Rechtbank Rotterdam, 03-04-2015 / C/10/470252/ HA KG 15-174


ECLI:NL:RBROT:2015:2961

Inhoudsindicatie
Opheffen beslag. Beslag gelegd op goederen van een derde. Geen rechtvaardigingsgrond voor beslag. Onrechtmatig beslag.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-04-03
Publicatiedatum
2015-04-28
Zaaknummer
C/10/470252/ HA KG 15-174
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel


Vonnis in kort geding van 3 april 2015


in de zaak van


de vennootschap naar buitenlands recht OAO GAMMACHIM,

gevestigd te Dubna, Rusland,

eiseres,

advocaat mr. S.H.L. Moolenaar,


tegen


1de vennootschap naar buitenlands recht MARVESA AG,

gevestigd te Zug, Zwitserland,

gedaagde,

advocaat mr. N.J. Margetson;

2. de vennootschap naar buitenlands recht GAMMA-TRADE,

gevestigd te Dubna, Rusland,

gedaagde,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen,


met zaaknummer / rolnummer: C/10/470252/ HA KG 15-174


en in de zaak van


de vennootschap naar buitenlands recht GAMMA-TRADE,

gevestigd te Dubna, Rusland,

eiseres,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen,


tegen


de vennootschap naar buitenlands recht

MARVESA AG,

gevestigd te Zug, Zwitserland,

gedaagde,

advocaat mr. N.J. Margetson.


met zaaknummer / rolnummer: C/10/472176/ HA KG 15-290


Partijen zullen hierna Gammachim, Gamma-Trade en Marvesa genoemd worden.




1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedures blijkt uit:

  • - de dagvaardingen;
  • - de producties van Gammachim;
  • - de producties van Gamma-Trade;
  • - de producties van Marvesa;
  • - de pleitaantekeningen van mr. S.H.L. Moolenaar;
  • - de pleitaantekeningen van mr. M.M. van Leeuwen;
  • - de pleitaantekeningen van mr. N.J. Margetson.

1.2.

Partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 23 maart 2015. De zaken zijn gevoegd behandeld. Ten slotte is vonnis bepaald.



2De feiten

2.1.

Tussen Marvesa en Gamma-Trade is op 14 oktober 2012 een raamovereenkomst gesloten en nadien een aantal koopovereenkomsten die zien op de verkoop van plantaardige oliën door Marvesa aan Gamma-Trade.


2.2.

In tussen Marvesa en Gamma-Trade - onder procedurenummers 4369 en 4365 - gevoerde FOSFA-arbitrages in Londen is Gamma-Trade bij vonnissen van 2 april 2014 veroordeeld tot betaling van USD 550.500,00 en USD 916.766,15 (exclusief rente en kosten).


2.3.

Bij overeenkomst van 1 augustus 2014 (hierna: de koopovereenkomst) is door Oils and Fats Packers Rotterdam B.V. (hierna: OFPR) 1.800 mt ‘RBD Palm Oil’ en 1.800 mt ‘RBD Palms Tearin’ (hierna: de palmolie en de palmstearine) verkocht aan Gammachim.


2.4.

Na verkregen verlof daartoe op 31 oktober 2014 heeft Marvesa, zoals in haar rekest d.d. 31 oktober 2014 verzocht, ten laste van OOO Gamma-Trade (hierna: Gamma-Trade) de volgende conservatoire beslagen doen leggen:

i. conservatoir vreemdelingenbeslag op de genoemde palmolie en palmstearine die zich bevonden aan boord van het m.s. S.T.I. Action en thans - met toestemming van Marvesa - zijn opgeslagen bij Vopak Terminal Vlaardingen B.V. (hierna: Vopak);

ii. conservatoir derdenbeslag onder Vopak op daar aanwezige partijen palmolie en palmstearine.


2.5.

Na verkregen verlof daartoe op 31 oktober 2014 heeft Marvesa, zoals in haar rekest d.d. 31 oktober 2014 verzocht, ten laste van Gammachim de volgende conservatoire beslagen doen leggen:

i. conservatoir vreemdelingenbeslag op de genoemde palmolie en palmstearine die zich bevonden aan boord van het m.s. S.T.I. Action en thans - met toestemming van Marvesa - zijn opgeslagen bij Vopak;

ii. conservatoir derdenbeslag onder Vopak op daar aanwezige partijen palmolie en palmstearine.


2.6.

Na verkregen verlof daartoe op 20 november 2014 heeft Marvesa, zoals in haar rekest d.d. 19 november 2014 verzocht, ten laste van Gamma-Trade en Gammachim conservatoir derdenbeslag doen leggen onder Vopak op alle gelden, geldswaarden en/of zaken die Vopak onder zich heeft, dan wel onder zich zal verkrijgen, welke zij verschul-digd is, dan wel zal worden aan Gamma-Trade en/of Gammachim.


2.7.

Op 19 januari 2015 de voorzieningenrechter van deze rechtbank tussen Gammachim en Marvesa een vonnis gewezen in de zaak C/10/465904/KG ZA 14-1194.

Dit vonnis luidt, voor zover van belang, als volgt:

(…)

5.7

.7 Marvesa grondt haar vordering op Gammachim op onrechtmatige daad en stelt zich op het standpunt dat Gammachim misbruik maakt van het verschil in identiteit tussen Gammachim en Gamma-Trade, waardoor het verhaal van Marvesa op het vermogen van Gamma-Trade wordt gefrustreerd, dan wel dat hier sprake is van vereenzelviging. Marvesa voert hiertoe - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aan:

  • - de heer [persoon1] en de heer [persoon2] hebben de feitelijke leiding over zowel Gamma-Trade als Gammachim;
  • - de heer [persoon1] stuurt emails met betrekking tussen het lopende geschil tussen Gamma-Trade en Gammachim van zowel het emailadres van Gamma-Trade als het emailadres van Gammachim;
  • - uit het domeinrapport van Gamma-Trade blijkt dat het telefoonnummer van Gammachim (+7 495 799 91 07) dat op de visitekaartjes van de heer [persoon1] en de heer [persoon2] staat vermeld hetzelfde nummer is als het nummer dat op de website van Gamma-Trade stond vermeld, zodat een beller naar Gamma-Trade de facto uitkomt bij Gammachim;
  • - Gammachim en Gamma-Trade hebben er voor gezorgd dat Gamma-Trade uit de gebruikelijke handelsketen is gehaald waardoor de palmolie en de palmstearine die Gamma-Trade normaal gesproken in eigendom zou hebben aan verhaal worden onttrokken.

5.6

Gammachim betwist dat sprake is van onrechtmatige daad door misbruik van identiteitsverschil, laat staan vereenzelviging, nu Gammachim en Gamma-Trade zelfstandig opererende vennootschapen zijn met een andere juridische entiteit en met verschillende bestuurders en aandeelhouders. Daar komt nog bij dat beide vennootschappen zijn gevestigd op een ander adres en verschillende e-mailadressen en telefoonnummers hebben.

Ter onderbouwing van deze stelling heeft Marvesa een - niet betwiste - opinie van een Russische advocaat overgelegd, waarin als volgt wordt geconcludeerd: “The analysis of the documents of OJSC GAMMACHIM and LLC GAMMA-TRADE in conjunction with the rules of the applicable laws brings us to the conclusion that there are no signs of interrelation-ship/interdependence/affiliation between the entities. There are no matches in the composition of members (shareholders) and executive bodies. Both companies are independent legal entities, which acquire rights on their behalf and independently bear liability for their obligations out of their assets.” (productie 13 zijdens Gammachim).


5.7

De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat in dit kort geding niet voldoende aannemelijk is geworden dat Gammachim misbruik maakt van identiteits-verschil tussen Gammachim en Gamma-Trade, waardoor het verhaalsrecht van Marvesa op Gamma-Trade illusoir is gemaakt. Weliswaar is aannemelijk dat de heer [persoon1] en de heer [persoon2] in zowel Gammachim als Gamma-Trade vergaande zeggenschap hebben, maar dat is onvoldoende om misbruik van identiteitsverschil te kunnen aannemen. Ook de overige aanwijzingen, die zien op het gebruik over en weer van e-mailadressen en telefoonnummers, zijn daartoe onvoldoende. Ter zitting is van de zijde van Marvesa opgemerkt dat in het kader van de onderhandelingen die hebben geleid tot de onder 2.5 bedoelde raamovereenkomst het expliciet de bedoeling van partijen is geweest om Gamma-Trade in de handelsketen tussen Marvesa en Gammachim te positioneren. Dat een vennootschap met een speciaal doel op een dergelijke wijze wordt gepositioneerd (bijvoorbeeld met het oog op risico of fiscaliteiten) is geenszins ongebruikelijk. Dat Gamma-Trade op een gegeven moment uit de gebruikelijke handelsketen is gehaald is vooralsnog onvoldoende uitzonderlijk om misbruik van identiteitsverschil tussen genoemde rechtspersonen te concluderen; betrokkenen waren immers in een juridisch conflict verzeild geraakt.


5.8

Met de betrekking tot de gestelde vereenzelviging overweegt de voorzieningen-rechter het volgende. Vereenzelviging is een methode van rechtsvinding, waarbij wordt voorbijgegaan aan het identiteitsverschil tussen twee rechtssubjecten. Vereenzelviging kan leiden tot een vorm van doorbraak van aansprakelijkheid. Voor het aannemen van vereenzelviging is weliswaar niet altijd een misbruik van identiteitsverschil vereist, maar de Hoge Raad is terughoudend in het aanvaarden van vereenzelviging: slechts onder bijzondere omstandigheden kan hiervan sprake zijn. De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat in dit kort geding niet voldoende aannemelijk is geworden dat Gammachim en Gamma-Trade vereenzelvigd kunnen worden. De door Marvesa - bij pleidooi - daartoe aangevoerde feiten en omstandigheden, die overigens in concernverband vaker voorkomen, zijn onvoldoende om vereenzelviging te kunnen rechtvaardigen. Dit brengt met zich mee dat er voorshands niet vanuit wordt gegaan dat Gammachim en Gamma-Trade één vermogen hebben dat vatbaar is voor beslag door schuldeisers van zowel Gammachim als Gamma-Trade.


5.9

Het voorgaande brengt met zich mee dat voorshands in het onderhavige geval geen sprake is van een onrechtmatige daad door misbruik van identiteitsverschil, dan wel vereenzelviging. Nu de vorderingen van Marvesa op Gammachim uitsluitend op misbruik van identiteitsverschil en vereenzelviging zijn gebaseerd, dienen deze derhalve naar voorlopig oordeel als summierlijk ondeugdelijk te worden aangemerkt. Dit brengt met zich mee dat, nu tussen partijen niet in geschil is dat Gammachim eigenaar is van de palmolie en palmstearine waarop Marvesa beslag heeft doen leggen, dat het primair onder 1 gevorderde - voor zover dit ziet op Gammachim - zal worden toegewezen als na te melden. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd.

(…)


2.8.

Het vonnis bepaalde voorts dat de hiervoor in 2.5 genoemde ten laste van

Gammachim gelegde beslagen en het in 2.6 genoemde ten laste van Gammachim gelegde conservatoir derdenbeslag dienden te worden opgeheven. Marvesa heeft deze beslagen inmiddels opgeheven.


2.9.

De in 2.4 genoemde ten laste van Gamma-Trade gelegde beslagen en het in 2.6 genoemde conservatoir derdenbeslag ten laste van Gamma-Trade zijn niet opgeheven.



3Het geschil


In de zaak C/10/470252/KG ZA 15-174


3.1.

Gammachim vordert – verkort weergegeven – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

primair:

1. Marvesa te veroordelen de ten laste van Gamma-Trade gelegde conservatoire beslagen (Beslag I en III als omschreven in het lichaam van de dagvaarding) binnen 24 uur na het te wijzen vonnis op te heffen, met bepaling dat indien Marvesa de beslagen niet opheft, de beslagen komen te vervallen, met dien verstande dat het vonnis in de plaats zal treden van de tegen Marvesa gevorderde medewerking en het vonnis decharge vormt ten behoeve van Vopak;

2. Gamma-Trade te veroordelen te gehengen en te gedogen, althans mee te werken aan de opheffing van de beslagen;


subsidiair:

3.Marvesa te veroordelen de beslagen gedeeltelijk op te heffen voor zover die beslagen de begrote vordering overstijgen, dan wel de vordering van Marvesa waarvoor de door haar gelegde beslagen in stand worden gehouden, met van rente en kosten, te matigen tot een bedrag door de voorzieningenrechter vast te stellen;

