Rechtbank Rotterdam, 22-10-2015 / 4436943 VZ VERZ 15-18658


ECLI:NL:RBROT:2015:7552

Inhoudsindicatie
Verzoek werknemer tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door werkgever ex art. 7:681 BW toegewezen i.v.m. opzegging in strijd met art. 7:671 BW. Verzoek ex artikel 223 Rv (voorlopige voorziening tot loondoorbetaling) afgewezen.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-10-22
Publicatiedatum
2015-10-23
Zaaknummer
4436943 VZ VERZ 15-18658
Procedure
Beschikking
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR 2015/2012
  • AR-Updates.nl 2015-1036
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4436943 VZ VERZ 15-18658


uitspraak: 22 oktober 2015


beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,


in de zaak van


[verzoekster] ,

wonende te Rotterdam,

verzoekster in de hoofdzaak en in het incident,

gemachtigde: mr. I. van Baaren,


tegen


de stichting

Stichting Art Studio,

gevestigd te Hoogvliet, gemeente Rotterdam,

verweerster in de hoofdzaak en in het incident,

vertegenwoordigd door [P.].


Partijen worden hierna aangeduid als [verzoekster] en Art Studio.


1Het verloop van de procedure

1.1

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

  • - het verzoekschrift strekkende tot vernietiging ontslag op staande voet art. 7:681 lid 1 sub a. tevens houdende incidentele vordering 223 Rv, met producties, ter griffie ontvangen op 10 september 2015;
  • - het verweerschrift.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2015. Ter zitting zijn [verzoekster] in persoon, bijgestaan door de gemachtigde, en namens Art Studio de heer [P.] voornoemd (bestuurder, hierna: [P.]) verschenen. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.


1.3

De beschikking is in zowel de hoofdzaak als in het incident bij vervroeging bepaald op heden.


2De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende vaststaande feiten.


2.1

[verzoekster] is op 15 augustus 2014 voor onbepaalde tijd bij Art Studio in dienst getreden, voor een loon van € 10,55 bruto per uur, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.


2.2

[verzoekster] is op 14 juli 2015 na een gesprek met [P.] naar huis gestuurd met de mededeling dat zij voorlopig niet meer hoefde te werken bij Art Studio. Op 15 juli 2015 is telefonisch contact geweest tussen [P.] en [verzoekster], waarbij [P.] mededeelde dat hij wilde nadenken en dat [verzoekster] nog thuis kon blijven. Vervolgens heeft op 21 juli 2015 een gesprek plaatsgevonden tussen [P.] en [verzoekster], waarna [verzoekster] diezelfde dag bij Art Studio heeft gewerkt. In de avond van 21 juli 2015 heeft [P.] [verzoekster] telefonisch medegedeeld dat zij niet meer terug hoeft te komen op de werkvloer en dat [P.] aan de salarisadministratie zal doorgeven dat [verzoekster] niet meer bij Art Studio in dienst is.


2.3

Per emailbericht van 2 augustus 2015 aan de gemachtigde van [verzoekster] heeft [P.], voor zover thans van belang, het volgende geschreven:


“De juridische situatie is wel degelijk duidelijk. Tijdens ons laatste gesprek heeft mevrouw [verzoekster] aan mij gevraagd of dit betekende dat ik haar op staande voet heb ontslagen, hetgeen ik bevestigend heb beantwoord. De dringende reden hiervoor was een grote mate van incompetentie. Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen heeft zij geen orde op zaken gesteld. Sterker nog, zij presteerde het om hele dagen met haar nieuwe vriendje te whatsappen.”


2.4

Het loon van [verzoekster] is doorbetaald tot 19 augustus 2015.


3Het verzoek en de grondslag daarvan

in de hoofdzaak 3.1

[verzoekster] heeft de kantonrechter - na wijziging van het verzoek - verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Art Studio te vernietigen;

subsidiair:

Art Studio te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding conform artikel 7:681 BW en de transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van die bedragen;

zowel primair als subsidiair:

met veroordeling van Art Studio in de proceskosten.


3.2

Aan dit verzoek heeft [verzoekster] - naast de hiervoor vermelde vaststaande feiten - ten grondslag gelegd dat geen sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet. Er is geen sprake van een dringende reden, [verzoekster] functioneerde goed. [verzoekster] is volledig verrast door het ontslag en zij heeft niet de kans gekregen om zich te verbeteren, indien dit nodig zou zijn geweest. Het ontslag op staande voet alsmede de dringende reden zijn voorts niet onverwijld medegedeeld.


de incidentele vordering

3.3

[verzoekster] heeft de kantonrechter verzocht Art Studio, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor de duur van de procedure te veroordelen aan [verzoekster] te betalen het achter-stallige salaris en de wettelijke verhoging van 50%, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van die bedragen, met veroordeling van Art Studio in de proces-kosten.


3.4

Aan dit verzoek heeft [verzoekster] - naast hetgeen hiervoor onder 3.2 is vermeld - ten grondslag gelegd dat [verzoekster] haar vaste lasten niet kan betalen indien zij niet haar volledige salaris ontvangt. Derhalve verzoekt [verzoekster] bij wijze van voorlopige voorziening om doorbetaling van het loon.


4Het verweer

Geconcludeerd wordt tot nietigverklaring van het verzoekschrift (de kantonrechter begrijpt: afwijzing van het verzoek) met veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten. Art Studio heeft daartoe aangevoerd dat de arbeidsovereenkomst is opgezegd met inachtneming/ doorbetaling van de opzegtermijn van één maand, zoals bepaald in artikel 5 en aantekening 8 van de arbeidsovereenkomst. Anders dan in de correspondentie met de gemachtigde van [verzoekster] is aangegeven, is geen sprake geweest van een ontslag op staande voet. [verzoekster] is ontslagen omdat zij niet goed functioneerde en haar functioneren, ondanks herhaalde waarschuwingen, niet verbeterde.


5De beoordeling

in de hoofdzaak 5.1

De kantonrechter stelt vast dat het verzoekschrift, gelet op de in artikel 7:686a lid 4 BW genoemde vervaltermijnen, tijdig is ingediend.


5.2

Uit artikel 7:681 lid 1 sub a BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Lid 1 van laatst-genoemd artikel bepaalt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij sprake is van één van de onder a tot en met h genoemde uitzonderingen. Voor zover van toepassing op onderhavige zaak, betekent dit dat de werkgever de arbeidsovereenkomst kan opzeggen zonder instemming van de werknemer indien voor de opzegging toestemming is verleend door het UWV (bedoeld onder a) of indien de arbeidsovereenkomst onverwijld is opgezegd om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden (het zogenoemde ontslag op staande voet, bedoeld onder c).


5.3

Niet in geschil is dat een (schriftelijke) instemming van [verzoekster] met de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Art Studio ontbreekt. Nu Art Studio in deze procedure het standpunt heeft ingenomen dat géén sprake is geweest van een ontslag op staande voet en voorts is gesteld noch gebleken dat Art Studio voor de opzegging toestemming heeft verkregen van het UWV, dan wel dat één van de andere uitzonderingen genoemd in lid 1 van artikel 7:671 BW van toepassing is, komt de kantonrechter tot het oordeel dat Art Studio de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Dat Art Studio bij de opzegging de tussen partijen geldende opzegtermijn in acht zou hebben genomen, maakt dit niet anders. Het primaire verzoek van [verzoekster] tot vernietiging van de opzegging wordt derhalve toegewezen. Dit heeft tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 19 augustus 2015 is blijven bestaan.


5.4

Nu de primair verzochte vernietiging van de opzegging wordt toegewezen, kan hetgeen subsidiair is verzocht onbesproken blijven.


5.5

Art Studio wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.


in het incident

5.6

Nu in deze beschikking al een finale beslissing wordt gegeven inzake het verzoek van [verzoekster] ex artikel 7:681 BW, is er geen reden (meer) om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening voor de loondoorbetaling te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding en het geding eindigt met deze beschikking. Het incidentele verzoek wordt daarom afgewezen.


5.7

De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten in het incident te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.


6De beslissing

De kantonrechter:


in de hoofdzaak

vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Art Studio;


veroordeelt Art Studio in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 78,00 aan griffierecht en € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan de gemachtigde van [verzoekster] dient te worden voldaan;


verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;


in het incident:

wijst het verzoek af;


compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.


Deze beschikking is gegeven door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

673