Rechtbank Rotterdam, 10-06-2015 / C/10/454009 / HA ZA 14-668


ECLI:NL:RBROT:2015:4078

Inhoudsindicatie
Binnenvaart. Vervoer van SPC (vismeel) van Servië naar Rotterdam/Moerdijk. Tussen partijen is geen raamovereenkomst tot stand gekomen. Geen bevrachtingsovereenkomst met betrekking tot de Avalon tot stand gekomen. Wel een bevrachtingsovereenkomst met betrekking tot de Ferramenta. Verschuldigdheid van overliggeld/demurrage. Vertraging door lage waterstand en vertraging bij het lossen.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-06-10
Publicatiedatum
2015-06-11
Zaaknummer
C/10/454009 / HA ZA 14-668
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • NTHR 2015, afl. 4, p. 223
  • S&S 2017/73
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel


zaaknummer / rolnummer: C/10/454009 / HA ZA 14-668


Vonnis van 10 juni 2015


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FENDER TRADE B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

eiseres,

advocaat mr. B.E. Volker te Rotterdam,


tegen


de vennootschap naar vreemd recht

NORSILDMEL INNOVATION AS,

gevestigd te Fyllingsdalen, Noorwegen,

gedaagde,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam.



Partijen zullen hierna Fender Trade en Nordsildmel genoemd worden.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 12 november 2014;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 14 januari 2015 en de daaraan gehechte spreekaantekeningen van mr. Volker, alsmede de ter comparitie genomen akte overlegging producties van Fender Trade;
  • - de brief van mr. Hajdasinski van 5 februari 2015 met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.



2De feiten

2.1.

Fender Trade richt zich onder meer op het bevrachten en vervrachten van binnenvaartschepen.


2.2.

Nordsildmel is een verkoop- en marketing organisatie voor de vismeel- en visolie industrie. Nordsildmel houdt zich in dat kader bezig met de handel in sojaproteïnenconcentraat (hierna: ‘SPC’). [persoon3] Trade d.o.o. (hierna: [persoon3]) begeleidt Nordsildmel op de Servische markt bij de inkoop van SPC en met betrekking tot de logistiek. Voor de logistieke werkzaamheden met betrekking tot Rotterdam is de heer [persoon1] lokale partner van [persoon3] en Nordsildmel.


2.3.

Een mailbericht van [persoon1] aan de heer [persoon2] van Fender Trade van 27 november 2013 luidt – voor zover relevant – als volgt:


“Beste [persoon2],

Onder het verschepingsplan tot nu toe voor 2014.

Mvg,

[persoon1]


Here is indicative delivery plan.

Indicated months are actually periods in which the goods should be ready for shipment in Rotterdam, so loadings in Serbia must be organized 2 week in advance.


Month Quantity (mt)

-------- -------------------


Jan. 2,350.00

Feb. 2,350.00

(…)

-------- --------------------


Total 27,600.00”


2.4.

Een mailbericht van [persoon2] aan de heer [persoon3] ([persoon3]) van 11 december 2013 (14:26 uur) luidt – voor zover relevant – als volgt:


“Hallo [persoon3],


With this e-mail I give you an official offer for the transshipments in 2014. When you give us an exact date for the week 51/52 than we follow also this official offer. (…)”


2.5.

Een mailbericht van [persoon3] aan [persoon2] van 11 december 2013 (15:21 uur) met als onderwerp ‘official offer’ luidt – voor zover relevant – als volgt:


“There is no attachment to your e-mail, I do not see the offer. Please try to send it again. (…) Speaking of business in 2014, we are looking forward seeing you as soon as possible and prepare contract for regular deliveries in 2014. The loading in week 52 is our last spot business. Unfortunately we did not have time to prepare yearly contract earlier, but 2014 will be covered with such a contract for sure.”


2.6.

