Rechtbank Rotterdam, 10-12-2015 / ROT 15/2498


ECLI:NL:RBROT:2015:8912

Inhoudsindicatie
3.2.De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser op 3 februari 2015 na het parkeren van zijn auto met kenteken [kenteken 1] via de app Yellowbrick het verkeerde kenteken heeft aangemeld, te weten het kenteken van de auto van zijn buurvrouw ([kenteken 2]). Voorts blijkt uit het transactieoverzicht van de Parkeerhistorie dat eiser aan Yellowbrick en daarmee aan verweerder een bedrag aan parkeerbelasting heeft voldaan. Niet gesteld of gebleken is dat deze parkeerbelasting niet gelijk is aan de parkeerbelasting die verschuldigd is voor het parkeren van de auto met kenteken [kenteken 1]. Voorts acht de rechtbank de verklaring van eiser geloofwaardig dat hij de bedoeling had om te betalen voor het parkeren van zijn auto met kenteken [kenteken 1] maar dat hij per ongeluk heeft betaald voor de auto van zijn buurvrouw (met wie hij in Delft een winkel bezocht), omdat dit kenteken in de app Yellowbrick is blijven staan. Ter zitting is komen vast te staan dat eiser tussen het gebruik van de app waarbij hij parkeerbelasting heeft betaald voor de auto van zijn buurvrouw op 24 januari 2015 en het gebruik van de app op 3 februari 2015 geen gebruik heeft gemaakt van de app. 3.3.Uit het voorgaande volgt dat eiser in feite de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan. Om die reden oordeelt de rechtbank dat de parkeerbelasting die ter zake van het onder 1.1 genoemde parkeren door eiser verschuldigd is door hem is betaald. Gelet op het voorgaande is verweerder naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte overgegaan tot het opleggen van de onderhavige naheffingsaanslag parkeerbelasting. Door het aanmelden van een onjuist kenteken in de app Yellowbrick heeft eiser slechts niet op de voorgeschreven wijze aangifte gedaan. Dat vormt echter geen grond voor het opleggen van een naheffingsaanslag nu hij de verschuldigde parkeerbelasting wel heeft voldaan (vgl. ook rechtbank Amsterdam, 12 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9566 en rechtbank Noord-Holland 25 juni 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:5726). De rechtbank acht niet aannemelijk dat eiser misbruik heeft gemaakt van het gebruik van de app, te meer niet daar het hier betreft het parkeren in Delft over een periode van 2.46 uur door een inwoner van Amsterdam.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-12-10
Publicatiedatum
2015-12-16
Zaaknummer
ROT 15/2498
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Bestuursrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM

Team Bestuursrecht 2


zaaknummer: ROT 15/2498


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2015 in de zaak tussen
[eiser], te Amsterdam, eiser,

en


de Regionale Belasting Groep te Schiedam, verweerder,

gemachtigde: mr. E.J. Wilhelmy Damsté.



Procesverloop


Verweerder heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting met dagtekening 3 februari 2015 aan eiser opgelegd ten bedrage van € 61,50.


Bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 27 maart 2015 (het bestreden besluit), heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.


Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.



Overwegingen


1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.


1.1.

Op 3 februari 2015 om 11.18 uur heeft eiser zijn auto (kenteken [kenteken 1]) geparkeerd op [a]. Eiser heeft via de app Yellowbrick op zijn mobiele telefoon betaald voor de auto van zijn buurvrouw met kenteken [kenteken 2].


1.2.

Ruim een week eerder, namelijk op 24 januari 2015, heeft eiser voor de auto van zijn buurvrouw geparkeerd en via de app Yellowbrick voor dit parkeren betaald. Het kenteken van de auto van zijn buurvrouw is in zijn app Yellowbrick blijven staan.


1.3.

Eiser heeft op 3 februari 2015 ter zake van het onder 1.1 genoemde parkeren een naheffingsaanslag parkeerbelasting ontvangen.


1.4.

Uit een transactieoverzicht van de “Parkeerhistorie” blijkt dat eiser op 3 februari 2015 voor de auto met kenteken [kenteken 2] heeft betaald van 08.17 uur tot 12.45 uur.


2. Tussen partijen is in geschil of aan eiser de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd. Eiser stelt dat hij heeft betaald voor het parkeren maar dat hij abusievelijk het (door hem de keer ervoor ingevoerde) kenteken van de auto van zijn buurvrouw heeft ingevoerd, terwijl verweerder meent dat deze omstandigheid voor eisers rekening en risico dient te komen.


3.1.

Op grond van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) kan, indien belasting niet is betaald die op aangifte behoort te worden voldaan, de te weinig geheven belasting worden nageheven. Dit wetsartikel is ook van toepassing op parkeerbelasting. De bevoegdheid tot naheffing is er uitsluitend als de verschuldigde belasting niet is voldaan. De naheffingsbevoegdheid ontstaat niet op de enkele grond dat niet op de voorgeschreven wijze aangifte is gedaan (vgl. Hoge Raad van 8 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3200 en HR 11 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1593). Van belang is dus (uitsluitend) of de verschuldigde belasting is betaald en niet of op de voorgeschreven wijze aangifte is gedaan. Indien achteraf blijkt dat betaling van de verschuldigde belasting heeft plaatsgevonden, is voor het opleggen van een naheffingsaanslag op grond van artikel 20 Awr geen plaats.


3.2.

De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser op 3 februari 2015 na het parkeren van zijn auto met kenteken [kenteken 1] via de app Yellowbrick het verkeerde kenteken heeft aangemeld, te weten het kenteken van de auto van zijn buurvrouw ([kenteken 2]). Voorts blijkt uit het transactieoverzicht van de Parkeerhistorie dat eiser aan Yellowbrick en daarmee aan verweerder een bedrag aan parkeerbelasting heeft voldaan. Niet gesteld of gebleken is dat deze parkeerbelasting niet gelijk is aan de parkeerbelasting die verschuldigd is voor het parkeren van de auto met kenteken [kenteken 1]. Voorts acht de rechtbank de verklaring van eiser geloofwaardig dat hij de bedoeling had om te betalen voor het parkeren van zijn auto met kenteken [kenteken 1] maar dat hij per ongeluk heeft betaald voor de auto van zijn buurvrouw (met wie hij in Delft een winkel bezocht), omdat dit kenteken in de app Yellowbrick is blijven staan. Ter zitting is komen vast te staan dat eiser tussen het gebruik van de app waarbij hij parkeerbelasting heeft betaald voor de auto van zijn buurvrouw op 24 januari 2015 en het gebruik van de app op 3 februari 2015 geen gebruik heeft gemaakt van de app.


3.3.

Uit het voorgaande volgt dat eiser in feite de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan. Om die reden oordeelt de rechtbank dat de parkeerbelasting die ter zake van het onder 1.1 genoemde parkeren door eiser verschuldigd is door hem is betaald. Gelet op het voorgaande is verweerder naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte overgegaan tot het opleggen van de onderhavige naheffingsaanslag parkeerbelasting. Door het aanmelden van een onjuist kenteken in de app Yellowbrick heeft eiser slechts niet op de voorgeschreven wijze aangifte gedaan. Dat vormt echter geen grond voor het opleggen van een naheffingsaanslag nu hij de verschuldigde parkeerbelasting wel heeft voldaan (vgl. ook rechtbank Amsterdam, 12 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9566 en rechtbank Noord-Holland 25 juni 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:5726). De rechtbank acht niet aannemelijk dat eiser misbruik heeft gemaakt van het gebruik van de app, te meer niet daar het hier betreft het parkeren in Delft over een periode van 2.46 uur door een inwoner van Amsterdam.


3.4.

Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar.



3.5.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.


3.6.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing



De rechtbank:


- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de naheffingsaanslag van 3 februari 2015;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiser te vergoeden.


Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Bouter, rechter, in aanwezigheid van C. Groenewegen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2015.






griffier rechter



Afschrift verzonden aan partijen op:



Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer).