Rechtbank Oost-Brabant, 26-03-2019 / SHE 18/1540


ECLI:NL:RBOBR:2019:1666

Inhoudsindicatie
Handhaving op Eurocircuit Valkenswaard. De rechtbank doet een aantal uitspraken over het Eurocircuit in Valkenswaard. Eisers hebben een verzoek om handhaving ingediend vanwege activiteiten die op het Eurocircuit in Valkenswaard plaatsvinden naast de rallycross en motorcross. Eisers hebben off-road cursussen, rijvaardigheidstrainingen en personeeluitjes als voorbeelden genoemd. De rechtbank betwijfelt of het nieuwe ontwerpbestemmingsplan Eurocircuit wel al deze activiteiten toelaat en vindt dat verweerder meer onderzoek had moeten verrichten. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder veel beter had moeten onderzoeken of deze nevenactiviteiten wel voldoen aan de voorschriften van de gedateerde maar nog steeds geldende oude Hinderwetvergunningen. Verweerder moet het opnieuw gaan onderzoeken binnen 10 weken op straffe van verbeuren van een dwangsom van € 500,00 per week of gedeelte van een week dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 10.000,00.
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2019-03-26
Publicatiedatum
2019-03-26
Zaaknummer
SHE 18/1540
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch


Bestuursrecht


zaaknummer: SHE 18/1540


uitspraak van de meervoudige kamer van 26 maart 2019 in de zaak tussen

[eisers] , te [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: [gemachtigde] ),


en


het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard, verweerder

(gemachtigden: E.L.A. Kramer en H.J.M. Marcus).



Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Exploitatie Eurocircuit (vergunninghoudster), te Eersel, gemachtigde: [gemachtigde] .



Procesverloop


Bij besluit van 18 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek tot

handhaving ten aanzien van de activiteiten op het autorallycircuit en het motorcrosscircuit

aan de Victoriedijk te Valkenswaard afgewezen.


Eisers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de

voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.


Bij besluit van 20 december 2017 (het gewijzigde primaire besluit) heeft verweerder een

herstelbesluit genomen waarbij de door eisers ingediende zienswijzen alsnog in

behandeling zijn genomen.


Bij uitspraak van 20 februari 2018 (SHE 17/3457) heeft de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.


Bij brief van 7 juni 2018 hebben eisers verweerder in gebreke gesteld om tijdig te beslissen.


Bij besluit van 19 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard en het (herstelde) primaire besluit onder verbetering van de motivering in stand gelaten.


Eisers hebben op 25 juni 2018 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder.


De zaak is behandeld op 11 december 2018. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De derde-partij is niet verschenen. Op deze zitting hebben eisers het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder ingetrokken.


De rechtbank heeft de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. De behandeling van de zaak is voortgezet op 22 februari 2019, gelijktijdig met de behandeling van zaken SHE 18/3201, SHE 19/333, 19/335, SHE 19/336 en SHE 19/408. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghoudster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.



Overwegingen


Inleiding

In deze uitspraak wordt eerst een aantal feiten op een rij gezet. Daarna gaat de rechtbank in op de vraag of zij bevoegd is. Vervolgens worden de beroepsgronden en de daartegen gerichte argumenten behandeld.


Feiten

1.1

Het Eurocircuit aan de Victoriedijk te Valkenswaard ligt nabij de voormalige vuilstort aan de Victoriedijk op het perceel, plaatselijk bekend als de Victoriedijk 6 te Valkenswaard.

Op 31 augustus 1993 heeft verweerder ten behoeve van de inrichting van het Eurocircuit op grond van de toenmalige Hinderwet aan de Nederlandse Rallycross Vereniging een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting tot het beoefenen van de autorallysport op het autorally-sportcircuit op de locatie aan de Victoriedijk, kadastraal bekend als gemeente Valkenswaard, sectie H, nummer 26. De inrichting waarvoor zij vergunning heeft, is de asfaltbaan met bijbehorende voorzieningen. Deze vergunning is bij besluit van 15 juni 1999 voor de laatste keer gewijzigd.

