Rechtbank 's-Gravenhage, 11-10-2012 / 1151294 - CV EXPL 12-2655


ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1626

Inhoudsindicatie
Geen secundaire bestuurdersaansprakelijkheid uit art. 6:162 BW, anders dan in het geval van LJN BV6199.
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Uitspraakdatum
2012-10-11
Publicatiedatum
2012-10-30
Zaaknummer
1151294 - CV EXPL 12-2655
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • OR-Updates.nl 2012-0296
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE


Sector kanton, locatie Delft


Vonnis van 11 oktober 2012


in de zaak met nummer 1151294 / CV EXPL 12-2655 van:


de naamloze vennootschap SRLEV NV, h.o.d.n. "Reaal Verzekeringen",

eiseres gevestigd te Alkmaar,

gemachtigde: mr. E.W. Bosch,


tegen


[gedaagde],

gedaagde wonende te [woonplaats],

procederend in persoon.


De kantonrechter zal de procespartijen hierna aanduiden als SRLEV en [gedaagde].


De procedure


1.1De kantonrechter heeft bij het wijzen van dit vonnis kennis genomen van en rekening gehouden met de navolgende processtukken, waaruit ook het procesverloop blijkt:

- de dagvaarding van 13 maart 2012, met producties;

- de conclusie van antwoord van 29 mei 2012, met producties;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 11 september 2012.


1.2Ter zitting van 11 september 2012 bleek een schikking niet mogelijk, waarna vonnis is bepaald op vandaag, 11 oktober 2012.


De vaststaande feiten


2.1Uit de hiervoor opgesomde wederzijdse processtukken met producties en uit het verhandelde ter zitting stelt de kantonrechter de navolgende feiten vast.


2.2[gedaagde] was van 9 november 2000 tot 19 april 2011 bestuurder en aandeelhouder van de besloten vennootschap Fideel Financiële Diensten Groep BV (hierna "Fideel BV"). Fideel BV exploiteerde onder [gedaagde]'s leiding een bemiddelingskantoor in hypotheken en verzekeringen. Fideel BV had vanaf februari 2002 een samenwerkingsovereenkomst met onder meer verzekeraar SRLEV, destijds handelend onder de namen "Hooge Huys" en "Reaal Levensverzekeringen". Door deze overeenkomst bestond er een rekening-courant verhouding tussen verzekeraar SRLEV en assurantietussenpersoon Fideel BV.


2.3Sinds najaar 2008 ging het zoals met veel assurantiekantoren en andere bedrijven ook met de onderneming van Fideel BV financieel niet goed. [gedaagde] heeft vanaf begin 2009 naar een koper van zijn aandelen in Fideel BV gezocht die het bedrijf van Fideel BV zou willen en kunnen voortzetten. [gedaagde] was daartoe vanaf juli 2009 met hulp van zijn accountants in langdurige serieuze onderhandeling met de heer [A], een gediplomeerd assurantiebemiddelaar. Met [A] heeft [gedaagde] met hulp van zijn accountant op 8 december 2009 ook een schriftelijke voorovereenkomst gesloten, met een voorgenomen overdracht van de aandelen in Fideel BV van [gedaagde] aan [A] per toen nog eind december 2009. In dat kader was [A] vanaf 1 oktober 2009 tot begin 2011 interim bestuurder en/of feitelijk leidinggever van Fideel BV, en besteedde [gedaagde] vanaf najaar 2009 tot begin 2011 zijn tijd en energie aan het starten van een eenmanszaak in een geheel andere branche om aldus het levensonderhoud van zijn gezin te kunnen betalen.


2.4De heer [B], werkzaam bij de incassogemachtigde van SRLEV, had in 2009 en 2010 namens SRLEV meermalen rechtstreeks contact met feitelijk leidinggever [A] over de rekening-courantschuld van Fideel BV bij SRLEV en over de voorgenomen overname van de aandelen in Fideel BV, inclusief de door [A] voorgenomen sanering van de forse schuldpositie van Fideel BV. In 2009 en/of 2010 heeft [B] namens SRLEV met [A] namens Fideel BV ook betalingsregelingen getroffen voor de rekening-courantschuld van Fideel BV aan SRLEV.


