Rechtbank Rotterdam, 10-12-2015 / 10/993512-15


ECLI:NL:RBROT:2015:9308

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft op blanco keuringscertificaten ten behoeve van piloten een afbeelding geplaatst van de digitale handtekening van de keuringsarts. Geen opzet op valselijk opmaken van die certificaten op dat moment. Vrijspraak van medeplegen van het valselijk opmaken van vier van de vijf keuringscertificaten door onbevoegd gebruik van digitale afbeelding van handtekening keuringsarts nu deze door de medeverdachte alleen zijn opgemaakt. Gezamenlijke uitvoering van het valselijk opmaken van een keuringscertificaat. Taakstraf van 120 uur.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-12-10
Publicatiedatum
2015-12-16
Zaaknummer
10/993512-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Rotterdam

Team straf 1


Parketnummer: 10/993512-15

Datum uitspraak: 10 december 2015

Tegenspraak



Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:


[naam] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] ,

raadsman mr. R.W.J.A.H. Neijndorff, advocaat te Dordrecht.

1Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 november 2015.

2Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Mol heeft gevorderd:

  • - bewezenverklaring van het tenlastegelegde;
  • - veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, alsmede de oplegging van een beroepsverbod ex artikel 28, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende dat de verdachte gedurende vijf jaren niet werkzaam mag zijn bij en/of medewerker mag zijn van medische keuringsinstituten.

4Waardering van het bewijs

De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan, kort gezegd, valsheid in geschrift, door medische (keurings)verklaringen ten behoeve van piloten valselijk op te maken.


De verweten valsheid in geschrift heeft hierin bestaan dat door de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] vijf medische verklaringen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna ook aan te duiden als keuringscertificaten of kortweg certificaten) valselijk voorzien zijn van een digitale afbeelding van de handtekening van de [keuringsarts] .


Standpunt van de verdediging

Van het valselijk opmaken van de keuringscertificaten, zoals ten laste is gelegd, is geen sprake. Immers, de keuringsarts [keuringsarts] wist van het feit dat er een digitale versie van haar handtekening beschikbaar was en had bovendien toestemming gegeven voor het gebruik daarvan. De verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.


Oordeel van de rechtbank

Bij haar oordeel gaat de rechtbank uit het volgende.

De handtekeningen van [keuringsarts] op de medische verklaringen die zijn genoemd in de tenlastelegging zijn afbeeldingen van de (digitale) handtekening van [keuringsarts] . De medeverdachte [medeverdachte] heeft deze met behulp van door de verdachte gemaakte blanco certificaten geplaatst op definitieve certificaten. [keuringsarts] heeft verklaard dat zij niet wist van het onderhavige gebruik van haar handtekening. Zij heeft, naar eigen zeggen, geen contact gehad met de medeverdachte over deze keuringen en evenmin goed gevonden dat de medeverdachte [medeverdachte] deze keuringen zelfstandig zou uitvoeren.

De rechtbank acht de voor het eerst ter terechtzitting afgelegde verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] dat [keuringsarts] in elk van de vijf in de tenlastelegging bedoelde zaken wel in het bijzonder toestemming heeft gegeven, onaannemelijk. Dit zou niet alleen een hoogst ongebruikelijke werkwijze zijn geweest, in strijd met de verklaring van [keuringsarts] , maar komt ook niet overeen met de in het voorbereidende onderzoek afgelegde verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] zelf, dat hij niet weet of hij over individuele gevallen contact heeft gehad met [keuringsarts] . Dat betekent dat de in tenlastelegging genoemde medische verklaringen valselijk zijn opgemaakt.


De vraag waarvoor de rechtbank vervolgens wordt gesteld is of de verdachte – naast de medeverdachte [medeverdachte] – aangemerkt kan worden als medepleger ten aanzien het valselijk opmaken van deze verklaringen.


Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Zoals de Hoge Raad in een arrest van 2 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3474) heeft uiteengezet, is die kwalificatie slechts gerechtvaardigd als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. In voornoemd arrest en in een arrest van de Hoge Raad van 23 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:718) wordt benadrukt dat de bijdrage van de medepleger in de regel zal worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van gezamenlijke uitvoering van het feit. Indien de verdachte hoofdzakelijk gedragingen na de uitvoering van het strafbare feit heeft verricht, is in uitzonderlijke gevallen medeplegen denkbaar. Maar een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal dan wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding, terwijl in de bewijsvoering in zulke uitzonderlijke gevallen ook bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen, aldus de Hoge Raad.


