Rechtbank Rotterdam, 09-12-2015 / 4518060 VZ VERZ 15-20133


ECLI:NL:RBROT:2015:9702

Inhoudsindicatie
verzoek werkgever ontbinding ex art 7:671b sub h BW afgewezen; verzoek werknemer ontbinding ex art 7:686 BW toegewezen met schadevergoeding
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-12-09
Publicatiedatum
2016-03-21
Zaaknummer
4518060 VZ VERZ 15-20133
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR 2016/833
  • RAR 2016/96
  • JAR 2016/29
  • AR-Updates.nl 2015-1281
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4518060 VZ VERZ 15-20133


uitspraak: 9 december 2015


beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van:


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Imtech Marine B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

verweerster in het zelfstandig tegenverzoek,

verder te noemen: “Imtech”,

gemachtigde: mr. C.P. Kuijer,


tegen


[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

verzoeker in het zelfstandig tegenverzoek,

verder te noemen: “[woonplaats]”,

gemachtigde: mr. G.W. Roeters-van Lennep.



1Het procesverloop


1.1

Imtech heeft een verzoekschrift, met bijlagen, ingediend om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [woonplaats] heeft een verweerschrift, met producties, ingediend. Het verweerschrift bevat tevens een zelfstandig tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.


1.2

Op 10 november 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. Voor Imtech zijn verschenen

[J.] (namens de aandeelhouder Parcom Capital B.V.), [B.] (compensation benefits manager) en [C.] (HR-manager) bijgestaan door mr. C.P. Kuijer. [woonplaats] is in persoon verschenen bijgestaan door mr. G.W. Roeters-van Lennep.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Imtech heeft een pleitnota overgelegd tevens houdende een verweerschrift.


1.3

De uitspraak is bepaald op heden.



2De feiten


2.1

[woonplaats], geboren op [C.] 1965, is in mei 2015 benaderd door Egon Zehnder voor de functie van algemeen directeur van Imtech. [woonplaats] was op dat moment werkzaam bij Zodiac Aerospace in de functie van divisie CEO. Bij Zodiac Aerospace verdiende [woonplaats] € 230.000,- bruto per jaar exclusief bonussen en overige emolumenten.


2.2

[woonplaats] is op het verzoek van Egon Zehnder ingegaan en heeft gesprekken gevoerd met Imtech. Er heeft een selectieprocedure plaatsgevonden waarbij [woonplaats] heeft gesproken met alle leden van de raad van bestuur van Royal Imtech N.V. Imtech heeft [woonplaats] een aanbod gedaan voor indiensttreding bij Imtech. [woonplaats] heeft het aanbod aanvaarden ultimo juli 2015 hebben partijen de arbeidsovereenkomst ondertekend. Hierna heeft [woonplaats] zijn arbeidsovereenkomst met Zodiac Aerospace opgezegd.


2.3

Partijen zijn overeengekomen dat [woonplaats] op 1 oktober 2015 in dienst treedt bij Imtech in de functie van algemeen directeur met een salaris van (afgerond) € 280.000,- bruto per jaar exclusief bonussen en overige emolumenten. Er geldt geen proeftijd en de arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde tijd gesloten.


2.4

Op 13 augustus 2015 is het faillissement uitgesproken van Royal Imtech N.V. Imtech (verzoekster) is niet failliet verklaard. De aandelen in Imtech zijn overgenomen door twee vennootschappen: Pon Holdings N.V. en Parcom Capital B.V.


2.5

[woonplaats] heeft kennismakingsgesprekken gevoerd met de nieuwe aandeelhouders. Een week na het laatste kennismakingsgesprek is aan [woonplaats] meegedeeld dat de nieuwe aandeelhouders geen uitvoering willen geven aan de arbeidsovereenkomst met [woonplaats].

De redenen hiervoor zijn:

- [woonplaats] heeft geen maritieme ervaring;

- [woonplaats] heeft geen herstructureringservaring met betrekking tot een onderneming met een omvang als Imtech;

- mogelijk komt de functie van algemeen directeur op termijn als een gevolg van de herstructurering te vervallen.


2.6

[woonplaats] is een kort geding procedure gestart tegen Imtech. Bij dagvaarding van 7 oktober 2015 heeft [woonplaats] gevorderd hem toe te laten tot zijn werkzaamheden als algemeen directeur op straffe van een dwangsom. Verder heeft [woonplaats] (onder meer) gevorderd dat zijn salaris wordt betaald. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 3 november 2015 Imtech veroordeeld tot betaling van het salaris. De overige vorderingen zijn afgewezen.



3Het verzoek en het verweer


3.1

Imtech verzoekt de arbeidsovereenkomst met [woonplaats] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel h, BW.


3.2.

Aan haar verzoek legt Imtech ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ter onderbouwing daarvan heeft Imtech het volgende naar voren gebracht. De nieuwe aandeelhouders van Imtech zijn van mening dat [woonplaats] niet de juiste man is om leiding te geven aan een bedrijf dat verre van gezond is. Daarnaast heeft hij geen ervaring in de maritieme wereld. [woonplaats] zal eerst moeten worden ingewerkt bij Imtech en binnen de markt waarin Imtech opereert. Dit zal minimaal 6 tot 8 maanden in beslag nemen waardoor de noodzakelijke herstructurering ernstige vertraging op zal lopen. Partijen hebben getracht tot een oplossing te komen maar dat is niet gelukt.


3.3

[woonplaats] is van mening dat het verzoek van Imtech moet worden afgewezen omdat geen van de in artikel 7:669 lid 3 BW genoemde gronden zich hier voordoet.



4Het zelfstandig tegenverzoek en het verweer


4.1

[woonplaats] heeft eveneens een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. [woonplaats] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Imtech tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:686 jo 7:265 BW) en vraagt voorts om Imtech te veroordelen in de door [woonplaats] geleden en te lijden schade.


4.2

[woonplaats] is van mening dat Imtech tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst door hem niet toe te laten tot de overeengekomen arbeid. [woonplaats] lijdt hierdoor schade. In de eerste plaats heeft hij zijn oude baan opgezegd om bij Imtech te gaan werken. Het zal niet eenvoudig zijn om een andere baan te vinden. Hij is daarbij ook gebonden aan het concurrentiebeding van Zodiac Aerospace. Volgens een berekening op de website www.magontslag.nl is de kans 52% dat hij op een termijn van 833 dagen een andere functie heeft gevonden. [woonplaats] verbindt daaraan een schadevergoeding van € 560.000,- bruto. Verder zijn partijen overeengekomen dat [woonplaats] bij indiensttreding zou worden gecompenseerd door Imtech voor rechten die hij bij vertrek bij zijn oude werkgever heeft opgegeven. Het gaat om een totaalbedrag van € 100.000,-. Bij vertrek voor 1 januari 2017 zou [woonplaats] dit bedrag terug moeten betalen. In de arbeidsovereenkomst is echter niet opgenomen dat dat uitsluitend geldt als [woonplaats] (en niet Imtech) de arbeidsovereenkomst beëindigt. Het kan echter niet zo zijn, aldus [woonplaats], dat hij dit bedrag niet ontvangt dan wel terug dient te betalen nu het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van Imtech afkomstig is. Voorts vordert [woonplaats] vergoeding van de volledige advocaatkosten, een totaalbedrag van € 29.456,24.


4.3

Imtech betwist dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst die zodanig is dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. De nieuwe aandeelhouders zijn om redenen van strategische aard genoodzaakt om geen uitvoering te geven aan de arbeidsovereenkomst. Zij achten [woonplaats] niet de juiste man op de juiste plaats. Imtech is bereid om [woonplaats] financieel tegemoet te komen maar de financiële voorwaarden die [woonplaats] stelt zijn niet reëel.


4.4

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht wordt hierna voor zover van belang voor de beoordeling besproken.



5De beoordeling


Het verzoek van Imtech

5.1

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.


5.2

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling). Voorts geldt dat in het huidige ontslagrecht, anders dan bij het ontslagrecht zoals dat voor 1 juli 2015 gold, verschillende ontslagredenen die elk op zich onvoldoende zijn voor ontslag, niet bij elkaar kunnen worden opgeteld om een ontslag te kunnen dragen. Er dient gekozen te worden voor een grond, die op zichzelf voldoende voldragen moet zijn om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te kunnen leiden. Beoordeeld moet dus worden of de door Imtech aangedragen feiten en omstandigheden op zichzelf voldoende zijn om over te gaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.


5.3

Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan geen sprake.


5.4

Imtech stelt dat de aandelen in Imtech zijn verkocht nadat de arbeidsovereenkomst met [woonplaats] is gesloten en dat de nieuwe aandeelhouders om verschillende redenen van mening zijn dat [woonplaats] geen geschikte kandidaat is voor de functie van algemeen directeur. Zoals [woonplaats] in zijn verweer uiteen heeft gezet is echter op geen enkele wijze gebleken dat hij voor zijn functie ongeschikt zou zijn. [woonplaats] is gehunt door Egon Zehnder en heeft, dat staat onbetwist vast, voorafgaande aan de aan hem aangeboden arbeidsovereenkomst met alle leden van de raad van bestuur van Royal Imtech N.V. gesproken. Die achtten hem, kennelijk, de juiste man voor de betreffende functie hetgeen ook wel blijkt uit het feit dat hem de functie zonder voorbehoud voor onbepaalde tijd is aangeboden. Door [woonplaats] op 1 oktober 2015 in het geheel niet toe te laten tot het werk heeft van een ongeschiktheid voor de functie ook in geen enkel opzicht kunnen blijken. Waar het op neer komt is dat de werkgever, op basis van persoonlijke opvattingen van de nieuwe aandeelhouders, haar standpunt heeft herzien en [woonplaats] liever niet in dienst heeft. Die situatie is niet te brengen onder één van de in artikel 7:669 lid 3, onderdelen c tot en met g genoemde ontslaggronden. Hetzelfde geldt voor het mogelijk in de toekomst verdwijnen van de functie van [woonplaats] door herstructureringsmaatregelen (c.q. het splitsen van bedrijfsonderdelen) nu een dergelijke omstandigheid niet door de kantonrechter maar in eerste instantie door het UWV dient te worden getoetst (artikel 7:671a lid 1 BW).


5.5

De in artikel 7:669 lid 3, onderdeel h BW opgenomen ontslaggrond, waar Imtech zich op beroept, geldt als een vangnetbepaling voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden maar wel van dien aard zijn dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De regering benadrukt dat de h-grond niet behoort te worden gebruikt voor het repareren van een op één van de andere gronden onvoldoende onderbouwd ontslag of dat meerdere onvoldragen gronden bij elkaar worden genomen om tezamen een voldragen grond te vormen. In de memorie van toelichting bij de WWZ worden – onder verwijzing naar de Beleidsregels – detentie, illegaliteit van de werknemer en het niet hebben van een tewerkstellingsvergunning genoemd als voorbeelden van een h-grond. Het gaat hierbij telkens om omstandigheden in de risicosfeer van de werknemer. Het faillissement van Royal Imtech N.V., de verkoop van Imtech door curatoren, inzichten van nieuwe aandeelhouders en herstructureringsplannen zijn alle omstandigheden die in de risicosfeer van Imtech liggen. [woonplaats] staat daar volledig buiten. Weliswaar heeft [woonplaats] ter zitting verklaard dat hij bekend was met de moeilijke financiële positie waarin Imtech (als concern) zich bevond, maar hij heeft daar onbetwist aan toegevoegd dat hem van de kant van het bestuur van Royal Imtech N.V. was verzekerd dat Imtech (verzoekster) een gezond toekomstperspectief had dat ook door de financierende banken zou worden ondersteund. Gesteld noch gebleken is dat [woonplaats] aanleiding had of zou moeten hebben gehad daaraan te twijfelen. Had hij die twijfel gehad, dan mag worden aangenomen dat hij zijn bestaande dienstverband bij Zodiac Aerospace niet daags na ondertekening van zijn arbeidsovereenkomst met Imtech zou hebben opgezegd. Uit artikel 7:669 lid 3, onderdeel h BW kan niet worden afgeleid dat de daar bedoelde omstandigheden noodzakelijkerwijs in de risicosfeer van de werknemer zouden moeten liggen. Ook omstandigheden in de risicosfeer van de werkgever kunnen dus een h-grond opleveren. Dat betekent echter niet dat een werkgever die, zoals in het onderhavige geval, zich na de komst van nieuwe aandeelhouders bedenkt en bij nader inzien een werknemer liever niet in dienst heeft zich met succes op de h-grond kan beroepen. Dat zou immers inhouden dat het uitgangspunt dat overeenkomsten dienen te worden nagekomen op losse schroeven zou komen te staan. De enkele opvatting van de nieuwe aandeelhouders dat [woonplaats] niet kwalificeert voor de functie van algemeen directeur van Imtech in de situatie waarin de onderneming zich bevindt, is daarvoor in elk geval ontoereikend.