2.5In januari of februari 2011 heeft koper [A] zich - voor [gedaagde] geheel onverwacht - teruggetrokken en is de lang verwachte verkoop van de aandelen in Fideel BV door [gedaagde] aan [A] dus niet doorgegaan. Via internet heeft [gedaagde] toen gezocht naar een andere koper van zijn aandelen in Fideel BV. Aldus kwam [gedaagde] in contact met de stichting MKB Beheer Amstelland (hierna "MKB Amstelland"), die zich destijds richtte op het voor een symbolisch bedrag kopen, saneren en daarna verkopen van bedrijven met schulden. In dat kader heeft [gedaagde] in de periode van in ieder geval 24 februari 2011 tot 19 april 2011 per e-mail gecorrespondeerd, bedrijfsinformatie verstrekt en drie of vier persoonlijke gesprekken gevoerd met de heren [C] en [D] van MKB Amstelland over de verkoop van de aandelen en de door MKB voorgenomen sanering van de schuldpositie van Fideel BV. Volgens de opgave van [gedaagde] en zijn accountant bedroeg die schuldpositie van Fideel BV per 14 maart 2011 in totaal € 88.258,25, verdeeld over 20 schuldeisers, waaronder SRLEV met een rekening-courant vordering van op dat moment € 9.184,99 op Fideel BV. Op 19 april 2011 heeft de overdracht van de aandelen in Fideel BV door [gedaagde] aan MKB Amstelland voor een verkoopprijs van € 1,- plaatsgevonden door een op kosten van koper MKB Amstelland opgemaakte notariële akte. Voordat [gedaagde] deze notariële akte tekende, heeft hij bij de desbetreffende notaris Stuijt in Aerdenhout gedurende een gesprek van ruim een uur nagevraagd of (kort gezegd) alles nu voor de klanten en schuldeisers van Fideel BV zo goed mogelijk geregeld was en of [gedaagde] hierdoor geen problemen kon krijgen.


2.6[gedaagde], MKB Amstelland en Fideel BV hebben SRLEV in of omstreeks april 2011 niet geïnformeerd over de overdracht van de aandelen in Fideel BV. Nadat Fideel BV onder de nieuwe leiding van MKB Amstelland de via incassogemachtigde [B] getroffen betalingregelingen met SRLEV niet nakwam (zie rov. 2.4), heeft SRLEV Fideel BV gedagvaard voor de kantonrechter in Delft. Bij verstekvonnis van 22 september 2011 heeft de kantonrechter Fideel BV veroordeeld tot betaling aan SRLEV van € 9.152,67 in hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten. Bij brief van 6 december 2011 heeft de echtgenote van [gedaagde] in reactie op een brief van SRLEV geschreven dat Fideel BV per 19 april 2011 een nieuw adres en een nieuwe eigenaar had gekregen, met daarbij een opgave van die nieuwe gegevens.


De geschillen


3.1Bij dagvaarding van 13 maart 2012 vordert SRLEV dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan haar van de bij verstekvonnis van 22 september 2011 tegen Fideel BV toegewezen hoofdsom van € 9.152,62 en de toegewezen rente en proceskosten, met nevenvorderingen.


3.2SRLEV stelt daartoe - verkort weergegeven - dat [gedaagde] de aandelen in Fideel BV heeft verkocht aan "spookpartij" MKB Amstelland voor € 1,- met geen ander doel dan aan de schuldeisers van Fideel BV te ontkomen. Omdat SRLEV haar vordering op Fideel BV niet heeft kunnen innen, is [gedaagde] wegens bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW) jegens SRLEV aansprakelijk, aldus SRLEV. Met name heeft [gedaagde] zijn zorgplicht jegens SRLEV geschonden, omdat hij in de omstandigheden van dit geval wist of moest weten dat de verkoop aan MKB Amstelland tot gevolg zou hebben dat de onderneming zou worden leeggehaald. Dit temeer omdat verkoper [gedaagde] geen enkel onderzoek naar de koper MKB Amstelland heeft ingesteld, en omdat naderhand aan SRLEV duidelijk is geworden dat MKB Amstelland onvindbare dubieuze bestuurders heeft en volgens een artikel in Assurantiemagazine van november 2011 bij een faillissement van een andere assurantietussenpersoon is betrokken. SRLEV wijst voorts op een volgens haar vergelijkbare, recent gepubliceerde zaak waarin bestuuraansprakelijkheid is aangenomen: rechtbank Amsterdam 25 januari 2012, LJN BV6199. Tenslotte verwijt SRLEV [gedaagde] dat hij in strijd met de samenwerkingsovereenkomst geen enkel contact heeft opgenomen met SRLEV over de verkoop aan MKB Amstelland, en dat SRLEV pas door de brief van de echtgenote van [gedaagde] van 6 december 2011 (zie rov. 2.6) op de hoogte is geraakt. Bij tijdig contact had SRLEV mogelijk een andere gediplomeerd assurantiebemiddelaar dan [A] als koper bij [gedaagde] kunnen aandragen, waarna Fideel BV de rekening-courant schuld van ruim € 9.000,- aan SRLEV geheel had kunnen voldoen gelet op de jaarlijkse doorloopprovisie van € 28.000,- voor Fideel BV, aldus SRLEV.