Ten laste is gelegd dat de certificaten valselijk zijn opgemaakt in de periode 2 maart 2015 tot en met 22 april 2015. Op basis van het gebruik van de digitale handtekening van [keuringsarts] in elk geval in augustus 2014 en op basis van de verklaring van de verdachte zelf, is er aanleiding om te veronderstellen dat de blanco formulieren die de verdachte heeft gemaakt en door de medeverdachte [medeverdachte] zijn gebruikt om de certificaten te vervalsen, buiten de ten laste gelegde periode zijn gemaakt. Maar ook overigens is er geen bewijs dat deze formulieren met het opzet om certificaten valselijk op te maken zijn gemaakt. Het door de verdachte naar voren gebrachte alternatieve scenario, dat de afspraak was om de digitale handtekening te gebruiken bij afwezigheid van [keuringsarts] , met haar goedkeuring, wordt door het dossier en het verhandelde op de zitting niet onomstotelijk weerlegd. Dat de medeverdachte [medeverdachte] later misbruik heeft gemaakt van die digitale handtekening doet daar niet aan af.


Vast staat dat de verdachte gedurende de ten laste gelegde periode wist dat de medeverdachte [medeverdachte] buiten medeweten van [keuringsarts] keuringen uitvoerde en de certificaten valselijk voorzag van haar (digitale) handtekening. De rechtbank stelt voorts vast dat bij het opstellen van de medische verklaring van [slachtoffer] sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering met [medeverdachte] , nu uit de verklaring van [slachtoffer] blijkt dat twee mannen zich daadwerkelijk met zijn keuring hebben bezig gehouden. Naast de medeverdachte [medeverdachte] was dat diens compagnon, die gegevens in de computer heeft ingevuld. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij die compagnon zal zijn geweest. Voor het valselijk opmaken van de medische verklaring van [slachtoffer] kan de verdachte dan ook als medepleger worden aangemerkt.


Bij het opstellen van de overige vier in de tenlastelegging opgenomen medische verklaringen is geen sprake geweest van een gezamenlijke uitvoering, aangezien:

- niet vastgesteld kan worden dat de verdachte bij de keuringen (en het daarna uitprinten van de medische verklaringen) van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [betrokkene] überhaupt in het bedrijfspand in Gilze-Rijen aanwezig is geweest;

- [benadeelde partij 5] heeft verklaard dat de verdachte weliswaar de deur heeft opengedaan, maar dat de medeverdachte [medeverdachte] hem heeft gekeurd. Niet is gebleken dat de verdachte enige andere uitvoeringshandeling heeft verricht.


Het standpunt van de officier van justitie komt erop neer dat (desalniettemin) sprake is van medeplegen van alle in de tenlastelegging opgenomen medische verklaringen, nu de verdachte de werkwijze van de medeverdachte [medeverdachte] mogelijk heeft gemaakt door er voor te zorgen dat er vooraf blanco formulieren met daarop de (digitale) handtekening van [keuringsarts] gereed lagen en hij met de werkwijze van [medeverdachte] akkoord is gegaan.


De rechtbank volgt de officier van justitie niet in deze redenering, gelet op het volgende. Eerder heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat niet bewezen is, dat de verdachte reeds op het moment dat hij de blanco certificaten met de digitale handtekening van [keuringsarts] vervaardigde, het opzet had om deze certificaten valselijk op te maken, nog los van de vraag of, ware dat opzet wel aanwezig geweest, dan niet eerder sprake zou zijn geweest van medeplichtigheid. De wetenschap bij de verdachte dat zijn medeverdachte [medeverdachte] in de eerste helft van 2015 zelfstandig medische keuringen heeft uitgevoerd en certificaten met de handtekening van [keuringsarts] heeft uitgereikt en het niet ingrijpen, is, gelet op de aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad onvoldoende voor bewijs van medeplegen.


De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het (medeplegen van) het valselijk opstellen van de medische verklaringen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 5] en [betrokkene] .


In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 23 maart 2015 tot en met 22 april 2015 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen ,


tezamen en in vereniging met een ander ,

een medische verklaring van

de Inspectie Leefomgeving en Transport, EASA Form 147 issue 1, te weten:


- medische verklaring van [slachtoffer]

[slachtoffer] uitgegeven op 23 maart 2015;


zijnde een geschriftdat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft

verdachte en zijn mededader valselijk, die verklaringen van

een afbeelding van de handtekening van de keuringsarts, [keuringsarts]

[keuringsarts] , voorzien zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:


medeplegen van valsheid in geschrift.


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.


Het feit is dus strafbaar.

6Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.


De verdachte is dus strafbaar.

7Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.


De verdachte was (mede)bestuurder van [onderneming] , een medisch keuringsinstituut voor onder andere piloten. Piloten worden verplicht regelmatig medisch gekeurd. Zij behoren te beschikken over een medische verklaring van geschiktheid. Een onafhankelijke, gespecialiseerde keuringsarts dient, alvorens deze verklaring te verstrekken, zich ervan te overtuigen dat de desbetreffende piloot aan de vereiste geestelijke en lichamelijke gezondheid voldoet. Zonder geldige medische verklaring is een piloot niet bevoegd te vliegen.


De medeverdachte en medebestuurder [medeverdachte] heeft, in het bijzijn en met medeweten van de verdachte, een medische keuring van een piloot zelfstandig verricht.


De op die keuring betrekking hebbende medische verklaring werd vervolgens ingevuld en voorzien van een digitale handtekening van de keuringsarts [keuringsarts] en direct na de keuring aan de desbetreffende piloot uitgereikt. De verdachte had het gebruik van de digitale handtekening van de keuringsarts technisch mogelijk gemaakt.


Door aldus te handelen heeft de verdachte – hoewel hij en de medeverdachte niet medisch geschoold en gekwalificeerd noch anderszins daartoe erkend waren – medisch onderzoek (mede)verricht en een verplichte medische verklaring van geschiktheid aan een piloot verstrekt.

Daarmee heeft de verdachte niet alleen het vertrouwen ondermijnd dat burgers, organisaties en overheid in het maatschappelijk verkeer moeten kunnen hebben in de juistheid van dergelijke geschriften, maar heeft hij bovendien de veiligheid van het luchtverkeer in gevaar gebracht. Immers, de desbetreffende keuring en beoordeling van de keuringsresultaten werden door de verdachte, een leek op een dergelijk specialistisch medisch gebied, gedaan zonder toestemming of medeweten van de daartoe aangestelde en bevoegde deskundige [keuringsarts] .


De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 oktober 2015, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.


Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 oktober 2015. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.


Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen.

Voor het opleggen van een gevangenisstraf wordt, in tegenstelling tot de eis van de officier van justitie, geen aanleiding gezien.


Voor het opleggen van een beroepsverbod, zoals door de officier van justitie geëist, wordt evenmin aanleiding gezien, nu deze eis door de officier van justitie te weinig concreet onderbouwd en geformuleerd is en de rechtbank ook overigens onvoldoende gevaar voor herhaling ziet om een dergelijke bijkomende straf te rechtvaardigen.


Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1] [benadeelde partij 1] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een totaalbedrag van € 1.748,80 ter vergoeding van materiële schade.

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde dat betrekking heeft op de benadeelde partij [benadeelde partij 1] , zal de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.


Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.


Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2] [benadeelde partij 2] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 129,- ter vergoeding van materiële schade.


Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde dat betrekking heeft op

de benadeelde partij [benadeelde partij 2] , zal de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.


Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.


Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 5] [benadeelde partij 5] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 155,- ter vergoeding van materiële schade.


Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde dat betrekking heeft op de benadeelde partij [benadeelde partij 5] , zal de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.


Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 47 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

10Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11Beslissing

De rechtbank:


verklaart bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;


verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;


stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;


verklaart de verdachte strafbaar;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 114 (honderdveertien) uren te verrichten taakstraf resteert;


beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 57 (zevenenvijftig) dagen;


verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;


bepaalt dat deze vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;


veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;


verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;


bepaalt dat deze vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;


veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;


verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk in de vordering;


bepaalt dat deze vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;


veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 5] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.




Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. J.J. van den Berg en E. Fels, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2015.














Bijlage I


Tekst tenlastelegging


Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat


hij in of omstreeks 2 maart 2015 tot en met 22 april 2015 te Rijen, gemeente

Gilze en Rijen en/of elders in Nederland,


tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meerdere malen, althans een maal, telkens een aantal medische verklaringen van

de Inspectie Leefomgeving en Transport, EASA Form 147 issue 1, te weten:


- medische verklaring van [benadeelde partij 1]

[benadeelde partij 1] uitgegeven op 2 maart 2015;

- medische verklaring van [benadeelde partij 2]

[benadeelde partij 2] uitgegeven op 2 maart 2015;

- medische verklaring van [slachtoffer]

[slachtoffer] uitgegeven op 23 maart 2015;

- medische verklaring van [betrokkene]

[betrokkene] uitgegeven op 09 april 2015;

- medische verklaring van [benadeelde partij 5]

[benadeelde partij 5] uitgegeven op 22 april 2015;


- zijnde steeds (een) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs

van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk, telkens die verklaring(en) van

een (afbeelding van de) handtekening van de (keurings)arts, [keuringsarts]

[keuringsarts] ,voorzien zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;


art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht