Rechtbank Rotterdam, 04-06-2015 / 10/750036-15


ECLI:NL:RBROT:2015:4085

Inhoudsindicatie
Mensenhandel. Bewezen is verklaard dat verdachte met een of meer andere personen gedurende plm. drie weken een jonge, Roemeense vrouw heeft uitgebuit door haar te bewegen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie en haar verdiensten nagenoeg geheel af te staan. Onderzoek van inbeslaggenomen smartphone levert geen vormverzuim in de zin van art. 359a Sv op.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-06-04
Publicatiedatum
2015-06-11
Zaaknummer
10/750036-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750036-15

Datum uitspraak: 4 juni 2015

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum] 1976,

verblijvende, doch niet ingeschreven in de basisregistratie personen, op het adres:

[adres 1], [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie.

Raadsman mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam.



ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING


Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 mei 2015.



TENLASTELEGGING


Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.



EIS OFFICIER VAN JUSTITIE


De officier van justitie mr. D. Stikkelbroeck heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.



BEWEZENVERKLARING


Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2015 tot en met 19 februari 2015 te Rotterdam, in elk geval in Nederland en/of in Boekarest, in elk geval in Roemenië (lid 1, onder 3°)


tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer]



(lid 1 onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde [slachtoffer], en/of


(lid 1 onder 3°)

heeft aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd, met het oogmerk voornoemde [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling en/of


(lid 1 onder 4°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, en/of


(lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer] en/of


(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer] heeft bewogen hem, verdachte en/of diens mededader(s), te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,


immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)


- de reis en/of het reisdocument van [slachtoffer] van Roemenië naar Nederland betaald en/of geregeld, en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij (in de prostitutie) moest werken om een huwelijk te kunnen betalen, en/of

- (naakt)foto's van die [slachtoffer] gemaakt ten behoeve van een advertentie op internet en/of

- (een) advertentie(s) op internet geplaatst, waarin seksuele handelingen door die [slachtoffer] tegen betaling werden aangeboden en/of

- een werkplek en/of woning geregeld/gefaciliteerd waar die [slachtoffer] klanten kon/moest ontvangen voor het verrichten van seksuele handelingen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij die woning niet mocht verlaten, en/of

- ( een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer] uit prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend en/of,

-verdovende middelen verstrekt aan die [slachtoffer].


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.



BEWIJSMOTIVERING


De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.



NADERE BEWIJSMOTIVERING


Binnentreden door politie

De verdediging heeft aangevoerd dat het binnentreden in de woning aan de [adres 1] te Rotterdam onrechtmatig is geschied hetgeen dient te leiden tot bewijsuitsluiting van de gegevens die zijn aangetroffen op de in de woning in beslag genomen (smart)telefoon van het merk Motorola Nexus 6. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt of er een machtiging tot binnentreden is afgegeven dan wel of de verdachte de politie toestemming heeft gegeven zijn woning binnen te komen.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het binnentreden rechtmatig is geschied nu in het proces-verbaal van aanhouding van verdachte is vermeld dat de politie met toestemming van de bewoner (verdachte) is binnengetreden in de woning.


De rechtbank oordeelt het binnentreden door de politie in de woning aan de [adres 1] te Rotterdam rechtmatig. In het proces-verbaal van aanhouding van verdachte staat vermeld dat de woning met toestemming van verdachte is binnengetreden en voorts staat in datzelfde proces-verbaal dat verdachte en de politie met elkaar spraken in de Engelse taal. De verbalisant vermeldt daarbij dat zowel de verdachte als de verbalisant deze taal “spreken en begrijpen” en dat hij met de verdachte was “overeengekomen in die taal te communiceren” (proces-verbaal aanhouding verdachte PL1700-2015065828-10). Dat verdachte de Engelse taal voldoende machtig is, lijkt de rechtbank ook voor de hand te liggen nu hij naar eigen zeggen naast een bedrijf in Roemenië ook in Engeland een bedrijf heeft en om die met grote regelmaat in Engeland verblijft en een woning in Londen heeft gehuurd.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.


Inbeslagname en onderzoek van telefoon

De verdediging heeft aangevoerd dat de communicatie bestaande uit sms-jes die zijn aangetroffen op de in de woning van verdachte door de politie aangetroffen en inbeslaggenomen (smart)telefoon van het merk Motorola Nexus 6 met telefoonnummer [telefoonnummer], in het dossier ten onrechte aan verdachte zijn toegeschreven. Deze gsm was namelijk eigendom van en in gebruik bij de vriendin van verdachte, [naam 1].


Voor het geval de rechtbank niettemin van oordeel is dat deze telefoon en de daarop aangetroffen sms-jes wél aan verdachte kunnen worden toegeschreven, heeft de raadsman het volgende naar voren gebracht. Deze sms-jes zijn verkregen door onderzoek van de inbeslaggenomen telefoon en zijn vervolgens toegevoegd aan het dossier. Door dat onderzoek is toegang verkregen tot de inhoud van de sms-jes hetgeen een inbreuk is op de privacy van verdachte. Omdat voor dat onderzoek een wettelijke grondslag ontbreekt, is er naar het oordeel van de raadsman sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv hetgeen in casu tot bewijsuitsluiting van de sms-jes dient te leiden. De raadsman heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 april 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:2954).


De officier van justitie is van mening dat op basis van het dossier vast staat dat de Motorola door verdachte werd gebruikt. Wat betreft het onderzoek van deze telefoon heeft de officier opgemerkt dat het door de raadsman genoemde arrest niet in lijn is met vaste jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit blijkt dat een inbeslaggenomen gegevensdrager aan onderzoek kan worden onderworpen. Verder heeft de officier er op gewezen dat de raadsman weliswaar stelt dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim maar dat hij heeft nagelaten gemotiveerd aan te geven welk belang van verdachte in concreto is geschonden. De enkele schending van de privacy levert niet automatisch een schending op van de waarborg van een eerlijk proces die is neergelegd in artikel 6 EVRM.


De rechtbank overweegt het volgende. Dat de inbeslaggenomen (smart)telefoon van het merk Motorola met het telefoonnummer [telefoonnummer] bij verdachte in gebruik was, leidt de rechtbank af uit het feit dat dit nummer met de vermelding “[verdachte]” was opgenomen in de contactlijst van de telefoon die onder [naam 2], die bij verdachte logeerde, in beslag genomen is. In die contactlijst staat ook het telefoonnummer (eindigend op -[xxxx]) van de vriendin van de verdachte, [naam 1], met de vermelding “[naam 1]”. Het telefoonnummer van de Motorola stond ook vermeld in de contactlijst van de telefoon (met telefoonnummer eindigend op -[xxxx]) waarvan [naam 3] naar eigen zeggen gebruik maakte.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het dan ook geenszins aannemelijk dat de Motorola niet bij verdachte maar bij [naam 3] in gebruik was, zoals de verdediging heeft gesteld.


Ten aanzien van het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van de gegevens die zijn verkregen uit het onderzoek naar de Motorola, merkt de rechtbank het volgende op. Ingevolge het bepaalde in artikel 94 Sv zijn vatbaar voor inbeslagneming de voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. In artikel 96 Sv is aan opsporingsambtenaren de bevoegdheid toegekend om in omschreven gevallen daarvoor vatbare voorwerpen in beslag te nemen. Uit de genoemde artikelen kan niet worden afgeleid op welke wijze en onder welke voorwaarden het onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen dient te worden uitgevoerd. In zoverre ontbreekt dan ook een expliciete wettelijke basis voor het onderzoek naar de sms berichten en overige gegevens (zoals foto’s en een contactlijst) in de inbeslaggenomen (smart)telefoon. Daarmee is echter niet gezegd dat met dergelijk onderzoek een belangrijk strafvorderlijk voorschrift is geschonden, zoals de verdediging heeft gesteld. Gelet op doel en reikwijdte van de genoemde artikelen en de toepassing en invulling die daaraan sinds jaar en dag in de opsporings- en rechtspraktijk wordt gegeven, kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden gezegd dat dergelijk onderzoek strijd oplevert met enig wettelijk voorschrift of (verdragsrechtelijk) rechtsbeginsel. Nu de raadsman niet nader heeft onderbouwd welke voor de verdachte essentiële beginselen in concreto zouden zijn geschonden, levert het onderzoek van de inbeslaggenomen telefoon naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen vormverzuim op. De enkele stelling dat er een inbreuk is gemaakt op de privacy van de verdachte is daartoe onvoldoende. Het verweer wordt verworpen.


Verklaring [slachtoffer]

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer] het enige bewijsmiddel is voor het tenlastegelegde feit. Daarmee is niet voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Dat geldt temeer nu de verdediging niet in de gelegenheid is geweest [slachtoffer] als getuige te horen. Onder verwijzing naar de Vidgen-jurisprudentie heeft de raadsman het voorwaardelijke verzoek gedaan [slachtoffer] als getuige te horen. Dat verzoek wordt gedaan voor het geval de rechtbank van oordeel is dat het feit bewezen kan worden verklaard en een gevangenisstraf van zes maanden of langer op zijn plaats is.


De officier van justitie wijst er op dat de verdediging niet eerder het verzoek heeft gedaan [slachtoffer] als getuige te horen. Het verbaast de officier dan ook dat nu met een beroep op ‘Vidgen’ het (voorwaardelijke) getuigenverzoek wordt gedaan. De officier is van mening dat de verklaring van [slachtoffer] voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen en dat het voorwaardelijke getuigenverzoek daarom dient te worden afgewezen.