3.3[gedaagde] voert in persoon gemotiveerd verweer tegen deze aldus door de gemachtigde van SRLEV onderbouwde vorderingen. [gedaagde] stelt daartoe - verkort weergegeven - dat hij toen [A] begin 2011 de aandelen in Fideel BV toch niet van hem overnam ten einde raad en bij gebrek aan tijd, energie en geld moest kiezen tussen óf een faillissement van Fideel BV óf een spoedige verkoop met gesloten beurzen aan een commerciële schuldsaneerder zoals MKB Amstelland. [gedaagde] had sinds oktober 2009 Fideel BV immers overgelaten aan de feitelijke leiding van [A], en had zelf al zijn tijd en energie nodig om te overleven in een geheel andere branche (de handel in zogenaamde "shutters" voor de ramen van woningen). [gedaagde] heeft anders dan in de volgens hem onvergelijkbare Amsterdamse zaak met nummer LJN BV6199 niet verkocht aan MKB Amstelland zonder enige rekening te houden met de schuldeisers van Fideel BV. In de gegeven, voor hem zware omstandigheden van dit geval kon [gedaagde] in april 2011 redelijkerwijs niet weten dat koper MKB Amstelland schuldeisers van Fideel BV zoals SRLEV onbetaald zou laten. Op internet heeft [gedaagde] destijds niets negatiefs over MKB Amstelland kunnen, en in de gevoerde gesprekken en correspondentie met de heren [C] en [D] heeft [gedaagde] destijds een goede indruk gekregen van MKB Amstelland en van haar goede intenties voor de schuldeisers. Notaris Stuijt heeft [gedaagde] in het voorgesprek op 19 april 2011 ook nog verzekerd dat alles in orde was, aldus [gedaagde]. [gedaagde] stelt dat SRLEV zelf ook geen enkele moeite heeft gedaan om contact met [gedaagde] te zoeken, hoewel SRLEV via [B] en [A] wel wist van de schuldpositie van Fideel BV en de voorgenomen verkoop van [gedaagde] aan [A]. Ook stelt [gedaagde] dat één van de hoofdoorzaken van de financiële problemen sinds 2008 bij Fideel BV de woekerpolis affaire was, waarvoor niet [gedaagde] maar SRLEV zelf verantwoordelijk is, terwijl [gedaagde] ook niet selectief mocht betalen aan alleen schuldeiser SRLEV op een totale schuldenlast van ruim € 88.000,- met 20 schuldeisers. Tenslotte stelt [gedaagde] dat Fideel BV niet failliet is en onlangs nog een verzekeringsportefeuille heeft overgedragen aan een andere verzekeraar (Klaverblad), dat SRLEV blijkbaar nog geen enkele serieuze incasso- of beslagpoging bij Fideel BV heeft gedaan, en dat [gedaagde] niets wist van de dagvaarding van SRLEV en het daarop gevolgde verstekvonnis van 22 september 2011 tegen Fideel BV. [gedaagde] meent dat SRLEV onder die omstandigheden geen schade van

€ 9.152,67 heeft geleden of op hem kan verhalen. Tenslotte kan hij niet in privé betalen en heeft hij in privé alleen maar schulden, aldus [gedaagde].


De beoordeling


4.1De kantonrechter stelt voorop dat Fideel BV de primaire schuldenaar van schuldeiser SRLEV is. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan er sprake zijn van een secundaire aansprakelijkheid van [gedaagde] als ex-bestuurder van Fideel BV wegens onrechtmatige daad jegens SRLEV (art. 6:162 BW). De betrokken bestuurder kan in gevallen zoals deze volgens de Hoge Raad slechts voor de schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden, indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen, aldus de maatstaf van de Hoge Raad bij arrest van 8 december 2006, LJN AZ0758, NJ 2006/659 (Ontvanger / Roelofsen).


