Rechtbank Rotterdam, 04-09-2015 / 10/751024-15


ECLI:NL:RBROT:2015:6344

Inhoudsindicatie
Rechtbank spreekt verdachte vrij van kinderprostitutie en verklaart benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering. Aangifte voor wat betreft het deel dat er sprake was van seks vindt geen ondersteuning in ander bewijs.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-09-04
Publicatiedatum
2015-09-04
Zaaknummer
10/751024-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/751024-15

Datum uitspraak: 4 september 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

raadsman mr. J.P. Vandervoodt, advocaat te Rotterdam.


Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 augustus 2015.


Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • - bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • - veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Tekst

Waardering van het bewijs

1.1.

Vrijspraak

1.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen op grond van de verklaringen van de aangeefster, de telecomgegevens van de telefoon van de verdachte en de verklaring van de verdachte dat hij bij de aangeefster aanwezig is geweest in de kelderbox in Schiedam op 12 mei 2014.

De aangeefster heeft de verdachte op een foto herkend als een van de mannen waar zij seks mee heeft gehad in de kelderbox in Schiedam. Voorts verklaart de aangeefster dat [betrokkene] (de ‘planner’) de verdachte wilde chanteren met een filmopname van de seks tussen haar en de verdachte.

Ook [betrokkene] verklaart dat de verdachte seks heeft gehad met de aangeefster op 12 mei 2014 in de kelderbox in Schiedam.

De verklaringen van de verdachte, afgelegd bij de politie en ter terechtzitting moeten als kennelijk leugenachtig dienen te worden aangemerkt. De verdachte heeft met deze verklaringen getracht te verhullen dat hij met aangeefster tegen betaling seksueel contact heeft gehad en kunnen als leugenachtige verklaringen voor het bewijs worden gebezigd.

Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan jeugdprostitutie.

1.1.2.

Standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent ooit seks met aangeefster te hebben gehad. Hij heeft een vriend die bij hem was en deze heeft bij de politie de verklaring van de verdachte bevestigd.

Beoordeling

Het is in deze zaak de vraag of de verklaring van aangeefster, die heeft verklaard dat zij seks heeft gehad met de verdachte, voldoende wordt onderbouwd door de verklaring van [betrokkene] , die als enige belastend heeft verklaard over de verdachte.

[betrokkene] heeft verklaard dat de verdachte en zijn vriend na elkaar seks hebben gehad in de kelderbox. Tijdens de seks was [betrokkene] buiten, op een pleintje. Na een paar dagen (na 12 mei 2014) heeft de verdachte [betrokkene] opgebeld met de mededeling seks te willen met aangeefster. [betrokkene] en de verdachte hebben daarom afgesproken op Den Haag Centraal waar zij de aangeefster hebben opgehaald. Zij zijn vervolgens met zijn drieën naar Vlaardingen gegaan waar de verdachte opnieuw seks heeft gehad met de aangeefster.

De aangeefster heeft verklaard dat zij alleen seks heeft gehad met de verdachte in de kelderbox en dat zij nooit een vriend van de verdachte heeft ontmoet. Voorts heeft zij verklaard niet op Den Haag centraal te zijn opgehaald en nog nooit in Vlaardingen te zijn geweest.

De verklaring van aangeefster wordt door de discrepantie tussen haar verklaring en die van [betrokkene] te weinig door laatstgenoemde verklaring ondersteund. Er zijn derhalve onvoldoende bewijsmiddelen om te kunnen vaststellen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

1.1.3.

Conclusie

Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt vrijgesproken.


Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 700,- aan immateriële schade.


1.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag van € 700,- dient te worden toegewezen. Tevens dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.


1.3.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken.


Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.


1.4.

Conclusie

De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij.


Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.



Beslissing

De rechtbank:


verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;


verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;


veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.



Dit vonnis is gewezen door:

mr. V. Mul, voorzitter,

en mrs. F.W.H. van den Emster en C.A. van Beuningen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Harskamp-Snoeren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2015.


Bijlage


Tekst tenlastelegging


Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat


hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Schiedam,

althans in Nederland,

ontucht heeft gepleegd met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]

[geboortedatum] ), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen

met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren

maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,

welke ontucht bestond uit het:

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] ;


Artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht