Rechtbank Rotterdam, 24-06-2015 / C/10/448178 / HA ZA 14-375


ECLI:NL:RBROT:2015:5030

Inhoudsindicatie
Schade door kapseizen en zinken binnenvaartschip “Wico” tijdens lossing. Vordering op grond van onrechtmatige daad. Geen sprake van onzorgvuldig handelen.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-06-24
Publicatiedatum
2015-07-14
Zaaknummer
C/10/448178 / HA ZA 14-375
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • S&S 2016/75
  • NTHR 2015, afl. 5, p. 279
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel


zaaknummer / rolnummer: C/10/448178 / HA ZA 14-375


Vonnis van 24 juni 2015


in de zaak van


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROKOR BARGING B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

2. de naamloze vennootschap

AMLIN EUROPE N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

eiseressen,

advocaat mr. R.W.J.M. te Pas,


tegen


de vennootschap naar buitenlands recht

AIG EUROPE LIMITED h.o.d.n. AIG EUROPE (NETHERLANDS),

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. V.R. Pool.



Partijen zullen hierna Eurokor, Amlin en AIG genoemd worden.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 4 juni 2014 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
  • - de brief van de rechtbank van 11 juli 2014 met zittingsagenda;
  • - de brief van mr. Te Pas van 10 september 2014 met als bijlagen de Engelse versie van de polisvoorwaarden en de ter comparitie genomen akte;
  • - de brief van mr. Teunissen van 12 september 2014 met als bijlage de verzekeringspolis;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 24 september 2014;
  • - de antwoordakte aan de zijde van AIG;
  • - het bericht namens mr. Te Pas van 30 april 2015 met als bijlage een akte en de producties 7 en 8;
  • - het bericht namens mr. Te Pas van 7 mei 2015 met als bijlage een artikel van [persoon1] genaamd “Maritime fact finding by the Nautical Commission with the Antwerp Court of Commerce”;
  • - het proces-verbaal van het op 13 mei 2015 gehouden pleidooi.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

Medio juli 2008 hebben Eurokor en Aluminium Pechiney (hierna: Pechiney) een raamovereenkomst (“Inland waterway transport agreement”) gesloten met betrekking tot het vervoer per schip van aluminium staven, die geladen dienden te worden bij Zeeland Aluminium Company N.V. te Vlissingen (hierna: Zalco). Eurokor verzorgde dit vervoer niet zelf maar besteedde het uit.


2.2.

Eurokor heeft op 15 juni 2009 opdracht gegeven tot vervoer van circa 600 ton aluminium aan VOF Vissers-Kik met het ms “Wico”. De transportbevestiging luidt – voor zover relevant – als volgt:


Laadplaats: Vlissingen fa. Zalco (…)

Losplaats: Antwerpen (…)

Condities: schone en ladingrestenvrije ruimen, oponthoud tijdens de reis direct melden, verder CMNI.


2.3.

Zalco, verkoper van de aluminium staven, heeft op 16 juni 2009 de belading van de Wico verzorgd. De bundels van aluminium staven werden onder toezicht en aanwijzing van de schipper geladen. De Wico is op 17 juni 2009 in Antwerpen gaan lossen in het zeeschip “Fehn Capella”. Tijdens de lossing maakte de Wico slagzij en is zij gezonken. De aluminium staven zijn grotendeels (op drie na) geborgen. Het schip met inboedel is ‘total loss’ verklaard. Eurokor heeft Zalco bij e-mail van 24 juni 2009 verantwoordelijk gehouden voor alle gevolgen en kosten die uit het zinken van de Wico kunnen voortvloeien.


2.4.

De Nautische Commissie te Antwerpen heeft onderzoek gedaan naar de schadeoorzaak.


2.5.

Zalco is op 13 december 2011 failliet verklaard. Bij akte van cessie van 25 februari 2014 heeft de curator de eventuele vordering van Zalco op haar aansprakelijkheidsverzekeraar AIG gecedeerd aan Eurokor.


2.6.

AIG is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Zalco. Amlin vertegenwoordigt de vervoerdersaansprakelijkheidsverzekeraars van Eurokor.


2.7.

Eurokor is bij dagvaarding van 30 december 2014 door de belanghebbenden bij de Wico gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen.



3Het geschil

3.1.

Eurokor en Amlin vorderen – na wijziging van eis bij akte ter comparitie en bij akte ter pleidooi – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

voor recht zal verklaren dat AIG ter zake van de in de dagvaarding omschreven feiten gehouden is datgene aan Eurokor dan wel Amlin te voldoen, waartoe Zalco voor het geval zij niet in staat van faillissement zou zijn verklaard, veroordeeld zou zijn;

subsidiair

voor recht zal verklaren dat AIG al datgene dient te voldoen, waartoe Eurokor in een door belanghebbenden bij de Wico dan wel andere partijen aan te spannen procedure zal worden veroordeeld;

meer subsidiair

voor recht zal verklaren dat Zalco jegens Eurokor aansprakelijk is voor de onderhavige schade en dat AIG al hetgeen dient te voldoen waartoe Eurokor in een door belanghebbenden bij de Wico dan wel andere partijen aan te spannen procedure zal worden veroordeeld;

met veroordeling van AIG in de proceskosten.


3.2.

Eurokor en Amlin baseren deze vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, bij dagvaarding op de volgende stellingen:

- Eurokor is door haar opdrachtgever Pechiney aansprakelijk gehouden voor de door haar geleden schade;

- de rechten die voortvloeien uit de tussen Zalco en AIG gesloten verzekeringsovereenkomst zijn overgedragen aan Eurokor;

- Amlin c.s. hebben nog geen schade vergoed aan Eurokor doch zijn voor zover nodig meegenomen in de procedure.


3.3.

AIG concludeert tot nietigverklaring van de dagvaarding, althans Eurokor en Amlin niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering, althans hen deze te ontzeggen, met veroordeling van Eurokor en Amlin in de proceskosten.


3.4.

AIG voert daartoe het volgende aan:

- Eurokor heeft Zalco naar aanleiding van het zinken van de “Wico” bij e-mail van 24 juni 2009 verantwoordelijk gehouden maar - ondanks verzoeken daartoe - niet aangegeven op welke gronden deze aansprakelijkstelling is gebaseerd;

- ook in de dagvaarding ontbreekt grondslag en motivering van de eis zodat deze niet voldoet aan de eisen van artikel 111 lid 2 sub d Rv waardoor AIG ernstig in haar verweer wordt belemmerd;

- in de dagvaarding is geen feit of omstandigheid gesteld voor een beweerdelijk recht op schadevergoeding van Eurokor of Amlin zodat zij niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering;

- subsidiair: AIG is niet gehouden tot uitkering omdat Zalco niet aansprakelijk is. De belading is niet geschied in opdracht van Eurokor. Eurokor heeft niet gesteld dat deze niet op vakbekwame wijze is uitgevoerd.


3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

Het beroep van AIG op nietigheid van de dagvaarding faalt. De dagvaarding vermeldt de eis en de gronden daarvan, zoals voorgeschreven in artikel 111 lid 2 onder d Rv. Weliswaar zijn de aangevoerde gronden – zoals hierna zal worden overwogen – summier, maar AIG is daardoor niet onredelijk in haar belangen geschaad (artikel 122 lid 1 Rv).


4.2.

Of de gevorderde verklaring voor recht kan worden toegewezen is afhankelijk van de vraag of Zalco jegens Eurokor aansprakelijk is voor schade voortvloeiend uit het kapseizen en zinken van de “Wico” en of AIG gehouden is daarvoor dekking te verlenen.


4.3.

Omdat uit de dagvaarding niet duidelijk was voor welke schade (de aluminiumstaven van Pechiney waren immers op drie na geborgen) en op welke grondslag Eurokor en Amlin (de aansprakelijkheidsverzekeraar van) Zalco aansprakelijk houden is dit door de rechtbank als eerste gespreksonderwerp op de zittingsagenda gezet. Eurokor en Amlin hebben vervolgens bij akte gesteld dat Zalco onrechtmatig heeft gehandeld door op onzorgvuldige wijze voor belading en stuwage zorg te dragen.

Voorts heeft Eurokor gesteld dat zij zelf geen schade heeft geleden maar dat de eigenaren en verzekeraars van de “Wico” hebben aangegeven een procedure tegen Eurokor te beginnen. Bij pleidooi is gebleken dat belanghebbenden bij de Wico inderdaad een procedure tegen onder meer Eurokor hebben ingesteld waarin schadevergoeding wordt gevorderd. Hiermee is het belang van Eurokor bij haar vorderingen gegeven.


4.4.

Ter feitelijke onderbouwing van haar stelling dat Zalco op onzorgvuldige wijze voor belading en stuwage heeft zorggedragen, heeft Eurokor bij akte ter comparitie verwezen naar het gestelde onder 9 en 10 van het onderzoeksrapport van de Nautische Commissie, zoals hieronder onder 4.6 weergegeven. Ter comparitie is toegelicht dat ‘het gebruikelijk is’ dat Zalco verantwoordelijk is voor het sjorren van de lading onderling.


4.5.

Door de Nautische Commissie bij de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen is onderzoek gedaan naar de oorzaak van het kapseizen en zinken van de “Wico”. AIG heeft het onderzoeksrapport overgelegd (productie 2 bij conclusie van antwoord) en ter comparitie is namens Eurokor en Amlin verklaard dat dit het definitieve rapport is.


4.6.

In de conclusie van het onderzoeksrapport (‘Besluit’ op pagina 84 en 85) onder 8 wordt ruwe behandeling van de lading tijdens laden of lossen uitgesloten als potentiële schadeoorzaak. Onderzoeker, [persoon4], neemt aan dat gewichtsverplaatsing die de slagzij deed toenemen en vervolgens het schip deed kapseizen te zoeken is in de achterste ruimhelft. Hij noemt (onder 9) ‘twee kritieken’ op de wijze van bundeling/sjorring van de staven aluminium, te weten met een ‘eindloze rondtorn’ en de relatief beperkte lengte van de dragende balkjes (met als gevolg een overhang van een vijftal centimeters van de staven ten opzichte van de uiteinden van de balkjes ). Onder 10 concludeert [persoon4] dat het mogelijk is dat de ontstuwing van de aluminium staven aan boord van de “Wico” het gevolg is van de waterbeweging veroorzaakt door een voorbijvarend kolenschip in het Vijfde Havendok en schrijft:


“Mogelijks volstond een dergelijke kortstondige beweging om een aantal “dominostenen” te doen vallen:

- breuk van (een) bandje (s) rond één of meer bundels;

- zodanige verplaatsing van één of meer der buitenste aluminium staven zodat deze naast de balkjes terecht kwamen.”


4.7.

AIG heeft EVH Surveys International B.V. (hierna: EVH Surveys) verzocht het rapport van de Nautische Commissie te bestuderen en van commentaar te voorzien.

[persoon3], Marine Surveyor, merkt in zijn brief van 14 mei 2012 (productie 3 bij conclusie van antwoord) op dat het rapport van de Nautische Commissie een aantal overwegingen bevat omtrent mogelijke oorzaken van het ongeval maar dat een duidelijke conclusie niet wordt getrokken. Zijn conclusie luidt als volgt:


“De oorza(a)k(en) van het kapseizen van de “Wico” kan(kunnen) ons inziens niet worden toegeschreven aan gebrekkige verpakking van de staven. De aluminium staven worden al reeds vele jaren zo vervoerd, zonder dat dit aanleiding gaf tot problemen. De oorzaak moet gezocht worden in het ontbreken van enige maatregel tot stabilisatie en vastzetten van de lading, oneffenheid van de buikdenning van de “Wico”, wellicht een onhandige volgorde van lossing, mogelijk verlies van stabiliteit door een te grote trim, water aan dek door golfslag van voorbijvarende schepen, water onder de buikdenning en rukken en stoten van het schip.”


4.8.

Allereerst dient beoordeeld te worden of het gestelde handelen van Zalco onzorgvuldig – en daarmee onrechtmatig – is. Daarbij spelen alle relevante omstandigheden van het geval een rol en moet niet alleen worden gelet op de kans op schade, maar ook op de aard van de gedraging, de aard en ernst van de eventuele schade en de bezwaarlijkheid en gebruikelijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen.


4.9.

Bij pleidooi hebben Eurokor en Amlin gesteld dat de ondeugdelijke verpakking c.q. bundeling en stapeling van de aluminium staven de oorzaak van de schade is. Ter feitelijke onderbouwing van deze stelling heeft Eurokor verwezen naar hetgeen daarover in de door Wico uitgebrachte dagvaarding (productie 8 bij akte ter pleidooi) is gesteld zonder specifiek aan te geven op welk deel van die dagvaarding zij zich beroept. In de dagvaarding wordt gesteld dat de schade het gevolg is van een gebrekkige verpakking van de lading aluminium staven. Eurokor stelt dat dit “overeenkomt met het gestelde door de dezerzijds benoemde expert, de heer [persoon2], op pagina 22 van genoemd rapport”.


4.10.

De betreffende ‘comments’ in het rapport van [persoon2] luiden als volgt:


“(…) From the various statements made by the witnesses to the Court Surveyor it appears that the cargo in question in the cargo compartments of the WICO had not been lashed and secured to prevent the cargo from shifting. Relatively large empty spaces existed between the stacks of stow of the bundles of alu-round bars, also in a fore and aft direction and also between the stacks of stow and the ship’s side port and starboard. The bundles of alu-round bars had been stacked in the cargo holds upto max 12 layers high. Dunnage had not been applied, i.e. a complete absence of dunnage. (…)”


4.11.

Deze op getuigenverklaringen uit het rapport van [persoon4] gebaseerde opmerking van [persoon2] gaat niet over de verpakking van de aluminium staven maar over het feit dat de lading niet was ‘gelashed’ en ‘secured’ (vastgezet) en de ‘absence of dunnage’ (afwezigheid van stuwmateriaal). Hieraan valt derhalve geen steun te ontlenen voor de stelling van Eurokor dat sprake was van ondeugdelijke verpakking van de staven.


4.12.

Zalco was, als verkoper, niet verantwoordelijk voor de stuwage en het vastzetten van de aluminium staven. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat van Zalco, de verkoper van de aluminium staven, mocht worden verwacht dat zij zorgde voor het stuwen en vastzetten van de lading. Feiten of omstandigheden die, indien juist, tot het oordeel moeten leiden dat dat wel van Zalco mocht worden verwacht zijn niet door Eurokor en Amlin gesteld.

4.13.

Tussen partijen is niet in geschil dat de wijze van verpakking c.q. bundeling van de staven aluminium door Zalco is verricht op de gebruikelijke wijze (zoals de koper dat wilde) en dat deze wijze van verpakking c.q. bundeling al jarenlang werd gehanteerd zonder enige schade. Zo blijkt ook uit de verklaringen van de door Kapt. [persoon4] gehoorde getuigen waaronder de heer [persoon5] (pagina 54 van het rapport).


4.14.

Zelfs indien er vanuit moet worden gegaan dat de wijze van verpakking c.q. bundeling van de staven (met een ” eindloze rondtorn” en een “relatief beperkte lengte van de dragende balkjes”) de oorzaak van de schade is, hetgeen de rechtbank uitdrukkelijk in het midden laat, valt niet in te zien dat Zalco hierdoor onrechtmatig heeft gehandeld. Zonder nadere toelichting van de zijde van Eurokor, die ontbreekt, kan immers niet worden vastgesteld dat Zalco door de staven op de gebruikelijke wijze te verpakken/bundelen heeft gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.


4.15.

De conclusie is dat er geen sprake is van onzorgvuldig handelen van Zalco dat leidt tot aansprakelijkheid. Aan de vraag of AIG gehouden is dekking te verlenen komt de rechtbank niet toe. De slotsom is dat de gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen.


4.16.

Eurokor zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van AIG worden begroot op:

- griffierecht € 608

- salaris advocaat € 1.808 (4 punten × tarief € 452)

Totaal € 2.416



5De beslissing

De rechtbank


5.1.

wijst de vorderingen af,


5.2.

veroordeelt Eurokor in de proceskosten, aan de zijde van AIG tot op heden begroot op € 2.416.




Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2015.

1573/32