Op dezelfde datum heeft verweerder aan Motorsportvereniging Valkenswaard (MSV) een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting tot het beoefenen van de motorsport op het motorsportcircuit op deze locatie. Deze vergunning ziet op de zandbaan met bijbehorende voorzieningen. Beide vergunningen zijn gelijkgesteld met een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).


1.2

Ter plaatse van de twee circuits geldt het bestemmingsplan “Buitengebied 1977” (het bestemmingsplan), dat op 26 juni 1986 onherroepelijk is geworden. Op de gronden rusten de bestemmingen “crossterrein” (artikel 34 van de planregels), “voorlopig zandwinning/vuilstort; definitief crossterrein” (artikel 35) en “voorlopig zandwinning/vuilstort; definitief bos” (artikel 36).


1.3

Eisers wonen in de directe omgeving van de beide circuits. Zij hebben op 9 oktober 2017 een handhavingsverzoek ingediend.


1.4

Sinds een aantal jaren wordt op het Eurocircuit en het motorcrossterrein de Dakar Pre-proloog gehouden. Tijdens dit evenement worden de Nederlandse deelnemers aan de Dakar Rally aan de media en het publiek voorgesteld. Deelnemers geven demonstraties en rijden voorstellingsronden. De deelnemende motoren, quads, auto’s en trucks komen in actie op een baan, uitgezet op de terreinen van de motorsportvereniging en de rallycrossvereniging. Er komen jaarlijks circa 20.000 bezoekers op af. Het evenement wordt dit jaar gehouden op 27 oktober 2019.


1.5

Op 13 september 2018 heeft vergunninghoudster een aanvraag bij verweerder ingediend voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’ voor het tijdelijk afwijkend gebruik voor één dag van de gronden gelegen op en rond het Eurocircuit en het aangrenzend motorcrossterrein van de MSV ten behoeve van de Dakar Pre-proloog.


1.6

Eisers hebben in het verleden meerdere verzoeken om handhaving ingediend, ook op 9 november 2015. Dit heeft geleid tot een procedure die is geëindigd met een uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 24 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3444). In de uitspraak heeft de Afdeling onder meer geoordeeld dat het gebruik vanwege de Dakar Pre-proloog van beide circuits in strijd is met het bestemmingsplan en dat verweerder niet aannemelijk gemaakt dat het strijdige gebruik wat de aard en intensiteit betreft, onder het overgangsrecht valt. Alleen al vanwege evenementen als de Dakar Pre-proloog kan daarom geen beroep op het overgangsrecht worden gedaan. De Afdeling heeft ook geoordeeld dat bij evenementen als de Dakar Pre-proloog met motorvoertuigen of andere gemotoriseerde voertuigen gebruik wordt gemaakt van de beide circuits. Dit zijn reguliere activiteiten van de inrichtingen. Dat daarbij beide circuits worden gebruikt, maakt volgens de Afdeling niet dat de in de omgevingsvergunningen ter bescherming van het milieu opgenomen voorschriften buiten toepassing moeten blijven.


1.7

Er heeft een ontwerpbestemmingsplan “Eurocircuit” ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan zal in april 2019 in de gemeenteraad van Valkenswaard worden behandeld. Hiervoor is bovendien een ontwerp milieueffectrapportage naar de Commissie MER gestuurd.


Bevoegdheid rechtbank

2.1

Verweerder denkt dat de rechtbank niet bevoegd is om het beroep van eisers te behandelen omdat de door eisers naar voren gebrachte geschilpunten raken aan de milieuregelgeving.


