Rechtbank Rotterdam, 22-05-2015 / 3092877 CV EXPL 14-24526


ECLI:NL:RBROT:2015:3918

Inhoudsindicatie
Auteursrecht op logo. Algemene voorwaarden niet van toepassing. Opdrachtgever fictieve maker op grond van artikel 8 Aw. Beroep op persoonlijkheidsrecht ex artikel 25 lid 1 sub d en c Aw afgewezen: geen sprake van misvorming; verzet tegen tijdelijke wijziging wordt, gelet op de aard van de wijziging en de overige omstandigheden, in strijd met de redelijkheid geacht.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-05-22
Publicatiedatum
2015-06-05
Zaaknummer
3092877 CV EXPL 14-24526
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 3092877 CV EXPL 14-24526


uitspraak: 22 mei 2015


vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam


in de zaak van


T.M. [persoon4] h.o.d.n. Presentanza,

wonende te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. O.R van Hardenbroek te Den Haag,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Pay for People B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.J. Siegers te Rotterdam.


Partijen worden hierna aangeduid als Presentanza en P4P.



1Het verloop van de procedure


Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

  • - het exploot van dagvaarding van 2 december 2013 voor de rechtbank Rotterdam, met producties;
  • - de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot verwijzing naar de kantonrechter, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie van 26 maart 2014, met producties;
  • - de conclusie van antwoord in het incident van 9 april 2014;
  • - het vonnis van de rechtbank Rotterdam in het incident van 21 mei 2014, waarbij de rechtbank de zaak heeft verwezen naar de rol van de sector kanton;
  • - de conclusie van repliek in conventie tevens antwoord in reconventie, met producties
  • - de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie, met productie;
  • - de conclusie van dupliek in reconventie;
  • - het tussenvonnis van 19 december 2014 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
  • - de brief van 5 februari 2015 zijdens P4P, met daarbij een nadere specificatie van de proceskosten;
  • - het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 12 februari 2015;
  • - de brief van 27 februari 2015 zijdens P4P.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.




2De feiten


2.1.

Presentanza is een adviesbureau gespecialiseerd in ‘inbound marketing en imago’ of te wel zakelijke positionering en persoonlijke presentatie in een zakelijke context.


2.2.

P4P, voorheen geheten: ‘YourMatch B.V.’, kantoorhoudende op de [adres] maakt tezamen met vijf andere werkmaatschappijen en de holding P4P HRM Services B.V. (voorheen YourMatch HRM Services B.V.), eveneens gevestigd op [adres], deel uit van een groep ondernemingen die zich bezig houdt met het leveren van flexibele arbeid / diensten gerelateerd aan de arbeidsmarkt, personeel en administratie.

2.3.

Blijkens de registraties onder nummer 24329691 bij de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) was [persoon1] tot 30 november 2006 enig aandeelhouder en tot 12 augustus 2013 bestuurder van P4P. Vanaf 30 november 2006 respectievelijk 12 augustus 2013 is de holding P4P HRM Services B.V. (voorheen YourMatch HRM Services B.V.) enig aandeelhouder respectievelijk bestuurder. [persoon1] (alsook [persoon2]) staat sindsdien (uitsluitend) aangeduid als gevolmachtigde.


2.4.

Bij email van 20 augustus 2007 stuurt Presentanza aan [persoon1] (emailadres: [emailadres]) een offerte voor het verrichten van werkzaamheden bestaande uit het ontwikkelen van een nieuw imago ‘rond Yourmatch’, waaronder het aanpassen van de naam, logo, huisstijl, website en het geven van interieur- en communicatieadvies. Onderaan deze mail is vermeld: “(…)In de bijlage: de algemene voorwaarden en de 2007 tarieven-brief van Presentanza.”


2.5.

