Rechtbank Rotterdam, 02-12-2015 / C/10/487252 / KG ZA 15-1152


ECLI:NL:RBROT:2015:9060

Inhoudsindicatie
Zieke werknemer krijgt in een periode van zes maanden niet of nauwelijks loon. Voorschot op schadevergoeding in kort geding. Geen reden voor vereenzelviging
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-12-02
Publicatiedatum
2015-12-10
Zaaknummer
C/10/487252 / KG ZA 15-1152
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR 2015/2476
  • AR-Updates.nl 2015-1240
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

team handel


zaaknummer / rolnummer: C/10/487252 / KG ZA 15-1152


Vonnis in kort geding van 2 december 2015


in de zaak van


[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. G. Bloem,


tegen


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NESSELANDE LOGISTICS EN TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde2] ,

gevestigd te Rotterdam,

3. [gedaagde3],

wonende te [woonplaats2] ,

gedaagden,

advocaat mr. M. Bestebreurtje.



Partijen zullen hierna [eiser] en gedaagden genoemd worden. Afzonderlijk zullen gedaagden (mede) worden genoemd: gedaagde 1, gedaagde 2 en gedaagde 3.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de dagvaarding
  • - de overgelegde producties
  • - de mondelinge behandeling
  • - de pleitnota van [eiser] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

Eiser is op 16 oktober 2009 in dienst getreden van Nesselande Meubelindustrie B.V. te Dordrecht in de functie van chauffeur meubelindustrie, met een arbeidsduur van 40 uur per week en tegen een salaris van laatstelijk bruto € 2.088,87 per maand. Op deze arbeidsovereenkomst is de CAO Beroepsgoederenvervoer van toepassing.

2.2.

Eiser is op 22 april 2014 uitgevallen wegens ziekte (rugklachten) en hij is sindsdien aan het (pogen te) revalideren en reïntegreren.


2.3.

De aandelen in Nesselande Meubelindustrie B.V. zijn op 8 december 2014 overgedragen aan de onderneming Yokohan Brokers B.V. te Zoetermeer.


2.4.

Nesselande Meubelindustrie B.V. is met ingang van 1 maart 2015 ontbonden wegens gebrek aan baten.


2.5.

Yokohan Brokers B.V. is in juli 2015 uitgeschreven uit het Handelsregister.


2.6.

Eiser heeft een kort gedingprocedure aangespannen bij de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam tegen de ondernemingen:

- Nesselande Logistics B.V.,

- Nesselande Logistics en Transport B.V. (gedaagde 1)

- Nesselande pakketservice B.V.

- Nesselande Logistics & Speciaal Transport B.V.

De kanton (voorzieningen-) rechter heeft de onderneming Nesselande Logistics B.V. bij vonnis van 17 augustus 2015, samengevat, veroordeeld tot betaling aan eiser van achterstallig loon over de maanden mei en juni 2015, vermeerderd met kosten, wettelijke verhoging, vakantiegeld en rente alsmede tot betaling aan eiser van diens loon vanaf 1 juli 2015 tot aan de dag van rechtsgeldige beëindiging van het dienstverband. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.


2.7.

Op 16 november 2015 is aan [eiser] zijn achterstallig loon betaald over de periode tot aan november 2015.


3Het geschil

3.1.

Eiser vordert, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk te veroordelen:


1. Gedaagden hoofdelijk te gelasten binnen twee na dagtekening na het in deze te wijzen vonnis aan eiser alle juiste en verifieerbare informatie c.q. bescheiden te verstrekken c.q. af te geven ex artikel 843a Rv waaruit blijkt:


a) welke B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep - of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - de formele werkgever is van eiser per 1 januari 2015;


b) welke B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep - of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - eiser verloont of zal verlonen en via welke bankrekening c.q. IBAN-nummer;


c) welke B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep - of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - de pensioenverplichtingen jegens eiser draagt bij of via de Generali of andere pensioenverzekeraar per 1 januari 2015;


d) welke B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep - of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - de formele werkgever is van al het overige personeel per 1 januari 2015;


e) alsmede het verstrekken van de navolgende gegevens:


1. een volledige personeelslijst met naam, functiebenaming, geboortedata, datum indiensttreding en opgave van de formele werkgever;


