Rechtbank Rotterdam, 10-06-2015 / C-10-438287 - HA ZA 13-1182


ECLI:NL:RBROT:2015:4013

Inhoudsindicatie
Procedure in naam van niet (meer) bestaande commanditaire vennootschap. Eiseres stelt aanvankelijk dat zij een bestaande partij is. Na wijziging van haar advocaat na de comparitie wordt deze stelling niet langer gehandhaafd en wordt rectificatie verzocht (B.V. in plaats van C.V.) met een beroep op een kennelijke vergissing. Dit verzoek wordt afgewezen, nu wordt geoordeeld dat eiseres heeft bedoeld in naam van de (niet meer bestaande) C.V. te procederen, het voor gedaagde niet kenbaar was dat er sprake zou zijn van een kennelijke vergissing en de rectificatie niet tijdig is verzocht. Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard. Degenen die voor de procedure opdracht hebben gegeven worden krachtens art. 245 lid 1 Rv in de proceskosten veroordeeld.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-06-10
Publicatiedatum
2015-06-23
Zaaknummer
C-10-438287 - HA ZA 13-1182
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel



zaaknummer / rolnummer: C/10/438287 / HA ZA 13-1182


Vonnis van 10 juni 2015


in de zaak van


de commanditaire vennootschap RHINE MINERAL TRADING C.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. V.M. Weski,


tegen


1 [gedaagde1],

wonende te [woonplaats]

2. [gedaagde2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. J.A. Visser.



Partijen zullen hierna RMT, [gedaagde1] en [gedaagde2] worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk [gedaagden] worden genoemd.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 16 juli 2014;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 11 december 2014;
  • - de akte ter rectificatie van mr. Weski van 10 februari 2015;
  • - de akte na comparitie van partijen van mr. Visser van 9 maart 2015;

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.



2De feiten

2.1.

Op 7 januari 2011 is RMT opgericht. In het handelsregister van de Kamers van Koophandel (hierna: “het handelsregister”) is vermeld dat [gedaagde1] vanaf deze datum als enig vennoot is ingeschreven (productie 2 bij conclusie). Vanaf 3 augustus 2011 is [persoon1] (hierna: “[persoon1]”) in het handelsregister geregistreerd als gevolmachtigde en vanaf 8 augustus 2011 is [persoon2] (hierna “[persoon2]”) geregistreerd als vennoot (productie 3 bij conclusie).


2.2.

In de periode tussen september 2011 en november 2012 zijn vanaf de bankrekening van RMT bedragen overgeboekt naar de bankrekeningen van [gedaagden] en naar de bankrekening van een autobedrijf.


2.3.

Op 18 februari 2013 is door RMT - vertegenwoordigd door [persoon2] en [gedaagde1] - en Rhine Mineral Trading B.V. (hierna: “RMT B.V.”) - vertegenwoordigd door [persoon2] - een overeenkomst gesloten waarin is vermeld:


Transfer Agreements

This agreement is made between Rhine Mineral Trading C.V. (…), refer as RMT CV, and Rhine Mineral Trading B.V. (…), refer as RMT BV, on 18 Feb 2013.

[persoon2] and [gedaagde1], representing all partners of Rhine Mineral Trading C.V..

[persoon2], as managing director representing Rhine Mineral Trading B.V..

The transfer is agreed in 2013, but will be effectuated retrospectively on January 7, 2011.

As the RMT CV is agreed to dissolution once the IND approve the employee’s status transfer.

RMT B.V. agrees to accept all assets, debt and liabilities whatsoever from January 7, 2011 up to and including the date of transfer as if they were her own.

RMT CV agree to transfer all employee listed below to RMT BV.

RMT BV agree to aquire all employees with the same terms and conditions in the employment agreement between RMT CV and the employees.

(…)


2.4.

In de registratie met betrekking tot RMT is in het handelsregister vermeld (productie 3 bij conclusie):


Uitgeschreven uit het handelsregister per 25-03-2013

Op 25-03-2013 is geregistreerd dat de onderneming met ingang van 18‑02‑2013 is overgedragen aan Rhine Mineral Trading B.V., ingeschreven onder KvK-nummer (…)



3Het geschil

3.1.

RMT vordert samengevat - hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 211.310,81, vermeerderd met rente en kosten.


3.2.

RMT legt hieraan ten grondslag dat [gedaagden] onrechtmatig hebben gehandeld door het zonder recht of titel overmaken van geldbedragen van de bankrekening van RMT naar hun persoonlijke bankrekeningen en het aanschaffen van auto’s met geld van de bankrekening van RMT.


3.3.