4. Gamma-Trade te veroordelen te gehengen en te gedogen, althans mee te werken aan de opheffing van de beslagen;

5. Marvesa te veroordelen tot het stellen van zekerheid ten behoeve van Gammachim ter hoogte van € 1.000.000,00, onder bepaling dat indien Marvesa niet binnen de gestelde termijn aan haar verplichting tot het stellen van zekerheid voldoet, de ten laste van GAMMA-Trade gelegde conservatoire beslagen (Beslag I en III als omschreven in het lichaam van de dagvaarding) worden opgeheven en komen te vervallen, met dien verstande dat het vonnis in de plaats zal treden van de tegen Marvesa gevorderde medewerking en het vonnis décharge vormt ten behoeve van Vopak;

meer subsidair:

6.elke andere maatregel waartoe de voorzieningenrechter aanleiding ziet:

primair, subsidiair en meer subsidiair:

7. Marvesa te bevelen niet opnieuw conservatoir verhaalsbeslag te leggen op vermogensbestanddelen van Gammachim ter verzekering van haar beweerdelijke vordering, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor elk dagdeel of gedeelte van een dagdeel dat Marvesa verzuimt aan het vonnis te voldoen;

8. Marvesa te veroordelen in de kosten van het geding, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis.


3.2.

Gammachim heeft aan haar vorderingen de onrechtmatigheid van de beslagen ten grondslag gelegd. Zij stelt hiertoe het volgende.

Marvesa pretendeert een vordering te hebben op Gamma-Trade. De beslagen goederen zijn echter geen eigendom van Gamma-Trade, maar van Gammachim. Gelet op het eigendomsrecht van Gammachim zijn de beslagen onrechtmatig.


3.3.

Marvesa voert verweer. In essentie stelt Marvesa dat Gammachim en Gamma-Trade met elkaar kunnen worden vereenzelvigd, althans dat zij hun verschillende identiteiten misbruiken om goederen aan verhaal te onttrekken. Zij hebben ervoor gezorgd dat Gamma-Trade uit de gebruikelijke handelsketen is gehaald, waardoor de verhaalsmogelijkheden van Marvesa op Gamma-Trade worden gefrustreerd, aldus Marvesa.


3.4.

Gamma-Trade heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter.


3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


in de zaak C/10/472176/ HA KG 15-290


3.6.

Gammachim vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- opheffing van de door Marvesa ten laste van Gamma-Trade gelegde beslagen, met veroordeling van Marvesa in de proceskosten.


3.7.

Marvesa voert in deze zaak hetzelfde verweer als hiervoor in 3.3 (verkort) is weergegeven.


3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



4De beoordeling


In beide zaken


4.1.

Partijen zijn gevestigd in respectievelijk Rusland en Zwitserland, zodat het geschil een internationaal karakter heeft. In het vonnis van 19 januari 2015 is geoordeeld dat met betrekking tot het aan de orde zijnde geschil de voorzieningenrechter in Rotterdam bevoegd is. De voorzieningenrechter acht zich voorts bevoegd kennis te nemen van de geschillen waarbij Gamma-Trade partij is, nu ten aanzien van haar het onderwerp van het geschil ook het onrechtmatige beslag is.


4.2.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, conform hetgeen in het vonnis van 19 januari 2015 werd overwogen, op grond van artikel 4 lid 1 Rome II-Verordening (864/2007) op de onderhavige geschillen Nederlands recht van toepassing is, voor zover de (beweerdelijke) schade zich voordoet in Nederland, het land waar de conservatoire beslagen zijn gelegd.


4.3.

Het spoedeisend belang bij de vorderingen van Gammachim en Gamma-Trade vloeit voort uit de aard van de vorderingen. Dat Gammachim, zoals Marvesa heeft aangevoerd, geen haast zou hebben bij het kunnen beschikken over de olie, doet daar niet aan af.


4.4.

Op grond van het bepaalde in artikel 705 lid 2 Rv dient een beslag onder meer te worden opgeheven bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.

Een andere grond om tot opheffing van een beslag over te gaan is dat het beslag ten onrechte is gelegd op goederen van een derde.


Het beslag op de palmolie en de palmstearine


4.5.

Gammachim en Gamma-Trade vorderen beide opheffing van het op de palmolie en de palmstearine rustende beslag (als omschreven in 2.4). Zij stellen dat, zoals in het eerste kort geding door de voorzieningenrechter is vastgesteld, de beslagen goederen eigendom zijn van Gammachim, zodat het beslag onrechtmatig is.


4.6.

Marvesa heeft in de onderhavige zaken het standpunt ingenomen dat niet vaststaat dat die goederen eigendom zijn van Gammachim, dan wel dat sprake is van vereenzelviging tussen Gammachim en Gamma-Trade, zodat het beslag op de goederen toch rechtmatig is.


4.7.

De stellingen die Marvesa poneert, en de bewijsmaterialen waarop zij zich in dat verband beroept, zijn, summierlijk toetsend, onvoldoende om in dit kort geding aan te kunnen nemen dat niet Gammachim, maar Gamma-Trade de werkelijke eigenaar is van de onderhavige olie. Vaststaat dat Gammachim stelt de eigenaar van de olie te zijn en dat Gamma-Trade dit erkent, terwijl voor de juistheid van de stelling van Marvesa dat Gammachim met OFPR heeft samengespannen om bedrog te plegen, – met, zo begrijpt de voorzieningenrechter, als gevolg dat niet Gamma-Trade, maar Gammachim thans eigenaar is – naar voorlopig oordeel geen, althans onvoldoende aanknopingspunten zijn te vinden in de processtukken.


4.8.

Op grond van het voorgaande staat voorshands vast dat Gammachim eigenaar is van de bij Vopak opgeslagen palmolie en de palmstearine. Er is derhalve sprake van een beslag ten laste van Gamma-Trade dat is gelegd op goederen van een derde, Gammachim.

Dat betekent dat het beslag dient te worden opgeheven, tenzij moet worden aangenomen dat sprake is van vereenzelviging tussen Gammachim en Gamma-Trade die het beslag rechtvaardigt, zoals door Marvesa is aangevoerd.


4.9.

In het vonnis van 19 januari 2015 is in de rechtsverhouding tussen Gammachim en Marvesa geoordeeld dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat dat Gammachim misbruik maakt van identiteits-verschil tussen Gammachim en Gamma-Trade, waardoor het verhaalsrecht van Marvesa op Gamma-Trade illusoir is gemaakt, en dat Gammachim en Gamma-Trade vereenzelvigd kunnen worden.


4.10.

Marvesa heeft thans aangevoerd dat sprake is van nieuwe omstandigheden die nog niet aan de orde zijn gekomen in de eerdere procedure die heeft geleid tot het vonnis van 19 januari 2015, zodat dit onderwerp opnieuw beoordeeld moet worden. Er is, aldus Marvesa, gelet op de nieuwe omstandigheden geen sprake van een verkapt appel, zoals door Gammachim is betoogd.


4.11.

De voorzieningenrechter heeft geconstateerd dat de gestelde ‘nieuwe omstandigheden’ met name te zien zijn als een nadere invulling van de eerdere stellingen. Naar voorlopig oordeel is geen sprake van daadwerkelijk nieuwe feiten die een duidelijk ander licht op de zaak werpen. Het betreft een aanvulling van op welke momenten of in welke situaties Gamma-Trade gebruik heeft gemaakt van adresgegevens van Gammachim en van de momenten waarop bestuurders van Gammachim aanwezig waren bij besprekingen die betrekking hadden op, of correspondentie ontvingen over, het geschil tussen Gamma-Trade en Marvesa.

Het aspect van het over en weer door Gammachim en Gamma-Trade gebruiken van (e-mail)adressen en telefoonnummers, en het aspect dat de heer [persoon1] en de heer [persoon2] in zowel Gammachim als Gamma-Trade vergaande zeggenschap hebben,

zijn reeds aan de orde gekomen in het geding dat heeft geleid tot het vonnis van 19 januari 2015. In hetgeen Marvesa heeft aangevoerd als ‘nieuwe omstandigheden’ ziet de voorzieningenrechter geen grond thans anders te oordelen, dan in dat vonnis is gedaan. Dat Gamma-Trade in het eerdere kort geding geen partij was, maakt dit niet anders.


4.12.

Het voorgaande brengt met zich dat de door Marvesa gestelde vereenzelviging geen rechtvaardiging is voor het handhaven van het beslag dat Marvesa ten laste van Gamma-Trade op de aan Gammachim, een derde, toebehorende goederen heeft gelegd.


4.13.

De vorderingen van Gammachim en Gamma-Trade tot het opheffen van het beslag dat rust op de palmolie en de palmstearine zullen op grond hiervan worden toegewezen, als hierna bepaald.


Het conservatoir derdenbeslag onder Vopak


4.14.

Zowel Gammachim als Gamma-Trade heeft opheffing van het ten laste van Gammachim en Gamma-Trade gelegde conservatoir derdenbeslag onder Vopak gevorderd. Dit beslag heeft blijkens de eigen stellingen van Marvesa geen doel getroffen, zodat geacht kan worden dat Marvesa geen bezwaar heeft tegen opheffing van het beslag. De gevorderde opheffing zal derhalve worden toegewezen, als in het dictum bepaald.


Overige vorderingen in de zaak C/10/470252/KG ZA 15-174


4.15.

Gammachim heeft gevorderd Gamma-Trade te veroordelen tot het meewerken aan de opheffing van de ten laste van haar gelegde beslagen. Gamma-Trade heeft hieraan reeds gehoor gegeven door Marvesa afzonderlijk te dagvaarden en de hiervoor reeds genoemde opheffing van de beslagen te vorderen. In deze situatie heeft Gammachim naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen belang (meer) bij haar vordering sub 2, zodat deze zal worden afgewezen.


4.16.

Het onder 7 gevorderde verbod zal worden afgewezen. Niet kan worden uitgesloten dat er in de toekomst, op grond van gewijzigde feiten en/of omstandigheden, voor de voorzieningenrechter gronden aanwezig zijn om opnieuw toestemming te verlenen tot het doen laten leggen van beslag door Marvesa ten laste van Gammachim. Wel zal de voorzieningenrechter verstaan dat ter gelegenheid van de behandeling van een eventueel volgend beslagrekest, betrekking hebbend op de in deze aan de orde zijnde problematiek, Marvesa een kopie van dit vonnis aan de voorzieningenrechter dient te verstrekken.


4.17.

De voorzieningenrechter zal de proceskosten in het geschil Gammachim tegen Gamma-Trade compenseren.


4.18.

Marvesa zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Gammachim. De kosten aan de zijde van Gammachim worden begroot op:

- dagvaarding € 113,55

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.542,55

De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis. De nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen als hierna vermeld.


Resterende vordering in de zaak C/10/472176/ HA KG 15-290


4.19.

Marvesa zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Gamma-Trade. De kosten aan de zijde van Gammachim worden begroot op:

- dagvaarding € 77,84

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.506,84.



5De beslissing

De voorzieningenrechter


in beide zaken


5.1.

veroordeelt Marvesa om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de in 2.4 en 2.6 genoemde beslagen op te heffen;


5.2.

bepaalt dat indien Marvesa de in 5.1 opgenomen veroordeling niet nakomt, de in 2.4 en 2.6 genoemde beslagen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Marvesa komen te vervallen en met dit vonnis als door de voorzieningenrechter opgeheven hebben te gelden;


5.3.

verstaat dat bij het indienen van een eventueel volgend beslagrekest betrekking hebben op de in deze zaak aan de orde zijnde problematiek Marvesa een kopie van dit vonnis aan de voorzieningenrechter dient te verstrekken;


In de zaak C/10/470252/ HA KG 15-174


5.4.

veroordeelt Marvesa in de proceskosten, aan de zijde van Gammachim tot op heden begroot op € 1.542,55, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis aan Marvesa tot aan de dag der voldoening;

compenseert de kosten van Gammachim en Gamma-Trade in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;


5.5.

veroordeelt Marvesa, indien Marvesa niet binnen veertien dagen na betekening aan de proceskostenveroordeling voldoet, tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, vermeerderd met de wettelijke rente over de nakosten vanaf veertien dagen na betekening van de nakosten aan Marvesa tot aan de dag der voldoening;


in de zaak C/10/472176/ HA KG 15-290


5.6.

veroordeelt Marvesa in de proceskosten, aan de zijde van Gammachim tot op heden begroot op € 1.506,84;


In beide zaken voorts


5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2015.


1634/676