2.2

De rechtbank stelt vast dat het handhavingsverzoek van eisers de volgende grondslagen kent:

  • - Eisers stellen dat de activiteiten die door de jaren heen op de beide circuits plaatsvinden, zoals rijvaardigheidstrainingen en het rijden met crossmotoren, niet zijn vergund in de Hinderwetvergunningen in het verleden. Ook worden de beide circuits onderverhuurd aan commerciële organisaties voor personeelsfeestjes en andere activiteiten. De rechtbank verstaat dit verzoek aldus dat eisers stellen dat binnen de inrichtingen activiteiten plaatsvinden waarvoor geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo is verleend en dat wordt gehandeld in strijd met artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo.
  • - Eisers stellen dat de activiteiten binnen beide inrichtingen, inclusief de rijvaardigheidstrainingen, de toegelaten openingstijden overschrijden. De rechtbank verstaat dit verzoek aldus dat eisers stellen dat in strijd met de voorschriften van de Hinderwetvergunningen wordt gehandeld en dat wordt gehandeld in strijd met artikel 2.3 van de Wabo.
  • - Eisers stellen dat in het geldende bestemmingsplan bedrijven die commerciële activiteiten ontplooien niet zijn toegelaten evenals de onderverhuur van beide circuits aan commerciële organisaties. De rechtbank verstaat dit verzoek aldus dat eisers stellen dat wordt gehandeld in strijd met het geldende bestemmingsplan en dus in strijd met artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo.
  • - Eisers stellen dat er geen sprake is van een milieuzonering of een geluidzonering in het geldende bestemmingsplan. Dit is volgens de rechtbank geen verzoek om handhaving, maar eerder een klacht over het geldende bestemmingsplan. Met betrekking tot dit onderdeel van het verzoek zijn overigens geen beroepsgronden naar voren gebracht.

2.3

Anders dan verweerder denkt, is de rechtbank sinds de inwerkingtreding van de Wabo per 1 oktober 2010 bevoegd kennis te nemen van zaken over overtreding van alle verboden in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wabo. Deze zaken zijn niet uitgezonderd in bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is niet anders na de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:905). De wetgever heeft in artikel 8:6, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 2 van bijlage 2 van de Awb de bevoegdheid van de rechtbank om in eerste aanleg te oordelen over een beroep tegen een besluit dat betrekking heeft op handhaving van de Wet milieubeheer, behoudens enkele uitzonderingen, uitdrukkelijk uitgesloten. Het verzoek van eisers is echter niet gericht op handhaving van enig artikel in de Wet milieubeheer maar op handhaving van de Wabo.

De rechtbank is bevoegd de zaak te behandelen.


Behandeling beroepsgronden

3. De rechtbank stelt voorop dat de Afdeling in de uitspraak van 24 oktober 2018 reeds heeft geoordeeld dat beide circuits feitelijk zijn gesitueerd in afwijking van de situatie die is aangevraagd en vergund in de Hinderwetvergunningen. Reeds daarom is sprake van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo. Bovendien ligt een deel van het motorcrosscircuit op gronden die niet als circuit zijn bestemd. De Afdeling heeft ook geoordeeld dat verweerder er niet in is geslaagd aan te tonen dat het gebruik als crossterrein van de gronden binnen de bestemming "Voorlopige zandwinning/vuilstort/definitief bos" wordt beschermd door het overgangsrecht, omdat hij niet heeft weten aan te tonen wat de aard en omvang van het feitelijk gebruik op de peildatum was. Reeds daarom is sprake van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo.


4.1

Eisers hebben gesteld dat beide circuits worden gebruikt voor bedrijfsmatige commerciële doeleinden in strijd met het bestemmingsplan. Hierbij noemen zij onder andere off-road cursussen voor motorcross op het motorcrosscircuit, verzorgd door het bedrijf [naam bedrijf] . Verder noemen zij de rijvaardigheidstrainingen op het Eurocircuit. Ook zouden door een bedrijf races met crossmotoren op het Eurocircuit worden georganiseerd. Volgens eisers laat het bestemmingsplan deze commerciële activiteiten niet toe.


4.2

Verweerder vindt dat de door eisers genoemde activiteiten geen sportwedstrijden zijn maar wel beogen de ervaring, waaronder het rijden met een auto of motor op de circuits, te geven van een sportwedstrijd. Verweerder ziet in het ontwerpbestemmingsplan Eurocircuit, waarin alle door eisers genoemde activiteiten positief worden bestemd, een concreet zicht op legalisatie. Bovendien is volgens verweerder handhavend optreden (in de zin van het doen staken van al deze activiteiten) onevenredig omdat een inhaalslag moet worden gemaakt door middel van een nieuw bestemmingsplan. Verweerder verwijst naar een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 23 mei 2007 (AWB 06/287).


4.3

Op de website www.eurocircuit.nl staat de volgende tekst: “Naast races organiseert het Eurocircuit in samenwerking met Defensive Driving ook vele incentive dagen voor het bedrijfsleven. Laat uw klanten, prospects, personeel of relaties nu hun droom beleven op een unieke locatie die de gehele dag exclusief is voor uw gezelschap. Zelf rijden op het Eurocircuit hoeft niet langer een droom te zijn. Speciaal voor groepen vanaf 10 personen organiseren wij spectaculaire incentives en gaat u ZELF rijden op het Eurocircuit. Oefenen, uitproberen en vergelijken in auto’s van het Eurocircuit op zowel asfalt als gravel vormen de hoogtepunten van deze dag. Dit alles onder de deskundige leiding van instructeurs van Defensive Driving De onderhoudende en educatieve instructie heeft als hoofdthema: Veiligheid in combinatie met een sportieve en ontspannende competitie.

Keuze uit sport en ontspanning

•Antislip oefeningen

•Rijden van rallyproef

•Slalom rijden op asfalt en gravel

•Rijden met karts

•Rijden met Ford Rally Sport Trainer

•Leren driften, met je gas sturen…

•Rijden in auto met “contra”stuur

•IJsrijden, auto heeft zwenkwielen

•Als co-piloot plaatsnemen op de “hot seat” van een rallyauto en op volle snelheid een “rondje”Eurocircuit beleven.”


4.4

In de artikelen 34 en 35 van de planvoorschriften van het bestemmingsplan zijn de percelen waarop een deel van beide circuits liggen bestemd voor de uitoefening van de wieler- motor- en autosport. De door eisers genoemde activiteiten en de activiteiten op de website van het Eurocircuit zijn niet gelijk te stellen met de uitoefening van motor- en autosport in de vorm van trainingen of wedstrijden, maar zien op een commercieel respectievelijk recreatief gebruik. In zoverre zijn de door eisers genoemde activiteiten in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank merkt hierbij overigens op dat het bestemmingsplan het laten gebruiken van de gronden in strijd met het bestemmingsplan niet verbiedt, maar slechts het gebruik van de gronden in strijd met het bestemmingsplan. Dat betekent dat verweerder niet kan optreden tegen de motorcrossvereniging of de rallycrossvereniging, maar slechts tegen de daadwerkelijke bedrijven die de circuits gebruiken Verweerder is echter wel bevoegd (en daarmee in beginsel verplicht) om handhavend op te treden.


4.5

Voor een concreet zicht op legalisatie is ten minste vereist dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd waarin de door eisers genoemde activiteiten positief worden bestemd (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3470). In het ontwerpbestemmingsplan ‘Eurocircuit” wordt een aantal uren motorcross en rallycross positief bestemd. Daarnaast worden positief bestemd op het Eurocircuit activiteiten gerelateerd aan de rijvaardigheid voor het rijden op de openbare weg, voorlichting en educatie over verkeersveiligheid, 3 testdagen voor rally-auto’s en het testen van voertuigen zonder verbrandingsmotoren. Op het motorcrosscircuit worden daarnaast 2 Dakar testdagen positief bestemd.