De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank gaat voorbij aan de vraag hoe het feit dat de raadsman voor het eerst bij pleidooi het (voorwaardelijke) verzoek heeft gedaan tot het horen van [slachtoffer], zich verhoudt tot de Vidgen-jurisprudentie.

De rechtbank acht zich op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht en de noodzakelijkheid van het (voorwaardelijk) gevraagde verhoor is de rechtbank niet gebleken. Zoals uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen blijkt, vindt de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun in andere bewijsmiddelen en heeft dit steunbewijs betrekking op die onderdelen van haar verklaring die door de verdachte zijn betwist. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.



STRAFBAARHEID FEIT


Het bewezen feit levert op:


Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.


Het feit is dus strafbaar.



STRAFBAARHEID VERDACHTE


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.


De verdachte is dus strafbaar.



STRAFMOTIVERING


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel. Verdachte speelde een vooraanstaande rol in het, onder valse voorwendselen, halen van het slachtoffer vanuit Roemenië naar Nederland en het huisvesten van het slachtoffer in zijn woning in Rotterdam. Het slachtoffer werd tot seksuele handelingen met derden bewogen tegen verdiensten die zij (nagenoeg) geheel moest afstaan. Dit gebeurde onder meer door misleiding, door misbruik te maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik te maken van de kwetsbare positie van het slachtoffer. Zij was immers net 18 jaar geworden, en verkeerde kennelijk in de veronderstelling dat zij met [naam 3] in het huwelijk zou treden. Om die reden was zij – tegen de zin van haar moeder – met die [naam 3] meegegaan naar Boekarest. Eenmaal daar werd het plan opgevat dat zij geld zou gaan verdienen in Nederland ten einde het huwelijk te bekostigen. De verdachte heeft daartoe de reis voor het slachtoffer bekostigd, en geregeld dat zij opgehaald zou worden en in zijn woning zou worden ondergebracht. Nadat zij in Nederland aankwam is [naam 3] daags daarna met voor haar onbekende bestemming uit die woning vertrokken. Het slachtoffer was vanaf dat moment met onder meer de (Roemeens sprekende) vriendin van de verdachte, die reeds werkzaam was als prostitué, in de woning. Het slachtoffer werd niet meer alleen gelaten onder het motto dat zij de taal niet sprak en de weg terug niet zou kunnen vinden. Het slachtoffer werd aldus gedwongen om de prostitutiewerkzaamheden te verrichten teneinde – zo werd haar verteld – geld te verdienen voor de terugreis en het afbetalen van de door de verdachte en medeverdachte(n) gemaakte kosten voor de reis en huisvesting.


De verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen ernstige schade toegebracht aan de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op een van de belangrijkste grondrechten die door het recht beschermd worden, namelijk de persoonlijke vrijheid.


Blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 24 april 2015 is verdachte in Nederland niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.


Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, alsmede in aanmerking genomen de straffen die blijkens de jurisprudentie in de regel voor dergelijke delicten worden opgelegd, zal de rechtbank – conform de eis van de officier van justitie - aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de reeds door verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.



TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


Gelet is op de artikelen 47 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.



BESLISSING


De rechtbank:


verklaart bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;


verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;


stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;


verklaart de verdachte strafbaar;


veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.



Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.M. Munnichs, voorzitter,

en mrs. K. Helmich en S.N. Abdoelkadir, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Pagano Mirani, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juni 2015.




Bijlage bij vonnis van 4 juni 2015:



TEKST TENLASTELEGGING


Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2015 tot en met 19 februari 2015 te Rotterdam, in elk geval in Nederland en/of in Boekarest, in elk geval in Roemenie (lid 1, onder 3°)


tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer]


(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde [slachtoffer], en/of


(lid 1, onder 3°)

heeft aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd, met het oogmerk voornoemde [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling en/of


(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, en/of


(lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer] en/of


(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer] heeft bewogen hem, verdachte en/of diens mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)


- de reis en/of het reisdocument van [slachtoffer] van Roemenië naar Nederland betaald en/of geregeld, en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij (in de prostitutie) moest werken om een huwelijk te kunnen betalen, en/of

- ( naakt)foto's van die [slachtoffer] gemaakt ten behoeve van een advertentie op internet en/of

- ( een) advertentie(s) op internet geplaatst, waarin seksuele handelingen door die [slachtoffer] tegen betaling werden aangeboden en/of

- een werkplek en/of woning geregeld/gefaciliteerd waar die [slachtoffer] klanten kon/moest ontvangen voor het verrichten van seksuele handelingen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij die woning niet mocht verlaten, en/of

- ( een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer] uit prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend en/of,

-verdovende middelen verstrekt aan die [slachtoffer].