Rechtbank Rotterdam, 23-12-2015 / C/10/468578 / HA ZA 15-92


ECLI:NL:RBROT:2015:9789

Inhoudsindicatie
Verwijten aan adres merkgemachtigde over te laat aanvragen van woordmerk en onjuiste/onvoldoende begeleiding daarbij niet terecht. Geen misbruik van procesrecht.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-12-23
Publicatiedatum
2016-01-07
Zaaknummer
C/10/468578 / HA ZA 15-92
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel


zaaknummer / rolnummer: C/10/468578 / HA ZA 15-92



Vonnis van 23 december 2015


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARC INBANE B.V.,

gevestigd te Tilburg,

eiseres,

advocaat mr. D. Knottenbelt,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTER TONE CONSULTANCY B.V.,

gevestigd te Berkel en Rodenrijs,

gedaagde,

advocaat mr. T. Papachatzidis.



Partijen zullen hierna Marc Inbane en Center Tone genoemd worden.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 24 juni 2015, waarbij een verschijning van partijen is bevolen;
  • - de zittingsagenda d.d. 10 augustus 2015;
  • - een stuk aangeduid als “juridische standpunten” van Marc Inbane alsmede een akte overlegging producties die daarbij horen;
  • - een akte (met producties) van Center Tone
  • - het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 29 september 2015
  • - een telefax van de advocaat van Marc Inbane d.d. 6 november 2015
  • - een telefax van de advocaat van Center Tone d.d. 6 november 2015.

1.2.

In de laatstgenoemde fax maakt Center Tone bezwaar tegen wijziging van het proces-verbaal, althans tegen aanhechting van de fax (zoals mr. De Jonge namens Marc Inbane bij fax van 6 november heeft verzocht) omdat daarin volgens haar – kort gezegd – uitgebreid wordt nagepleit en omdat een nieuwe productie wordt toegevoegd.




1.3.

Hoewel ook de rechtbank vindt dat mr. De Jonge wel heel veel tekst gebruikt ter aanvulling van niet in het proces-verbaal opgenomen maar wel ter zitting uitgesproken standpunten, kan niet geoordeeld worden dat het hier gaat om nieuwe feiten en/of argumenten als gevolg waarvan Marc Inbane handelt in strijd met de regels van een goede procesorde. De fax van 6 november 2015 van mr. De Jonge namens Marc Inbane zal derhalve aan het proces-verbaal van de comparitie worden gehecht. Dat geldt echter niet voor de bijgevoegde tijdlijn die als een nieuwe productie wordt aangemerkt. Deze productie wordt geweigerd.


1.4.

Bij conclusie van antwoord heeft Center Tone incidenteel verzocht aanhouding van deze zaak te gelasten totdat de door Marc Inbane bij het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (hierna: het OHIM) gestarte nietigheidsprocedure is afgerond. Uit de ter gelegenheid van de comparitie overgelegde stukken blijkt dat deze nietigheidsprocedure inmiddels is beëindigd in verband met een schikking tussen Marc Inbane en Dreamfields Bvba (hierna: Dreamfields). De rechtbank beschouwt het verzoek tot aanhouding van Center Tone als stilzwijgend ingetrokken.


1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.



2De feiten

2.1.

Marc lnbane is op 14 juni 2012 opgericht. Haar bestuurder is [bestuurder b.v.] . waarvan de heer [bestuurder] bestuurder/ dga is. Marc Inbane legt zich toe op het leveren van tanning spray en daaraan gerelateerde producten in Nederland, België en andere landen.


2.2.

Brand and Brands B.V. (hierna: Brand and Brands) was een vennootschap die actief was op het gebied van het opbouwen en uitbreiden van bestaande distributiespreiding en merkenbekendheid van lifestyle producten. Zij trad als agent/distributeur op voor diverse merken. De heer [bestuurder] was ook bestuurder/aandeelhouder van deze vennootschap.


2.3.

Brand and Brands sprak vanaf 2012 met mevrouw Jacqueline van Eeckhoutte en de heer Fabien Vandevelde van Dreamfields over o.a. een agentschap van Brand and Brands voor door Dreamfields geproduceerde zelfbruiningsproducten.


2.4.

Center Tone is een merkenbureau dat bestaat sinds 1992 en dat o.a. is aangesloten bij het OHIM. Bij Center Tone zijn geregistreerde Benelux en Europees merken-gemachtigden in dienst. Deze geregistreerde merkgemachtigden hebben een diploma of getuigschrift verkregen, waaruit hun kennis van het merkenrecht blijkt.


2.5.

Op 21 april 2012 heeft [bestuurder] (e-mail: [emailadres] ) via internet bij Center Tone een aanvraag gedaan voor het gemeenschapsmerk MARC INBANE. Center Tone bood hiervoor via internet drie pakketten aan, zoals hieronder zichtbaar. [bestuurder] koos voor het pakket met 1 classificatie ad € 1.125,-- exclusief BTW.



2.6.

Als reactie op deze aanvrage, verzond Center Tone dezelfde dag een automatische bevestigingsmail met daarin o.a. het verzoek tot het betalen van de nota en met als bijlage een overzicht van de te volgen stappen, waarin als totale duur: “circa 1,5 jaar” staat aangegeven. Voorts staat in deze mail het volgende :


NAAM: MARC INBANE

Omschrijving: Merkeigenaar, ontwerper, producent, distributeur van lifestyle producten, cosmetische producten, (zelf)bruinings producten & fashion producten.

[..]

Spoedprocedure: Nee

Manier van betalen: Nota en overmaken


Zodra wij de betaling van u ontvangen hebben zullen wij de procedure na stap 1 vervolgen. Wij zullen u op regelmatige basis op de hoogte houden van de voortgang van de procedure.”


2.7.

Op 5 mei 2012 heeft [bestuurder] namens Brand and Brands aan Center Tone een e-mail gestuurd met hierin de mededeling dat de naam MARC INBANE onder (de vennootschap) Brand and Brands gaat vallen.


2.8.

Op 7 mei 2012 is door Brand and Brands het openstaande bedrag van

€ 1.338,75 (€ 1.125,-- plus BTW) aan Center Tone voldaan.


2.9.

Op 9 mei 2012 ontving [bestuurder] van Center Tone een e-mail met als onderwerp “classificatie ter goedkeuring en formulier getekend retour zenden”. Voor zover van belang, luidt deze mail als volgt:


“Hierbij treft u de classificatie van waren en diensten aan (bijlage), welke wij voor uw merkenregistratie geselecteerd en geschreven hebben. Wij stellen voor uw merk hiervoor te deponeren.


Tevens treft u de volledige lijst aan ter controle (bijlage).

[..]

Mocht u hieraan nog iets wensen toe te voegen, doorhalen of wijzigen, dan verzoeken wij u dit op het bijgevoegde classificatie formulier te vermelden en voor akkoord getekend aan ons te retourneren. Kunt u zich vinden in deze classificaties? Dan verzoeken wij u het formulier z.s.m. getekend retour te zenden. Daarna kunnen wij de procedure van merkenregistratie vervolgen.


Vanzelfsprekend sta ik tot uw beschikking voor eventuele vragen en/of opmerkingen.”


In de bijlage bij deze e-mail werd het voorstel gedaan het merk MARC INBANE te deponeren voor meerdere klassen. Als klassen werden genoemd: 3, 18, 25 en (in een apart kader, waarboven staat “Extra klassen:”) 35 en 42. Marc lnbane heeft niet gereageerd op deze email.


2.10.

Op 29 augustus 2012 ontving Marc lnbane een reminder van een openstaande nota. Deze nota zag op betaling van 2 extra klassen a € 450,00 exclusief BTW. Een dag later is er telefonisch contact geweest tussen partijen. Vervolgens is door Marc Inbane het nieuwe formulier van de classificaties ingevuld en opgestuurd. Op 4 september 2012 is het aanvullende bedrag betaald.


2.11.

Op 10 september 2012 is door Center Tone bij het OHIM de aanvrage van het gemeenschapsmerk “MARC INBANE” ingediend in 3 klassen (3, 20 en 25).


2.12.

Brand and Brands is op 18 september 2012 failliet verklaard. Alle immateriële activa, waaronder alle handelsbenamingen, zijn door de curator overgedragen aan Marc Inbane.


2.13.

Op 15 oktober 2012 ontving Marc Inbane van haar voormalig advocaat bericht dat mevrouw J. van Eeckhoutte (gelieerd aan DREAMFIELDS, waarmee Brand and Brands eerder samenwerkte) op 18 juni 2012 de naam ‘MARC INBANE’ als gemeenschapsmerk bij het OHIM heeft gedeponeerd.


2.14.

Vervolgens zijn door Dreamfields tegen Marc Inbane in meerdere landen procedures gevoerd waarin zij o.a. een voorlopig verbod tot verdere verkoop in België van Marc Inbane producten door Marc Inbane verkreeg. Marc lnbane zelf is o.a. een nietigheids-procedure bij het OHIM gestart en zij heeft in procedures een reconventionele vordering tot nietigheid van het merk van Dreamfields ingediend.


2.15.

Tussen Marc Inbane en Dreamfields is uiteindelijk een schikking getroffen met als resultaat dat het gemeenschapsmerk MARC INBANE op 8 juli 2015 aan Marc Inbane is overgedragen. De door Marc Inbane gestarte nietigheidsprocedure is daarna door het OHIM beëindigd.



3Het geschil

3.1.

Marc Inbane vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


- te verklaren voor recht dat Center Tone jegens Marc lnbane primair wanprestatie heeft

gepleegd en subsidiair onrechtmatig heeft gehandeld;

- te verklaren voor recht dat Center Tone aansprakelijk is voor de door Marc Inbane geleden en nog te lijden schade als gevolg van (primair) de toerekenbare tekortkoming in de nakoming (subsidiair) het onrechtmatig handelen van Center Tone;

- Center Tone te veroordelen tot betaling van de door Marc Inbane geleden en nog te lijden

schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- Center Tone te veroordelen in de kosten van deze procedure.


3.2.

Kort gezegd baseert Marc Inbane deze vordering op de volgende stellingen:

- door haar handelen en nalaten heeft Center Tone wanprestatie gepleegd althans onrechtmatig jegens Marc Inbane gehandeld omdat zij als beroepsbeoefenaar ten opzichte van Marc Inbane niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen heeft die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht;

- door deze (beroeps)fouten is het merk van Marc Inbane te laat aangevraagd en heeft haar concurrent — moedwillig — het merk ‘MARC INBANE’ eerder kunnen registreren als gevolg waarvan er sprake is van gederfde inkomsten en imagoschade alsmede advocaat-kosten, noodgedwongen gemaakt om de gevolgen van de gemaakte fouten teniet te doen.


3.3.

Door Center Tone worden deze stellingen gemotiveerd betwist. Voorts beroept Center Tone zich op de uitsluiting c.q. beperking van haar aansprakelijkheid in de toepasselijke algemene voorwaarden. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Marc Inbane in de volledige proceskosten.


3.4.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



4De beoordeling

gevolgen van de schikking
4.1.

Bij akte heeft Center Tone bepleit om Marc Inbane niet-ontvankelijk te verklaren omdat er vanwege de met Dreamfields getroffen schikking geen sprake meer is van schade, althans deze schade op grond van rechtsverwerking niet bij Center Tone kan worden geclaimd. Ook zou Center Tone in haar belangen zijn geschaad nu zij niet gekend is in die schikking.


4.2.

Door Marc Inbane wordt ontkend, dat de overdracht van het merk tot gevolg heeft dat alle schade is weggenomen. Volgens haar is enkel voorkomen dat de schade nog verder zou oplopen.


4.3.

De rechtbank oordeelt met Marc Inbane dat het haar vrij staat om in deze zaak (alleen) Center Tone aan te spreken als beweerdelijk hoofdelijk aansprakelijke. Er is immers geen rechtsregel die zich daar tegen verzet en door Center Tone zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel leiden. Hetzelfde geldt voor het niet betrekken van Center Tone bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst met Dreamfields. Voorts valt niet in te zien waarom door het overdragen van het merk door Dreamfields aan Marc Inbane ook de verplichting tot schadevergoeding is voldaan, zoals door Center Tone op de comparitie is bepleit. Het is immers op voorhand niet uitgesloten dat Marc Inbane desondanks schade lijdt. Zoals hierna zal blijken heeft Center Tone geen belang bij haar subsidiair gedane verzoek om de medeschuldenaar Dreamfields ex artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op te mogen roepen.


maatstaf


4.4.

Partijen zijn het er terecht over eens dat zowel voor de vraag of Center Tone toerekenbaar tekort is geschoten als voor de vraag of zij jegens Marc Inbane onrechtmatig heeft gehandeld de maatstaf van een redelijk bekwaam en redelijk handelende vakgenoot (en/of de zorg van een goed opdrachtnemer ex artikel 7:401 Burgerlijk Wetboek) geldt. Op een bij uitstek specialistisch en financieel gevoelig vakgebied als het merkenrecht heeft voor een merkgemachtigde als deskundige voorts te gelden dat van haar mag worden gevergd dat zij haar opdrachtgever deskundig adviseert over (de verbetering van) haar merkenrechtelijke positie (Zie ook: ECLI:NL:RBDHA:2013:12307).


4.5.

Niet in geschil is dat op de door de heer [bestuurder] gegeven opdracht de algemene voorwaarden voor verlening van diensten van Center Tone toepasselijk zijn. Op grond van deze voorwaarden is Center Tone niet aansprakelijk voor enige schade die voortvloeit uit haar werkzaamheden behoudens in geval van opzet dan wel grove schuld. Voorts bepaalt artikel 5.2 onder b van die voorwaarden dat de opdrachtgever te allen tijde zelf verantwoordelijk is voor de tijdige en deugdelijke levering aan Center Tone van alle door haar verzochte daarbij benodigde documenten, afdrukken en gegevens, alsmede dat Center Tone niet gehouden is op eigen initiatief handelingen te verrichten met betrekking tot de beschikbaarheid en/of toelaatbaarheid en/of beschermbaarheid van intellectuele eigendom.


4.6.

Alvorens toe te komen aan de stelling van Marc Inbane dat een beroep op deze algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zal de rechtbank zich buigen over de gegrondheid van de verwijten. Hoewel dat door Center Tone uitdrukkelijk wordt betwist, zal de rechtbank er daarbij - veronderstellenderwijs - van uit gaan dat Marc Inbane vanaf het begin rechthebbende is op het merk MARC INBANE.


de gegrondheid van de verwijten


4.7.

Volgens de door Marc Inbane op de comparitie gegeven samenvatting is er sprake van de volgende misslagen die in onderlinge samenhang leiden tot de gestelde tekortkoming in de nakoming dan wel onrechtmatige daad:

a. Marc Inbane werd niet aan de hand genomen inzake de classificatie van het merk; Center

Tone heeft geen advies gegeven over de classificatie van het product; er is slechts een

standaardformulier overhandigd;

b. op 6 juli 2012 heeft Marc Inbane het aanvraagformulier teruggestuurd naar Center Tone; pas na 7 weken is er een betalingsherinnering gestuurd door Center Tone; in de tussentijd

bleef het stil;

c. Center Tone heeft nagelaten om een merkenonderzoek/identiek onderzoek te verrichten;

d. Center Tone heeft nagelaten om het rechercheverslag door te sturen aan Marc Inbane;

e. Center Tone heeft Marc Inbane slechts doorverwezen naar een advocaat, nadat duidelijk

werd dat Dreamfields het merk al had geregistreerd; door Center Tone is niet gewezen op

de mogelijkheid van oppositie.





ad a.en b.


4.8.

De rechtbank zal de onder a. en b. genoemde verwijten tezamen bespreken.

Tussen partijen staat vast (zie hiervoor onder 2.6. en 2.9.) dat Center Tone op basis van de door [bestuurder] via de site ingevulde gegevens op 9 mei 2012 per mail de klassen 3, 18, 25, 35 en 42 heeft genoemd als in aanmerking komende klassen. Volgens Center Tone is er op 6 en 30 augustus 2012 ook telefonisch contact geweest met [bestuurder] en is daarbij gesproken over uitbreiding van het aantal classificaties van 1 naar 3, waarna [bestuurder] uiteindelijk akkoord is gegaan met inschrijving van het merk MARC INBANE in de klassen 3, 20 en 25. Marc Inbane betwist dat het contact van 6 augustus heeft plaatsgevonden.

Of ook dat eerste telefonische contact heeft plaatsgevonden maakt echter niet uit voor de vaststelling door de rechtbank, dat gesteld noch gebleken is dat de aanvankelijk door Center Tone voorgestelde klassen niet getuigden van bekwaamheid noch dat de uiteindelijk overeengekomen classificatie onjuist was en tot schade voor Marc Inbane heeft geleid. Van onjuiste advisering door Center Tone is dus niet gebleken.


4.9.

Ook de stelling van Marc Inbane, dat zij van Center Tone mocht verwachten dat zij het merk zo snel mogelijk, zeker na betaling, bij het OHIM zou aanvragen voor 1 klasse, wordt door de rechtbank verworpen. Ook uit de door Marc Inbane zelf overgelegde verklaringen van andere merkgemachtigden volgt immers niet dat zij op grond van de door de heer [bestuurder] opgegeven omschrijving van de werkzaamheden zonder meer tot één classificatie hadden kunnen overgaan. Alle drie zouden zij behoefte hebben aan meer informatie van de opdrachtgever. In het onderhavige geval heeft Center Tone naar haar opdrachtgever gereageerd door middel van het toesturen van het onder 2.9. bedoelde vragenformulier. Daarin waren 5 mogelijke klassen voorgesteld en ter controle was de volledige lijst van klassen (Overeenkomst van Nice, 10e editie) bijgevoegd. Voor zover een en ander de heer [bestuurder] niet duidelijk was, had hij bij Center Tone terecht gekund voor nadere informatie. De slotzin van de mail wijst op die mogelijkheid. Niet terecht is derhalve het verwijt aan Center Tone dat zij hem meer bij de hand hadden moeten nemen en er slechts een “standaardformulier is overhandigd”. Nog daargelaten dat Center Tone stelt zowel op 8 juni als 5 juli 2012 te hebben nagebeld omdat een reactie op het vragenformulier uitbleef, acht de rechtbank het van belang dat de heer [bestuurder] er in eerste instantie zelf voor heeft gekozen om de aanvraag via een gestandaardiseerde procedure via internet in te dienen in plaats van persoonlijk contact te zoeken.


4.10.

Op zichzelf acht de rechtbank het - op grond van de door Marc Inbane overgelegde producties 6 en 18 en het minimaal vaststaande “voicemail contact” tussen partijen op 6 juli 2002 - aannemelijk dat Marc Inbane die dag het ingevulde aanvraagformulier naar Center Tone heeft teruggestuurd. Vaststaat echter dat de betaling voor de 3 classificaties eerst op 4 september 2012 is ontvangen en Marc Inbane kan zich er om die reden niet achter verschuilen dat door Center Tone pas na 7 weken een betalingsherinnering is gestuurd. Het was aan Marc Inbane zelf om door een tijdige betaling mee te werken aan een snelle inschrijving.


4.11.

De rechtbank constateert dat Marc Inbane vanaf het begin van de aanvraag zelf niet op spoed heeft aangedrongen. [bestuurder] koos niet voor de mogelijkheid van een spoed-procedure en hij reageerde in het geheel niet op de e-mail van 9 mei 2012. Zowel in het “onderwerp” bovenaan de mail als in de mail zelf stond (met gearceerde en onderstreepte letters) duidelijk dat het formulier z.s.m. getekend retour gezonden moest worden en dat Center Tone daarna de procedure van merkenregistratie zou vervolgen. Dat hij deze mail beschouwde als een “commerciële e-mail waarop niet gereageerd behoefde te worden” kan niet worden gevolgd. Uit hetgeen onder 2.6 is vastgesteld volgt dat Center Tone heeft laten weten dat de totale duur van de registratie 1,5 jaar zou bedragen. Gesteld noch gebleken is dat Marc Inbane op enig moment op meer spoed heeft aangedrongen. Het verwijt dat Center Tone te lang stil heeft gezeten acht de rechtbank niet terecht. Ten overvloede wijst de rechtbank nog op de inhoud van het hiervoor aangehaalde artikel 5.2 onder b van de toepasselijke algemene voorwaarden.


ad c:


4.12.

Marc Inbane stelt dat zij van Center Tone had mogen verwachten dat deze na betaling van de extra fee van € 450,- exclusief BTW voorafgaand aan de aanvrage van het merk een identiek onderzoek zou uitvoeren. Zij baseert dat op de navolgende zin op het op 30 augustus 2012 toegezonden classificatieformulier: “Per extra klasse € 350 excl. BTW. Bij keuze 3 klassen of meer wordt uw pakket automatisch omgezet naar een € 1575 pakket (3 klassen)”. Volgens Center Tone houdt een omzetting niet in dat met terugwerkende kracht bepaalde diensten worden geacht te zijn overeengekomen.

De rechtbank zou dit verweer van Center Tone kunnen begrijpen als de bewuste zin alleen bij de eerste (internet)aanvraag onder de aandacht van de opdrachtgever was gebracht. In deze zaak heeft Center Tone echter niet betwist dat deze zin ook stond op het door haar op 30 augustus 2012 toegezonden classificatieformulier. Naar het oordeel van de rechtbank mocht Marc Inbane daaraan toen het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat het kiezen voor 3 klassen ook in dat stadium nog automatisch zou leiden tot “het pakket van € 1575,-“. Daaraan doet niet af dat zij van Center Tone een korting had verkregen op het normale tarief van € 350,- per extra klasse. Gelet ook op de via internet verstrekte informatie (zie 2.5) betekende dit dat Center Tone alsnog een identiek onderzoek diende te verrichten en het merk zou analyseren. Echter geldt ook hier dat Center Tone onder de geschetste omstandigheden niet tot dat identiek onderzoek over hoefde te gaan alvorens de extra betaling door haar zou zijn ontvangen.

Een “merkonderzoek” behoorde overigens niet bij dit pakket maar bij het pakket van

€ 1.875,-.

Marc Inbane kan zich er voorts niet over beklagen dat het haar niet duidelijk was dat ze voor 2 extra klassen diende te bepalen. Dit staat nota bene in de zin waar zij zich zelf op beroept en valt ook niet te rijmen met haar stelling dat zij van Center Tone korting had verkregen op het extra tarief.


ad d:


4.13.

Volgens Marc Inbane heeft Center Tone op 12 september 2012 van het OHIM een rechercheverslag ontvangen, waaruit volgde dat op 18 juni 2012 “haar concurrent” het identieke woordmerk ‘MARC INBANE’ had aangevraagd en heeft zij verzuimd dit aan haar door te sturen. Hoewel Marc Inbane een afschrift van het aan Center Tone (Postbus 12063, NL-3004 GB Rotterdam) gerichte begeleidend schrijven heeft overgelegd, betwist Center Tone dit rapport te hebben ontvangen en wijst zij ter verklaring daarvan op een grote administratieve omzetting bij het OHIM in die periode. Tussen partijen is niet in geschil dat, àls Center Tone het rapport zou hebben ontvangen, van haar mocht worden verwacht het door te sturen naar Marc Inbane. Onderzoek naar de vraag of Center Tone het verslag daadwerkelijk heeft ontvangen kan echter achterwege blijven, nu Marc Inbane op dit punt geen specifiek bewijsaanbod heeft gedaan. Overigens is aannemelijk dat een kort na de tweede betaling op 4 september 2012 door Center Tone uitgevoerd identiek onderzoek dezelfde informatie aan het licht zou hebben gebracht als de inhoud van het recherche-verslag. Daarmee heeft dit verwijt, indien al juist, geen zelfstandige betekenis.


ad e:


4.14.

De rechtbank is het in het algemeen met Marc Inbane eens dat van een merkgemachtigde verwacht mag worden dat hij zijn opdrachtgever op de mogelijkheid van oppositie wijst als uit een identiek onderzoek blijkt dat een merk reeds is gedeponeerd. In dit geval heeft Marc Inbane echter gesteld dat zij er via haar advocaat achter kwam dat Dreamfiels het merk MARC INBANE reeds had gedeponeerd. Onder die omstandigheden mocht Center Tone er naar het oordeel van de rechtbank mee volstaan Marc Inbane naar haar advocaat te verwijzen en die advocaat van de nodige informatie te voorzien. Door Marc Inbane is ook niet betwist dat in het gesprek dat Center Tone in oktober 2012 heeft gehad met de advocaat van Marc Inbane de (on)mogelijkheid van oppositie aan de orde is geweest. Daaraan doet niet af dat Center Tone kennelijk van mening was dat de kans op een succesvolle oppositie op grond van de daaraan te stellen eisen niet groot was. Als de feiten waarop Center Tone deze mening baseerde niet juist waren is dat niet aan Center Tone maar aan Marc Inbane zelf te verwijten omdat zij Center Tone niet heeft geïnformeerd over de achtergrond van diens registratie of samenwerking / dispuut met Dreamfields. Derhalve is niet gebleken dat Center Tone op dit punt niet aan haar zorgplicht heeft voldaan.


recapitulatie


4.15.

Uit het voorgaande volgt dat niet aan Center Tone kan worden verweten dat Marc Inbane later was met het aanvragen van haar merkinschrijving dan haar beweerdelijke concurrent op 18 juni 2012 en als gevolg waarvan Marc Inbane de bewijslast had in de diverse procedures die volgden. Resteert de vraag of Center Tone schade voor Marc Inbane had kunnen verminderen door medio september 2012 een identiek onderzoek te verrichten en door Marc Inbane, naar aanleiding van de uitkomst daarvan, op de mogelijkheid van oppositie te wijzen. Tegen het licht van het door Marc Inbane overgelegde overzicht van die procedures (waaruit blijkt dat het merkenrechtelijk aspect pas eind 2012 ging spelen) heeft zij naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gesteld waaruit aannemelijk wordt dat de enkele weken vertraging (tussen de fictieve uitslag identiek onderzoek medio september 2012 en het gesprek met de voormalig advocaat van Marc Inbane in oktober 2012) mogelijk tot beperking van schade had kunnen leiden.


4.16.

De slotsom is dat de diverse verwijten aan het adres van Center Tone niet terecht zijn, dan wel niet tot toewijzing van de vordering kunnen leiden, voor zover al vast zou komen te staan dat Marc Inbane vanaf het begin rechthebbende is geweest op het merk MARC INBANE en het beroep van Center Tone op haar algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.


4.17.

De vordering zal worden afgewezen en Marc Inbane zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek van Center Tone om Marc Inbane in de volledige proceskosten te veroordelen wordt afgewezen, nu geen sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door Marc Inbane. Er kan immers niet geoordeeld worden dat de vordering van Marc Inbane van iedere grond ontbloot was. Zie hetgeen hiervoor onder 4.12 (en 4.13) werd overwogen.


4.18.

De proceskosten aan de zijde van Center Tone worden begroot op:


- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 1.130,00 (2,5 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.743,00


4.19.

Voor een zelfstandige veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten (€ 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Marc Inbane niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak) een executoriale titel oplevert.



5De beslissing

De rechtbank


5.1.

wijst de vorderingen af,


5.2.

veroordeelt Marc Inbane in de proceskosten, aan de zijde van Center Tone tot op heden begroot op € 1.743,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,


5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.




Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2015.


32/1515