In voormelde algemene voorwaarden is, voor zover relevant, het navolgende bepaald:“(…)artikel 20 Intellectuele eigendom en auteursrechten1. Onverminderd het overigens in deze algemene voorwaarden bepaalde behoudt gebruiker zich de rechten en bevoegdheden voor die gebruiker toekomen op grond van de Auteurswet.

2. Alle door gebruiker verstrekte stukken, zoals rapporten, adviezen, overeenkomsten, ontwerpen, schetsen, tekeningen, enz. zijn uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de opdrachtgever en mogen niet door hem zonder voorafgaande toestemming van gebruiker worden verveelvoudigd, openbaar gemaakt, of ter kennis van derden gebracht tenzij dit voor de opdracht noodzakelijk is.(…)”


2.6.

Bij e-mail van 24 december 2007 levert Bas Verweij, die voor Presentanza de werkzaamheden ter zake huisstijl en logo heeft uitgevoerd, de complete huisstijl/logo’s aan Presentanza en [persoon1]; bij e-mail van 11 januari 2008 gevolgd door het aanleveren van de visitekaartjes in PDF voor het drukwerk.


2.7.

Presentanza stuurt ter zake van voormelde werkzaamheden facturen op 30 september (nr. 0709.24), 31 oktober (nr.0710.29) en 21 december 2007 (nr. 0712.37) aan ‘Your Match t.a.v. [persoon1]’ ten bedrage, inclusief BTW, van:€ 1.713,60 (imago definitie (…) en bespreking interieurplannen),

€ 1.079,59 (imago advies (…) domeinnaamregistratie(..) domeinnaamoverdracht respectievelijk € 4.165,00 (logo- en huisstijlontwerp).

Onderaan deze facturen is in kleine letters vermeld:

“Op al onze transacties zijn de algemene voorwaarden van toepassing zoals gedeponeerd onder nummer 24341226 bij de KvK te Rotterdam. Op verzoek sturen wij u een exemplaar.”


Deze facturen zijn door P4P HRM Services B.V. voldaan.


2.8.

Het logo is in 2008 in overleg met Presentanza aangepast, in die zin dat de onder het (oorspronkelijk) logo aangebrachte subtitel “professioneel, persoonlijk en met passie” is verwijderd.


2.9.

Het aldus wat aangepaste logo heeft P4P HRM Services B.V. op 11 februari 2008 als beeldmerk geregistreerd en is hierna afgebeeld.



2.10.

In de maanden juli en augustus 2013 corresponderen [persoon3] en [persoon2] via de e-mail ([emailadres2]) met Presentanza over de desgevraagd opgestuurde offerte van Presentanza voor het ontwerpen van een aangepast logo ten behoeve van het 15-jarig jubileum, met welke offerte bij e-mail van 1 augustus 2013 akkoord wordt gegaan.


2.11.

Op 11 september 2013 stuurt Presentanza ter zake een factuur geadresseerd aan “P4P HRM services t.a.v. [persoon1]” ten bedrage van € 865,15 (incl. BTW) aan. Onder aan deze factuur is vermeld dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Deze factuur is door P4P HRM Services B.V. voldaan.


In de inmiddels nieuwe algemene voorwaarden is, voor zover van belang, aan de bepaling betrekking hebbende op de intellectuele eigendom en auteursrechten (thans: artikel 7), voor zover van belang, het navolgende toegevoegd:“(…)3. De opdrachtgever mag overdracht van de intellectuele eigendomsrechten verlangen tegen betaling van een bedrag gelijk aan drie keer de ontwerp- en ontwikkelingskosten.4. Gebruik van stukken van Presentanza zoals omschreven in artikel 7.2 zonder voorafgaande overdracht van de intellectuele eigendomsrechten tegen betaling van de daarvoor vastgestelde vergoeding zoals omschreven in 7.3 wordt beschouwd als inbreuk op deze rechten. In geval van een dergelijke inbreuk is de genoemde vergoeding direct opeisbaar.(…)”


2.12.

