Rechtbank Rotterdam, 08-05-2015 / 475424, 475455


ECLI:NL:RBROT:2015:4479

Inhoudsindicatie
Aanhouding verzoek ondertoezichtstelling en toewijzing gelijktijdig verzoek machtiging gesloten jeugdhulp. De gemeente heeft het traject om tijdig een machtiging gesloten jeugdhulp met instemming van de gezaghebbende ouders te verzoeken niet op orde. De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling en een machtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter stelt vast dat niet wordt voldaan aan de gronden voor een ondertoezichtstelling en dat wel wordt voldaan aan de vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp. Zie voor vervolg ECLI:NL:RBROT:2015:4480
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-05-08
Publicatiedatum
2015-06-23
Zaaknummer
475424, 475455
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • PFR-Updates.nl 2015-0219
Uitspraak

beschikking



RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd


zaakgegevens : C/10/475424 / JE RK 15-1204 en C/10/475455 / JE RK 15-1206

datum uitspraak: 8 mei 2015


beschikking ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Rotterdam,


en


[Naam moeder] en [Naam vader], hierna ook te noemen de ouders, wonende te [woonplaats],


betreffende


[Naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats], hierna te noemen [roepnaam]


De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:


[Naam moeder], voornoemd,
[Naam vader], voornoemd.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 29 april 2015, ingekomen bij de griffie op 1 mei 2015;

- de verklaring van 27 februari 2015 van de gemeente Rotterdam dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring van 7 mei 2015 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- het verzoekschrift met bijlagen van de ouders van 30 april 2015, ingekomen bij de griffie op 6 mei 2015.


Bij beschikking van 11 februari 2015 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden en heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken.


Bij beschikking van 27 februari 2015 is de machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 27 februari 2015 voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.


Op 8 mei 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [de minderjarige], voorafgaand aan de zitting, bijgestaan door mr. W.J. van Bel;

- de ouders, bijgestaan door mr. A.B. Waesberghen;

- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam];

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, [naam].


De verzoeken

De Raad heeft de ondertoezichtstelling verzocht van [de minderjarige] voor de duur van twee maanden.

Tevens wordt door de Raad een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van twee maanden.


De ouders hebben verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.


De standpunten van verzoekers

De Raad heeft zijn verzoek ter zitting als volgt toegelicht. Bij [de minderjarige] is sprake van psychiatrische problematiek en door zijn verleden reageert hij met grensoverschrijdend agressief gedrag. De hulpverlening binnen het gesloten kader heeft een positief effect op het gedrag van [de minderjarige] en sinds de plaatsing bij ZIKOS komt [de minderjarige] toe aan zijn ontwikkelings-taken. De ouders zijn zeer betrokken en hebben altijd hulp voor [de minderjarige] gezocht. Hoewel de ouders instemmen met het verblijf van [de minderjarige] binnen de gesloten jeugdhulp, is het werkproces van het wijkteam en van de gemeente met betrekking tot het indienen van het verzoek tot gesloten jeugdhulp thans niet definitief en eenduidig. Het wijkteam Pernis heeft het traject niet op orde. Om die reden kan de gemeente Rotterdam het verzoek niet tijdig indienen, waardoor de behandeling van [de minderjarige] in het geding komt. Gelet op het belang van de voortgang en continuïteit van de hulpverlening aan [de minderjarige], acht de Raad, mede gelet op de wettelijke regelingen, een ondertoezichtstelling tezamen met een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk. De Raad heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat niet aan de vereisten voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. Gezien het aanstaande verzoek van de gemeente, wordt de duur van twee maanden passend geacht. De Raad heeft in haar rapport nog wel opgemerkt dat een zogeheten vrijwillig gesloten plaatsing het meest recht doet aan de situatie.


Nu de ouders achter de gesloten plaatsing staan, zijn zij van mening dat een ondertoezicht-stelling niet noodzakelijk is en vinden zij dat [de minderjarige] de dupe wordt van het niet adequaat functioneren van het wijkteam Pernis. Daarom verzoeken zij de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. Enkel indien het niet anders kan, zijn zij bereid – in het belang van [de minderjarige] – een ondertoezichtstelling te aanvaarden.


Het standpunt van de overige procesdeelnemers

De GI heeft ter zitting aangegeven dat zij kan instemmen met het afwijzen van het verzoek tot ondertoezichtstelling op voorwaarde dat de financiering van de plek van [de minderjarige] geen beletsel vormt. De GI heeft geconstateerd dat de gemeente Rotterdam heeft verklaard dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp noodzakelijk is. Daarmee zou de financiering gewaarborgd moeten zijn.