2. een accountantsverklaring waarin wordt bevestigd welk personeelslid bij welke vennootschap in dienst is en door welke onderneming hij/zij wordt verloond en wie de pensioenlasten draagt voor welke werknemer bij welke vennootschap;


3. een afschrift van de complete loonadministratie waaronder de volledige aangifte loonheffingen, jaaropgaven per werknemer en verzamelloonstaten over 2014 en 2015 van Nesselande Meubeldistributie B.V., Nesselande Personeelsdiensten B.V., Nesselande Logistics B.V., Nesselande Logistics & Transport B.V., Nesselande Logistics en speciaal transport B.V., Nesselande pakketservice B.V. en Mondial P.O. B.V,


4. bankafschriften over 2014 en 2015 van Nesselande Meubeldistributie B.V., Nesselande Personeelsdiensten B.V., Nesselande Logistics B.V., Nesselande Logistics & Transport B.V., Nesselande Logistics en speciaal transport B.V., Nesselande pakket ervice B.V. en Mondial P.O. B.V. waaruit de loonbetalingen blijken;


zulks op verbeurte van een dwangsom ad € 5.000,00 ten aanzien van gedaagden sub 1 en 2 voor iedere dag dat gedaagden hiermee in gebreke blijven na betekening van het in deze te wijzen vonnis en


primair op straffe van lijfsdwang ex artikel 585 Rv jegens gedaagde sub 3 en subsidiair op verbeurte van een dwangsom ad € 5.000,00 voor iedere dag dat gedaagde sub 3 hiermee in gebreke blijft na betekening van het in deze te wijzen vonnis;


2. Gedaagden hoofdelijk, des de een betaald hebbende, de ander zal zijn gekweten, te veroordelen tot betaling aan eiser van een bedrag ad € 30.000,00 (ZEGGE DERTIGDUIZENDEURO) als voorschot op schadevergoeding althans een zodanig

bedrag als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;


3. Subsidiair, voor zover het gevorderde onder sub 2 niet voor toewijzing in aanmerking komt, gedaagde sub 1, dan wel de B.V., of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep

- of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - door gedaagde(n) als aantoonbare en correcte formele werkgever aangewezen, te veroordelen tot betaling aan eiser van:


A: Achterstallig netto basisloon over de periode mei-sep 2015 ad € 7.270,28 netto te vermeerderen met een bedrag ad € 738,51 ter zake buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke verhoging ad € 3.635,14 netto, althans zodanige bedragen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;


B: Achterstallig loon vanaf oktober 2015 ad € 2.088,87 bruto of minimaal het netto equivalent hiervan ad € 1.661,29 netto per maand te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% bij te late betaling;


C: de buitengerechtelijke incassokosten over het achterstallig loon onder B ad

€ 313,33;


D: Het vakantiegeld 2015 ad € 2.005,31 bruto c.q. het netto equivalent hiervan, voorlopig begroot op € 1600,00 netto te vermeerderen met € 300,80 buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke verhoging ad € 1.002,65;


E: loon vanaf november 2015 tot de dag der rechtsgeldige beëindiging van het dienstverband ad € 2.088,87 bruto of minimaal het netto equivalent hiervan ad € 1.661,29 netto per maand te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% bij te late betaling en te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ad € 313,33 per maand;


Althans zodanige bedragen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;


4. Gedaagde sub 1, dan wel de B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep - of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - door gedaagde(n) als aantoonbare en correcte formele werkgever aangewezen, te gelasten binnen twee dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis aan eiser de aangepaste en gecorrigeerde salarisspecificatie(s) te verstrekken vanaf 1 mei 2015, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijft na betekening van het in deze te wijzen vonnis;


5. Gedaagden hoofdelijk, des de een betaald hebbende, de ander zal zijn gekweten, te veroordelen tot betaling aan eiser van tot op heden gemaakte juridische kosten ad € 5.548,33 inclusief btw;


6. Gedaagde sub 1, dan wel de B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep - of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V, of VOF of anderszins - door gedaagde(n) als aantoonbare en correcte formele werkgever aangewezen te gelasten binnen twee na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis aan eiser een arbeidsovereenkomst conform artikel 4 cao te verstrekken waarbij is opgenomen de datum indiensttreding, duur, werktijden, aantal uren per week, de functie-aanduiding en de daarbij behorende loongroep en de regio waar eiser wordt geplaatst, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag voor iedere dag dat gedaagden hiermee in gebreke blijven;


