Rechtbank Rotterdam, 18-12-2015 / C/10/488101 / HA ZA 15-943


ECLI:NL:RBROT:2015:9476

Inhoudsindicatie
Verzoek om in de faillissementen van 6 failliete bedrijven een voorlopige commissie van schuldeisers in te stellen. Tussenbeschikking. Overkoepelende commissie is niet mogelijk, het gaat om 6 separate faillissementen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek met betrekking tot de holding moet worden toegewezen.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-12-18
Publicatiedatum
2015-12-18
Zaaknummer
C/10/488101 / HA ZA 15-943
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • NTHR 2016, afl. 6, p. 338
  • AR 2015/2594
  • RI 2016/31
  • JOR 2016/80 met annotatie van Mr. drs. W.J.M. van Andel
Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel


zaaknummers / rekestnummers: C/10/488101 / HA RK 15-943 en C/10/490063 / HA RK 15-1044 en C/10/490064 / HA RK 15-1045 en C/10/490066 / HA RK 15-1046 en C/10/490068 / HA RK 15-1048 en C/10/490071 / HA RK 15-1049


Beschikking van 18 december 2015


op het verzoek van


de COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISSEN-BOERENLEENBANK B.A.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaten mrs. D.J.F.F.M. Duynstee, J.C. Hofland en G.J.L. Bergervoet


in de faillissementen van


ROYAL IMTECH N.V.,

IMTECH GROUP B.V.,

IMTECH CAPITAL B.V.,

IMTECH BENELUX GROUP B.V.,

IMTECH NEDERLAND B.V.,

IMTECH UK GROUP B.V,

alle laatstelijk statutair gevestigd te Rotterdam.

curatoren: mr. J.G. Princen en mr. P.J. Peters.


Verzoekster wordt hierna Rabobank genoemd. Mrs. Princen en Peters worden hierna de curatoren genoemd. De gefailleerde vennootschappen worden afzonderlijk Royal Imtech, Imtech Group, Imtech Capital, Imtech Benelux Group, Imtech Nederland en Imtech UK Group genoemd. De gefailleerde vennootschappen tezamen worden de Imtech Vennootschappen genoemd.



1Het procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift van 29 oktober 2015, met producties, heeft verzoekster een verzoek ex artikel 74 Faillissementswet (Fw) gedaan. Dit verzoek is ingediend bij de rechters-commissarissen en door hen doorgeleid aan de rechtbank.


1.2.

Voorts zijn in de procedure de volgende stukken ingekomen:

  • - de faxbrief van mr. E.N.A. van Kuijeren namens de VEB van 13 november 2015;
  • - het advies ex artikel 65 Fw van de rechters-commissarissen van 25 november 2015, met producties;
  • - het nader verzoekschrift houdende wijziging van het verzoek van 27 november 2015, met producties;
  • - de aanvullende producties namens verzoekster van 27 november 2015;
  • - de e-mail van R. van den Akker MSc, controller bij i4talent B.V. van 27 november 2015;
  • - de faxbrief van drs. G.A. Sleeking RA, director Finance & Control van TKH Group van 27 november 2015;
  • - het verweerschrift van de curatoren van 27 november 2015, met producties;
  • - een faxbrief van Rene ten Brinke, CEO bij Imtech Marine van 27 november 2015;
  • - de e-mail van A. Huibert, DGA van 4elements B.V. van 29 november 2015;
  • - het aanvullend advies ex artikel 65 Fw van de rechters-commissarissen van 30 november 2015;
  • - de faxbrief van mr. Princen van 30 november 2015, met producties;
  • - de faxbrief van mr. Duynstee van 1 december 2015;
  • - de toelichting op het aanvullende advies van de rechters-commissarissen van

1 december 2015.


1.3.

Het verzoek is op 1 december 2015 behandeld ter terechtzitting.

Daarbij zijn de volgende personen verschenen:

  • - mr. D.J.F.F.M. Duynstee namens verzoekster, voornoemd;
  • - mr. J.C. Hofland namens verzoeksters, voornoemd;
  • - mr. G.J.L. Bergervoet namens verzoekster, voornoemd;
  • - mr. M.A. Broeders namens ABN AMRO Bank N.V. en Deutsche Bank Luxembourg S.A.;
  • - mr. V.R. Vroom, namens The Prudential Insurance Company of America (PICA);
  • - mr. J.C. Princen, curator;
  • - mr. P.J. Peeters, curator;
  • - de heer Ir. H.F.B. Keyner, namens de VEB;
  • - mr. drs. G.F.E. Koster, namens de VEB;
  • - mr. E.N.A. van Kuijeren, namens de VEB;
  • - mevrouw Kuipers namens de FNV;
  • - mevrouw A. Huiberts namens 4Elements;
  • - mr. H.W.R.A.M. Janssen namens VolkerWessels Stevin N.V.;
  • - de heer Arends, namens de Ontvanger van de belastingdienst;
  • - de heer M. Weijn, namens Force Company;
  • - de heer H. Kollau, werkzaam als zzp’er bij een van de Imtech-vennootschappen.

1.4.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, daarbij zijn de volgende pleitaantekeningen overgelegd.

  • - de pleitnota van mr. Duynstee;
  • - de pleitnota van mr. Princen;
  • - de pleitaantekeningen van mr. Broeders;
  • - de pleitaantekeningen van mr. Vroom;
  • - de handgeschreven zittingsaantekeningen van mevrouw Huiberts.

1.5.

Ten slotte is de beschikking bepaald op heden.



2De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:


2.1.

De Imtech-groep is actief op het gebied van elektrotechniek, ICT en werktuigbouw. In het eerste kwartaal van 2015 had de Imtech-groep circa 22.000 werknemers in dienst. Zij was onder meer actief in Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Polen, Zweden, Noorwegen, Finland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Spanje.


2.2.

Royal Imtech is de houdstermaatschappij (holdingvennootschap) van de Imtech-groep. Binnen Royal Imtech was een beperkt aantal werknemers werkzaam. Royal Imtech is vanaf 2011 beursgenoteerd aan de NYSE Euronext in Amsterdam. Het balanstotaal van Royal Imtech bedroeg per 31 december 2014 ongeveer 2,4 miljard euro. Royal Imtech houdt onder andere de aandelen in Imtech Group en Imtech Capital. Ook houdt Royal Imtech aandelen in enkele niet actieve vennootschappen in de Imtech-groep die geliquideerd dienen te worden, alsmede in de Roemeense vennootschap Imtech Technology SA en de Hongaarse vennootschap Imtech Hungary Kft.


2.3.

Imtech Capital was de groepsfinancieringsmaatschappij van de Imtech-groep. De enig aandeelhouder van Imtech Capital is Royal Imtech. De activa van Imtech Capital bestaan uit aandelen in een Belgische vennootschap. Er waren geen werknemers in dienst bij Imtech Capital.


2.4.

Imtech Group houdt aandelen in Imtech Benelux Group en Imtech UK Group.


2.5.

Imtech Benelux Group houdt de aandelen in Imtech Nederland en enkele kleinere, niet actieve vennootschappen. Imtech Benelux Group fungeerde als tussenholding binnen de Imtech-groep. De activa van deze vennootschap bestaan uit aandelen in enkele vennootschappen. Er waren geen werknemers in dienst van Imtech Benelux Group.


2.6.

Imtech Nederland houdt de aandelen in enkele gefailleerde vennootschappen waaronder Industrial Services B.V. en Industrial Building Services B.V. alsmede in verschillende (andere), deels niet actieve vennootschappen. Volgens het faillissementsverslag zijn de dienstverbanden met de werknemers van Imtech Nederland beëindigd en zijn de huurovereenkomsten opgezegd.


2.7.

Imtech UK Group verrichtte geen zelfstandige handelsactiviteiten. Zij houdt de aandelen in het failliete Imtech UK Ltd. en heeft geen andere activa dan de opbrengst van een aandelentransactie. Er waren geen werknemers in dienst van Imtech UK Group.


2.8.

Op 14 augustus 2015 zijn Royal Imtech, Imtech Group en Imtech Capital bij vonnis van deze rechtbank in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curatoren als zodanig. In de faillissementen van Royal Imtech en Imtech Group zijn tot rechters-commissarissen benoemd mr. drs. J.C.A.T. Frima, mr. R. Kruisdijk en mr. W.J. Roos-van Toor. In het faillissement van Imtech Capital zijn tot rechters-commissarissen benoemd mr. drs. J.C.A.T. Frima en mr. R. Kruisdijk.


2.9.

Op 17 augustus 2015 zijn Imtech Nederland en Imtech Benelux Group bij vonnis van deze rechtbank in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curatoren als zodanig. Tot rechters-commissarissen zijn benoemd mr. drs. J.C.A.T. Frima, mr. R. Kruisdijk en mr. W.J. Roos-van Toor.


2.10.

Op 8 september 2015 is Imtech UK Group bij vonnis van deze rechtbank in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curatoren als zodanig. Tot rechters-commissarissen zijn benoemd mr. drs. J.C.A.T. Frima en mr. R. Kruisdijk.


2.11.

Rabobank maakt onderdeel uit van een groep van financiers die een kredietovereenkomst heeft gesloten met (onder meer) de Imtech Vennootschappen. Die groep bestaat naast de Rabobank uit ING Bank N.V., ABN AMRO Bank N.V., Nordea Bank AB (publ), Bayerische Landesbank, NIBC Bank N.V. en SVP Global Monarch LP. Naast deze groep bestaat er nog een groep van financiers die ten gunste van de Imtech groep een garantiefaciliteit heeft verstrekt en zijn door Imtech Capital in 2011 en 2012 obligatieleningen uitgegeven aan een derde groep financiers.



3Het verzoek en het verweer

3.1.

