Rechtbank Rotterdam, 10-06-2015 / C/10/414427 / HA ZA 12-1083


ECLI:NL:RBROT:2015:4453

Inhoudsindicatie
Koop van een paard waarbij enige tijd na de levering een neurectomie is geconstateerd. Nu vast is komen te staan dat de neurectomie vóór de levering van het paard aan de koper is uitgevoerd, heeft de koper in de omstandigheden van het geval de koopovereenkomst op grond van dwaling rechtsgeldig vernietigd. Veroordeling van de verkoper tot het terugbetalen van de aankoopprijs van € 320.000,00 en toewijzing aan de koper van een bedrag aan schadevergoeding. Ten aanzien van de overige gedaagden, onder wie (indirect) bestuurders van de verkoper, worden de vorderingen afgewezen.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-06-10
Publicatiedatum
2015-06-23
Zaaknummer
C/10/414427 / HA ZA 12-1083
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • OR-Updates.nl 2015-0247
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel


zaaknummer / rolnummer: C/10/414427 / HA ZA 12-1083


Vonnis van 10 juni 2015


in de zaak van


rechtspersoon naar vreemd recht

[eiseres] ,

gevestigd te Mannheim (Duitsland),

eiseres,

advocaat mr. F.W.M. Groot,


tegen


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde1] B.V.,

gevestigd te Roosendaal,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde2] ,

gevestigd te Heerle,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde3] ,

gevestigd te Heerle,

4. [gedaagde4],

wonende te [woonplaats],

5. [gedaagde5],

wonende te [woonplaats2],

gedaagden,

advocaat mr. S.A. Wensing.


Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde1] resp. gedaagden, gedaagde 1, gedaagden 2 tot en met 4, [gedaagde4] en [gedaagde5] worden genoemd.


1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 2 juli 2014 en de daarin vermelde processtukken,
  • - akte met producties van [eiseres],
  • - antwoordakte van gedaagden,
  • - het proces-verbaal van comparitie van 16 maart 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Gedaagden 2 tot en met 4 zijn (onmiddellijk dan wel middellijk) bestuurder van [gedaagde1].


2.2.

Bij overeenkomst van 9 mei 2011 (hierna: de overeenkomst) heeft [eiseres] de merrie Parcona (hierna: Parcona) gekocht van [gedaagde1] voor een bedrag van € 320.000,00.


2.3.

De overeenkomst houdt onder meer in:


“ Whereas:

(…) - Rider for Purchaser is woman rider Sevil Sabanci;


(…)


Article 7 Intention

7.1

Purchaser declares to purchase the Horse with the intention to use it as a competition horse.

7.2

Seller declares to be aware of Purchaser’s intention with regard to the purchase of the Horse.”


2.4.

Parcona is voorafgaand aan de koop op 2 mei 2011 klinisch en röntgenologisch onderzocht door dierenarts J. [persoon2]. In zijn “examination report” gaat dierenarts [persoon2] in op de “general condition”, de “clinical condition” en de “X rays” van of met betrekking tot Parcona. Het rapport mondt uit in een positief aankoopadvies.


2.5.

Op 10 mei 2011 is Parcona aan [eiseres] geleverd. Na de levering heeft [eiseres] Parcona getransporteerd naar Ebreichsdorf (Oostenrijk), met de bedoeling haar aldaar tussen 12 en 15 mei 2011 aan een wedstrijd te laten deelnemen. Omdat Parcona tekenen van kreupelheid vertoonde, is zij op 12 en 13 mei 2011 onderzocht door de aan de wedstrijd verbonden dierenarts [persoon1]. Zijn attest van 26 september 2011 houdt onder meer het volgende in:


“The horse was brought to the clinic due to lameness and after the groom and staff of [eiseres] Int. Reitzentrum GmbH. discovered a swelling on the left front leg of the horse. In trot parcona showed lameness on the left front leg (4/5).

The diagnostic anesthesia was positive after MPA block. X-rays showed no obvious changes or abnormalities. There were no injuries which could be caused by an accident. The swelling on the left frond leg could be caused by previous surgeries.

The horse was treated with METACAM for 3 days. The lameness became less after the period of the treatment.”






2.6.

Naar aanleiding van een zwelling aan het linker voorbeen en tekenen van kreupelheid, is Parcona op 24 mei, 2 juni en 11 juni 2011 opnieuw onderzocht door dierenarts [persoon2]. Op 24 mei en 2 juni 2011 zijn door hem geen afwijkingen geconstateerd. Bij het klinische onderzoek op 11 juni 2011 constateerde dierenarts [persoon2] onderhuidse knobbeltjes. Hij heeft Parcona daarop doorverwezen naar dierenkliniek De Bosdreef te Moerbeke-Waas (België). Op 16 juni 2011 is in die kliniek door dierenarts [persoon3] een MRI-onderzoek bij Parcona uitgevoerd. In het verslag van dat onderzoek van 16 juni 2011 staat voor zover relevant vermeld:


“Inspection/palpation

Firm swelling left front high in the pastern, just distally of the medical sesamoid bone. Smaller swelling laterally. Very sensible/painfull on deep palpation. After clipping and shaving there’s a small lineair scar visible medially and laterally in the proximal of the pastern, with opposite point scars (suture scars).

(…)

Conclusion:

Neuroma left front after surgical neurectomy.”


2.7.

Het rapport van dierenarts [persoon2] van 23 juni 2011 houdt onder meer het volgende in:


“*02/05/11: Het paard Parcona werd bij mij op de praktijk aangeboden voor aankooponderzoek in opdracht van [eiseres], [persoon4]. Ruiter [gedaagde5] was met Parcona gekomen.

(…)

Opmerking:

Bij vraag aan de ruiter [gedaagde5] of het Parcona een geschiedenis heeft van medische problemen antwoord hij dat er eigenlijk geen medische problemen geweest zijn, zolang hij de merrie berijdt. Parcona was enkel behandeld geweest in linker achter knie en in SI gewricht (rug).

(…)

Klinisch onderzoek:11/06/11

(…)

Buigproef LV +, reeds pijnlijk bij passieve flexie.

Thv achterzijde van linker voor kogel zijn binnen en buitenkant 2 kleine, harde knobbeltjes te voelen. Deze zijn erg pijnlijk bij druk en liggen onder de huid. Zeer erg verdacht voor neuroma vorming.

Als ik de grooms vraag sinds wanneer deze knobbeltjes er zijn, zeggen ze mij dat ze enkele dagen voordien opgemerkt hebben.

Bij mijn vorige onderzoeken heb ik deze knobbeltjes ook nooit gevoeld.

(…)

* 16/06/11: Onderzoek en MRI De Bosdreef. Zie verslag.

* Besluit

Parcona heeft links voor aan de achterzijde van de kogel aan de binnen- en buitenzijde een neuroma vorming thv digitale zenuwen. De kleine dwarse (horizontale) littekens in de huid thv de neuroma’s, duiden op een chirurgische ingreep en dit om de zenuwen (nervus dgitales palmares) door te snijden en dit om pijn in het onderste deel van het lidmaat weg te nemen.

Dit moet zeker enkele maanden voor aankoop (of aankoopkeuring was op 02/05/11) gebeurt zijn, want ik heb nooit enige recente huid incisies waargenomen (hechtingen, afgeschoren haar,…)

Hiervan werd niet vertelt tegen mij door [gedaagde5], toen ik vroeg naar de medische geschiedenis van Parcona bij het aankoopsonderzoek.”


2.8.

Dierenarts [persoon3] gaat in een brief van 1 september 2009 aan de amazone van Parcona, mevrouw [persoon4], in op een vijftal aan hem gestelde vragen. De brief heeft voor zover relevant de volgende inhoud:


“[vraag:] 1/ Is de neurectomie uitgevoerd minimaal 5 weken voor het onderzoek van 16 Juni.

[antwoord [persoon3]:] Vanuit ons standpunt van 1 enkel onderzoek op 16 juni 20011 is het onmogelijk de neurectomie te antedateren. Echter volgende opmerkingen. De huidwonden waren volledig geheeld en vertoonden geen enkele tekenen van zwelling. Bovendien was de vacht volledig teruggegroeid. Dit volledige herstel duurt minimaal enkele weken (meer dan 4, vermoedelijk zelfs enkele maanden).


(…)


[vraag:] 3/ Wat is de normale herstelperiode van een neurectomie?


[antwoord [persoon3]:] De normale herstelperiode voor chirurgisch uitgevoerde neurectomie’s is 4 tot 6 weken. Daarna komt het paard terug in het werk en wordt de intensiteit progressief opgevoerd.


(…)


Conclusie

Er zijn voldoende aanwijzingen om te stellen dat het paard PARCONA een chirurgische neurectomie heeft ondergaan voor de aankoop. Paarden die een neurectomie ondergaan worden door de FEI niet toegelaten tot competitie. Dergelijke paarden kunnen dus niet als competitie-sportpaard aangeboden worden. Dat de littekens niet te detecteren waren op een klassiek keuringsonderzoek is normaal, aangezien scheren met een scheermesje nodig is om ze te kunnen opmerken.”















2.9.

De brief van dierenarts [persoon5] aan Wede & Wensing advocaten van 4 oktober 2011 houdt voor zover relevant het volgende in:


“2. Het veterinaire verslag van dierenkliniek Bosdreef toont onomstotelijk aan dat hier een neurectomie is uitgevoerd aan het linkervoorbeen.

3. Het is gezien de mij ter beschikking staande gegevens niet met zekerheid vast te stellen wanneer deze neurectomie is uitgevoerd wat men wel kan stellen is dat er een bepaalde tijd voor staat om de wonden volledig te laten genezen en dat het haar ter plaatse weer volledig is aan gegroeid, deze tijd zal tussen de 4 en 6 weken bedragen.

4. In het kader van een veterinaire keuring dient er met scherpte te worden gekeken naar het mogelijk voorkomen van neurectomie littekens, het is dan ook enigszins verbazend dat deze bij de aankoopkeuring niet zijn opgemerkt en na enige tijd blijkbaar wel duidelijk aanwezig waren mede gezien de verklaring van de Bosdreef d.d. 16 juni 2011.

Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat de littekens toen nog niet bestonden.”


2.10.

In verband met een door deze rechtbank in het kader van een verzoekschriftprocedure gelast voorlopig deskundigenonderzoek, heeft prof. dr. [persoon6] Parcona klinisch onderzocht in aanwezigheid van de advocaten van partijen, mr. F.W.M. Groot en mr. S.A. Wensing. In het deskundigenbericht van 20 november 2013 doet prof. [persoon6] voor zover relevant als volgt verslag van zijn bevindingen:


“II. Ten aanzien van de geconstateerde littekens


[inleiding op de vragen]

Blijkens de verklaringen van de desbetreffende dierenartsen zijn noch bij de aankoopkeuring op 2 mei 2011, noch bij de levering van het paard op 10 mei 2011 of bij de verschillende kreupelheidsonderzoeken op 12 en 24 mei en 11 juni 2011 aan het linker voorbeen van het paard Parcona littekens geconstateerd.

In het raam van het MRI-onderzoek op 16 juni 2011 werd de vacht ter plaatse geschoren met een scheeresje. Daarop werden toen horizontale littekens met zichtbare steekkanalen hechtdraad geconstateerd.


Vraag 4

Hoe aannemelijk is dat deze littekens door trauma zijn veroorzaakt?

[antwoord prof. [persoon6]:] Gelet op het voorgaande over de exacte locatie van de verdikkingen t.h.v. de binnen en buiten zenuw, de presentatie van de littekens, de MRI beelden en het aanwezig zijn van neuromen kan ik mij niet voorstellen dat deze littekens door trauma zijn veroorzaakt.


Vraag 5

Wat is (eventueel gemiddeld) de herstelperiode van de huid na het uitvoeren van een neurectomie, dan wel, in algemene zin, een chirurgische ingreep, aan het linker voorbeen van een paard als Parcona?

[antwoord prof. [persoon6]:] Het is niet goed mogelijk om deze vraag exact te beantwoorden. Variatie wordt veroorzaakt op basis van de ingreep, de hechtmethode, het individu, de locatie en eventuele complicaties e.d. Ook het begrip herstelperiode is nogal vaag. Daarom kom ik tot de formulering dat de meer in het oog springende symptomen van de chirurgische ingreep na 4-6 weken verdwenen zullen zijn.

Vraag 6

Indien wegens het uitvoeren van een neurectomie, dan wel, in algemener zin, een chirurgische ingreep, aan het linker voorbeen van een paard als Parcona de vacht ter plaatse wordt weggeschoren, hoeveel tijd is er (eventueel gemiddeld) gemoeid met het teruggroeien van de vacht tot een lengte dat de scheerplek bij normale observatie niet meer zichtbaar is?

[antwoord prof. [persoon6]:] Het is niet goed mogelijk deze vraag exact te beantwoorden. Variatie wordt veroorzaakt op basis van de methode van scheren (mes/tondeuse), in de weken daarvoor ook al geschoren, jaargetijde, medicatie, individu e.d. Daarom kom ik tot de formulering in algemene zin na 4-6 weken bij normale observatie een eerder scheren niet meer valt waar te nemen.


Vraag 7

Moeten de geconstateerde littekens ten tijde van de aankoopkeuring op 2 mei 2011 waarneembaar en/of voelbaar zijn geweest?

[antwoord prof. [persoon6]:] Ik kan niet met 100% zekerheid verklaren dat ten tijde van de aankoopkeuring op 2 mei 2011 de geconstateerde littekens waarneembaar en/of voelbaar zijn geweest. Immers, de geconstateerde littekens zijn pas op 16 juni 2011 vastgesteld. In theorie (zie antwoorden op de vragen 5 en 6) zou het mogelijk zijn dat een neurectomie na 3 mei 2011 heeft plaatsgevonden. Echter, dit is in tegenspraak met de veterinaire onderzoeken d.d. 12 en 24 mei 2011. Een reden dat het niet waargenomen zou kunnen zijn, kan voortkomen uit de ongebruikelijke plaats (hoog in de kootholte en dus ± 7 cm hoger) waar de neurectomie heeft plaatsgevonden. In mijn 38 jaar orthopedische ervaring heb ik dit slechts enkele keren gezien. (…) Het zou ook mogelijk kunnen zijn dat de neuromen op 2 mei 2011 nog wat kleiner en minder sensibel waren. Echter, bij het onderzoek in september 2013 waren de bevindingen van het klinisch onderzoek vergelijkbaar met het onderzoek in juni 2011 (…) Dit suggereert dat de bevindingen van juni 2011 reeds in een “steady state” waren en daardoor ook al meerdere maanden oud zouden zijn. Eventueel zou het ook mogelijk zijn, dat het paard in mei 2011 onder invloed stond van medicatie die ontstekingremmend en/of verdovend op de verdikkingen inwerkt. (…) Overigens heb ik in het dossier hier geen enkele aanwijzing voor aangetroffen.

Concluderend ben ik van mening dat het opmerkelijk is dat de geconstateerde littekens niet waargenomen of gevoeld zijn. Het begrip/woord “moeten” gaat mij te ver. De bijzondere locatie van de littekens en een andere omvang en gevoeligheid ten tijde van de aankoopkeuring en een eventuele medicatie zouden van invloed geweest kunnen zijn op de verdikkingen en daardoor op de diagnostische mogelijkheden.”


2.11.

Een geneurectomeerd paard mag volgens de regelgeving van de Fédération Equestre International (FEI) niet aan wedstrijden deelnemen.


2.12.

Namens [eiseres] is een aangetekende brief van 1 augustus 2011 naar [gedaagde1] gezonden waarin zij verklaart de overeenkomst te ontbinden dan wel te vernietigen.





2.13.

Bij vonnis in kort geding van 24 oktober 2011 (hierna: het vonnis) heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank [gedaagde1] - uitvoerbaar bij voorraad - geboden binnen 48 uren na betekening van haar vonnis:

- Parcona bij [eiseres] af te halen en weer in bezit te nemen, op straffe van een dwangsom, en

- over te gaan tot restitutie van de koopsom van € 320.000,00, met dien verstande dat [eiseres] eerst genoegzame zekerheid tot een bedrag van € 200.000,00 dient te stellen.


2.14.

[gedaagde1] heeft Parcona nadat het vonnis was gewezen bij [eiseres] afgehaald en weer in bezit genomen. De koopsom is niet gerestitueerd.


2.15.

Het hof Den Haag heeft het vonnis bij - inmiddels onherroepelijk - arrest van 8 januari 2013 bekrachtigd.


3De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat, uitvoerbaar bij voorraad,:

- voor recht zal worden verklaard dat zij de op of omstreeks 9 mei 2011 tussen haar en [gedaagde1] tot stand gekomen overeenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd althans ontbonden;

- gedaagden hoofdelijk zullen worden veroordeeld om binnen een termijn van zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan haar te voldoen van een bedrag van € 320.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening,

- gedaagden hoofdelijk zullen worden veroordeeld om binnen een termijn van zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan haar te voldoen een bedrag van € 36.212,54, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening,

- gedaagden hoofdelijk zullen worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder begrepen het nasalaris, onder bepaling dat gedaagden hoofdelijk de wettelijke rente over deze kosten verschuldigd zijn, indien de proceskosten niet binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan haar zijn voldaan.


3.2.

Ter onderbouwing van haar vorderingen stelt [eiseres] – kort samengevat – primair dat zij door [gedaagde1] is bedrogen bij het aangaan van de overeenkomst en subsidiair dat zij bij het aangaan van de overeenkomst heeft gedwaald. Meer subsidiair stelt [eiseres] dat er gronden bestaan voor ontbinding van de overeenkomst. Voorts zijn gedaagden 2 t/m 4 volgens [eiseres] als bestuurders van [gedaagde1] op grond van artikel 6:162 BW hoofdelijk aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Ten slotte stelt [eiseres] dat [gedaagde5] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door de medische problematiek van Parcona voorafgaand aan de verkoop desgevraagd niet of niet volledig aan [eiseres] en dierenarts [persoon2] te melden.


3.3.

[gedaagde1] betwist dat kan worden vastgesteld of de neurectomie voor of na de levering van Parcona aan [eiseres] heeft plaatsgevonden en voorts dat zij onjuiste of onvolledige mededelingen aan [eiseres] heeft gedaan. Gedaagden 2 tot en met 4 betwisten dat zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst wetenschap hadden (moeten hebben) van een bij Parcona uitgevoerde neurectomie. [gedaagde5] betwist ten tijde van het sluiten van de overeenkomst medische informatie te hebben achtergehouden en betwist ook dat hij toen wist dat bij Parcona een neurectomie was uitgevoerd.

4. De beoordeling

4.1.

Artikel 11 van de overeenkomst bevat een keuze voor toepasselijkheid van het Nederlandse recht. Partijen hebben beoogd toepasselijkheid van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Trb. 1986, 61) uit te sluiten.


Dwaling


Kader


4.2.

Volgens artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder b en c BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar indien: de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten (sub b), of indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had hoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden (sub c).


4.3.

