspraak van dit vonnis bepaald, en wel op heden.


2Het geschil

2.1

Duiker heeft gevorderd [gedaagde] bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen € 7.855,- (inclusief BTW) aan huurachterstand berekend tot en met 17 september 2013, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de respectieve vervaldata tot aan de dag der algehele voldoening, en voorts € 775,- aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.




Aan die vordering heeft Duiker -samengevat weergegeven- ten grondslag gelegd dat [gedaagde] ondanks aanmaning in gebreke is gebleven met betaling van hetgeen hij Duiker ingevolge een tussen partijen gesloten (onder)huurovereenkomst met betrekking tot de bedrijfsruimte te[straatnaam en plaats] verschuldigd is geworden.

Het betreft € 7.855,- aan huur berekend tot en met 17 september 2013, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van iedere termijn tot de dag der algehele voldoening.


2.2

[gedaagde] heeft de huurachterstand erkend. Ter comparitie van partijen heeft hij echter (expliciet) aangevoerd dat de vordering van Duiker verrekend dient te worden met het totaal van een aantal facturen die Duiker jegens [gedaagde] onbetaald heeft gelaten, voor een bedrag van € 10.186,50. Het betreft door Duiker bij [gedaagde] bestelde spullen, in verband waarmee [gedaagde] heeft gewezen op de door hem ter comparitie van partijen overgelegde facturen uit 2010, 2011 en 2012.


3De beoordeling

3.1

Nu [gedaagde] de door Duiker gevorderde huurachterstand ad € 7.855,- berekend tot en met 17 november 2013 heeft erkend, is die vordering in beginsel toewijsbaar. In beginsel, nu [gedaagde] ter comparitie van partijen een expliciet beroep heeft gedaan op verrekening met hetgeen hij stelt nog van Duiker te vorderen te hebben, voor een bedrag ad € 10.186,50.


3.2

Daargelaten het door [gedaagde] gedane beroep op verrekening, zijn de door Duiker gevorderde buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar, nu die vordering een behoorlijke onderbouwing ontbeert. De enkele stelling dat Duiker [gedaagde] heeft aangemaand, is daartoe niet toereikend.


3.3

Anders dan [gedaagde] is aan de zijde van Duiker niemand ter comparitie van partijen verschenen noch werd harerzijds een bericht van verhindering ontvangen. Van hetgeen ter zitting is besproken, heeft de kantonrechter proces-verbaal opgemaakt, waaraan ook de door [gedaagde] overgelegde facturen zijn gehecht, dat aan beide partijen werd toegezonden.


Teneinde Duiker (alsnog) de gelegenheid te bieden te reageren op het door [gedaagde] ter comparitie van partijen (expliciet) gedane beroep op verrekening, heeft de kantonrechter de zaak vervolgens verwezen naar de rolzitting van 27 november 2014. Duiker heeft toen (weer) niet gereageerd noch om uitstel verzocht. Aldus heeft zij de gegrondheid van het door [gedaagde] gedane beroep op verrekening niet bestreden. Dat heeft tot gevolg dat dit verweer slaagt, hetgeen hierna in het dictum tot uitdrukking zal worden gebracht.


3.4

Gelet op de data van de facturen van [gedaagde] (2010 tot en met 2012) en voorts op de maanden waarop de huurachterstand betrekking heeft, is niet, althans zeker niet zonder nadere toelichting van Duiker, die ontbreekt, duidelijk dat [gedaagde], gegeven het door hem gedane beroep op verrekening, op enig moment jegens Duiker in verzuim is komen te verkeren en daarom wettelijke rente verschuldigd is geworden. Dit onderdeel van de vordering wordt derhalve als onvoldoende onderbouwd afgewezen.


3.5

Bij deze uitkomst past dat Duiker als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure wordt veroordeeld, welke aan de zijde van [gedaagde] onder toepassing van artikel 238 Rv worden begroot op € 100,- aan noodzakelijke reis- en verletkosten.





4De beslissing

De kantonrechter:


- verstaat dat de vordering van Duiker op [gedaagde] met betrekking tot de huurachterstand ad € 7.855,- berekend tot en met 17 september 2013 door verrekening teniet is gegaan;


- veroordeelt Duiker in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 100,- aan noodzakelijke reis- en verletkosten;


- wijst af het méér of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Lubberink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

654