Het verzoek van de Rabobank strekt tot het benoemen van een (voorlopige) commissie van schuldeisers. Rabobank treedt op als gevolmachtigde om namens de in 2.11 bedoelde groep financiers proceshandelingen te verrichten. Rabobank verzoekt daarbij primair om de instelling van een (voorlopige) gezamenlijke crediteurencommissie ten behoeve van ieder van de gefailleerde Imtech Vennootschappen, subsidiair een dergelijke commissie in elk afzonderlijk faillissement van de Imtech Vennootschappen, meer subsidiair alleen in het faillissement van Royal Imtech. Zij verzoekt de samenstelling van de (voorlopige) commissie van schuldeisers primair te laten bestaan uit verzoekster of een andere financier, Royal VolkerWessels Stevin N.V. als handelscrediteur en een crediteur die de werknemersbelangen vertegenwoordigt, of indien dat laatste niet mogelijk is, een andere handelscrediteur dan wel financier, subsidiair dat de rechtbank de samenstelling bepaalt. Dit alles met veroordeling van de curatoren in de kosten van het geding.

Zij voert daartoe, zakelijk en verkort weergegeven, het volgende aan.

Bij de faillissementen van de Imtech Vennootschappen kan naar nationale en internationale maatstaven gesproken worden van een omvangrijke boedel. De faillissementen behoren tot de grootste faillissementen die Nederland in de afgelopen decennia heeft gekend. Toezicht op de boedel van de Imtech Vennootschappen door middel van een commissie van schuldeisers is in het belang van alle schuldeisers en van een grote hoeveelheid werknemers in de onderliggende vennootschappen die niet verkocht zijn. De boedels worden geconfronteerd met zeer complexe vraagstukken, die veelal grensoverschrijdend zijn. Financiële achtergronden – waaronder de opbouw van de kapitaalstructuur van de vennootschappen en de onderlinge verwevenheid tussen de Imtech Vennootschappen en andere onderdelen van de groep – zijn zonder de nodige achtergrondkennis moeilijk te doorgronden. Ook (bouw)technische en sectorspecifieke kennis die bij diverse schuldeisers aanwezig is, kan bij de verdere afwikkeling van het faillissement waardevol zijn. Bij het verzoekschrift is een protocol gevoegd, dat onder meer voorziet in een regeling voor de praktische gang van zaken.


3.2.

De curatoren hebben een verweerschrift ingediend en verzoeken hierin primair onbevoegdverklaring van de voorzieningenrechter (aan wie het verzoekschrift blijkens de aanhef daarvan gericht is), subsidiair niet-ontvankelijk verklaring van de Rabobank in haar verzoek, meer subsidiair afwijzing van het verzoek en meest subsidiair, voor zover het verzoek van Rabobank mocht omvatten het verzoek om per genoemd faillissement één commissie van schuldeisers in te stellen, afwijzing van zulk een verzoek ten aanzien van elk van de genoemde faillissementen.


Zij voeren hiertoe – kort gezegd – het volgende aan.

De faillissementen van de Imtech Vennootschappen betreffen verschillende faillissementen die niet geconsolideerd worden behandeld en afgewikkeld, waardoor per verzoek c.q. per verzochte commissie van schuldeisers beoordeeld moet worden of aan de voorwaarden voor toewijzing wordt voldaan. De Rabobank heeft daarbij niet in ieder faillissement een vordering ingediend. De hoogte van de vorderingen van Rabobank, Prudential en ABN AMRO Bank per heden is niet bekend bij de curatoren. Voorts wordt betwist dat de Rabobank een volmacht heeft om namens de/alle financiers op te treden.

De voordelen bij het instellen van een commissie van schuldeisers wegen niet op tegen de nadelen. Met name omdat (a) de curatoren zich in deze faillissementen niet voor zodanige vraagstukken geplaatst zien dat zij het advies van een commissie van schuldeisers nodig hebben, (b) zij door de benoeming van een commissie van schuldeisers minder slagvaardig kunnen opereren en extra kosten ten laste van de boedel moeten maken, (c) niet duidelijk is dat alle crediteuren met de benoeming van een commissie van schuldeisers zijn gebaat en (d) de voorgestelde leden van de commissie van schuldeisers hun kennis en ervaring ook zonder commissie van schuldeisers ter beschikking van de curatoren kunnen stellen.

De rechtbank is niet verplicht om over te gaan tot benoeming van een crediteurencommissie, het is ook niet een recht dat schuldeisers hebben.

Het enkele feit dat een boedel omvangrijk is of bijzondere trekken heeft, is onvoldoende grond om instelling van een voorlopige crediteurencommissie in overweging te nemen; noodzakelijk is dat inbreng van crediteuren toegevoegde waarde heeft. Daarvan is onvoldoende sprake.

Voorts voeren de curatoren aan dat inmiddels, mede door de verkoop van een groot aantal bedrijfsonderdelen, de boedels niet (langer) zodanig omvangrijk zijn dat deze omvang de instelling van een crediteurencommissie rechtvaardigt.

Het oplossen van meer en minder ingewikkelde vraagstukken behoort tot het werk van de curatoren. Bij behoefte aan expertise worden onafhankelijke derden ingeschakeld. Dit is efficiënter dan de benoeming van een crediteurencommissie. Zo is voor de financiële achtergronden Grant Thornton ingeschakeld en voor de verkoop van aandelen van Imtech Hongarije en Imtech Roemenië zijn inmiddels Mazars accountants en lokale advocaten ingeschakeld. Voorts voeren de curatoren aan dat voor het door Rabobank bedoelde toezicht op de boedel geen aanleiding bestaat omdat hiervoor de drie rechters-commissarissen benoemd zijn die toezicht houden op de boedel en dit goed verloopt. Ook is het verzoek tot benoeming van een crediteurencommissie niet in het belang van alle schuldeisers. De financiers vertegenwoordigen een bepaalde groep van de crediteuren terwijl er nog vele andere (soorten) schuldeisers zijn met (mogelijk) andere belangen. De curatoren sluiten niet uit dat Rabobank en degenen die zij naar eigen zeggen vertegenwoordigt eigen belangen hebben bij de benoeming van de commissie. Daarbij wijzen curatoren erop dat vrijwel al het actief in de verschillende boedels te gelde is gemaakt, en het enige substantiële actief nog zou kunnen volgen uit het onrechtmatighedenonderzoek en de mogelijk naar aanleiding daarvan in te stellen actio pauliana of aansprakelijkstelling van bestuurders of commissarissen. Niet valt in te zien hoe de crediteurencommissie, waarvan de leden mogelijk onderwerp zijn van het onrechtmatighedenonderzoek, kan bijdragen aan een deugdelijk onderzoek. De financiers zouden via de informatierechten van de crediteurencommissie “een kijkje in de keuken” van de curatoren kunnen afdwingen. Het door Rabobank voorgestelde protocol lost de te verwachten belangentegenstelling niet op. De curatoren hebben voorts bezwaar tegen de betrokkenheid van de advocaten mrs. Hofland, Broeders en Vroom bij de namens Rabobank beoogde crediteurencommissie. Van deze advocaten(kantoren) kan niet worden geëist dat zij een vertrouwelijkheidsovereenkomst als lid van de voorlopige commissie van schuldeisers tekenen en tegelijk ook voor de financiers optreden. Voorgestelde leden van de crediteurencommissie dienen niet vertegenwoordigd te worden door een van deze advocaten(kantoren), aldus de curatoren.


3.3.

De rechters-commissarissen hebben in voormeld advies, aanvullend advies en toelichting daarop instelling van een voorlopige crediteurencommissie ontraden en daartoe het volgende – kort gezegd – aangevoerd.

De zes faillissementen worden niet geconsolideerd afgewikkeld, het zijn zes separate faillissementen die gescheiden worden afgewikkeld. Hoewel er een zekere verbondenheid is tussen de verschillende faillissementen en alle deel uitmaken van dezelfde groep, is de problematiek per faillissement wezenlijk anders.

De belangrijkheid van de boedel van Royal Imtech is inmiddels beperkt vanwege de gerealiseerde (snelle) verkoop van hele divisies en entiteiten. De divisies Nordic Group, Marine Group en T&I Group zijn op instigatie van de financiers, in het kader van uitwinning van pandrechten, direct na het uitspreken van het faillissement verkocht. De divisie UK/Ireland en de aandelen in verschillende andere entiteiten, waaronder aandelen in Imtech España MMI S.A. (een subholding) zijn kort na het faillissement vervreemd. Er is slechts 7 miljoen euro aan boedelactief aanwezig (bestaande uit een boedelbijdrage van de financiers), er kan nog beperkt actief worden gerealiseerd door verkoop van enkele entiteiten en de kunstcollectie. Het aantal betrokken werknemers is inmiddels beperkt, afgezet tegen de 22.000 werknemers van de Imtech-groep ten tijde van het faillissement. Thans werken er ongeveer 100 werknemers in groepsmaatschappijen die wellicht nog zullen worden verkocht en acht werknemers in Imtech Arbodienst B.V. Internationale aspecten zijn thans niet of nauwelijks meer aanwezig vanwege de genoemde verkoop van de divisies kort na het faillissement. Het belang van alle schuldeisers vereist onderzoek door onafhankelijk financieel deskundigen, doch deze zijn reeds door de curatoren ingeschakeld. Rabobank is partij bij de thans bestaande financiële constructies en mist daarom de onafhankelijke positie en distantie om hierin als adviseur op te treden. Nader actief in de boedels van de gefailleerde Imtech Vennootschappen zou uitsluitend kunnen voortkomen uit het voeren van juridische procedures naar aanleiding van de uitkomsten van het (on)rechtmatigheidsonderzoek. Hier is geen branchekennis vanuit een crediteurencommissie voor nodig. Een extra complicerende factor is de verpanding van de rekening-courant verhoudingen van Imtech Capital en de rest van de groep. Deze verpandingen zijn geschied ten behoeve van onder meer Rabobank en de door haar (aanvankelijk) voorgestelde leden van de crediteurencommissie en zijn onderwerp van onderzoek. Voorts voeren de rechters-commissarissen aan dat benoeming van de (aanvankelijk) voorgestelde leden van de crediteurencommissie tot een eenzijdige samenstelling zou leiden. Als er een commissie wordt benoemd zou deze uit een gemêleerd gezelschap moeten bestaan. Daarnaast speelt nog dat er tussen de curatoren en de financiers een discussie is ontstaan over onder meer mogelijk paulianeus handelen door (één of meerdere) financiers. In het kader hiervan is een deel van de verkoopopbrengst in Escrow geplaatst. Er zal zich dus regelmatig een belangenconflict voordoen.

De rechters-commissarissen wensen, subsidiair, betrokken te worden bij de opstelling van een protocol dat voorziet in het voorkomen van oneigenlijke effecten van een in te stellen commissie(s) in verband met belangenverstrengeling.


3.4.

Partijen hebben hun standpunten ter mondelinge behandeling toegelicht. PICA en een gelieerde vennootschap (die stellen op te treden namens de noteholder groep, die een vordering van ca. € 380 miljoen op Royal Imtech en Imtech Capital heeft) alsmede ABN AmroBank en Deutsche bank Luxembourg (garantieverstrekker namens het garantiesyndicaat dat stelt € 790 miljoen aan garanties ter beschikking van Royal Imtech en haar dochters te hebben gesteld respectievelijk security agent) hebben ter zitting toegelicht dat en waarom zij het verzoek ondersteunen. Ook VolkersWessel Stevin NV, de Ontvanger van de Belastingdienst, de FNV, Force Company en 4Elements steunen het verzoek tot het instellen van een voorlopige commissie. Deze belanghebbenden alsmede de VEB hebben hun eigen opvattingen over de samenstelling ter zitting medegedeeld.


4De beoordeling

4.1.

bevoegdheid

De curatoren hebben aangevoerd dat de rechtbank niet bevoegd is om over het verzoek te oordelen omdat het verzoek gericht is aan de voorzieningenrechter.

Dit verweer wordt verworpen. De rechtbank is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De Rabobank heeft haar verzoek – anders dan de aanhef doet vermoeden – wel degelijk aangebracht bij de rechtbank. Voorts is het petitum van het verzoekschrift ook gericht tot de rechtbank, richt Rabobank zich in het verzoekschrift steeds tot de rechtbank en niet tot de voorzieningenrechter en heeft Rabobank een nader verzoekschrift tot wijziging van het verzoek ingediend, dat is gericht aan de rechtbank. Derhalve gaat de rechtbank uit van een verschrijving in de aanhef van het verzoekschrift.


4.2.

toetsingskader

De benoeming van een voorlopige commissie van schuldeisers (hierna ook: crediteurencommissie of commissie) als bedoeld in artikel 74 Fw is mogelijk indien de belangrijkheid of de aard van de boedel hiertoe aanleiding geeft. Onder belangrijkheid en aard moeten worden verstaan de omvang van activa en passiva van de boedel respectievelijk de bijzondere kenmerken en gecompliceerdheid daarvan. Aan de rechtbank komt een discretionaire bevoegdheid toe. De rechtbank weegt mee in hoeverre een adequate afwikkeling van het faillissement naar verwachting gediend zal zijn met de instelling van een crediteurencommissie, waarbij de (technische en/of commerciële) kennis van de leden van een crediteurencommissie een rol speelt.


4.3.

één overkoepelende commissie?

De rechtbank stelt vast dat het onderhavige verzoek betrekking heeft op zes afzonderlijke faillissementen die weliswaar met elkaar samenhangen omdat de vennootschappen deel uitmaken van dezelfde Imtech-groep, maar die niet geconsolideerd worden afgewikkeld. Of het verzoek tot het instellen van een (voorlopige) commissie van schuldeisers kan worden toegewezen, zal dan ook voor iedere vennootschap apart moeten worden beoordeeld, te beginnen bij Royal Imtech.


4.4.

Royal Imtech

Dat Rabobank schuldeiser is in het faillissement van Royal Imtech staat vast, zodat zij in zoverre ontvankelijk is.


In het faillissement van Royal Imtech geeft de belangrijkheid en de aard van de boedel de rechtbank aanleiding het verzoek tot instelling van een commissie van schuldeisers toe te wijzen. Het faillissement van Royal Imtech is omvangrijk en er is sprake van een gecompliceerde financieringsstructuur. Het balanstotaal van Royal Imtech bedroeg per 31 december 2014 ongeveer 2,4 miljard euro, Royal Imtech staat aan het hoofd van een grote groep vennootschappen, getuige ook productie 1 bij het verzoekschrift en producties 1 en 2 van het advies van de rechters-commissarissen, en er zijn meerdere buitenlandse dochtervennootschappen van Royal Imtech waar momenteel nog werknemers in dienst zijn. Zowel in Nederland als in het buitenland is er veel aandacht voor het faillissement. De stelling van curatoren (en de rechters-commissarissen) dat de boedel thans niet (meer) dusdanig omvangrijk is dat dit de instelling van een commissie van schuldeisers rechtvaardigt omdat er al verschillende divisies zijn verkocht, wordt verworpen. De omstandigheid dat de boedel aanvankelijk nog omvangrijker was zodat instelling van een commissie van schuldeisers op een eerder moment zinvoller zou zijn geweest dan thans, neemt niet weg dat de belangrijkheid en de aard van de boedel ook thans nog een dergelijke instelling rechtvaardigen. Ook volgens curatoren ligt niet in de lijn der verwachting dat het faillissement op korte termijn afgewikkeld kan worden. Van de zijde van de financiers is er daarbij onder andere op gewezen dat er vermoedelijk (ook) in het buitenland nog diverse ontvlechtingen en verkopen plaats zullen moeten vinden. Er is voorts sprake van potentiële garantieverplichtingen, die verband houden met werkzaamheden van groepsmaatschappijen in diverse landen, waarvoor Royal Imtech instaat. Deze verplichtingen kunnen zich uitstrekken over meerdere jaren en complicaties daarbij zijn niet uit te sluiten. Kennis op technisch, commercieel en financieel gebied zou daarbij van pas kunnen komen.


Dat betekent, gelet op het geschetste toetsingskader, dat voldaan is aan de eisen voor instelling van een commissie van schuldeisers.


4.5.

De verweren van de curatoren leiden er niet toe dat de rechtbank desondanks van haar discretionaire bevoegdheid tot instelling geen gebruik zal maken. De rechtbank licht dit toe.


De rechtbank verwerpt het – op zichzelf juiste – argument dat ook zonder een commissie van schuldeisers informatie kan worden verschaft, omdat dat langs het geschil heen gaat. Er is overlegd over een minnelijke, informele vorm van inspraak door crediteuren, doch dat overleg heeft niet tot resultaat geleid. Dat brengt mee, dat Rabobank (en de andere schuldeisers) een rechtens te respecteren belang heeft/hebben bij deze, door de wetgever voorziene, formele weg van een verzoek tot instelling van een voorlopige commissie van schuldeisers. Dat curatoren menen geen advies van een commissie nodig te hebben omdat zij zelf over voldoende kennis beschikken dan wel die elders kunnen “inhuren” is als zodanig geen reden voor afwijzing van het verzoek. Als de commissie advies uitbrengt, omdat zij van oordeel is dat het belang van de gezamenlijke schuldeisers dat vergt, behoeven de curatoren een dergelijk advies niet op te volgen. Uit een oogpunt van kostenbesparing en voortvarende afwikkeling van de boedel komt gebruikmaking van de reeds beschikbare kennis van schuldeisers in plaats van het aanstellen van externe deskundigen als uitgangspunt redelijk voor.

Voorts mag van de commissie verwacht worden dat zij bij haar advisering rekening houdt met de eisen van een voortvarend optreden. De curatoren hebben niet geconcretiseerd waarom een commissie in de weg zou staan aan slagvaardig optreden. Van de commissie mag voorts worden verwacht dat zij geen nodeloze kosten zal maken en dat eventuele hoge kosten die voornamelijk in het belang van (een) bepaalde (groep van) crediteuren gemaakt worden door die crediteuren en niet door de boedel gedragen worden.

De zorg dat niet alle schuldeisers gebaat zullen zijn bij de instelling en activiteiten van een commissie kan worden weggenomen door een deugdelijke samenstelling van die commissie. Misbruik van de positie in de commissie van schuldeisers om informatie te verkrijgen kan worden voorkomen door een deugdelijk protocol; eventuele conflicten kunnen voorgelegd worden aan de rechters-commissarissen.


4.6.

Het voorgaande neemt niet weg dat de rechtbank zich realiseert dat, hoewel in beginsel de belangen van de curatoren en die van de schuldeisers in hoofdlijnen parallel lopen, er in de praktijk sprake kan zijn van uiteenlopende belangen en verschil van inzicht, zodat de instelling van een commissie naast voordelen ook nadelen heeft. De nadelen van het instellen van een commissie van schuldeisers wegen echter naar het oordeel van de rechtbank niet op tegen de voordelen.


4.6.1.

Naar het oordeel van de rechtbank kan instelling van een commissie van schuldeisers van toegevoegde waarde zijn voor een doelmatige afwikkeling van het faillissement. Zo komt uit het advies van de rechters-commissarissen naar voren dat er nog een kunstcollectie en diverse entiteiten verkocht dienen te worden. Reeds hieruit vloeit voort dat een commissie van schuldeisers van toegevoegde waarde kan zijn. De commissie van schuldeisers zal de curatoren immers kunnen voorzien van nuttig advies bij deze en overige nog te verrichten werkzaamheden. (Grote) (handels)crediteuren en financiers van de vennootschap hebben, naar mag worden aangenomen, voorts technische en sectorspecifieke kennis waar de curatoren beroepshalve niet over beschikken. De commissie van schuldeisers kan hierdoor de door te curatoren te verrichten werkzaamheden ondersteunen en mogelijk enigszins verlichten. Ook curatoren benadrukken dat de Imtech faillissementen hen een omvangrijke hoeveelheid werk hebben bezorgd en nog altijd bezorgen.


4.6.2.

Wat de nadelen betreft acht de rechtbank de vrees voor ongeoorloofde inmenging in het beheer van de boedel ongegrond in die zin, dat, zoals reeds overwogen, adequate maatregelen getroffen kunnen worden om dergelijke inmenging te voorkomen, terwijl de curatoren niet aan het advies van de commissie van schuldeisers gebonden zullen zijn.

Het bezwaar van de curatoren dat de commissie van schuldeisers de bevoegdheid krijgt tot het opvragen van stukken met betrekking tot (het onderzoek naar) mogelijk paulianeus handelen van (één of meerdere) financiers kan worden weggenomen door de daarop betrekking hebbende stukken en informatie van de informatie- en adviesplicht van het betreffende lid of leden van de commissie uit te sluiten in het op te stellen protocol. Rabobank heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard daartegen geen bezwaar te hebben. Van de te benoemen leden van de commissie zal instemming met een dergelijk protocol gevergd kunnen worden.

Voor een vergelijkbare uitsluiting van informatie met betrekking tot het onderzoek naar bestuurdersaansprakelijkheid ziet de rechtbank geen aanleiding. De leden van de commissie van schuldeisers zullen in beginsel juist belang hebben bij een succesvolle bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure omdat deze zorgt voor een toename van het actief van de boedel. Ook kan een commissie van schuldeisers een stimulans zijn voor de informatieaanvoer.


Eventuele belangenconflicten of daaruit voortvloeiend risico van oneigenlijk gebruik van informatie ten aanzien van bestuurdersaansprakelijkheid en/of andere onderwerpen kunnen tenslotte door middel van een regeling in eerder bedoeld protocol (die voorziet in een te volgen procedure bij dergelijke conflicten) worden voorkomen. Het bij het verzoekschrift gevoegde protocol geeft daartoe reeds een goede aanzet.


4.6.3.

De curatoren hebben laten weten dat zij bezwaar hebben tegen de betrokkenheid van een aantal advocaten(kantoren) bij de commissie van schuldeisers. Ter zitting is toegelicht dat de onderlinge verhoudingen weliswaar goed zijn, doch dat gevreesd wordt dat de paper walls niet zullen volstaan als deze advocaten enerzijds tegenover de curatoren staan (met name in het kader van het rechtmatigheidsonderzoek) en anderzijds als vertegenwoordigers van de schuldeisers in de commissie zitting hebben.

De rechtbank stelt voorop dat zij niet kan treden in de vraag wie door een lid van de commissie van schuldeisers als haar vertegenwoordiger wordt aangewezen. Van de leden van de commissie wordt echter verwacht dat zij, in het gezamenlijk belang, prudente keuzes maken. Tegen misbruik van de positie als lid van de commissie kan enerzijds preventief worden opgetreden door voornoemde voorzieningen in het protocol (dat daartoe, in het voorgelegde concept, ook reeds mogelijkheden biedt) op te nemen, met name op het punt van de informatie die van belang is in het kader van de mogelijk in te roepen actio pauliana; anderzijds kan, als zich toch een probleem voordoet, dat aan de rechters-commissarissen worden voorgelegd. Van de curatoren wordt verwacht dat zij zich in het belang van de boedel constructief opstellen.


4.6.4.

De conclusie is dat de rechtbank het verzoek tot instelling van een commissie van schuldeisers in het faillissement van Royal Imtech toewijsbaar acht.




4.7.

samenstelling

Voor wat betreft de invulling van de commissie van schuldeisers is de rechtbank met de curatoren en rechters-commissarissen van oordeel dat deze samengesteld moet worden uit verschillende typen crediteuren. In het gewijzigde verzoek van de Rabobank is daar overigens al rekening mee gehouden.

Daarbij valt te denken aan benoeming van: een vertegenwoordiger van de financiers van Royal Imtech (bijvoorbeeld Prudential), een vertegenwoordiger van de handelscrediteuren (bijvoorbeeld VolkerWessels) en een vertegenwoordiger namens de werknemers (bijvoorbeeld FNV) of namens de fiscus (Ontvanger). Het zeer aanzienlijke belang van de financiers brengt mee dat de rechtbank een samenstelling waarin geen lid namens de financiers is opgenomen in dit faillissement niet aanvaardbaar acht.


Gelet op het verzoek van de rechters-commissarissen in hun aanvullend advies om hen (en de curatoren) inspraak te geven in de samenstelling van de commissie van schuldeisers, welk verzoek de rechtbank redelijk voorkomt, en de omstandigheid dat ter zitting is gebleken dat er op dit moment geen sprake is van bijzondere spoedeisendheid, zal de rechtbank de curatoren en rechters-commissarissen in de gelegenheid stellen om zich hierover uit te laten, dit op een termijn van drie weken.


Ter zitting hebben een aantal belanghebbenden reeds aangegeven bereid te zijn in de commissie deel te nemen. Daarmee zal te zijner tijd rekening worden gehouden.


4.8.

Om formele complicaties te voorkomen zal de rechtbank de in 4.6.4. bedoelde toewijzing nog niet in het dictum vastleggen, maar de beslissing aanhouden als na te melden.


4.9.

de andere Imtech Vennootschappen

Voor wat betreft het verzoek tot het instellen van een commissie van schuldeisers in de faillissementen van Imtech Group, Imtech Capital, Imtech Benelux Group, Imtech Nederland en Imtech UK Group beschikt de rechtbank thans over te weinig informatie om tot een gemotiveerd oordeel te komen. Onder meer is onduidelijk welke schuldeisers er in deze faillissementen vorderingen hebben ingediend. Voorshands acht de rechtbank aannemelijk dat de vorderingen op deze gefailleerde vennootschappen, gegeven de uit de 403-verklaring voortvloeiende hoofdelijke aansprakelijkheid van Royal Imtech, ook in de commissie van schuldeisers in het faillissement van Royal Imtech aan de orde kunnen komen, zodat in zoverre wellicht geen behoefte bestaat aan een commissie van schuldeisers in de faillissementen van (elk) van die vennootschappen. Partijen hebben zich daarover tot dusver onvoldoende concreet uitgelaten. De rechtbank stelt Rabobank in de gelegenheid om zich hierover, binnen zes weken na heden, bij brief aan de rechtbank met een kopie aan de curatoren en de rechters-commissarissen uit te laten. Daarbij dient Rabobank voorts nader toe te lichten in welke faillissementen zijzelf (of één van de andere financiers die zij stelt te vertegenwoordigen) crediteur is, en haar volmacht over te leggen, nu deze wordt betwist. De curatoren en de rechters-commissarissen worden daarna in de gelegenheid gesteld om hierop bij brief aan de rechtbank met een kopie aan Rabobank te reageren.


4.10.

protocol

Van de rechtbank wordt geen beslissing verlangd ten aanzien van het door Rabobank voorgestelde protocol. Hoewel de wet niet voorziet in een dergelijk protocol acht de rechtbank zoals reeds blijkt uit hetgeen hiervoor werd overwogen een dergelijk protocol voor de commissie in het faillissement van Royal Imtech noodzakelijk. De commissie van schuldeisers zal te zijner tijd in overleg met de curatoren een protocol moeten vaststellen; het ligt in de rede dat dit aan de rechters-commissarissen wordt voorgelegd voordat het wordt vastgesteld. De rechtbank overweegt in dat kader op voorhand dat voor de hand ligt dat aan het protocol een bepaling zal worden toegevoegd die inhoudt dat stukken en informatie met betrekking tot (het onderzoek naar) mogelijk paulianeus handelen van (één of meerdere) financiers van de informatie- en adviesplicht worden uitgesloten. Voorts acht de rechtbank voorstelbaar dat in het protocol wordt opgenomen dat kosten die door het lid dat namens de financiers zitting heeft in de commissie worden gemaakt in zijn hoedanigheid van lid van de commissie van schuldeisers, niet door de boedel maar door de financiers worden gedragen.


4.11.

kosten

De rechtbank ziet geen aanleiding om de kosten van deze procedure ten laste van de boedel te laten komen door de curatoren in de proceskosten te veroordelen. Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten in de eindbeschikking worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


4.12.

In afwachting van de hiervoor bedoelde aktewisseling wordt iedere verdere beslissing aangehouden.


4.13.

De rechtbank gaat ervan uit dat de curatoren ervoor zorgdragen dat deze beschikking wordt gepubliceerd op de websites www.crediteurenlijst.nl en www.faillissementimtech.nl.



5De beslissing

De rechtbank



in de zaak C/10/488101 / HA ZA 15-943


- stelt de curatoren en de rechters-commissarissen in de gelegenheid om zich uiterlijk op 8 januari 2016 bij brief aan de rechtbank met gelijktijdige kopie aan Rabobank, uit te laten over de te benoemen leden van de voorlopige commissie van schuldeisers in het faillissement van Royal Imtech zoals vermeld onder 4.7., waarna Rabobank uiterlijk op 29 januari 2016 bij brief aan de rechtbank met gelijktijdige kopie aan de curatoren en rechters-commissarissen hierop kan reageren,



in de zaken C/10/490063 / HA RK 15-1044 en C/10/490064 / HA RK 15-1045 en C/10/490066 / HA RK 15-1046 en C/10/490068 / HA RK 15-1048 en C/10/490071 / HA RK 15-1049


- stelt Rabobank in de gelegenheid om zich uiterlijk op 29 januari 2016 bij brief aan de rechtbank met gelijktijdige kopie aan de curatoren en rechters-commissarissen, uit te laten over hetgeen overwogen is onder punt 4.9., waarna de curatoren en de rechters-commissarissen uiterlijk 26 februari 2016 bij brief aan de rechtbank met gelijktijdige kopie aan Rabobank hierop kunnen reageren.



Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, mr. F. Damsteegt-Molier en mr. T. Boesman op 18 december 2015.

2130/106/2148/2309