[eiseres] stelt kort samengevat dat zij bij het sluiten van de overeenkomst met [gedaagde1] niet wist dat Parcona een neurectomie had ondergaan, en dat als zij dat wel had geweten zij de overeenkomst niet had gesloten. [gedaagde1] betwist niet dat bij Parcona een neurectomie is uitgevoerd. Zij betwist dat kan worden vastgesteld of de neurectomie voor of na de levering van Parcona aan [eiseres] heeft plaatsgevonden en voorts dat zij onjuiste mededelingen aan [eiseres] heeft gedaan of belangrijke informatie voor [eiseres] heeft verzwegen. [gedaagde1] betwist ook dat Parcona is verkocht als (wedstrijd)sportpaard.


Beoordeling dwaling


4.4.

Vast is komen te staan dat de neurectomie vóór de levering van Parcona aan [eiseres] heeft plaatsgevonden. Tussen de datum waarop Parcona aan [eiseres] is geleverd (10 mei 2011) en de datum waarop de neurectomie is geconstateerd (16 juni 2011) zit een periode van ruim vijf weken. Theoretisch is het mogelijk dat de neuretomie na de levering van Parcona aan [eiseres] heeft plaatsgevonden. Uit de verklaringen van [persoon3], [persoon5] en [persoon6] volgt immers dat de herstelperiode voor een chirurgisch uitgevoerde neurectomie vier tot zes weken is. In de omstandigheden van dit geval dient deze theoretische mogelijkheid echter te worden uitgesloten. Tussen de datum waarop Parcona aan [eiseres] is geleverd en het moment waarop de neurectomie is geconstateerd hebben verschillende medische onderzoeken door verschillende dierenartsen plaatsgevonden. Parcona is op 12 en 13 mei 2011 onderzocht door dierenarts [persoon1] en op 24 mei, 2 juni en 11 juni 2011 door dierenarts [persoon2]. Zoals onweersproken door [eiseres] is gesteld, zou een na 10 mei 2011 uitgevoerde neurectomie bij deze onderzoeken moeten zijn opgemerkt. Nu dat niet is gebeurd, heeft [gedaagde1] onvoldoende gemotiveerd betwist dat de neurectomie vóór de levering van Parcona aan [eiseres] is uitgevoerd.



4.5.

[gedaagde1] betwist van de uitgevoerde neurectomie op de hoogte te zijn geweest en betwist evenzeer dat zij daarvan op de hoogte had behoren te zijn. De juistheid van deze betwistingen kan in het licht van artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder c BW onbesproken blijven, nu [gedaagde1] bij een juiste voorstelling van zaken had moeten begrijpen dat [eiseres] door de uitgevoerde neurectomie van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.


4.6.

Niet in geschil is dat een paard waarbij een neurectomie is uitgevoerd volgens de regels van de FEI niet aan wedstrijden mag deelnemen. De overeenkomst vermeldt de expliciete bedoeling van [eiseres] om met Parcona aan wedstrijden deel te nemen, terwijl de koopprijs van € 320.000,00 een bevestiging vormt van de omstandigheid dat Parcona werd verkocht als sportpaard. De betwisting van [gedaagde1] dat het om een sportpaard ging is tegen deze achtergrond onvoldoende onderbouwd, ook nu gedaagden in de conclusie van antwoord zelf de stelling innemen dat “[eiseres] een springpaard heeft gekocht”. In deze omstandigheden had [gedaagde1] moeten begrijpen dat [eiseres] Parcona niet had gekocht als zij had geweten van de bij Parcona uitgevoerde neurectomie.


4.7.

Er is sprake van dwaling als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder c BW.


Vernietiging


4.8.

Het voorgaande brengt mee dat [eiseres] de overeenkomst bij brief van 1 augustus 2011 rechtsgeldig heeft vernietigd. De gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen. De overige door [eiseres] gestelde omstandigheden en gronden voor de ontbinding dan wel vernietiging van de overeenkomst, en de reactie daarop van gedaagden, kunnen bij gebrek aan belang buiten bespreking blijven.


4.9.