4.6

In artikel 6.5.1 onder a onder 3, van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan lijken activiteiten verband houdende met rallycross of motorcross die meer omvatten dan 8 uren per week niet positief te zijn bestemd. Hierin is het mogelijk maken of houden van crossactiviteiten per aanduiding 'autocircuit' of 'motorcircuit' beperkt tot een maximum van 7 uur, 59 minuten en 59 seconden per week. De rechtbank kan, gelet op deze beperking, niet beoordelen of alle door eisers genoemde activiteiten binnen deze bestemming zijn toegelaten of dat de totale duur van de activiteiten te lang is. De rechtbank heeft in ieder geval twijfels bij de door eisers genoemde off-road crosstrainingen (die in combinatie met de reguliere trainingen op het motorcrosscircuit niet meer dan 8 uur per week mogen omvatten) en over enkele activiteiten op de website, zoals het rijden met karts, het rijden van een rallyproef en het ijsrijden. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende onderzocht of deze activiteiten ook in het ontwerpbestemmingsplan positief worden bestemd. In zoverre kan aan het ontwerpbestemmingsplan geen concreet zicht op legalisatie worden ontleend.


4.7

Eisers hebben daarnaast aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met de Verordening ruimte Noord-Brabant (VrNB) omdat het voorziet in een uitbreiding van een lawaaisport (in strijd met artikel 7.17 van de VrNB) en wijzen in dit verband ook op een zeer kritische zienswijze van de provincie Noord-Brabant. De rechtbank deelt de twijfels van eisers over de haalbaarheid van het ontwerpbestemmingsplan in de huidige vorm, zeker gelet op artikel 7.17 van de VrNB, maar dat is onvoldoende om aan te nemen dat het op voorhand duidelijk is dat het bestemmingsplan de eindstreep niet gaat halen. Het is niet uitgesloten dat met aanpassingen het bestemmingsplan de eindstreep wel haalt. Ook artikel 7.17 van de VrNB laat een beperkte uitbreiding van bestaande lawaaisporten toe, mits de beoogde uitbreiding in redelijke verhouding staat tot de op grond van artikel 3.1 vereiste zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. Het is nu te vroeg voor het oordeel dat het ontwerpbestemmingsplan in gewijzigde vorm de eindstreep niet zal halen.


4.8

Dat neemt niet weg dat mogelijk sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo op beide circuits waar geen sprake is van een concreet zicht op legalisatie (namelijk als de rallycross of motorcross activiteiten en alles wat daar onder valt langer dan acht uur per week duren). De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot deze overtredingen handhavend optreden niet onevenredig is. De uitspraak waar verweerder op heeft gewezen betrof een uitzonderlijk geval. Anders dan in die zaak, sluit de rechtbank in deze zaak niet uit dat eisers niet geringe overlast van het gebruik van de circuits ondervinden, zeker als dit gebruik langer duurt dan is toegelaten. Verweerder heeft wel een beginselplicht tot handhaving. Eisers hebben onweersproken gesteld dat de activiteiten al enige tijd plaatsvinden. Verweerder heeft dit niet onderzocht. De rechtbank is van oordeel dat een actualisering van de oude Hinderwetvergunningen en een actualisering van het bestemmingsplan al lang had moeten gebeuren. Het verzuim van verweerder om dit te doen, kan er niet toe leiden dat verweerder dan maar afziet van handhaving en eisers in de kou en de herrie laat zitten.


4.9

De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit op dit onderdeel onvoldoende is gemotiveerd en is voorbereid.


5.1

Eisers zijn voorts van mening dat de commerciële activiteiten zonder omgevingsvergunning worden verricht in strijd met artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo. Volgens eisers geeft verweerder een onjuiste uitleg aan voorschrift J7 van de Hinderwetvergunningen.


5.2

Verweerder heeft gesteld dat de activiteiten door het bedrijf Supermoto, welke strijdig waren met de milieuvergunning, inmiddels zijn beëindigd. De overige activiteiten door derden vallen onder hetgeen ingevolge de Hinderwetvergunningen is toegestaan. Andere activiteiten dan rallycross- of motorwedstrijden moeten volgens verweerder worden getoetst aan voorschrift J7 van de omgevingsvergunning. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat het gebruik van de circuits voor trainingen, cursussen en personeeluitjes en dergelijke niet is aangevraagd.


