Rechtbank Rotterdam, 14-10-2015 / C/10/465487 / HA ZA 14-1231


ECLI:NL:RBROT:2015:7320

Inhoudsindicatie
Overeenkomst van opdracht. Zorg van een goed opdrachtnemer. Kosten sleepbootassistentie. Heeft de scheepsagent gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan?
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-10-14
Publicatiedatum
2015-11-19
Zaaknummer
C/10/465487 / HA ZA 14-1231
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • S&S 2016/76
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel


zaaknummer / rolnummer: C/10/465487 / HA ZA 14-1231


Vonnis van 14 oktober 2015


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FRACHTCONTOR JUNGE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. H.G.D. Hoek te Rotterdam,


tegen


1. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

SIRIUS TANKER 2 APS,

gevestigd te Munkebo, Denemarken,

2. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

NEPTUNUS PARTREDERIET,

gevestigd te Munkebo, Denemarken,

3. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

SIRIUS CHARTERING AB,

gevestigd te Västra Frölunda, Zweden,

4. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

SIRIUS SHIPPING AB,

gevestigd te Donsö, Zweden,

gedaagden,

advocaat mr. T. van der Valk te Rotterdam.



Partijen zullen hierna Junge en Sirius Tanker, Neptunus, Sirius Chartering en Sirius Shipping worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid met Sirius Tanker c.s..



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 24 juni 2015;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 19 augustus 2015;
  • - de brief namens Junge van 3 september 2015 met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

Junge is cargadoor en levert diensten als scheepsagent.


2.2.

Neptunus is eigenaar van de olietanker m.t. Neptunus (lengte 119 meter, breedte 17 meter, 4874 GT, IMO 9410519, hierna ook: het schip). Sirius Shipping is de ‘commercial operator’ van dit schip.


2.3.

Sirius Chartering heeft Junge op 10 februari 2015 ‘on behalf of owners’ aangesteld als agent van de Neptunus voor een reis van Vlissingen naar Hamburg met een lading ‘hydro cracker bottoms’.


2.4.

Op 12 februari 2015 heeft Junge het ‘port information book’ (hierna: pib) van Zeeland Refinery/Marine Terminal Borssele (hierna: MTB) aan de kapitein van de Neptunus gemaild en gewezen op artikel 1.5.4 en 1.5.5. daarvan. Sirius Chartering en Sirius Shipping waren op deze mail ingekopieerd. De relevante artikelen van het pib luiden, geciteerd voor zover van belang, als volgt:


“1.5 FACILITIES AND REGULATIONS


1.5.1

Mooring


Numerous tugs are available. On entering tugs will make fast between Vlissingen and ‘Hoek van Borssele’. The berth will be fully exposed to maximum winds (prevail winds Southwest). Masters should avail themselves of the latest weather information and ensure that the vessel is securely moored at all times, taking due account of the tidal variations and complying with terminal regulations.

Maximum current up to about 3.4 to 4 knots.

Any deviation from the recommended number of mooring wires is not permitted. Prior to entering the River Scheldt the Master should plot his vessel according to 1.5.6. If vessel is not able to comply with this recommendation, extra measurements has to be taken, f.i. tugboat assistance during portstay.”


1.5.4

Regulations (mooring procedures) according Barlo 13/2010


For mooring, being moored and unmooring following regulations apply:

a) (…)

f) Mooring lines (see also 1.5.5 and note 2):

Vessels > SDWT > 40.000 tns.

3 lines, 3 breast lines, 2 springs (fore and after)

(…)

g) At the Zeeland Refinery Terminal Borssele it is in contravention with the Terminal Mooring requirements by having mixed moorings. Mooring lines in the same service should be made of the same material (i.e polyprop with polyprop, steel with steel, Kevlar with Kevlar etc.). One should bear in mind the physical properties, i.e. elastic elongation, of the material used.

h) If the requirements of f) and g) cannot be complied with, a tug will be kept on standby throughout vessels stay, to be ordered by the master or agent at ship owners cost.


1.5.5

RECOMMENDED MOORING ARRANGEMENT PLANS

See also mooring regulations in chapter 1.5.1 and 1.5.4.


SDWT > 40.000 tns.

Vessels of summer deadweight > 40.000 tns must have 3 breastlines and 2 springs for and aft (compulsory); Breastlines should be as much perpendicular to the vessels as possible. Spring to breasting dolphins 2 and/or 3. Further at least 3 forward and aft lines.

(…)


1.5.6

PLOTTING YOUR VESSEL USING DRAWING OF MARINE TERMINAL BORSSELE


1. See 1.5.5 for recommandations regarding number and kind of mooring lines.

2. Plot your vessel to scale in the drawing in Port Information Book. One dash is 10 meters.

3. Use fysical dimensions of your vessel as LOA and distance Bow-Manifold.

4. (…)

5. Indicate each mooring line in drawing using actual position of winches of your vessel.

6. If vessel cannot meet the conditions is 1.5.5 draw each mooring line as it will be.

7. Send drawing to ship’s agent.

Once mooring arrangement is approved it will be send to those involved.

i.e. Pilots, boatsmen etc.”


2.5.

Namens de Neptunus is (overeenkomstig artikel 1.5.1 en 1.5.6 pib) een ‘mooring plan’ aangeleverd, dat – na enige communicatie over en weer – door MTB is goedgekeurd.


2.6.

De Neptunus heeft op 19 februari 2015 rond 7:20 uur aangemeerd om te laden bij de MTB.


2.7.

Een mailbericht van Junge aan MTB van 19 februari 2015 10:05 uur met als onderwerp “MT NEPTUNUS – TUGBOAT – URGENT!!!!!!”, waarop Sirius Chartering en Sirius Shipping waren ingekopieerd, luidt, voor zover relevant, als volgt:


“Reg Tugboat:

We keep terminal responsible for all costs that are made and will be made for the tugboat that is now a/s.

Last week we received a mooring plan from terminal to be drawn by master, once master filled in we send to terminal for acceptance.


Mr. Dirk Schot from terminal Borssele accepted this mooring plan, unfortunately this morning loading master obligate us to hire a tugboat to stay a/s the vessel during loading this due to mis-calculation of dimensions of the jetty against the vessel.


Costs for tugboat a/s: € 1500 per hour. Tugboat is already for 3 hours a/s.


Mr. Schot please send your explanation by email to all parties that are reading this email.”


2.8.

Een mailbericht van Junge aan onder meer Sirius Chartering en Sirius Shipping van 19 februari 2014 12:04 uur luidt als volgt:


“Good day,


We received following explanation from terminal side:


Quote,

Good morning,


This morning I have visited the vessel Neptunus to have a look at the mooring. Vessel moored port side along side. Forward vessel has deployed two lines as forward lines on MD03 and two breast lines on MD08. The forward breast lines are more forward lines than breast lines.

Beside that one of these breast lines is on a winch and the other one is on a bit and slack.

Vessel does not comply with the mooring recommendations and a tug boat is required during port stay at owners expense.


(…)

Dirk Schot

Dispatch Engineer


Zeeland Refinery

(…)

Unquote


As I understand from Terminal vessel did not folluw up mooring instructions as attached.”


De bijlage bij deze mail heet ‘Vlissingen new mooring plan.pdf ‘ en betreft het door de kapitein van de Neptunus ondertekende (en door MTB goedgekeurde) ‘mooring plan’.


2.9.

Junge heeft haar agency fee en gemaakte kosten bij factuur van 3 april 2014 bij ‘captain and/or owners’ van de Neptunus, Sirius Chartering, in rekening gebracht. Sirius Chartering heeft deze factuur voor het deel dat ziet op de door MTB verplicht gestelde sleepbootassistentie, te weten een bedrag van € 26.680,50, ondanks aanmaning onbetaald gelaten.


2.10.

Junge heeft beslag doen leggen op de Neptunus waarna Sirius Tanker c.s. op 13 juni 2013 een bankgarantie hebben gesteld.



3Het geschil

3.1.

Junge vordert samengevat - veroordeling van Sirius Tanker c.s. hoofdelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling aan Junge van € 28.318,87, te vermeerderen met contractuele rente vanaf augustus 2014 en proceskosten met inbegrip van de beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.


3.2.

Junge baseert haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende stellingen (zakelijk weergegeven).

  • - Junge heeft zich als goed lasthebber gedragen. De verplichtingen van Sirius Tanker c.s. om de voorgeschoten kosten te voldoen komt niet alleen voort uit de wet (artikel 7:405 juncto 406 BW) maar ook uit artikel 3.3 van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden van Junge (hierna: AVJ).
  • - Op de verhouding tussen Junge en Sirius Tanker c.s. zijn aanvullend de Algemene Nederlandse Cargadoorsvoorwaarden (hierna: ANC) van toepassing waarvan artikel 2 bepaalt dat de cargadoor gemachtigd is om alle in het cargadoorsbedrijf gebruikelijke werkzaamheden en diensten te verrichten. Hieronder valt ook het inhuren van de extra sleepboot die door de terminal verplicht was gesteld. Artikel 29 stipuleert dat de principaal de cargadoor dient vrij te waren voor de handelingen die hij voor de principaal verricht.
  • - Aanvullend stelt Junge dat zij met het opvolgen van de instructies van de terminal optrad als zaakwaarnemer (artikel 6:198 e.v. BW).

3.3.

Sirius Tanker c.s. voeren gemotiveerd verweer en betwisten dat er met Junge een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Sirius Tanker is een inmiddels niet meer bestaande vennootschap. De AVJ zijn niet overeengekomen. Voor zover al sprake zou zijn van overeengekomen algemene voorwaarden, beroepen Sirius Tanker c.s. zich op de vernietigbaarheid van deze algemene voorwaarden nu Junge aan Sirius Tanker c.s. geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst. De vorderingsgrondslag zaakwaarneming is in tegenspraak met de door Junge gestelde overeenkomst. Een wettelijke of contractuele grondslag voor een hoofdelijke veroordeling is niet gesteld. Junge heeft beslag doen leggen ondanks de toezegging dat er zijdens het m.t. Neptunus een bankgarantie zou worden gesteld. De gevorderde beslagkosten dienen derhalve te worden afgewezen.

Junge heeft, voor zover zij optrad als agent van één van de gedaagden, niet gehandeld zoals van een scheepsagent verwacht mag worden en niet op een juiste wijze de belangen van schip en eigenaar behartigd. Door akkoord te gaan met de inzet van sleepboten en de kosten daarvoor te betalen is Junge buiten het mandaat en de instructie gegaan die zij als agent opgedragen had gekregen.


3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



4De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is terecht niet in geschil dat aan deze rechtbank rechtsmacht en bevoegdheid toekomt om van de vordering kennis te nemen.


toepasselijk recht


4.2.

Op de gestelde rechtsverhouding tussen partijen is de EG Verordening 593/2008 van toepassing (hierna: “Rome I”). Tussen partijen is niet in geschil dat Junge in opdracht van Neptunus is opgetreden als scheepsagent voor de Neptunus en als zodanig diensten heeft verleend aan het schip van Neptunus, de kapitein en haar bemanning. Het gaat in deze zaak dus niet om de vraag of een vertegenwoordiger zijn principaal kan binden als bedoeld in artikel 1 lid 2 sub g Rome I. Partijen debatteren over de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, waarbij in artikel 6.2 een rechtskeuze is gedaan voor Nederlands recht. Artikel 4 lid 1 sub b Rome I bepaalt echter dat bij gebreke van een rechtskeuze de overeenkomst inzake dienstverlening wordt beheerst door het recht waar de dienstverlener, in dit geval Junge, zijn gewone verblijfplaats heeft. Junge is gevestigd in Nederland zodat Nederlands recht – ook in het geval de algemene voorwaarden geen deel uitmaken van de rechtsverhouding tussen partijen – van toepassing is.


overeenkomst van opdracht en de partijen daarbij?


4.3.

Junge grondt haar vordering primair op artikel 7:405 juncto 7:406 BW. Sirius Tanker c.s. hebben aangevoerd dat uit de stellingen van Junge niet valt op te maken met welke partij Junge een overeenkomst van opdracht zou hebben gesloten.

Junge heeft bij dagvaarding gesteld dat zowel Sirius Tanker en Neptunus geregistreerd staan als eigenaar van de Neptunus en dat Sirius Chartering Junge namens de reder heeft aangesteld als agent. Voorts heeft Junge gesteld dat Sirius Shipping toen de zaak escaleerde naar voren stapte met de woorden “I take care of question like this with Sirius” (mail 19 mei 2014 productie 4 Junge). Junge kan niet uitsluiten dat de vordering daarmee ook jegens Sirius Shipping of Sirius Chartering als rompbevrachter of ‘beneficial owners’ verhaalbaar is. Ter comparitie heeft Junge gesteld dat een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen met de eigenaar van het schip, Neptunus, en dat Sirius Shipping zich als eigenaar van het schip heeft gedragen.

Tussen partijen is niet in geschil dat Sirius Chartering Junge ‘on behalf of owners’ heeft aangesteld als agent voor de Neptunus en dat de factuur naar Sirius Chartering zou worden gezonden, die deze ook deels heeft betaald. Door de aanstelling van Junge als agent voor de Neptunus ‘on behalf of owners’ is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen tussen Neptunus en Junge. Dat betekent dat Neptunus de debiteur is van een eventuele vordering uit hoofde van die overeenkomst van opdracht. Dat de factuur aan Sirius Chartering zou worden gezonden en zij ook een deel daarvan heeft betaald maakt haar geen partij bij de overeenkomst. Dat geldt ook voor Sirius Shipping. Door de enkele melding dat zij ‘voor dit soort kwesties bij Sirius zorgt’ en het feit dat zij als ‘commercial operator’ van de Neptunus staat geregistreerd op www.ship4lawyer.com, wordt Sirius Shipping geen partij bij de overeenkomst. De tegen Sirius Chartering en Sirius Shipping ingestelde vorderingen zullen daarom worden afgewezen.

Sirius Tanker c.s. hebben aangevoerd dat Sirius Tanker een inmiddels niet meer bestaande vennootschap is. Junge is hier niet gemotiveerd op ingegaan zodat de rechtbank als vaststaand aanneemt dat Sirius Tanker inmiddels niet meer bestaat. Junge zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in de tegen Sirius Tanker ingestelde vordering.


heeft Junge de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen?


4.4.

Sirius Tanker c.s. hebben aangevoerd dat Junge niet heeft gehandeld zoals van een scheepsagent verwacht mag worden en niet op de juiste wijze de belangen van schip en eigenaar heeft behartigd. Sirius Tanker c.s. onderbouwt dit verweer als volgt. Ondanks dat namens het schip uitvoerig is geprotesteerd tegen de thans gevorderde kosten en de daaraan ten grondslag liggende inzet van een sleepboot, heeft Junge hiertegen niet geageerd namens het schip, maar in plaats daarvan heeft zij de kosten (kennelijk) gewoon betaald aan MTB, waarbij zij dus meer de belangen van de terminal heeft behartigd dan van de Neptunus. Dit terwijl de Neptunus vanwege haar afmetingen normaal gesproken in het geheel geen gebruik maakt van de assistentie van sleepboten.


4.5.

Tussen partijen is derhalve in geschil of Junge als goed opdrachtnemer heeft gehandeld. Ingevolge de artikelen 7:401-403 BW dient Junge bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen en de tijdig verleende en verantwoorde aanwijzingen van de opdrachtgever op te volgen. De opdrachtnemer moet de opdrachtnemer op de hoogte houden van de werkzaamheden en rekening en verantwoording doen. De vraag is of Junge heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. Daarbij zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.


4.6.

Uit het onder 2.7 weergegeven mailbericht blijkt dat Junge het protest van de Neptunus aan MTB heeft overgebracht en MTB aansprakelijk heeft gehouden. Dit is, anders dan door Sirius Tanker c.s. wordt gesteld, door Junge op correcte wijze overgebracht. Het door Sirius Tanker c.s. aan Junge gemaakte verwijt dat zij MTB onvoldoende heeft gewezen op de gemotiveerde klachten en het protest van Neptunus mist derhalve feitelijke grondslag.


4.7.

Een mailbericht van Danny Roderkerken (in dienst bij Junge) van 19 februari 2015 8:08 uur aan onder meer Sirius Chartering, Sirius Shipping, MTB en de kapitein van de Neptunus (productie 10 Junge) luidt, voor zover relevant, als volgt:


“Please find below vessels updated details:

(…)

7:20 hrs All fast at Total Borssele sea jetty


- Presently surveyor on board for calculations/ullaging


2/two tug boat used for mooring


- Please note that due to strong current 1/one tugboat have to remain at the vessel on request of Terminal


- Estimated loading time Abt 24 hrs agw/wp.


(…)

Keeping you updated. “


Hieruit blijkt dat Junge Sirius Chartering, aan wie - volgens de opdracht van 10 februari 2014 (productie 3 Junge) waarbij Junge is aangesteld als agent van de Neptunus - ‘D/A and documents’ diende te worden gezonden, en de Neptunus tijdig informeert over het feit dat er op verzoek van de terminal een sleepboot bij het schip diende te blijven. Vervolgens is Neptunus bij mail van 10:05 uur (zoals onder 2.7 weergegeven) gewezen op de kosten van deze sleepboot, te weten € 1.500 per uur.


4.8.

De kapitein van de Neptunus heeft Junge (met onder meer Sirius Chartering, Sirius Shipping en MTB ingekopieerd) bij mail van 19 februari 2014 om 11:35 uur een aan MTB gerichte ‘letter of protest’ gestuurd. Deze ‘letter of protest’ luidt, voor zover relevant, als volgt:


“This letter of protest is issued in order to clarify that I, the Master of M/T Neptunus, has followed the orders given by the Loading Master in respect of mooring pattern.


We have deployed 2 x stern lines, 2 x brest lines, 2 x spring lines aft, even though the vessel would have been significantly more safely moored if those brest lines would have been deployed as stern lines with a significantly favorable angel.


I, the Master of M/T Neptunus, therefore hold the installation fullly responsible for any consequences arising from this fact, including (but not limited to) costs for tugs requested by terminal etc.”


4.9.

Bij mail van 19 februari 2015 om 12:04 uur (zoals weergegeven onder 2.8) met als onderwerp “MT NEPTUNUS – TUGBOAT – URGENT!!!!!!!!!” informeert Junge Neptunus over het standpunt van MTB en de heer Schot, te weten dat het schip ‘doesn’t comply with the mooring recommendations and a tug boat is required during port stay at owners expense’. Naast het doorgeven van het standpunt van de terminal schrijft Junge in die mail ‘As I understood from Terminal vessel did not follow up mooring instructions as attached’. De bijlage bij deze mail betreft het door de kapitein van de Neptunus opgestelde ‘mooring plan’.

Met deze mail heeft Junge haar opdrachtgever Neptunus voldoende geïnformeerd over de reden waarom de terminal sleepbootassistentie verplicht stelde, te weten omdat het schip niet voldeed aan de ‘mooring recommendations’ dan wel het ‘mooring plan’. Vervolgens was het aan de kapitein van de Neptunus om dit probleem tijdig op te lossen met de man op de wal (MBT) dan wel de sleepboot weg te sturen of Junge instructies te geven om dit te doen. Neptunus heeft kort nadien echter niets meer richting Junge of MTB ondernomen. De kapitein van de Neptunus heeft wel toegestaan dat de sleepboot standby bleef en MTB met de ‘letter of notification’ van 20 februari 2014 aansprakelijk gesteld voor de kosten daarvan.


4.10.

Onder de onder 4.6 tot en met 4.9 genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat Junge als een redelijk bekwaam en redelijk handelend scheepsagent te werk is gegaan. Junge heeft zijn opdrachtgever geïnformeerd over de door de terminal verplicht gestelde sleepbootassistentie. Het had op de weg van Neptunus gelegen om Junge instructies te geven hoe te handelen ofwel de situatie vanaf het schip met de ‘loading master’ van MTB op te lossen, dan wel de terminal te verlaten. Nu zij dit heeft nagelaten en de situatie waarin de Neptunus moest laden met verplichte sleepbootassistentie heeft laten voortbestaan komen de kosten daarvan voor rekening en risico van Neptunus.


4.11.

Sirius Tanker c.s. hebben nog aangevoerd dat het zeer wel mogelijk was om het schip op andere wijze af te meren conform het eerder overeengekomen ‘mooring plan’. Aangenomen dat die mogelijkheid inderdaad bestond, was het aan de kapitein van de Neptunus om hierover het gesprek aan te gaan dan wel Junge daartoe instructies te geven.


4.12.

Sirius Tanker c.s. concluderen (conclusie van antwoord onder 6.2) dat Junge door het gevorderde bedrag te betalen buiten het mandaat en de instructie is gegaan die zij als agent opgedragen had gekregen. De rechtbank passeert deze enkele stelling omdat deze door Sirius Tanker c.s. niet nader is geconcretiseerd en feitelijk uitgewerkt.


4.13.

Sirius Tanker c.s. hebben aangevoerd dat Junge in strijd met de expliciete instructies van de Neptunus heeft ingestemd met aanstellen van een sleepboot en hiermee buiten het mandaat is getreden dat zij als agent heeft.

Tussen partijen is niet in geschil dat Junge terecht sleepboten heeft besteld voor assistentie bij het afmeren. Uit de sleeplijst (productie 18 Junge), die qua uren overeenkomt met de factuur (productie 5 Junge) van Smit met betrekking tot de extra sleepbootassistentie, blijkt dat de Neptunus door verschillende sleepboten gedurende 25 uur in de zij is geduwd. Van expliciete instructies namens Sirius Tanker c.s. is geen sprake geweest. Gesteld noch gebleken is dat Neptunus op 19 februari 2014 na de onder 2.8 weergegeven mail van 12:04 uur nog enige instructies heeft gegeven, bijvoorbeeld om de sleepboot weg te sturen. Neptunus heeft de situatie op zijn beloop gelaten en er voor gekozen MTB aansprakelijk te stellen. Instructies aan Junge heeft Neptunus juist achterwege gelaten, terwijl die wel van haar konden worden verlangd.


4.14.

Sirius Tanker c.s. hebben zich op het standpunt gesteld dat er andere, goedkopere, oplossingen mogelijk waren geweest en zijn van mening dat het op de weg van Junge had gelegen om te zorgen dat deze excessieve kosten werden voorkomen. Junge heeft onweersproken gesteld dat de Neptunus van 19 februari 2014 rond 6:00 uur tot 20 februari 2014 ongeveer 7:45 uur bij de terminal heeft gelegen. Uit de factuur (productie 5 Junge) blijkt dat 25 uur in rekening is gebracht tegen een tarief van € 980 per uur, alsmede een bedrag van € 5.145 aan ‘bunkercharge 21 %’ en een korting van 10% is toegepast. Junge heeft ter comparitie toegelicht dat de kosten van € 980 per uur gebruikelijk zijn en zijn berekend aan de hand van de lengte en het tonnage van het schip.

Bij deze stand van zaken had het op de weg van Sirius Tanker c.s. gelegen om haar stelling, dat er andere, goedkopere, oplossingen mogelijk waren nader feitelijk uit te werken en te onderbouwen. Sirius Tanker c.s. hebben dit niet gedaan zodat dit verweer wordt gepasseerd.

De rechtbank acht de kosten, toegelicht door Junge zoals hiervoor weergegeven, redelijk.


4.15.

Junge heeft contractuele rente (1,5 %) gevorderd op grond van artikel 5.2 van de AVJ. Sirius Tanker c.s. hebben betwist dat de AVJ zijn overeengekomen. Junge heeft ter comparitie gesteld dat zij in haar correspondentie en op haar facturen verwijst naar de AVJ. Sirius Tanker c.s. hebben niet geprotesteerd tegen de toepasselijkheid daarvan en het grootste deel van de facturen voldaan. Naast de stilzwijgende acceptatie die dit inhoudt, hebben zij daarmee ook bij Junge het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt in te stemmen met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, aldus Junge.


4.16.

Junge heeft (onbetwist) gesteld dat zij eerder zaken heeft gedaan met Sirius Chartering. Junge werd dan echter aangesteld door Sirius Chartering als agent voor een ander schip. Gesteld noch gebleken is dat Neptunus de gelding van de AVJ heeft aanvaard. De gevorderde contractuele rente zal daarom worden afgewezen.


4.17.

De slotsom is dat de vordering van Junge zal worden toegewezen tot een bedrag van € 26.680,50.


4.18.

Junge heeft vergoeding van beslagkosten bestaande uit deurwaarderskosten ad

€ 406,96 en griffierecht ad € 608 gevorderd. Sirius Tanker c.s. hebben aangevoerd dat Junge ondanks de toezegging dat er zijdens de Neptunus een garantie zou worden gesteld beslag is gelegd. Dit betekent dat de beslagkosten voor rekening van Junge dienen te blijven, aldus Sirius Tanker c.s..

Ter comparitie heeft (de advocaat van) Junge betwist dat een dergelijke toezegging namens de Neptunus is gedaan. Sirius Tanker c.s. hebben hun stelling op dit punt niet met correspondentie onderbouwd en hebben geen gespecificeerd bewijsaanbod gedaan. De rechtbank ziet geen aanleiding Sirius Tanker c.s. ambtshalve toe te laten tot bewijslevering.

Nu is vastgesteld dat Neptunus nog een bedrag verschuldigd is aan Junge is het beslag op goede gronden gelegd en zal het bedrag van € 406,96 aan deurwaarderskosten worden toegewezen. Het griffierecht is verrekend met het in de bodemprocedure door Junge betaalde griffierecht en zal in de proceskostenveroordeling worden meegenomen.


4.19.

Neptunus zal al de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Junge worden begroot op:

- explootkosten € 135,72

- deurwaarderskosten beslag € 406,96

- griffierecht € 1.892,00

- salaris advocaat € 1.788,00 (2 punten x tarief € 894)

Totaal € 4.222,68



5De beslissing

De rechtbank


5.1.

verklaart Junge niet ontvankelijk in de jegens Sirius Tanker ingestelde vordering;


5.2.

veroordeelt Neptunus om aan Junge te betalen een bedrag van € 26.680,50;


5.3.

veroordeelt Neptunus in de proceskosten, aan de zijde van Junge tot op heden begroot op € 4.222,68 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;


5.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;


5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.



Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.

1573/32