Gelet op de rechtsgeldige vernietiging van de overeenkomst door [eiseres] rust op [gedaagde1] de verbintenis tot terugbetaling van de koopprijs aan [eiseres]. De gevorderde betaling door [gedaagde1] van het bedrag van € 320.000,00 aan [eiseres] zal daarom eveneens worden toegewezen.


Bestuurdersaansprakelijkheid


4.10.

[eiseres] spreekt gedaagden 2 tot en met 4 aan uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. In dit verband stelt [eiseres] dat [gedaagde4] wist van de uitgevoerde neurectomie en desondanks heeft toegestaan dat [gedaagde1] de overeenkomst met [eiseres] aanging en voorts dat [gedaagde4] de aankoopprijs niet heeft gesepareerd terwijl hij wist dat deze aan [eiseres] zou moeten worden terugbetaald.











Kader bestuurdersaansprakelijkheid


4.11.

Naar vaste jurisprudentie kan naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond bestaan voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld (de zogenoemde Beclamel-norm), dan wel van degene die als bestuurder (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens een schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 van het BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voor de onder (i) bedoelde gevallen is de maatstaf dat persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van de vennootschap kan worden aangenomen wanneer deze bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem ter zake van de benadeling geen persoonlijk verwijt gemaakt kan worden. In de onder (ii) bedoelde gevallen kan de betrokken bestuurder voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.


4.12.

Het jegens gedaagden 2 tot en met 4 gevorderde ziet op de hiervoor onder (ii) bedoelde situatie. De stelplicht en de bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit kan volgen dat deze situatie zich voordoet, rusten op [eiseres].


Voldoende ernstig verwijt aan [gedaagde4]?


4.13.

De door [eiseres] jegens gedaagden 2 tot en met 4 ingestelde vorderingen, berusten op de stelling dat [gedaagde4] voordat de overeenkomst werd gesloten wist van de bij Parcona uitgevoerde neurectomie. Juist vanwege die wetenschap heeft [gedaagde4] volgens [eiseres] onrechtmatig gehandeld door (a) toe te staan dan wel te bewerkstelligen dat de overeenkomst werd gesloten, en (b) de koopprijs niet te separeren terwijl hij wist dat die zou moeten worden terugbetaald.


4.14.

De vraag is of [gedaagde4] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst wist dat bij Parcona een neurectomie was uitgevoerd. [eiseres] stelt in dit verband dat Parcona vanaf veulen eigendom is geweest van [gedaagde4] dan wel van door hem gecontroleerde vennootschappen. Daarom dient volgens [eiseres] de wetenschap bij [gedaagde1] aan hem te worden toegerekend. [gedaagde4] betwist voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst wetenschap te hebben gehad van de neurectomie.



4.15.

Voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid is in dit geval een voorwaarde dat vaststaat dat [gedaagde4] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst wist dat een neurectomie bij Parcona was uitgevoerd. Alleen in die omstandigheid zou aan [gedaagde4] een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kunnen worden gemaakt als vereist voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid. De stelling van [eiseres] dat [gedaagde1] wist van de uitgevoerde neurectomie en dat die wetenschap moet worden toegerekend aan [gedaagde4], is in dit licht onvoldoende. Gesteld - en zo nodig bewezen - had moeten worden dat [gedaagde4] zelf wetenschap van de neurectomie had.


4.16.

De op bestuurdersaansprakelijkheid gebaseerde vorderingen zullen worden afgewezen.


Aansprakelijkheid [gedaagde5]


4.17.

Volgens [eiseres] heeft [gedaagde5] onrechtmatig jegens haar gehandeld doordat hij bemiddelde in de verkoop van Parcona aan [eiseres] en voorafgaand aan de verkoop van Parcona verkeerde of onvolledige inlichtingen aan dierenarts [persoon2] heeft gegeven. [gedaagde5] heeft volgens [eiseres] verzwegen dat Parcona onder behandeling was geweest bij dierenarts Hornig. Voorts is, aldus [eiseres], bijzonder onaannemelijk dat [gedaagde5] niet over dezelfde wetenschap beschikte met betrekking tot Parcona als [gedaagde1]. [gedaagde5] betwist dat hij verkeerde dan wel onvolledige inlichtingen heeft gegeven over de medische toestand van Parcona. Volgens [gedaagde5] heeft hij voorafgaand aan de verkoop zijn kennis over de medische toestand van Parcona gedeeld met dierenarts [persoon2] en de heer [persoon7] (die bemiddelde bij de verkoop).


4.18.

[eiseres] verwijt [gedaagde5] voorafgaand aan de verkoop geen melding te hebben gemaakt van de uitgevoerde neurectomie. [eiseres] stelt echter niet dat [gedaagde5] toen wist dat bij Parcona een neurectomie was uitgevoerd. De enkele stelling van [eiseres] dat bijzonder onaannemelijk is dat [gedaagde5] dat niet wist, is in dit verband - ook gelet op de betwisting van die wetenschap door [gedaagde5] - onvoldoende.


4.19.

Ook niet gesteld is dat [gedaagde5] voorafgaand aan de verkoop tekenen van kreupelheid bij Parcona heeft geconstateerd en die vervolgens niet aan [eiseres] of dierenarts [persoon2] heeft gemeld. Ook hier voldoet [eiseres] - door enkel te stellen dat zeer onaannemelijk is dat [gedaagde5] die tekenen van kreupelheid niet geconstateerd heeft - niet aan de op haar rustende stelplicht.


4.20.

Het jegens [gedaagde5] gevorderde zal worden afgewezen.


Schade, wettelijke rente en proceskosten


4.21.

[eiseres] stelt dat [gedaagde1] de als gevolg van de vernietiging van de overeenkomst op haar rustende verbintenis tot terugbetaling van de koopprijs niet is nagekomen, en vordert daarom een bedrag van € 36.212,54 aan schadevergoeding, voor betaalde commissiegelden en kosten voor stalling, behandeling en grooms. Deze vordering zal als onweersproken worden toegewezen.


4.22.

[eiseres] vordert wettelijke handelsrente over het bedrag van € 320.000,00 vanaf 8 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening. Deze vordering, waartegen geen verweer is gevoerd, zal als (hieronder) volgt worden toegewezen.


4.23.

[gedaagde1] zal worden veroordeeld in de proceskosten van [eiseres], tot op heden begroot op een bedrag van € 9.716,92 (€ 95,92 + € 3.621,00 = € 3.716,92 aan verschotten en drie punten × € 2.000,00 = € 6.000,00 aan advocaatkosten). [eiseres] zal worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden 2 tot en met 4 en [gedaagde5]. Nu gedaagden 2 tot en met 4 en [gedaagde5] dezelfde advocaat hebben als [gedaagde1] en ten aanzien van deze gedaagden niet bij afzonderlijke processtukken verweer is gevoerd, worden hun proceskosten begroot op nihil.


5De beslissing

De rechtbank


5.1.

verklaart voor recht dat [eiseres] de overeenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd,


5.2.

veroordeelt [gedaagde1] tot betaling aan [eiseres] van het bedrag van € 320.00,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 8 augustus 2011 tot en met de dag der algehele voldoening,


5.3.

veroordeelt [gedaagde1] tot betaling aan [eiseres] van het bedrag van € 36.212,54 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 1 augustus 2011 tot en met de dag der algehele voldoening,


5.4.

veroordeelt [gedaagde1] in de proceskosten van [eiseres] van € 9.716,92, indien deze niet binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis zijn voldaan te vermeerderen met de wettelijke rente,


5.5.

wijst het overigens gevorderde af,


5.6.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van gedaagden 2 tot en met 4 en [gedaagde5], tot op heden begroot op nihil,


5.7.

verklaart de hiervoor onder 5.2, 5.3 en 5.4 opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. Limborgh en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.






2294/2396/2722