Door de advocaat van [de minderjarige] is ter zitting aangevoerd dat [de minderjarige] het eens is met de gesloten plaatsing en gemotiveerd is voor de verdere behandeling, maar zich niet kan verenigen met de verzochte ondertoezichtstelling.



De beoordeling

Ten aanzien van zaaknummer 475424 – het verzoek tot ondertoezichtstelling

Vast staat dat de ouders bereid en in staat zijn met passende acties en/of hulp van hun netwerk en instanties de bedreiging in de ontwikkeling van [de minderjarige] weg te nemen en daarnaast zeer betrokken zijn op [de minderjarige]. De kinderrechter is daarom vooralsnog van oordeel dat de gronden voor een ondertoezichtstelling, zoals genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek, ontbreken, hetgeen ook namens de Raad ter zitting is bevestigd. De aanleiding voor het verzoek tot ondertoezichtstelling lijkt enkel gelegen in het feit dat de gemeente Rotterdam/Wijkteam Pernis het traject niet op orde heeft om tijdig via de gemeente een machtiging gesloten jeugdhulp te (laten) verzoeken. Daardoor kan de voor [de minderjarige] geëigende procedure van artikel 6.1.8, eerste lid, Jeugdwet, zijnde de vrijwillig gesloten plaatsing, niet gevolgd worden. Aangezien de Raad slechts ontvankelijk is in zijn verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp indien het verzoek betrekking heeft op een minderjarige die een kinderbeschermingsmaatregel heeft opgelegd gekregen of ten aanzien van wie een kinderbeschermingsmaatregel wordt verzocht, heeft de Raad tevens een verzoek tot ondertoezichtstelling gedaan. De kinderrechter veronderstelt dat de Raad ter bescherming van [de minderjarige] voor de thans gevolgde procedure heeft gekozen. Dat neemt echter niet weg dat niet wordt voldaan aan de gronden van artikel 1:255 BW.


Om de Raad, en indien gewenst de overige belanghebbenden, de gelegenheid te bieden om hun zienswijze hierover nader kenbaar te maken, zal de kinderrechter het verzoek tot ondertoezichtstelling aanhouden en de Raad verzoeken binnen een termijn van twee weken na heden aan te geven of het verzoek tot ondertoezichtstelling gehandhaafd zal worden.


Ten aanzien van zaaknummer 475424 – het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.8, tweede lid, Jeugdwet kan de Raad een verzoek tot afgifte van een machtiging gesloten jeugdhulp indienen ten aanzien van een minderjarige voor wie een kinderbeschermingsmaatregel wordt verzocht. Nu door de Raad gelijktijdig met de machtiging gesloten jeugdhulp een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] is verzocht, wordt aan dit vereiste voldaan en is de Raad ontvankelijk in zijn verzoek.


Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.


Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat bij [de minderjarige] sprake is van kindeigen problematiek en een traumatisch verleden. In de maanden voor zijn plaatsing bij ZIKOS liet [de minderjarige] grensoverschrijdend agressief gedrag zien naar zichzelf en naar anderen. Sinds de plaatsing bij ZIKOS is bij [de minderjarige] meer rust ontstaan en laat hij een positieve ontwikkeling zien. Gezien zijn behandeling om zijn trauma’s te verwerken is [de minderjarige] gebaat bij een zeer stabiele en voorspelbare omgeving. Daarom is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging gesloten jeugdhulp verleend dient te worden voor de verzochte duur, zodat [de minderjarige] zijn behandeling kan voortzetten in een beschermde en gestructureerde setting.






Ten aanzien van zaaknummer 475455

Nu een verzoek gericht op het verkrijgen van een machtiging gesloten jeugdhulp gelet op artikel 6.1.8. van de Jeugdwet slechts kan worden ingediend door de gemeente en in bepaalde gevallen door de Raad, de GI of de officier van justitie, zal de kinderrechter de ouders niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek.

De beslissing

De kinderrechter:


verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 11 mei 2015 tot uiterlijk 11 juli 2015;


houdt de behandeling van het verzoek tot ondertoezichtstelling aan en verzoekt de Raad uiterlijk 22 mei 2015 de kinderrechter, en de overige belanghebbenden, te informeren over de (eventuele) handhaving van het verzoek;


verklaart de ouders niet-ontvankelijk in hun verzoek.


Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kraaijeveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2015.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.