Rechtbank Rotterdam, 15-01-2015 / 467942 / HA RK 15-44


ECLI:NL:RBROT:2015:610

Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek afgewezen. Uit de door verzoeker aangevoerde omstandigheid dat de rechter later is begonnen dan het geplande tijdstip kan naar het oordeel van de wrakingskamer niet objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter worden afgeleid. Ook de omstandigheid dat de rechter - in dezelfde procedure - reeds eerder door de verzoeker is gewraakt kan niet leiden tot de conclusie dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-01-15
Publicatiedatum
2015-01-30
Zaaknummer
467942 / HA RK 15-44
Procedure
Wraking
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken


Zaaknummer /rekestnummer: 467942 / HA RK 15-44


Beslissing van 15 januari 2015


op het verzoek van


[naam verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker,


strekkende tot wraking van:

mr. J.W. van den Hurk, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team Handel (hierna: de rechter).


1Het procesverloop


Ter zitting van 15 januari 2015 inzake het kort geding aangespannen door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [namen eisers] als eisers tegen verzoeker als gedaagde. Die procedure draagt als kenmerk C/10/459951/KG ZA 14-909.


Bij gelegenheid van die zitting heeft verzoeker de wraking van de rechter verzocht.


De wrakingskamer heeft kennis genomen van het volgende:

- de mededeling van de zittingsgriffier [naam] met betrekking tot het wrakingsverzoek;

- de mondelinge toelichting op het wrakingsverzoek.


Ter zitting van 15 januari 2015 van de wrakingskamer alwaar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verschenen verzoeker, de rechter, mr. P.C.M. Ouwens namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [namen eisers].



2Het verzoek en het verweer daartegen


2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

De rechter is zeven minuten te laat begonnen met de behandeling van de zaak. Nu de rechter later is begonnen met de zaak, is er minder tijd voor de behandeling van de zaak en heeft verzoeker minder spreektijd. De rechter is door deze handelwijze niet onpartijdig. De rechter is bovendien in dezelfde procedure eerder door de verzoeker gewraakt, waardoor er sprake is van vooringenomenheid bij de rechter.



2.2

De rechter heeft niet in de wraking berust.

De rechter bestrijdt de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. Daarbij is – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:

Het klopt dat de rechter zeven minuten later dan gepland met de behandeling van het kort geding ter zitting is aangevangen. Een volgende zaak staat om 14.00 uur gepland, maar als de behandeling van de zaak meer tijd zou vergen dan zal de rechter langer dan de geplande eindtijd doorgaan met de behandeling van de zaak. Een paar minuten later beginnen wil dus niet zeggen dat verzoeker minder gesprekstijd krijgt. De rechter heeft zich nog niet inhoudelijk uitgelaten over de zaak, zodat verzoeker ook in die zin geen aanleiding heeft om te veronderstellen dat de rechter niet onpartijdig dan wel vooringenomen is jegens de verzoeker. Dat verzoeker eerder een wrakingsverzoek heeft ingediend ziet de rechter uitsluitend als het door verzoeker gebruiken van een bij de wet aan hem toegekende bevoegdheid. De rechter staat daar professioneel en zakelijk tegenover.


3De beoordeling


3.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de door verzoeker geuite vrees voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd is.


3.2

Vaststaat dat de rechter enkele minuten later dan het geplande tijdstip van 13.00 uur een aanvang heeft willen maken met de behandeling van het kort geding. Eveneens kan worden vastgesteld dat de rechter niet aan de inhoudelijke behandeling is toegekomen, nu verzoeker terstond een wrakingsverzoek heeft ingediend. Uit de door verzoeker aangevoerde omstandigheid dat de rechter later is begonnen dan het geplande tijdstip kan naar het oordeel van de wrakingskamer niet objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter worden afgeleid. Daaruit kan immers niet worden afgeleid dat de rechter de voorkeur zou geven aan het standpunt van een procespartij noch dat hij de schijn heeft gewekt dat te zullen doen.

Ook de omstandigheid dat de rechter - in dezelfde procedure - reeds eerder door de verzoeker is gewraakt kan niet leiden tot de conclusie dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De rechter wordt uit hoofde van zijn functie vermoed onpartijdig te zijn; een eerder afgewezen wrakingsverzoek leidt er niet toe dat een rechter niet meer onpartijdig kan worden geacht in dezelfde procedure met dezelfde procespartijen.


3.3

Het verzoek is daarom ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.


3.4

De eisers in het kort geding hebben ter zitting verzocht om een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet meer in behandeling te nemen omdat volgens hen sprake is van misbruik. De wrakingskamer ziet geen reden om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker wegens misbruik niet in behandeling zal worden genomen , ook al is er thans geen sprake van een gegrond wrakingsverzoek.



4De beslissing


wijst af het verzoek tot wraking van mr. J.W. van den Hurk.


Deze beslissing is gegeven door mr. A.N. van Zelm van Eldik, voorzitter, mr. W.M.P.M. Weerdesteijn en mr. A.J.P. van Essen, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2015 in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier.














Verzonden op:

aan:

-


-


-


-