Een mailbericht van 13 december 2013 van [persoon3] aan [persoon2] met als onderwerp ‘Fwd: SPC booking of Barge for loading ex Backa Palanka week 52’ luidt – voor zover relevant – als volgt:


“Thanks once again for you modified (clarified) offer and for your understanding. Attached you will find your offer duly stamped and signed from Nordsildmel Innovation SA.”


2.7.

Het als bijlage bij dit mailbericht verzonden ‘Offer of Shipments from B Palanka, SP cargo’ is namens Nordsildmel en Fender Trade ondertekend en luidt – voor zover relevant – als volgt:


“Demurrage/Vessel size: according to German Law ’99 the demurrage-costs being charged depend on the size of the vessel, for example: 110 meter vessel: about 1900 MT by a draft of 2.50 meter € 109,- per hour.


Discharging conditions: Discharging will be according the Dutch Law 2011, as explained earlier.


Freight Rate: The freight rate = € 40,- p/t (x draft 2.50 meter dept according his official gauge book) in lump sum, (for example vessel “Ferramenta” carries 1950 MT on a dept of 2.50 m according his official gauge book, so we’ll charge you for this vessel always: 950 t x € 40,-= € 78.000

(…)


Extra conditions: This transport will be done by international CMNI conditions. (…)


  • - This offer valid for all shipments request you gave me for 2014 in the e-mail of dd 27-11-2014 (or more shipments who are not in this request)
  • - Our vessel is ready for loading in B Palanka at this very moment.
  • - Please let us know as soon as possible and at least tomorrow before 10 o’clock.“

2.8.

Op 21 en 24 maart 2014 zijn op verzoek van Fender Trade conservatoire beslagen gelegd ten laste van Nordsildmel. Op 28 mei 2014 heeft Fender Trade ten laste van Nordsildmel conservatoir beslag doen leggen op een lading sojaproteïnen en conservatoir derdenbeslag onder Marcor.



3Het geschil

3.1.

Fender Trade vordert na wijziging van eis – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Nordsildmel zal veroordelen tot betaling aan Fender Trade van:

€ 12.701,53 aan hoofdsom en wettelijke handelsrente tot en met 15 mei 2014 aan liggeld en havengeld met betrekking tot de Ferramenta, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf 15 mei 2014 tot de dag van algehele voldoening;

€ 93.190 aan schadevergoeding in verband met de niet uitgevoerde reis van de Avalon;

€ 375.245 aan schadevergoeding in verband met de overige (niet uitgevoerde) transporten in 2014;

€ 5.180,15 aan kosten ter beperking van schade en buitengerechtelijke kosten;

€ 3756,33 aan kosten van de op 21 en 24 maart 2014 gelegde beslagen;

€ 5.647,88 aan kosten van de op 28 mei 2014 gelegde beslagen,

met veroordeling van Nordsildmel in de proceskosten.


3.2.

Fender Trade baseert deze vorderingen – zakelijk weergegeven – op de volgende stellingen:

  • - Fender Trade heeft in opdracht en voor rekening van Nordsildmel het binnenvaartschip “Ferramenta” bevracht voor een reis van Backa Palanka naar Moerdijk en/of Rotterdam;
  • - Nordsildmel is in verzuim met betaling van het liggeld en het havengeld dat is verschuldigd in verband met het transport dat de Ferramenta heeft uitgevoerd;
  • - Fender Trade heeft in opdracht van Nordsildmel (bij monde van [persoon3]) het binnenvaartschip “Avalon” bevracht;
  • - Nordsildmel is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de bevrachtingsovereenkomst met betrekking tot de Avalon. De schade bestaat uit € 20.000 aan verschil in vracht, € 14.250 aan kosten omvaren Kladovo, € 3.740 aan liggeld Kladovo,

€ 54.000 aan liggeld (18 dagen x 24 uur x € 125) en € 1.200 aan havengeld. In totaal derhalve een bedrag van € 93.190;

  • - Tussen Fender Trade en Nordsildmel is een overeenkomst gesloten op grond waarvan Fender Trade reisbevrachtingsovereenkomsten zou sluiten voor het vervoer in 2014 van minimaal 27.600 ton sojaproteïnen per binnenvaartschip van Backa Palanka (Servië) naar Moerdijk en/of Rotterdam;
  • - Nordsildmel is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst als gevolg waarvan Fender Trade schade heeft geleden. De schade bedraagt in totaal € 375.245;
  • - Fender Trade heeft € 1.000 aan kosten gemaakt in verband met het beperken van haar schade. Fender Trade heeft werkzaamheden verricht teneinde betaling buiten rechte te verkrijgen.