5.6

Conclusie is dat de door Imtech aangevoerde omstandigheden geen grond opleveren om de arbeidsovereenkomst te ontbinden ex artikel 7:669 lid 3, onderdeel h BW. Het verzoek van Imtech wordt dan ook afgewezen.


Het tegenverzoek van [woonplaats]

5.7

Artikel 7:686 BW vermeldt dat de bepalingen van afdeling 9, titel 10, boek 7 BW voor geen van beide partijen de mogelijkheid uitsluiten om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en van schadevergoeding te vorderen. Verplichtingen van de werkgever die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst zijn onder meer de werknemer toe te laten tot de afgesproken werkzaamheden en hem zijn salaris te betalen. Imtech weigert dat eerste en heeft tijdens het kort geding op 20 oktober 2015 toegezegd tot uitbetaling van in elk geval het basissalaris van [woonplaats] te zullen overgaan. Een dergelijke toezegging had zij ondanks sommatie niet eerder gedaan (kort geding vonnis rov 4.4). In zoverre staat voldoende vast dat Imtech is tekort geschoten in de nakoming van een of meer van haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Voor een beroep op artikel 7:686 BW moet echter sprake zijn van een ernstige wanprestatie (HR 20 april 1990, NJ 1990, 702). De vraag die dan ook moet worden beantwoord is of er sprake is van ernstige wanprestatie aan de kant van Imtech.


5.8

Een van de kernverplichtingen uit de arbeidsovereenkomst is het verrichten van arbeid. De werkgever moet de werknemer daartoe in de gelegenheid stellen en de werknemer kan daarop aanspraak maken. In het onderhavige geval laat Imtech [woonplaats] niet toe tot de overeengekomen werkzaamheden. Zij verkiest een wezenlijke verplichting uit de arbeidsovereenkomst niet na te komen. De enkele omstandigheid dat de nieuwe aandeelhouders van mening zijn dat [woonplaats] niet geschikt is als algemeen directeur van Imtech wegens het ontbreken van maritieme ervaring en van ervaring met herstructureringen, maakt niet dat Imtech [woonplaats] de uitvoering van het werk waarvoor hij is geselecteerd en aangenomen mag onthouden. De huidige aandeelhouders van Imtech hebben Imtech overgenomen met alle lopende verplichtingen waaronder de (net tot stand gekomen) arbeidsovereenkomst met [woonplaats]. Het door Imtech aangehaalde feit dat de aandeelhouders voorafgaande aan de overname geen uitgebreid due diligence onderzoek naar de onderneming hebben kunnen uitvoeren komt voor hun rekening en risico. Bovendien is het niet aannemelijk dat in het kader van de overnamegesprekken met curatoren (of eerder, voorafgaande aan het faillissement) de arbeidsovereenkomst met [woonplaats] niet aan de orde is geweest. In hun afwegingen aangaande de overname van Imtech en de (financiële) condities daarvan hebben de aandeelhouders de arbeidsovereenkomst van [woonplaats] dus kunnen betrekken. Een andere wezenlijke verplichting van de werkgever is de werknemer zijn salaris te betalen. Imtech heeft eerst tijdens het kort geding toegezegd het basissalaris van [woonplaats] te zullen voldoen, voor wat betreft de overige arbeidsvoorwaarden heeft zij dat in het midden gelaten. Ook daar schiet zij tekort. Zij heeft de arbeidsovereenkomst na te komen zolang deze voortduurt, voor een opschorting van contractuele verbintenissen is geen gerechtvaardigde aanleiding. Bij de beoordeling van (de ernst van) de tekortkomingen van Imtech speelt mede een rol dat [woonplaats] in opdracht van Imtech is gehunt, uitgebreid heeft gesproken met de raad van bestuur van Royal Imtech N.V. en vanwege de door deze aangeboden arbeidsovereenkomst zijn dienstverband bij Zodiac Aerospace heeft opgezegd waar hij, zoals hij ter zitting onbetwist heeft verklaard, niet meer terug kan.


5.9

Imtech heeft naar het zich laat aanzien te gemakkelijk gedacht over de mogelijkheid van beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [woonplaats], gelet ook op feit dat zij hem als compensatie daarvoor aanvankelijk slechts één maand salaris heeft aangeboden. Ter zitting heeft Imtech aangegeven dat zij daarvoor haar excuses heeft aangeboden en dat dit het gevolg is geweest van de hectiek waarin de onderneming was beland, maar dit maakt de waardering van de gang van zaken niet anders. Imtech had zich de belangen van [woonplaats] (veel beter) behoren aan te trekken. In zoverre heeft zij zich ook niet als een goed werkgever opgesteld.


5.10

Evenmin is inzichtelijk geworden dat er bij Imtech geen andere functie van niveau voor [woonplaats] beschikbaar zou zijn of bij de nieuwe aandeelhouders of de ondernemingen waarin deze participeren. Imtech heeft ter zitting verklaard dat zij [woonplaats] heeft aangeboden dat te onderzoeken maar geconstateerd moet worden dat noch Imtech noch haar aandeelhouders met enig concreet voorstel in die richting zijn gekomen.


5.11

Op grond van het bovenstaande stelt de kantonrechter vast dat de tekortkomingen van Imtech voldoende ernstig zijn om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686 jo. 7:265 BW te rechtvaardigen. De door [woonplaats] gevorderde ontbinding zal dan ook per de datum van deze beschikking worden uitgesproken.


5.12

Imtech is gehouden de schade die [woonplaats] als gevolg van de tekortkoming heeft geleden te vergoeden. De schade kan niet nauwkeurig worden vastgesteld nu deze hoofdzakelijk afhankelijk is van toekomstige gebeurtenissen. De kantonrechter zal de schade daarom schatten.


5.13

Het bedrag van de door [woonplaats] gevorderde schadevergoeding heeft Imtech overigens niet in concrete zin betwist anders dan dat zij heeft aangevoerd dat [woonplaats], gelet op zijn leeftijd en op zijn curriculum vitae, geacht moet worden binnen afzienbare tijd weer aan het werk te zijn. Zij vindt om die reden de gevorderde schadevergoeding te hoog.


5.14

Door het handelen van Imtech, dat heeft geleid tot de hierna uit te spreken ontbinding van de arbeidsovereenkomst, raakt [woonplaats] werkloos. [woonplaats] verwacht dat hij niet snel aan het werk zal komen in een vergelijkbare positie. Daarbij is hij ook nog gebonden aan een concurrentiebeding van zijn voormalige werkgever. De te verwachten werkloosheidsduur heeft [woonplaats] berekend aan de hand van een rekentool die is ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam. Deze tool becijfert een kans van 52% dat [woonplaats] na 833 dagen een nieuwe baan heeft. De kantonrechter acht het echter minder juist om in een geval als dit, waarbij het gaat om een leidinggevende positie in een industriële omgeving, louter uit te gaan van statistieken waarbij bovendien voorbij wordt gegaan aan de individuele kwaliteiten van [woonplaats] zelf. De kantonrechter zal de schade als volgt benaderen.


5.15

De overstap naar Imtech zou voor [woonplaats] een aanzienlijke salarisverbetering opleveren (afgerond € 50.000,- bruto per jaar). Indien [woonplaats] erin zou slagen weer een functie te verkrijgen op het niveau van zijn functie bij Zodiac Aerospace, en als hij die functie een ruim aantal jaren zou behouden, dan levert dat een aanzienlijke inkomensterugval op ten opzichte van zijn salaris bij Imtech. Indien hij die functie een achttal jaren zou behouden, hetgeen geen onrealistische veronderstelling is gelet op de lengte van zijn dienstverband bij Zodiac Aerospace (sinds 2008) en het feit dat er zonder aanbod van Imtech voor hem geen aanleiding was bij Zodiac Aerospace te vertrekken, zou zijn schade, zonder rekening te houden met eventuele salarisverhogingen, acht maal € 50.000,- bruto ofwel € 400.000,- bruto bedragen. De schade zal op dit bedrag worden vastgesteld. Nu hierbij geen rekening is gehouden met toekomstige salarisverbeteringen zal evenmin rekening worden gehouden met mogelijke effecten van een contante waardeberekening van dat deel van de schade dat in de toekomst valt.


5.16

Daarnaast heeft [woonplaats] aanspraak gemaakt op een drietal eenmalige betalingen tot in totaal € 100.000,- bruto. Dienaangaande wordt het volgende overwogen:

(i) Imtech en [woonplaats] zijn overeengekomen dat [woonplaats] bij indiensttreding aanspraak heeft op een sign-on bonus van € 35.000,- bruto (arbeidsovereenkomst artikel 4.1). Een beroep van Imtech op dit artikel, voor zover daarin is bepaald dat [woonplaats] deze bonus dient terug te betalen als de arbeidsovereenkomst voor 1 januari 2017 wordt beëindigd, hetgeen zich hier voordoet, is in de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is niet alleen geïnitieerd door Imtech maar Imtech heeft [woonplaats] zelfs niet de kans geboden aan de overeenkomst uitvoering te geven. De gevorderde sign-on bonus zal dan ook, naast de hiervoor genoemde schadevergoeding, worden toegekend.

(ii) Verder had [woonplaats] bij indiensttreding recht op een aandelengerelateerde beloning ter waarde van € 31.000,- bruto (arbeidsovereenkomst artikel 4.5). Evenals de sign-on bonus en op dezelfde voet zal ook dit bedrag, dat is gevorderd, worden toegewezen.

(iii) [woonplaats] heeft ter zitting verklaard dat de kosten van de internationale school van zijn kinderen (alsnog) worden vergoed door Zodiac Aerospace en dat de daarop gerichte vordering als ingetrokken kan worden beschouwd.


5.17

Het bovenstaande in ogenschouw nemend wordt de schade van [woonplaats] c.q. het verlies aan inkomen vastgesteld op € 400.000,- bruto. Imtech zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Imtech wordt voorts veroordeeld tot betaling van de onder 5.16 genoemde bedragen van € 35.000,- bruto en € 31.000,- bruto.


5.18

De kantonrechter zal deze beschikking met toepassing van artikel 288 Rv ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.


Proceskosten

5.19

Imtech wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende grond aanwezig is om, in afwijking van het gangbare liquidatietarief, de werkelijk gemaakte advocaatkosten als proceskosten toe te kennen. Gelet op de omvang van de procedure en de meer dan gemiddelde hoeveelheid werk die aan de procedure zal zijn besteed, ziet de kantonrechter wel aanleiding in zekere mate van het liquidatietarief af te wijken en de proceskosten te bepalen op € 5.000,-.


6De beslissing


De kantonrechter:


op het verzoek van Imtech:


wijst het verzoek af;


op het verzoek van [woonplaats]:


ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van heden;


veroordeelt Imtech aan [woonplaats] te betalen € 466.000,- bruto;


op het verzoek en tegenverzoek:


veroordeelt Imtech in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [woonplaats] bepaald op € 5.000,-.


verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gewezen door mr. J.W. Langeler en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

540