Uiteindelijk besluit P4P HRM Services B.V. de opdracht voor het jubileumlogo niet aan Presentanza te geven, maar aan het bureau ‘Kontrast’, welk bureau het navolgende ontwerp heeft geleverd.




2.13.

Op 1 oktober 2013 stuurt Presentanza een factuur aan ‘P4P HRM Services t.a.v. [persoon2]’ ten bedrage van € 20.763,60 in totaal (incl. BTW). Op deze factuur staat vermeld:“(…)overdracht rechten logo/huisstijl; driemaal ontwerpkosten (facturen 0709-24, 0710-29 en 0712-37)(…)”


2.14.

Bij email van 6 november 2013 laat [persoon2] weten de onder 2.13 vermelde rekening niet te zullen betalen.



3Het geschil in conventie


3.1.

Presentanza heeft in conventie gevorderd:I. P4P te veroordelen tot betaling van € 20.763,60 vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf 15 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, II. althans P4P te veroordelen tot een ander in goede justitie te bepalen bedrag aan hoofdsom en rente;

III. P4P te veroordelen zich te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten van Presentanza en derhalve het openbaarmaken en verveelvoudigen van die werken gestaakt en gestaakt te houden;

IV. P4P te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 20.000,= met een

maximum van € 200.000,= althans een door uw Rechtbank te bepalen dwangsom,

voor iedere overtreding per dag dat P4P met de gehele of gedeeltelijke

nakoming van het onder II en III gevorderde in gebreke zou blijven;

V. P4P te veroordelen tot betaling van de werkelijke kosten van dit geding

overeenkomstig artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de nakosten een en ander te

voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval

voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te

vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde

termijn voor voldoening;

VI. P4P te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 982,64,

te vermeerderen met de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten

te rekenen vanaf de datum van dit exploot tot aan de dag der algehele voldoening.


3.2.

Presentanza grondt haar vordering primair op niet nakoming van de algemene voorwaarden en subsidiair op inbreuk aan de aan haar als maker toekomende auteursrechten op grond van de artikelen 1, 13, 25 en 27 lid 1 Auteurswet (hierna Aw) en stelt daartoe – zakelijk weergegeven – het navolgende.


De algemene voorwaarden van 2007 zijn van toepassing, omdat Presentanza daarnaar heeft verwezen in haar offerte bij email van 20 augustus 2013 als opgenomen in de bijlage bij deze email, omdat op de gestuurde facturen steeds is vermeld dat deze van toepassing zijn en daartegen nimmer is geprotesteerd, zodat de toepasselijkheid daarvan is aanvaard. Vervolgens heeft P4P door betaling van de factuur van 11 september 2013 de vernieuwde algemene voorwaarden 2012 aanvaard. Op grond van artikel 20 respectievelijk 7 van deze voorwaarden geldt dat de door Presentanza gemaakte werken niet mogen worden gewijzigd en/of aan derden verstrekt. Dit heeft P4P wel gedaan, nu zij het logo heeft laten aanpassen door een derde, waarmee zij in strijd heeft gehandeld met deze voorwaarden. Ook volgt uit de algemene voorwaarden dat de auteursrechten niet automatisch overgaan op de opdrachtgever, maar de opdrachtgever deze tegen betaling kan verkrijgen. Voor overdracht is een akte vereist.


Presentanza is maker van en auteursrechthebbende op het logo, nu dit is ontworpen onder leiding en toezicht van [persoon4]. Het jubileumlogo geldt als een verveelvoudiging in gewijzigde vorm, hetgeen op grond van artikel 13 Aw niet is toegestaan. Bovendien is de wijziging een aantasting van haar werk, reden waarom zij zich tevens op grond van artikel 25 lid 1 onder c en d Aw beroept op haar persoonlijkheidsrecht.


Presentanza heeft schade geleden. Uit hoofde van artikel 7.4 van de AV 2012 juncto artikel 27 lid 2 Aw en hetgeen gebruikelijk is, kan zij aanspraak maken op een (schade)vergoeding van driemaal de ontwerp en ontwikkelkosten, subsidiair op een passende vergoeding.


Naast de totale hoofdsom van € 20.763,60 is P4P tevens de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over dat bedrag verschuldigd vanaf de vervaldatum van de factuur, buitengerechtelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub c BW ten bedrage van € 982,64 en proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.


3.3.

P4P heeft de vordering betwist en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.


Daartoe heeft zij primair aangevoerd dat Presentanza niet-ontvankelijk is in haar vordering, aangezien niet P4P maar P4P HRM Services B.V. partij was bij de overeenkomst van opdracht voor het ontwerpen van het logo respectievelijk het jubileumlogo.


Subsidiair heeft zij – verkort weergegeven – het navolgende aangevoerd.


De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing. De toepasselijkheid daarvan is nimmer aanvaard door P4P, ook niet stilzwijgend. De enkele verwijzing naar / vermelding daarvan op de facturen is daartoe onvoldoende; dit geldt zeker voor de gewijzigde voorwaarden uit 2012. Voor zover al van toepassing beroept P4P zich op de nietigheid van de algemene voorwaarden. Noch bij de eerste overeenkomst in 2007 noch bij de tweede overeenkomst in 2013 zijn deze ter hand gesteld. Zij zijn nimmer door P4P ontvangen.


P4P betwist dat Presentanza auteursrechthebbende is. Presentanza is niet de maker van het logo, dat is de vormgever die in haar opdracht het werk heeft gedaan; van leiding en toezicht als bedoeld in artikel 6 Aw is geen sprake.

Daarentegen kan P4P wel aanspraak maken op de auteursrechten krachtens artikel 3.8 BVIE en/of artikel 8 Aw.


Indien Presentanza al auteursrechthebbende zou zijn dan geldt dat het toevoegen van een ‘spetter’ aan het oorspronkelijk logo niet beschouwd kan worden als een ‘wijziging’, maar zelfs indien wel dan betreft deze wijziging een onder de gebruikslicentie geoorloofde bewerking van het logo / onder het recht dit logo te verveelvoudigen. De aanpassing is dan ook niet in strijd met enig recht.


Voor zover al sprake zou zijn van schending van (auteurs)rechten doet P4P een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW. De regel dat Presentanza het litigieuze gebruik zou kunnen beletten is in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar.


P4P betwist de hoogte van de gevorderde (schade)vordering. Ook voor zover de algemene voorwaarden uit 2007 van toepassing zouden zijn en/of niet vernietigd, ontbreekt daarvoor een contractuele grondslag: in deze voorwaarden is geen regeling omtrent ‘driemaal de kosten’ opgenomen.


Voor zover al sprake zou zijn van inbreuk op de auteursrechten is nodig dat daadwerkelijk schade is geleden; voor vergoeding van ‘driemaal de kosten’ is onvoldoende gesteld.

Indien al een dergelijke vergoeding verschuldigd zou zijn, bedraagt het gevorderde bedrag meer dan driemaal de kosten voor het ontwerpen van het logo, nu de facturen op basis waarvan dit bedrag is berekend zien op heel veel meer werkzaamheden dan alleen het logo.


Bij de vordering tot onthouden van iedere inbreuk op straffe van een dwangsom heeft Presentanza geen belang meer, aangezien het logo per september 2014 niet meer wordt gebruikt.


P4P betwist ten slotte dat buitengerechtelijke kosten zouden zijn gemaakt en wettelijke handelsrente verschuldigd zou zijn.


De door Presentanza gevorderde proceskosten dienen te worden afgewezen, omdat deze niet zijn gespecificeerd.



4Het geschil in reconventie


4.1.

