Rechtbank Rotterdam, 06-02-2015 / 3484492 - CV EXPL 14-48403


ECLI:NL:RBROT:2015:745

Inhoudsindicatie
Oude Wehkamp-zaak. Oud recht. Artikel 81 Rv (oud). Eiser in verzet niet-ontvankelijk.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-02-06
Publicatiedatum
2015-03-09
Zaaknummer
3484492 - CV EXPL 14-48403
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 3484492 \ CV EXPL 14-48403


uitspraak: 6 februari 2015


vonnis in verzet van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Wehkamp B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eiseres, gedaagde in verzet,

gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders,


tegen


[gedaagde] ,

wonende te Rotterdam,

gedaagde, eiser in verzet,

gemachtigde: D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. te Rijswijk.


Partijen worden hierna aangeduid als “Wehkamp” respectievelijk “[gedaagde]”.


1Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

 het verzetexploot van 30 september 2014, met producties.


1.2

Wehkamp heeft, na bij brief van 14 oktober 2014 te hebben verzocht om aanhouding voor antwoord in oppositie, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd op de rolzitting van 10 december 2014.


1.3

De datum van de uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.


2De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten, nu deze enerzijds zijn gesteld dan wel uit de overgelegde stukken blijken en anderzijds niet zijn bestreden.


2.1

Bij het tussen partijen onder zaaknummer 232.620/CV/98 gewezen verstekvonnis van 27 oktober 1998 (verder: het verstekvonnis) is [gedaagde] overeenkomstig de eis van Wehkamp veroordeeld tot betaling aan Wehkamp van ƒ 683,04, vermeerderd met de rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.


2.2

Bij brief van 3 september 2014 van de gemachtigde van Wehkamp is [gedaagde] geïnformeerd over het bestaan van het verstekvonnis en is een bedrag van € 1.548,83 aan hoofdsom rente en kosten opgeëist.

3. Het geschil

3.1

Blijkens de inhoud van het verstekvonnis heeft Wehkamp bij oorspronkelijke dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen de som van ƒ 683,04, vermeerderd met de rente ad 1,712 % per maand en kosten.


3.2

[gedaagde] heeft gevorderd voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Wehkamp in haar oorspronkelijke vordering niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel Wehkamp deze te ontzeggen, met veroordeling van Wehkamp in de kosten van de procedure.


3.3

Daaraan heeft [gedaagde] naast de hiervoor genoemde vaststaande feiten – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.


3.3.1

[gedaagde] is niet door betekening in persoon op de hoogte van de inleidende dagvaarding en het verstekvonnis. De brief van 10 september 2014 waarbij de gemachtigde van Wehkamp het verstekvonnis heeft overgelegd, moet als daad van bekendheid worden aangemerkt.


3.3.2

[gedaagde] betwist, hoewel niet bekend met de inhoud van de dagvaarding, de vordering aangezien hij geen overeenkomst met Wehkamp heeft gesloten.


4De beoordeling van de vordering

4.1

Allereerst dient beoordeeld te worden of [gedaagde] tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis.


4.2

Het verstekvonnis is gewezen onder het vóór 1 januari 2002 geldende Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv (oud), dat is gewijzigd bij wet van 6 december 2001 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg, Stb. 2001,580. Blijkens het overgangsrecht (artikel VII lid 2 van voormelde wet van 6 december 2001) geldt voor de mogelijkheid van en de termijn voor het aanwenden van rechtsmiddelen tegen beslissingen van vóór de inwerkingtreding van de wet het oude recht.


In artikel 81 Rv (oud) was bepaald dat de gedaagde die bij verstek is veroordeeld daartegen verzet zal mogen doen binnen veertien dagen na betekening van het verstekvonnis in persoon of na het plegen door hem van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is. Buiten deze gevallen was het verzet ontvankelijk totdat het vonnis ten uitvoer was gelegd.


4.3

Op grond van artikel 81 Rv (oud) geldt in de onderhavige zaak derhalve een verzettermijn van 14 dagen. Beoordeeld dient te worden wanneer de verzettermijn is gaan lopen. [gedaagde] heeft een kopie van het betekeningsexploot d.d. 3 november 1998 overgelegd waaruit blijkt dat het verstekvonnis is betekend door achterlating in een gesloten envelop aan het (toenmalige) adres van [gedaagde]. De betekening van het verstekvonnis heeft derhalve niet in persoon plaatsgevonden. [gedaagde] heeft gesteld dat hij eerst op 10 september 2014 kennis heeft genomen van het verstekvonnis. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] op een eerdere datum bekend is geworden met de inhoud van het verstekvonnis. Een en ander leidt tot de conclusie dat de verzettermijn is aangevangen op 10 september 2014. Nu de verzetdagvaarding pas op 30 september 2014 is uitgebracht, is de verzettermijn overschreden.


4.4

Tussen de datum dat het verstekvonnis is gewezen en de datum dat het verstekvonnis aan [gedaagde] bekend is geworden, is een lange periode (16 jaar) verstreken. Een lang tijdsverloop staat op zich niet in de weg aan onverkorte toepassing van de verzettermijn van in dit geval 14 dagen. [gedaagde] heeft geen beroep gedaan op verruiming van de verzettermijn en heeft geen omstandigheden gesteld – en die zijn de kantonrechter ook niet gebleken – die tot het oordeel kunnen leiden dat zwaarwegende belangen zich ertegen verzetten dat het rechtsmiddel van verzet binnen de daarvoor geldende termijn moet worden ingesteld. Geoordeeld moet dan ook worden dat [gedaagde] niet-ontvankelijk is in zijn verzet.


4.5

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Wehkamp begroot op nihil.


5De beslissing

De kantonrechter:


verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn verzet;


veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de verzetprocedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Wehkamp vastgesteld op nihil;


Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

929