7. Gedaagde sub 1, dan wel de B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - door gedaagde(n) als aantoonbare en correcte formele werkgever aangewezen te gelasten eiser met onmiddellijke ingang alsmede met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 en/of per 1 maart 2015 weer aan te melden bij het UWV waarbij het arbeidsverleden over de jaren 1998 tot en met 2014 op 100% dient te worden gesteld, zulks onder verstrekking van deugdelijk bewijs en onder verbeurte van een dwangsom van

€ 5.000,00 per dag voor iedere dag dat gedaagde weigert hieraan gevolg te geven na betekening van het in deze te wijzen vonnis;


8. Gedaagde sub 1, dan wel de B.V. of entiteit - al dan niet binnen de Nesselande Groep - of eventuele natuurlijke persoon - al dan niet in de vorm van een eenmanszaak, C.V. of VOF of anderszins - door gedaagde(n) als aantoonbare en correcte formele werkgever aangewezen en te gelasten eiser met onmiddellijke ingang alsmede met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 en/of per 1 maart 2015 weer aan te melden bij de pensioenuitvoerder alwaar gedaagde is aangesloten zulks onder verstrekking van deugdelijk bewijs en onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag voor iedere dag dat gedaagde weigert hieraan gevolg te geven na betekening van het in deze te wijzen vonnis;


9. Subsidiair gedaagden te veroordelen tot zodanige voorzieningen c.q. veroordelingen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;


10. Gedaagden te veroordelen in de integrale kosten van deze procedure, het salaris van de procesadvocaat daaronder begrepen en te begroten op € 5.000,00, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 250,00, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.


Eiser stelt daartoe het volgende.


3.2.

Gedaagden maken misbruik van identiteitsverschil om zich te onttrekken aan juridische verplichtingen. Spin in het web is de heer [gedaagde3] , die zich bedient van een kerstboom aan vennootschappen om zijn verplichtingen niet na te komen. De pensioenaanspraak van eiser bij De Generali staat op naam van een niet meer bestaande vennootschap van de Nesslande Groep. Eiser ontving in de maanden mei en juni 2015 slechts een gedeelte van zijn salaris. [gedaagde3] verwees eiser toen naar het bedrijf Yokohan Brokers B.V., die de onderneming zou hebben overgenomen. Echter, slechts de aandelen in het bedrijf waren overgenomen, zodat eiser nog steeds dezelfde werkgever had. Vanwege achterstallig loon heeft eiser een procedure aanhangig gemaakt bij de kanton- (voorzieningen-) rechter die heeft geleid tot het vonnis van 25 augustus 2015. Eiser heeft vergeefs getracht dat vonnis te executeren. Nesselande Logistics B.V. -door welke vennootschap in dat vonnis, naar voorlopig oordeel van de kantonrechter, de activiteiten van Nesselande Meubelindustrie waren overgenomen- blijkt feitelijk een lege huls te zijn, zonder personeel, activiteiten of bankrekening. Ook reïntegratie-verplichtingen worden niet nagekomen en eiser is niet aangemeld bij het UWV.

De primaire schadevergoedingsvordering van eiser van € 30.000,- bestaat uit:

- € 14.236,37 netto loon inclusief incassokosten en proceskosten, vermeerderd met loon vanaf 1 november 2015

- € 4.177,74 wettelijke verhoging van 50% achterstallig loon periode juli tot en met oktober 2015

- € 5.548,33 juridische kosten.

Lijfsdwang is geëigend nu dwangsommen niet geïncasseerd blijken te kunnen worden omdat ondernemingen geen verhaal bieden. Het faillissement van zijn ondernemingen belet [gedaagde3] niet om dezelfde activiteiten onder dezelfde handelsnaam elders voort te zetten.


3.3.

Gedaagden voeren verweer.


3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen van eiser.


4.2.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat eiser door zijn werkgever is behandeld op een wijze die geenszins overeenstemt met de eisen van goed werkgeverschap. Kennelijk heeft binnen het concern van gedaagden een reorganisatie plaatsgevonden waardoor de activiteiten van de werkgever van eiser zijn overgedragen aan een andere vennootschap binnen het concern. Eiser, die in deze periode van reorganisatie arbeidsongeschikt was geraakt, is vervolgens buiten beeld geraakt bij zijn werkgever. Eiser heeft over een periode van circa zes maanden zijn loon niet of althans nauwelijks ontvangen en ook was eiser ten onrechte afgemeld bij het pensioenfonds. Evenmin werd voldaan aan de reïntegratieverplichtingen van de werkgever.


4.3.

Hier staat het volgende tegenover. Inmiddels, na het uitbrengen van de onderhavige dagvaarding, is aan eiser alsnog zijn loon uitbetaald voor de periode tot november 2015. Voorts is eiser (weer) aangemeld bij het UWV en bij de arbodienst, zodat de reïntegratie van eiser verder opgepakt kan worden en is het pensioenfonds verzocht de afmelding ongedaan te maken, althans de pensioenopbouw te herstellen. Ook is aan eiser inmiddels de tekst van een arbeidsovereenkomst voorgelegd. Daarin wordt gedaagde 1, welke partij in dit kort geding erkent de (nieuwe) werkgever te zijn, als de werkgever van eiser genoemd. Eiser weet derhalve inmiddels ook wie zijn werkgever is. In zoverre zijn de vorderingen van eiser deels door de vrij recente ontwikkelingen, daterend van na het uitbrengen van de dagvaarding, grotendeels achterhaald.


4.4.

De gevorderde wettelijke verhoging en schadevergoeding zijn geldvorderingen. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.


4.5.

Het ligt in de rede dat eiser in wezenlijke financiële problemen is geraakt omdat hij gedurende circa een half jaar niet of nauwelijks loon uitbetaald heeft gekregen. Zonder loon kunnen de lopende rekeningen niet worden betaald en dan zullen incassokosten en mogelijk ook rente over deze niet onaanzienlijke periode verschuldigd (kunnen) worden en al snel oplopen. Dit draagt bij aan het oordeel dat eiser -nog steeds- een spoedeisend belang heeft.

Eiser heeft ook al de gang naar de kantonrechter gemaakt om te trachten zijn loon te verkrijgen maar dit is vergeefs gebleken omdat er geen verhaalsmogelijkheden aanwezig waren. Pas nadat eiser ook nog de onderhavige kort gedingprocedure aanhangig had gemaakt heeft de werkgever van eiser, die ook al gedaagde partij was in het eerdere kort geding, juridisch advies ingewonnen bij een advocaat, hetgeen er in heeft geresulteerd dat de werkgever van eiser er alsnog toe is overgegaan om eiser tegemoet te komen op voormelde wijze. Bij deze stand van zaken acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat (de kantonrechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat) eiser recht heeft op een wettelijke verhoging op zijn niet tijdig betaalde loon van 25%. Dit deel van de vordering zal derhalve worden toegewezen.


4.6.

Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat eiser schade heeft geleden, in de vorm van de vergeefs gemaakte (executie) kosten ter zake van de procedure bij kantonrechter. Er bleken, zoals gezegd, geen mogelijkheden te zijn om dat vonnis te executeren. Ook is aannemelijk dat eiser buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt in verband met pogingen om zijn loon buitengerechtelijk uitbetaald krijgen. Dit zijn alleszins in redelijkheid gemaakte kosten ter voldoening buiten rechte. De voorzieningenrechter kent deswege een voorschot op schadevergoeding toe aan eiser van € 2.500.-.


4.7.

In dit oordeel ligt besloten dat niet wordt toegewezen het gevorderde voorschot op schadevergoeding van € 30.000,-. Het is onvoldoende aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure aan eiser een schadevergoeding van een dergelijke omvang zal worden toegewezen. In de vordering van eiser zijn begrepen het inmiddels betaalde loon van eiser alsmede een wettelijke verhoging op niet betaald loon. Eiser stelt deze verhoging op 50%, maar deze wordt op 25% gesteld. Ook is in de vordering van eiser begrepen een proceskostenvergoeding, maar daarover zal separaat worden geoordeeld. De diverse deelvorderingen van eiser komen overigens niet uit op een totaalbedrag van € 30.000,-.


4.8.

Ter zake van de toewijsbare vorderingen zal de veroordeling alleen worden uitgesproken tegen gedaagde 1, als zijnde de werkgever van eiser. De vraag of de vorderingen ook toewijsbaar zijn tegenover de overige gedaagden, op de grondslag van misbruik van identiteitsverschil, vergt een onderzoek naar feiten dat de beperkte kaders van een kort gedingprocedure te buiten gaat. Het is vooralsnog niet duidelijk of eiser slechts uit het zicht is geraakt vanwege een reorganisatie, dan wel of opzettelijk is gepoogd om aan eiser zijn rechten te ontzeggen. Overigens is gesteld noch gebleken dat gedaagde 1 niet solvabel is, zodat eiser thans ook geen belang heeft bij een veroordeling van anderen dan zijn werkgever.


4.9.

Wettelijke rente over het te laat betaalde loon zal niet worden toegewezen, nu niet duidelijk is gemaakt wanneer het verzuim is ingetreden op dit onderdeel.


4.10.

De voorzieningenrechter gaat er van uit dat gedaagde 1 vanaf nu wel getrouw haar loonbetalingsverplichtingen jegens eiser zal nakomen. De vordering tot betaling van loon vanaf 1 november 2015 zal daarom worden afgewezen.


4.11.

Voor het overige zullen de vorderingen worden afgewezen. De naam van de nieuwe werkgever van eiser is inmiddels aan hem bekendgemaakt. Eiser kan op zijn rekeningafschrift zien vanaf welke bankrekening, en door wie, zijn loon is betaald. De vraag of de tekst van het concept van de nieuwe arbeidsovereenkomst op onderdelen minder gunstig is voor eiser rechtvaardigt geen separate voorziening in kort geding. Het desbetreffende standpunt van eiser is niet of nauwelijks onderbouwd.


4.12.

Voorts is van belang dat ter zitting is toegezegd dat aan eiser ten spoedigste alsnog salarisstroken zullen worden verstrekt. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze toezegging.


4.13.

Voor zover de vordering strekt tot overlegging van bescheiden is bij de afwijzing van de desbetreffende vordering van eiser nog het volgende van belang. Artikel 843a lid 1 Rv bindt de toewijsbaarheid van de daar bedoelde vordering aan drie cumulatieve voorwaarden:


(i) degene die de vordering doet, dient een rechtmatig belang te hebben, en

(ii) het moet gaan om bepaalde bescheiden,

(iii) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is.

Het vierde lid bepaalt dat degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige

redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke

rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

Voor zover het eiser er om te doen is dat hij wil weten wie zijn werkgever is, is deze vraag inmiddels afdoende beantwoord. Voor zover eiser gegevens wenst te krijgen over andere werknemers heeft eiser daarbij geen rechtmatig belang, nu hij niet optreedt namens andere werknemers. Eiser vordert overigens dermate veel administratie, dat veeleer sprake lijkt te zijn van een fishing expedition. Welk resterend rechtmatig belang eiser nog heeft bij zijn vordering nu zijn werkgever inmiddels alsnog de nodige openheid van zaken heeft gegeven, valt niet in te zien. Daarbij komt dat eiser ook afgifte vordert van bescheiden van B.V.’s binnen het concern van gedaagden die geen partij zijn in de onderhavige procedure.


4.14.

In hetgeen hiervoor is overwogen ligt besloten dat geen aanleiding bestaat om lijfsdwang op te leggen.


4.15.

Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van eiser. Deze kosten worden begroot op € 816,- aan salaris advocaat (standaard tarief kort geding volgens de Liquidatietarieven), € 94,19 aan explootkosten dagvaarding en € 876,- aan griffierecht, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente indien deze kosten niet tijdig wordt betaald.


Voor een zelfstandige veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten (€ 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak) een executoriale titel oplevert.


5De beslissing

De voorzieningenrechter


5.1.

veroordeelt gedaagde 1 tot betaling aan eiser van een bedrag van € 2.500,- als voorschot op schadevergoeding,


5.2.

veroordeelt gedaagde 1 tot betaling van een wettelijke verhoging van 25% op het loon dat gedaagde 1 te laat heeft betaald aan eiser in de periode van mei 2015 tot november 2015,


5.3.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van eiser, tot op heden begroot op € 1.786,19 en vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,


5.4.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,


5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2015.

1 2517/2009