4.2Naar het oordeel van de kantonrechter kan een zodanig ernstig verwijt aan bestuurder [gedaagde] in de bijzondere feitelijke omstandigheden van dit geval, zoals door de kantonrechter vastgesteld in de voorgaande rechtsoverwegingen 2.2 t/m 2.6, door SRLEV niet worden gemaakt. Daarvoor zijn de feitelijke verschillen met de door SRLEV aangehaalde Amsterdamse zaak met nummer LJN BV6199 te groot, zoals [gedaagde] terecht heeft opgemerkt. [gedaagde] heeft immers wel gedurende ruim een jaar met medeweten van SRLEV en met hulp van zijn accountant op zijn kosten een koper gezocht die het assurantiebedrijf van Fideel BV zou voortzetten. Nadat die voor SRLEV blijkbaar acceptabele koper [A] begin 2011 voor [gedaagde] geheel onverwachts afhaakte, had [gedaagde] in de voor hem benarde situatie naar het oordeel van de kantonrechter geen andere reële feitelijke mogelijkheid meer dan ofwel het faillissement van Fideel BV aanvragen ofwel in zee gaan met een opkoper en commercieel saneerder zoals MKB Amstelland. Anders dan in de Amsterdamse zaak met nummer LJN BV6199 heeft de verkoper [gedaagde] daarbij niet de belangen van de schuldeisers van Fideel BV in ernstige mate verwaarloosd. [gedaagde] heeft daarentegen gedurende bijna twee maanden de voor hem op dat moment nog feitelijk mogelijke onderzoeken gedaan naar de intenties en de reputatie van de koper MKB Amstelland, tot en met het voor [gedaagde] geruststellende gesprek op 19 april 2011 bij notaris Stuijt te Aerdenhout.


4.3Daaraan doet onvoldoende af dat [gedaagde] opkoper en commercieel schuldsaneerder MKB Amstelland slechts via internet heeft gevonden en benaderd, en dat het [gedaagde] inderdaad niet siert dat hij als formeel bestuurder van Fideel BV SRLEV niet tijdig over de voorgenomen verkoop aan MKB Amstelland heeft geïnformeerd. Een ernstig verwijt kan SRLEV onder deze benarde omstandigheden daarvan echter niet aan [gedaagde] maken. SRLEV had voorts begin 2011 ook zelf bij Fideel BV kunnen informeren waarom de met [A] getroffen betalingsregelingen niet werden nageleefd, waarna SRLEV er ook zelf achter had kunnen komen dat [A] had afgehaakt en dat [gedaagde] ten einde raad een koper op korte termijn zocht ter voorkoming van een faillissement van Fideel BV. Voor het overige heeft SRLEV onvoldoende concrete feiten of bijzondere omstandigheden gesteld die - indien gebleken - nog zouden kunnen leiden tot de conclusie dat [gedaagde] ter zake van de verkoop en overdracht van zijn aandelen en zeggenschap in Fideel BV aan MKB Amstelland op 19 april 2011 een zodanig ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt dat hij in privé nu de bij verstekvonnis toegewezen vordering van SRLEV op Fideel BV zou moeten betalen. Met name is onvoldoende gesteld of gebleken dat en waarom [gedaagde] op of omstreeks 19 april 2011 wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat Fideel BV haar verplichtingen jegens SRLEV niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Dat Fideel BV voor SRLEV BV geen verhaal zal bieden staat in dit geval ook nog niet vast, zoals [gedaagde] nog terecht heeft aangevoerd.


4.4Op grond van de voorgaande rechtsoverwegingen zal de kantonrechter de vorderingen van SRLEV op [gedaagde] afwijzen. De overige geschilpunten van partijen kunnen daarmee buiten beoordeling blijven. SRLEV moet als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van [gedaagde] betalen. Die moeten echter worden begroot op nihil, omdat [gedaagde] in persoon en niet bij gemachtigde procedeert, omdat [gedaagde] als gedaagde partij bij de sector kanton geen griffierecht heeft moeten betalen, en omdat [gedaagde] geen onkosten heeft opgegeven zoals bedoeld in art. 238 Rv.


De beslissingen


De kantonrechter:


- wijst de door SRLEV tegen [gedaagde] ingestelde vorderingen af;


- veroordeelt SRLEV in de proceskosten van [gedaagde], die tot dusver gelet op de voorgaande rechtsoverweging 4.4 echter moeten worden begroot op nihil.


Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. H. Wien en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2012.