Rechtbank Rotterdam, 07-12-2015 / C/10/12/1083 R


ECLI:NL:RBROT:2015:9959

Inhoudsindicatie
Beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling met schone lei ondanks hoge nieuwe schulden, niet verwijtbaar.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-12-07
Publicatiedatum
2016-03-16
Zaaknummer
C/10/12/1083 R
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Rotterdam

Team insolventie


verlening schone lei


insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 7 december 2015


Bij vonnis van deze rechtbank van 17 december 2012 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:


[naam] ,

[adres]

[woonplaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: H.A. Thomason.


1De procedure


De bewindvoerder heeft op 16 juni 2015 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.


De waarnemend bewindvoerder, de heer J. Lagendaal, en schuldenares, bijgestaan door

mr. M.A. Oosterveen, zijn gehoord ter terechtzitting van 30 november 2015. Tevens is gehoord de heer S. Loanjoe, maatschappelijk werker.


De uitspraak is bepaald op heden.


2De standpunten


De bewindvoerder heeft ter terechtzitting verklaard dat schuldenares een groot deel van de ontbrekende stukken alsnog heeft aangeleverd. Op dit moment ontbreekt alleen nog een bankafschrift van augustus 2012. Ook heeft de bewindvoerder een arbeidsdeskundig rapport ontvangen waaruit blijkt dat schuldenares arbeidsongeschikt is. Voorts heeft de bewindvoerder verklaard dat thans sprake is van een boedelachterstand van € 1.647,52.


Ter terechtzitting heeft de raadsman namens schuldenares verklaard dat de nieuwe schulden in totaal circa € 9.064,37 bedragen. De vordering van het Zilveren Kruis bedraagt

€ 2.390,92, de vordering van Woonstand bedraagt € 6.319,44 en de vordering van Regionale Belasting Groep bedraagt € 354,01. De hoogte van de vordering van Oxxio is onbekend. De raadsman heeft namens schuldenares verklaard dat schuldenares een baan had en haar hoge vaste lasten kon voldoen. Doordat schuldenares haar baan heeft verloren, was zij niet langer in staat om haar vaste lasten te betalen. Hierdoor zijn de schulden ontstaan. Bovendien heeft haar zoon een ernstig ongeluk gehad en in coma gelegen. Schuldenares is in een depressie geraakt. De raadsman heeft zich namens schuldenares op het standpunt gesteld dat de nieuwe schulden niet verwijtbaar zijn. Schuldenares was genoodzaakt om haar woning te verlaten en verblijft thans bij een vriend. Daardoor zijn problemen ontstaan met haar uitkering. Deze tracht zij nu op te lossen. Met behulp van een maatschappelijk werker is schuldenares op zoek naar een goedkopere woning. Zij staat sinds 13 april 2015 onder beschermingsbewind. De nieuwe schulden zijn niet opgelopen.


3De beoordeling


Nu uit het arbeidsdeskundig rapport blijkt dat schuldenares na 1 januari 2015 niet in staat was om te werken, is van een tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplicht geen sprake. De informatieverplichting is voorts nagenoeg hersteld; de rechtbank neemt daarbij in overweging dat de bewindvoerder heeft verklaard dat de thans nog ontbrekende stukken niet noodzakelijkerwijs behoeven te worden aangeleverd.


De rechtbank stelt vast dat schuldenares wel tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichting om geen nieuwe schulden te maken. Bovendien heeft schuldenares een boedelachterstand laten ontstaan. Een en ander staat evenwel niet in de weg aan de verlening van de schone lei. Dat zou slechts anders zijn, indien deze tekortkomingen haar kunnen worden toegerekend (zie in dit verband onder meer ECLI:NL:HR:2013:BZ7459). Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake


De nieuwe schulden zijn ontstaan nadat schuldenares haar baan verloor en haar inkomen erg achteruit is gegaan. Daarnaast heeft schuldenares te kampen gekregen met ernstige privé-problemen. Schuldenares heeft getracht orde op zaken te stellen. Zij is op zoek gegaan naar goedkopere huisvesting en heeft zich onder beschermingsbewind laten stellen. Daarmee heeft zij in elk geval bereikt dat de nieuwe schulden niet zijn opgelopen. Zij kan deze thans niet inlossen omdat zij geen afloscapaciteit heeft. Dat komt nu omdat zij geen uitkering heeft, maar naar het zich laat aanzien zou zij ook geen afloscapaciteit hebben als zij wel een uitkering had. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat het schuldenares niet kan worden verweten dat zij binnen de looptijd van de schuldsaneringsregeling de nieuwe schulden heeft laten ontstaan en niet heeft ingelost.


Met betrekking tot de boedelachterstand wordt het volgende overwogen. Uit het laatste verslag van 16 juni 2015 blijkt dat toen sprake was van een geringe boedelachterstand van € 132,30. Ter terechtzitting heeft de bewindvoerder verklaard dat de boedelachterstand is opgelopen tot € 1.647,52. Dit valt niet te rijmen met het feit dat schuldenares in de afgelopen periode geen aflossingscapaciteit heeft gehad. Voor zover deze achterstand juist is, kan ook deze naar het oordeel van de rechtbank niet aan de schone lei in de weg staan, nu schuldenares niet eerder op de hoogte is gesteld van de veel hogere boedelachterstand van € 1.647,52 en haar thans niet kan worden verweten dat zij niet in staat is deze in te lossen.


Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.


De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.








4De beslissing


De rechtbank:


- stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;


- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 17 december 2015;


- verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;


- stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 1567,89 exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag, voor zover dit niet uit de boedel kan worden voldaan, ten laste van schuldenares.

- stelt de door de bewindvoerder gemaakte reiskosten vast op € 56,98.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van

mr. H. Hafti, de griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 december 2015.



1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.