P4P heeft in voorwaardelijke reconventie (voor het geval dat zij in conventie wordt veroordeeld tot betaling) gevorderd Presentanza te veroordelen de auteursrechten over te dragen aan P4P op straffe van verbeurte van een in goede justitie te bepalen dwangsom voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Presentanza daarmee vijf dagen na het te dezen te wijzen vonnis in gebreke blijft;

en in conventie en in reconventie voorts:

- Presentanza te veroordelen in de werkelijke kosten van het geding,

- Presentanza te veroordelen tot betaling van de nakosten ad € 205,- zonder betekening in conventie en reconventie tezamen en verhoogd met € 68,- in het geval van betekening,

met bepaling dat als deze kosten niet binnen 14 dagen na de dagtekening van het vonnis worden voldaan daarover vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis daarover wettelijke rente is verschuldigd;


4.2.

P4P legt aan haar vordering ten grondslag dat het altijd de bedoeling van partijen is geweest dat de auteursrechten, tegen betaling, zouden worden overgedragen. Indien P4P wordt veroordeeld tot betaling heeft zij dan ook recht op verkrijging van het auteursrecht.


4.3.

Presentanza heeft verweer gevoerd. Zij heeft gesteld dat deze vordering overbodig is, omdat het doel van de betaling de overdracht van rechten is en het auteursrecht na de in conventie gevorderde betaling van de factuur van 1 oktober 2013 conform de daarbij vermelde mededeling zal worden overgedragen.



5De beoordeling


in conventie


5.1.

In conventie ligt allereerst voor het verweer dat de verkeerde partij is gedagvaard, zodat Presentanza niet ontvankelijk is haar vordering.

Partijen twisten in dit verband over de vraag wie destijds als contractspartner van Presentanza is opgetreden. Naar Presentanza stelt heeft zij altijd gemeend zaken te doen met Yourmatch thans P4P, terwijl P4P van mening is dat Presentanza had moeten begrijpen dat niet de werkmaatschappij maar de holding Yourmatch Services B.V. in financiële zin verantwoordelijk en dus contractspartij was.


5.2.

Het antwoord op de vraag of P4P dan wel P4P HRM Services B.V. aangemerkt dient te worden als contractspartij is volgens vaste jurisprudentie afhankelijk van wat betrokkenen jegens elkander hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mogen afleiden, waarbij alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen.


5.3.

Vaststaat dat mevrouw [persoon4] van Presentanza voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst heeft gesproken en heeft gecorrespondeerd via e-mail met de heer [persoon1], die als emailadres: [emailadres] gebruikte. [persoon1] was – zo blijkt uit het uittreksel uit het register van de KvK – op dat moment bestuurder van P4P voorheen Yourmatch B.V. die destijds als handelsnaam ‘YourMatch’ en ‘MatchFlex’ voerde. Volgens P4P is in de gesprekken met Presentanza aan de orde gesteld dat er sprake was van een groep ondernemingen, die destijds alle in de naam Yourmatch gebruikten en was de aanpassing van de naam en logo etcetera bedoeld voor de hele groep. Dit is door Presentanza echter weersproken en blijkt niet uit de stukken, zodat dit niet vast is komen te staan. Echter, ook wanneer er veronderstellenderwijs vanuit zou worden gegaan dat wel over de groep zou zijn gesproken, betekent dit nog niet dat P4P of [persoon1] namens P4P geen overeenkomst zou kunnen sluiten met Presentanza en/of dat Presentanza had moeten begrijpen dat zij zaken deed met de holding. Daar komt bij dat nu alle ondernemingen in het dagelijks verkeer kennelijk dezelfde handelsnaam bezigen en ook nog op hetzelfde adres zijn gevestigd, het op de weg van de onderhandelaar [persoon1], bestuurder van P4P, had gelegen om duidelijkheid te scheppen over wie binnen de groep als formele contractspartij beschouwd diende te worden, om aan te geven dat hij niet handelde namens P4P maar handelde namens P4P HRM Services B.V. Dat hij dit heeft gedaan is gesteld noch gebleken. Gelet op deze omstandigheden mocht Presentanza begrijpen dat P4P haar contractspartner was. De door P4P nog aangevoerde omstandigheden kunnen daaraan niet afdoen. Het enkele feit dat P4P HRM Services B.V. de facturen heeft betaald niet omdat iedere derde krachtens artikel 6:30 BW een uitstaande vordering kan betalen, terwijl het feit dat Presentanza de latere facturen – desgevraagd – heeft geadresseerd aan P4P HRM Services B.V. niet relevant is, omdat dit een omstandigheid betreft lange tijd na het tot stand komen van de overeenkomst. Dit laatste geldt evenzeer voor de omstandigheid dat P4P HRM services het logo, kennelijk met goedvinden van Presentanza, als merk op haar naam heeft geregistreerd. Nu geen andere feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die nopen tot een ander oordeel dient er in rechte vanuit te worden gegaan dat P4P als contractspartner van Presentanza heeft te gelden.


5.4.

De conclusie is dat het verweer van P4P op dit punt faalt en Presentanza ontvankelijk is in haar vordering.


5.5.

Kernpunt van het materiële geschil tussen partijen is de vraag of P4P het logo dat Presentanza in haar opdracht heeft vervaardigd/laten vervaardigen zelf mocht (laten) aanpassen tot het jubileum logo als hiervoor onder 2.12. afgebeeld.

Presentanza meent van niet en beroept zich daarbij allereerst op het auteursrechtvoorbehoud en nadere bepalingen ter zake als opgenomen in de door haar gehanteerde algemene voorwaarden 2007 en 2012. P4P heeft de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden betwist en daaraan onder meer toegevoegd dat het auteursrecht aan haar toekomt op grond van artikel 8 Aw.


5.6.

Vooropgesteld wordt dat het in opdracht van P4P ontworpen logo een werk is in de zin van de Auteurswet. Partijen verschillen daarover ook niet van mening. Voorts is de kantonrechter met Presentanza van oordeel dat de wijziging daarvan als thans in het geding, het toevoegen van de ‘jubileumspetter’, gekwalificeerd moet worden als een verveelvoudiging in gewijzigde vorm als bedoeld in artikel 13 Aw. Dit betekent dat, indien het auteursrecht ter zake aan Presentanza toekwam en bij haar is gebleven, met het aanbrengen van deze wijziging zonder haar toestemming inbreuk is gemaakt op het verveelvoudigingsrecht en Presentanza zich daartegen alsdan in beginsel kan verzetten. De stelling van Presentanza dat deze wijziging als een verminking moet worden aangemerkt in de zin van artikel 25 sub d Aw deelt de kantonrechter echter niet, nu de wijziging beperkt is gebleven tot een duidelijk zichtbare toevoeging aan het oorspronkelijke logo van ondergeschikte betekenis, waarbij het oorspronkelijke ontwerp in tact is gebleven. Daarbij gevoegd dat deze toevoeging naar zijn aard van tijdelijke aard is geweest en Presentanza met deze wijziging wel, maar uitsluitend, akkoord heeft willen gaan onder de voorwaarde dat de auteursrechten tegen betaling van een bedrag van € 20.763,60 zouden worden overgedragen, wordt het alsnog geboden verzet hiertegen uit hoofde van artikel 25 sub c Aw in strijd met de redelijkheid geacht.


5.7.

Er veronderstellenderwijs vanuit gaande dat Presentanza in ieder geval voor aflevering van het logo aan P4P auteursrechthebbende was (geworden) – partijen verschillen daarover van mening – ligt vervolgens voor de vraag of zij zich haar auteursrechten contractueel, dat wil zeggen in haar algemene voorwaarden, heeft voorbehouden.


5.8.

De kantonrechter meent van niet en overweegt daartoe als volgt.