3.3.

Nordsildmel voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Fender Trade in haar vordering althans haar deze te ontzeggen met veroordeling van Fender Trade bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten. Zij stelt dat uitsluitend voor de bevrachting van de Ferramenta tussen partijen een bevrachtingsovereenkomst tot stand is gekomen. Nordsildmel erkent havengeld ad € 500 verschuldigd te zijn. De verschuldigdheid (en de hoogte van) het liggeld wordt door Nordsildmel echter betwist. Tussen Nordsildmel en Fender Trade is nimmer een raamovereenkomst voor de bevrachting van binnenvaartschepen in 2014 gesloten. Nordsildmel betwist dat zij met Fender Trade een bevrachtingsovereenkomst heeft gesloten voor de Avalon. Subsidiair betwist Nordsildmel de door Fender Trade gestelde schade. De door Fender Trade gelegde beslagen zijn onrechtmatig zodat Fender Trade geen aanspraak kan maken op beslagkosten. Fender Trade heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij werkzaamheden heeft verricht ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Nordsildmel betwist dat Fender Trade heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting om schade te beperken.


3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



4De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat aan deze rechtbank rechtsmacht toekomt om van de vordering van Fender Trade tegen Nordsildmel kennis te nemen. Partijen zijn het er over eens dat op de bevrachtingsovereenkomst met betrekking tot de Ferramenta Nederlands recht van toepassing is. Voor beantwoording van de overige rechtsvragen is door partijen een processuele rechtskeuze voor Nederlands recht gedaan. De rechtbank volgt partijen daarin.


4.2.

Fender Trade grondt haar vorderingen op bevrachtingsovereenkomsten met betrekking tot de Ferramenta en de Avalon en op een overeenkomst met betrekking tot de bevrachtingen voor 2014 (hierna: een raamovereenkomst). Nu Fender Trade op basis van – onder meer – de onder 2.4 tot en met 2.6 weergegeven mailberichten stelt dat tussen partijen een raamovereenkomst 2014 tot stand is gekomen terwijl Nordsildmel aanvoert dat partijen daarmee uitsluitend de bevrachting van de Ferramenta zijn overeengekomen, zal de rechtbank hierna eerst beoordelen of tussen partijen een raamovereenkomst 2014 tot stand is gekomen.


Raamovereenkomst 2014?


4.3.

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan, waarbij de aanvaarding inhoudelijk met het aanbod moet overeenstemmen. Of hiervan sprake is, hangt af van wat partijen hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijker wijze mochten toekennen, hebben afgeleid.


4.4.

Het aanbod (‘modified/clarified offer’) van Fender Trade, dat Nordsildmel op 13 december 2013 heeft ontvangen en aanvaard, betreft – naar het oordeel van de rechtbank – uitsluitend de bevrachting van de Ferramenta. Hierbij wordt het volgende van belang geacht.

Uit het mailbericht van [persoon3] van 11 december 2013 zoals onder 2.5 weergegeven volgt dat Nordsildmel voornemens was ‘to prepare yearly contract for regular deliveries in 2014’ maar daar geen tijd voor had. Op dat moment moet voor Fender Trade duidelijk zijn geweest dat er geen overstemming bestond over een raamovereenkomst.

Nordsildmel heeft de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde overeenkomst ‘duly stamped and signed’ aan Fender Trade gemaild met als onderwerp ‘SPC booking of Barge for loading ex Backa Palanka week 52’. Hieruit blijkt eveneens dat het niet om de verschepingen in 2014 maar om het laden in week 52 gaat, waaraan [persoon2] in zijn mailbericht van 11 december 2013 (zie onder 2.4) ook refereert. Voorts staat onder aan de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde overeenkomst ‘our vessel is ready for loading at B Palanka at this very moment’. Tussen partijen is niet in geschil dat de Ferramenta in week 52 heeft geladen in B Palanka.


4.5.

Ter comparitie is namens Fender Trade gesteld dat Nordsildmel zich door het ondertekend retour zenden van de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde overeenkomst heeft gecommitteerd aan het verschepingsplan 2014. Deze stelling wordt onder verwijzing naar hetgeen onder 4.4 is overwogen verworpen. Uit de bij het tweede gedachtestreepje onderaan die overeenkomst geplaatste zin ‘this offer valid for all shipments request you gave me for 2014 in the e-mail of dd 27-11-2014 (or more shipments who are not in request)’, volgt niet meer dan dat Fender Trade bereid was soortgelijke tarieven te offreren voor de in het indicatieve verschepingsplan genoemde verschepingen. Gesteld noch gebleken is dat de aanvaarding van Nordsildmel zag op totstandkoming van een raamovereenkomst voor de verschepingen in 2014. Als gezegd was Nordsildmel daar, zo blijkt uit haar mailbericht van 11 december 2013, niet aan toegekomen. Er is tussen partijen derhalve geen raamovereenkomst met betrekking tot verschepingen in 2014 tot stand gekomen. De op die grondslag ingestelde vordering zal worden afgewezen.


Liggeld Ferramenta


4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat op 13 december 2013 tussen hen een bevrachtingsovereenkomst met betrekking tot de Ferramenta tot stand is gekomen. Nordsildmel erkent havengeld ad € 500 aan Fender Trade verschuldigd te zijn. Nordsildmel betwist de verschuldigdheid (en de hoogte) van het liggeld.


4.7.

Fender Trade heeft (naast voormeld havengeld) bij factuur van 24 januari 2014 de volgende bedragen aan ‘demurrage’ bij Nordsildmel in rekening gebracht:


Demurrage water level Baja, 84 x € 109 € 9.156,00

Demurrage discharging, 43 hours x € 65,85 € 2.819,94


Vertraging door lage waterstand?


4.8.

Fender Trade heeft bij dagvaarding gesteld dat de Ferramenta gezien de lage waterstand van de Donau op enig moment (tijdelijk) niet verder kon varen als gevolg waarvan 84 uur vertraging is ontstaan. Nordsildmel heeft de lage waterstand bij gebrek aan wetenschap betwist en aangevoerd dat Baja geen ‘kritisch punt’ is. Voorts heeft Nordsildmel aangevoerd dat zij nooit door Fender Trade is geïnformeerd over problemen van de Ferramenta in verband met de lage waterstand.


4.9.

Ter onderbouwing van de gestelde vertraging heeft Fender Trade een reisverslag van de schipper van de Ferramenta (productie 37) overgelegd, alsmede de factuur van de schipper van de Ferramenta aan Fender Trade van 13 januari 2014 (productie 41). Uit het reisverslag volgt dat de Ferramenta van 24 december 2013 om 18:15 uur tot en met 28 december 2013 om 6:10 uur heeft stilgelegen. Uit voormelde factuur volgt dat de Ferramenta drie dagen, te weten van 25 tot en met 27 december 2013, overliggeld bij Fender Trade in rekening heeft gebracht. Bij deze stand van zaken kon Nordsildmel niet volstaan met het blijven betwisten van de lage waterstand bij gebrek aan wetenschap. Het lag op de weg van Nordsildmel deze betwisting te onderbouwen. Gelet op deze onvoldoende onderbouwde betwisting, wordt als vaststaand aangenomen dat de Ferramenta gedurende de in het reisverslag vermelde uren bij Baja heeft stilgelegen in verband met de lage waterstand. Dat betekent dat Fender Trade de 84 uren vertraging terecht in rekening heeft gebracht tegen het in de bevrachtingsovereenkomst genoemde tarief van € 109 per uur. Dat deel van de vordering zal derhalve worden toegewezen.


