Rechtbank Rotterdam, 24-04-2015 / 473197 / HA RK 15-269


ECLI:NL:RBROT:2015:3602

Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek afgewezen. Verzoekster heeft zich onplezierig gevoeld bij de wijze waarop de rechter haar bejegend heeft. De rechter betreurt dit en heeft verklaard dat dit niet de bedoeling was. Een klacht over de bejegening door de rechter levert op zichzelf genomen geen zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de rechter partijdig is of dat de vrees dienaangaande bij verzoeker objectief gerechtvaardigd is. Het behoort tot de taak van de rechter om beide partijen kritisch te bevragen over hun standpunten. Aan het kritisch bevragen van de andere partij is de rechter niet toegekomen, omdat inmiddels een wrakingsverzoek tegen hem was gedaan.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-04-24
Publicatiedatum
2015-05-22
Zaaknummer
473197 / HA RK 15-269
Procedure
Wraking
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken


Zaaknummer / rekestnummer: 10/473197 / HA RK 15-269


Beslissing van 24 april 2015


op het verzoek van


[naam verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

advocaat mr. R.K. van der Brugge te Den Haag,


strekkende tot wraking van:

mr. W.J. van den Bergh, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team Handel (hierna: de rechter).



1Het procesverloop en de processtukken


Ter zitting van 1 april 2015 is door de rechter van deze rechtbank behandeld de door [naam wederpartij] tegen verzoekster ingestelde civielrechtelijke vordering.

Die procedure draagt als zaak- / rekestnummer: C/10/471480 / KG ZA 15-245.


Bij gelegenheid van die behandeling heeft de advocaat van verzoekster wraking van de rechter verzocht.


De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting;

- de fax van 7 april 2015 van de advocaat van verzoekster, met bijlage.


Verzoekster alsmede de rechter en [naam wederpartij] en diens advocaat mr. Van der Pluijm-de Jonge zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.


Ter zitting van 13 april 2015, waar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verschenen verzoekster met haar advocaat en de rechter. Verzoekster en de rechter hebben hun standpunten nader toegelicht.


Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de email van mr. Van der Pluijm-de Jonge van 13 april 2015.







2Het verzoek en het verweer daartegen



Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :


Aan het begin van de zitting heeft de rechter lachend tegen verzoekster gezegd “Nu wordt u fel hè, als het om uw kind gaat? Dat is goed, dat moet zo.” Dit is niet goed bij verzoekster gevallen. Vervolgens is de rechter herhaaldelijk met verzoekster in debat gegaan over haar antwoorden op vragen. Daarbij liet de rechter blijken dat hij verzoekster niet serieus nam. Toen verzoekster de problemen opsomde die zij met de baby ondervond wanneer haar ex-partner haar had teruggebracht, heeft de rechter gezegd: “Iedere baby huilt toch wel eens? Buikkrampjes zijn heel gewoon. Dat hoort allemaal bij het leven.”. Ook dit kwam denigrerend bij verzoekster over. De rechter heeft met het voorgaande de schijn van partijdigheid gewekt.


2.2

De rechter heeft niet in de wraking berust.

De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking kan opleveren. Daarbij is – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:

De rechter betreurt het dat verzoekster zich door de wijze waarop hij haar bejegend heeft gegriefd voelt. Dat was niet de bedoeling van de rechter. Ook heeft de rechter de problemen rond de omgang met de zes maanden oude baby niet gebagatelliseerd. Dit is immers een gevoelige kwestie. De rechter betreurt dat verzoekster niet het gevoel had dat haar argumenten zouden wegen en van belang waren. De rechter zocht in het belang van het kind van verzoekster en de ex-partner naar de ruimte aan beide zijden om zo mogelijk tot het treffen van een omgangsregeling te kunnen komen. De rechter had de intentie na de schorsing de ex-partner te bevragen. Vanwege de wraking is dat er niet van gekomen. De rechter had dit onderzoek graag afgemaakt en wist nog niet wat hij in deze zaak zou gaan beslissen.


3De beoordeling


3.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert, althans dat door verzoekster geuite vrees voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd is.


3.2

Aan de door verzoekster aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter door zijn persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig is.




3.3

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoekster geuite vrees dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoekster van belang, maar is deze niet doorslaggevend.


3.4

De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe als volgt. Verzoekster heeft zich onplezierig gevoeld bij de wijze waarop de rechter haar bejegend heeft. De rechter betreurt dit en heeft verklaard dat dit niet de bedoeling was. Een klacht over de bejegening door de rechter levert op zichzelf genomen geen zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de rechter partijdig is of dat de vrees dienaangaande bij verzoeker objectief gerechtvaardigd is. Feiten die wel tot die conclusie zouden kunnen leiden zijn niet aangevoerd.

Dit wordt niet anders waar de rechter de gedaagde partij, verzoekster in de onderhavige procedure, begonnen is kritisch te bevragen over de gronden waarop zij bezwaar heeft tegen de omgang van haar ex-partner met hun kind. Het behoort immer tot de taak van de rechter om beide partijen kritisch te bevragen over hun standpunten. Daarbij neemt de wrakingskamer in aanmerking dat de rechter aan het kritisch bevragen van de andere partij niet toegekomen is, omdat inmiddels een wrakingsverzoek tegen hem was gedaan.


3.5

Het verzoek is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.



4De beslissing


wijst af het verzoek tot wraking van mr. W.J. van den Bergh;


Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. H.J.M. van der Kaaij en mr. W.J. Roos-van Toor, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2015 in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer, griffier.












Verzonden op:

aan:

- verzoekster;

- de rechter;

- mr. B. van der Pluijm-de Jonge.