De litigieuze overeenkomst tussen partijen is gesloten in 2007, zodat toepasselijkheid van de algemene voorwaarden 2012 niet aan de orde kan zijn. Presentanza lijkt dat ook zelf te onderkennen, blijkens de in haar repliek toegevoegde opmerking onder 7 en artikel 25 van haar algemene voorwaarden 2007 waarin wordt uitgegaan van de toepasselijkheid van de laatst gedeponeerde versie van de algemene voorwaarden zoals die gold ten tijde van het tot stand komen van de overeenkomst.

De algemene voorwaarden van 2007 zijn evenmin van toepassing, reeds omdat van een expliciete akkoordverklaring geen sprake is en het enkele feit dat onderaan in de email van 20 augustus 2007 en op de facturen wordt verwezen naar de algemene voorwaarden onvoldoende is om te kunnen concluderen dat de toepasselijkheid daarvan stilzwijgend is aanvaard. P4P heeft bovendien betwist dat de algemene voorwaarden zouden zijn meegestuurd met deze e-mail en uit de kopie van de overgelegde mail blijkt niet dat daadwerkelijk een bijlage is bijgesloten. Van terhandstelling als bedoeld in artikel 6:234 lid 2 BW is derhalve niet gebleken, zodat – indien al van toepassing – het beroep van P4P op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden slaagt.


5.9.

Niet in geschil is dat (ook) P4P het logo openbaar heeft gemaakt en mocht maken in het kader van de gemaakte afspraken. Daarbij is geen natuurlijke persoon als maker vermeld. Nu hiervoor is geoordeeld dat partijen niet zijn overeengekomen dat het auteursrecht bij Presentanza is gebleven, heeft P4P als (fictieve) maker in de zin van artikel 8 Aw en daarmee als auteursrechthebbende te gelden. Voor zover zou moeten worden aangenomen dat de persoonlijkheidsrechten hier niet onder vallen, is de kantonrechter op grond van hetgeen hiervoor onder 5.6. reeds is overwogen van oordeel dat Presentanza geen beroep toekomt op artikel 25 lid 1 sub c en sub d Aw.


5.10.

De slotsom is dat de vordering van Presentanza dient te worden afgewezen. De overige weren kunnen derhalve buiten bespreking blijven.


5.11.

Presentanza dient als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.


5.12.

Deze (proces)kosten dienen desgevorderd te worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1019h Rv. Het geschil betreft immers gepretendeerde aanspraken als voortvloeiend uit het auteursrecht. Dit geldt ook voor zover Presentanza haar vordering grondt op de algemene voorwaarden, aangezien de artikelen waarop een beroep wordt gedaan betreft een nadere regeling van de intellectuele eigendomsrechten. P4P heeft haar kosten advocaat, ter voorbereiding op en ter behandeling van deze procedure als nader gespecificeerd, gesteld op in totaal (€ 3.385,00 + € 8.492,00 + € 4.486,00 =) € 16.363,00. P4P heeft de hoogte van deze kosten echter betwist, in het bijzonder het gehanteerde tarief daarbij gelet op het financiële belang van de zaak en de complexiteit en op deze grond verzocht om matiging. Nu ook P4P bij conclusie van antwoord zelf stelt dat het om een relatief eenvoudige zaak gaat en de procedures in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie volledig met elkaar samenhangen, worden de proceskosten, met inbegrip van de buitengerechtelijke kosten, overeenkomstig het indicatietarief als geldend in eerste instantie bepaald op € 10.000,00.

Voor een aanvulling van de kostenveroordeling in het incident is gelet op het voorafgaande geen reden.

5.13.

Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert. Voor het geval over de hoogte daarvan bij de executie een geschil rijst, kan de rechter het bedrag van deze nakosten alsnog begroten op de voet van artikel 237 lid 4 Rv.


in (voorwaardelijke) reconventie


5.14.

Gelet op hetgeen hiervoor in conventie is overwogen wordt aan de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld niet voldaan, zodat deze buiten bespreking kan blijven.



6De beslissing


wijst af de (conventionele) vordering van Presentanza;


veroordeelt Presentanza in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van P4P vastgesteld op € 10.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;


verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

1515/32