Vertraging bij het lossen?


4.10.

Tussen partijen is niet in geschil dat bij het lossen 43 uren vertraging is ontstaan en dat deze vertraging is veroorzaakt doordat de Ferramenta het weekend heeft moeten overliggen voordat zij bij het losadres in Moerdijk terecht kon. Vast staat dat partijen aanvankelijk een losvolgorde Moerdijk/Rotterdam voor ogen stond omdat het losadres in Rotterdam – anders dan het losadres in Moerdijk – gedurende het weekend geopend is. Partijen zijn het er ook over eens dat de losvolgorde Rotterdam/Moerdijk noodzakelijk was geworden door de wijze van de belading in verband met de veiligheid van het schip. Partijen debatteren echter over de vraag voor wiens rekening en risico de vertraging komt.



4.11.

Fender Trade heeft bij dagvaarding gesteld dat het door toedoen van Nordsildmel – gezien de wijze van belading – noodzakelijk bleek om eerst in Rotterdam te lossen. De Ferramenta had minder big bags geladen dan overeengekomen en meer losgestort product. De big bags zijn in het midden van het ruim geladen en het losgestort product in het voor- en achterruim. De big bags zouden worden gelost in Moerdijk en losgestort product in Rotterdam. Als eerst de big bags uit het midden van het ruim in Moerdijk waren gelost, had het schip omhooggekomen gezien de grote hoeveelheid losgestort product in voor- en achterruim. Hierdoor zou een gevaarlijke situatie zijn ontstaan met schade als gevolg. Het was dan ook voor de veiligheid van het schip noodzakelijk om eerst in Rotterdam te lossen, aldus Fender Trade.


4.12.

Nordsildmel heeft hiertegen aangevoerd dat tussen partijen is afgesproken dat eerst in Moerdijk zou worden gelost en dat de overgebleven lading vervolgens in Rotterdam zou worden gelost. Nordsildmel dient niet op te draaien voor de kosten die voortvloeien uit het feit dat Fender Trade ervoor heeft gekozen om eerst in Rotterdam te lossen, met alle gevolgen van dien.


4.13.

Dit verweer wordt verworpen. In de bevrachtingsovereenkomst van de Ferramenta (zie onder 2.7) is met betrekking tot het lossen overeengekomen: ‘Discharging will be according the Dutch Law 2011, as explained earlier.” Fender Trade heeft niet aangeduid hoe deze bepaling in dit geval werd toegepast maar tussen partijen is niet in geschil dat ‘demurrage’ begint zodra met lossen werd begonnen, zoals door [persoon3] ter comparitie is bevestigd.

Onder het CMNI (Artikel 6 lid 4 CMNI) moet de afzender de goederen laden, tenzij in de vervoerovereenkomst anders is bepaald. Hoewel dit verdrag niet expliciet spreekt over de lossing, wordt doorgaans aanvaard dat ook de lossing principieel een taak is voor de ladingbelanghebbende (onder meer [persoon4], Transportrecht, München: Verlag [persoon5] 2007 (6e ed.) nr. 6, p. 1871). Op grond van artikel 29 CMNI kan de vraag wie de goederen moet lossen ook worden overgelaten aan het toepasselijke nationale recht. Artikel 8:929 lid 2 BW, dat van regelend recht is, bepaalt dat de afzender verplicht is de zaken aan boord van het schip te laden en de ontvanger verplicht is hen uit het schip te lossen. Gesteld noch gebleken is dat partijen iets anders zijn overeengekomen zodat de rechtbank het er op grond van het vorenstaande voor houdt dat de ontvanger/ladingbelanghebbende het schip moest lossen.

Op grond van artikel 8:931 lid 6 BW, dat ingevolge artikel 8:933 van overeenkomstige toepassing is op het lossen, komt oponthoud bij het lossen in principe ten laste van de ontvanger/ladingbelanghebbende, in dit geval Nordsildmel, ook al is deze niet nalatig. Slechts wanneer de omstandigheden die het oponthoud veroorzaken, door schuld van de vervoerder of door gebreken in diens materiaal zijn veroorzaakt, geeft dit reden tot verlenging van de lostijd (MvT 14 049, Parl Gesch. 8, p. 876). De keuze van de schipper om in verband met de wijze waarop de lading big bags en losgestort product over het ruim was verdeeld eerst in Rotterdam te lossen levert naar het oordeel van de rechtbank geen schuld van de vervoerder op. Dit betekent dat ook dit deel van de vordering zal worden toegewezen.


Bevrachtingsovereenkomst Avalon?


4.14.

Fender Trade stelt dat zij in opdracht van Nordsildmel het binnenvaartschip Avalon heeft bevracht. Ter onderbouwing van deze stelling heeft zij een ‘offer of Shipment form B Palanka’ (productie 6 bij dagvaarding) overgelegd. Op of omstreeks 17 januari 2014 heeft Fender Trade een gewijzigd voorstel aan Nordsildmel gedaan waarmee Nordsildmel niet akkoord is gegaan. Partijen zijn uiteindelijk een vrachtprijs van € 42 all-in overeengekomen. Tot zover de stellingen van Fender Trade.


4.15.

Nordsildmel betwist dat partijen de bevrachting van de Avalon overeen zijn gekomen. De als productie 6 bij dagvaarding overgelegde offerte is nimmer door Nordsildmel geaccepteerd. Fender Trade heeft simpelweg geprobeerd de Avalon voor te leggen in Backa Palanka vanwege de onderhandelingen met Nordsildmel. Dit in de hoop dat Nordsildmel SPC beschikbaar zou hebben voor vervoer terug naar Rotterdam, aldus Nordsildmel.

4.16.

Zoals onder 4.3 is overwogen komt een overeenkomst tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan, waarbij de aanvaarding inhoudelijk met het aanbod moet overeenstemmen.


4.17.

Fender Trade heeft ter comparitie aangevoerd dat zij de Avalon op basis van de raamovereenkomst heeft bevracht. De rechtbank gaat aan dit betoog voorbij omdat zoals onder 4.5 is overwogen tussen partijen geen raamovereenkomst tot stand is gekomen. De als productie 6 bij dagvaarding overgelegde offerte, waarvan Nordsildmel de ontvangst betwist, is niet door partijen ondertekend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat Nordsildmel dit aanbod heeft ontvangen, laat staan heeft aanvaard.

Met betrekking tot de acceptatie door Nordsildmel van het gewijzigd voorstel heeft Fender Trade verwezen naar een mailbericht van 16 januari 2014 van [persoon3] aan [persoon2] (productie 9 bij dagvaarding). Dit mailbericht met als onderwerp “Next loading of SPC” luidt – voor zover relevant – als volgt:


“First of all, I would like to thank you for your modified offer, discussed today, which allows us to have a fixed price calculation for river freight, on the level of €42,00 loaded ton (all in), or € 40,00/loaded ton nett, with the lower limit of 2,10m draft. I discussed the issue in details wit hall my associates and we are looking very positively at the matter.