[gedaagden] betwisten primair dat RMT een vordering kan instellen, nu RMT in 2013 is ontbonden, zodat RMT niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. [gedaagden] concluderen voorts tot afwijzing van de vordering.



4De beoordeling

4.1.

Nadat (de opvolgend advocaat van) RMT in haar ‘akte ter rectificatie’ haar stelling dat RMT een bestaande partij is niet langer handhaaft, stelt zij thans dat door het dagvaarden namens RMT in plaats van RMT B.V., er sprake is van een kennelijke vergissing die dient te worden gerectificeerd.


4.2.

[gedaagden] voeren voorts aan dat de ‘akte ter rectificatie’ dient te worden geweigerd, nu deze buiten de reikwijdte valt van de aan RMT geboden mogelijkheid voor het nemen van een akte. Voor zover de akte wordt geaccepteerd, is geen sprake van een kennelijke vergissing aangezien RMT in eerste instantie de stelling heeft verdedigd dat RMT de juiste partij was. [gedaagden] hebben niet begrepen dat RMT B.V. de procespartij had moeten zijn en zij zullen door een partijwisseling in hun belangen zullen worden geschaad, aldus [gedaagden]


4.3.

Ook indien de akte niet wordt geweigerd, zal dit niet leiden tot rectificatie van de partij-aanduiding, zodat de vraag of de akte dient te worden geaccepteerd in het midden kan blijven. Hiertoe wordt het navolgende overwogen.


4.4.

Rectificatie van een aanvankelijk onjuiste partij-aanduiding is een aanvaardbaar middel tot herstel van een gemaakte vergissing wanneer het onder de gegeven omstandigheden voor de processuele wederpartij kenbaar is dat van een vergissing sprake is, die wederpartij door de vergissing en de rectificatie daarvan niet is benadeeld of in haar verdediging geschaad en de rectificatie tijdig heeft plaatsgevonden (HR 14 december 2007, NJ 2008,10).


4.5.

In de dagvaarding is vermeld dat op verzoek van “de Commanditaire Vennootschap Rhine Mineral Trading CV” is gedagvaard. Voorts is een uittreksel van de registratie van RMT in het handelsregister overgelegd (productie 1 bij dagvaarding) en is RMT als werkgever aangemerkt in de door RMT overgelegde arbeidsovereenkomsten (productie 2 en 3 bij dagvaarding).


4.6.

Tevens is van belang dat, nadat [gedaagden] hebben3 aangevoerd dat RMT niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, RMT aanvankelijk heeft gesteld dat zij een bestaande partij is, waarbij zij tevens tijdens de comparitie een overeenkomst heeft overgelegd ter onderbouwing van haar stelling. In haar ‘akte ter rectificatie’ heeft RMT vervolgens gesteld dat er sprake is van een kennelijke vergissing.


4.7.

Gelet op hetgeen is overwogen in r.o. 4.5 en 4.6, wordt geoordeeld dat RMT bedoeld heeft om als eiseres op te treden, te meer nu RMT dit standpunt tot aan het moment van het indienen van haar akte heeft verdedigd. Dat RMT thans haar stellingen heeft aangepast, maakt dit niet anders. Het was derhalve onder de gegeven omstandigheden voor [gedaagden] niet kenbaar dat er sprake zou zijn van een vergissing in de aanduiding van de eisende partij. Voorts is de stelling dat er sprake is van een vergissing door RMT eerst na de comparitie van partijen ingenomen, zodat ook aan het vereiste van een tijdige rectificatie niet is voldaan. Het beroep op een kennelijke vergissing zal derhalve worden afgewezen. Gezien het voorgaande behoeft de stelling van [gedaagden] dat zij door een rectificatie in hun belangen zullen worden geschaad geen beoordeling.


4.8.

Gelet op het voorgaande, is de vordering ingesteld door een niet-bestaande partij, zodat RMT niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.


4.9.

Nu [gedaagden] de proceskosten niet ten laste kunnen brengen van (de niet-bestaande partij) RMT, zullen de proceskosten krachtens art. 245 lid 1 Rv ten laste worden gebracht van degenen die opdracht hebben gegeven tot het voeren van de onderhavige procedure. Dit brengt met zich dat [persoon2] en [persoon1] zullen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:


- griffierecht € 1.519,00

- salaris advocaat € 5.000,00 (2,5 punten * × tarief VI à € 2.000,00)

Totaal € 6.519,00


* (conclusie van antwoord, comparitie van partijen, akte)



5De beslissing

De rechtbank


5.1.

verklaart RMT niet-ontvankelijk in haar vordering,


5.2.

veroordeelt [persoon2] en [persoon1] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 6.519,00,


5.3.

verklaart de veroordeling onder r.o. 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.

1 type: 2457 coll: 2294 / 2662