Having in mind that you have a vessel (m/v Avalon) available for loading in the next 2 days, I must inform you that the loading can not be organized in Backa Palanka with such short notice, out of 3 reasons:

- (…)

- (…)

- at the moment we do not have enough good quality SPC for loading (we have something like 500 tons with acceptable quality level). “


Uit dit mailbericht volgt echter niet dat Nordsildmel een door Fender Trade gedaan aanbod met betrekking tot de bevrachting van de Avalon heeft aanvaard. [persoon3] meldt – vrij vertaald – dat ‘ze’ positief staan tegenover een vaste all in vrachtprijs. Nordsildmel heeft onweersproken gesteld dat dit een reactie is op een door Fender Trade telefonisch gedaan (gewijzigd) voorstel over een mogelijk in de toekomst te sluiten raamovereenkomst. Voorts meldt [persoon3] in de daaropvolgende alinea van zijn mail uitdrukkelijk dat Nordsildmel de Avalon niet nodig heeft. Niet valt in te zien op welke manier in deze mail een aanvaarding van een aanbod tot bevrachting van de Avalon valt te lezen.


4.18.

Het is aan Fender Trade, die zich op de rechtsgevolgen van de bevrachtingsovereenkomst met betrekking tot de Avalon beroept, om gemotiveerd en onderbouwd te stellen dat zij een aanbod heeft gedaan dat door Nordsildmel is aanvaard.

Gelet op de gemotiveerde betwisting van Nordsildmel lag het op de weg van Fender Trade om feiten en omstandigheden te stellen waaruit blijkt dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen. Nu zij dit heeft nagelaten komt de rechtbank aan bewijslevering niet toe.


4.19.

Slotsom is dat de vordering van Fender Trade met betrekking tot het haven- en liggeld zal worden toegewezen, vermeerderd met de - onbetwiste - wettelijke handelsrente vanaf 15 mei 2014 tot aan de dag van volledige betaling. Nu dit deel van de vordering toewijsbaar is heeft Fender Trade op 21 en 24 maart 2014 terecht conservatoir beslag gelegd. De kosten van deze beslagen zullen gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv worden toegewezen. Deze kosten worden begroot op € 701,25 voor verschotten,

€ 1.026,08 voor vertaalkosten en € 452 voor salaris advocaat (1 punt x tarief II), totaal € 2.152,33. Het gevorderde griffierecht voor het beslagrekest zal worden afgewezen, omdat dit griffierecht al is verrekend met het griffierecht dat in deze zaak verschuldigd is.

De gevorderde kosten voor de op 28 mei 2014 gelegde beslagen zullen worden afgewezen omdat deze beslagen zijn gelegd op grond van een niet aan Fender Trade toekomende vordering.


4.20.

Fender Trade heeft vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Zij heeft daartoe gesteld dat Fender Trade en haar advocaat werkzaamheden hebben verricht teneinde betaling buiten rechte te verkrijgen. De werkzaamheden hebben bestaan uit het voeren van correspondentie en het nabellen van Nordsildmel. Nordsildmel heeft aangevoerd dat Fender Trade onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij werkzaamheden zou hebben verricht ter verkrijging van voldoening buiten rechte waarvoor een eventuele proceskostenveroordeling geen vergoeding pleegt in te sluiten.


4.21.

De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Fender Trade heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 1002,02 (€ 875 vermeerderd met 1% over € 12.701,53).


4.22.

Nordsildmel zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Het salaris advocaat wordt aan de hand van het toe te wijzen bedrag begroot volgens liquidatietarief II. De kosten aan de zijde van Fender Trade worden begroot op

€ 3.829 aan griffierecht en € 904 aan salaris advocaat (2 punten x 452), derhalve in totaal

€ 4.733.



5De beslissing

De rechtbank


5.1.

veroordeelt Nordsildmel om aan Fender Trade te betalen een bedrag van

€ 12.701,53, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 12.475,94 vanaf 15 mei 2014 tot aan de dag van volledige betaling;


5.2.

veroordeelt Nordsildmel om aan Fender Trade te betalen een bedrag van € 2.152,33 aan beslagkosten;


5.3.

veroordeelt Nordsildmel om aan Fender Trade te betalen een bedrag van € 1002,02 aan buitengerechtelijke kosten;


5.4.

veroordeelt Nordsildmel in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Fender Trade tot op heden begroot op € 4.733;


5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.




Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.

1573/32