5.3

In artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is bepaald dat in afwijking van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Wabo geen omgevingsvergunning is vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan die in overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning en de daaraan verbonden voorschriften.


5.4

Voorschrift J7 in de Hinderwetvergunning voor het Eurocircuit luidt als volgt:

De geluidbelasting, afkomstig van de in de inrichting aanwezige installaties, alsmede veroorzaakt door de activiteiten, mag indien er geen sprake is van een rallycross of training gemeten volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai IL-HR-13-01 en beoordeeld volgens deze handleiding, ter plaatse van een woning van derden of een andere geluidgevoelige bestemming niet hoger zijn dan:

- 45 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur en

- 40 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en

- 35 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur.

Voorschrift J.7 in de Hinderwetvergunning voor het Motorcrosscircuit bevat een soortgelijke bepaling.

Voorschriften J6 van de omgevingsvergunning voor het Eurocircuit en J8 van de omgevingsvergunning voor het motorcrosscircuit zijn bijna identiek. Daarin is bepaald dat na 20:00 uur niet met crossauto’s respectievelijk crossmotoren op het desbetreffende circuit gereden mag worden. Voorts bepalen deze voorschriften: “Bovendien is het - uitgezonderd voor ten hoogste drie weekenden per kalenderjaar in verband met ruimere openstellingstijden met het oog op te houden wedstrijden of het voorbereiden van zodanige wijdstrijden (de rechtbank leest: wedstrijden) - verboden de inrichting acht uren per week of meer open te stellen. […]."


5.5

In onderdeel C van bijlage I van het Bor zijn onder 19.1 als categorie aangewezen de inrichtingen waar gelegenheid wordt geboden tot het gebruiken van bromfietsen, motorvoertuigen of andere gemotoriseerde voer- of vaartuigen in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden.


5.6

De door eisers genoemde activiteiten zijn allemaal activiteiten die vallen binnen deze categorie. Op deze activiteiten zijn de voorschriften van beide Hinderwetvergunningen van toepassing. Ook als bij een activiteit beide circuits worden gebruikt, maakt dat niet dat de in de omgevingsvergunningen ter bescherming van het milieu opgenomen voorschriften buiten toepassing moeten blijven. De door eisers genoemde activiteiten zijn echter geen rallycross- of motorcrosswedstrijden of trainingen. Het zijn overige activiteiten waar voorschriften J.6, J.7 en J.8 van de Hinderwetvergunningen op van toepassing zijn. Gelet op artikel 2.4, eerste lid, van het Bor is de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheid dat bij de aanvraag voor de Hinderwetvergunningen geen commerciële activiteiten zijn aangevraagd, nog niet wil zeggen dat deze activiteiten reeds daarom zijn verboden. Maar verweerder had wel moeten beoordelen of bij deze activiteiten wordt voldaan aan voorschriften J.6, J.7 en J.8 van de Hinderwetvergunningen. Voorschrift J.7 bevat een relatief lage geluidsgrenswaarde. De rechtbank twijfelt of hier aan kan worden voldaan. De rechtbank vraagt zich bovendien af of, als alle door eisers genoemde activiteiten gaan meetellen, daadwerkelijk kan worden voldaan aan voorschriften J.6 en J.8 van de Hinderwetvergunningen en de daarin opgenomen beperking aan de openstelling van de circuits. Onder deze omstandigheden sluit de rechtbank niet uit dat voor de door eisers genoemde activiteiten een omgevingsvergunning is vereist voor het uitbreiden van (bei)de inrichtingen en dat sprake is van overtreding van artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo. Verweerder heeft dit allemaal niet of nauwelijks onderzocht zodat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:11 van de Awb.


Conclusie

6. Gelet op het bovenstaande is het beroep gegrond en vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, reeds vanwege de lopende bestemmingsplanprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een geluidzonering, hetgeen volgens de rechtbank verweerder noodzaakt om de oude Hinderwetvergunningen te actualiseren, iets dat verweerder al lang had moeten doen. Dit brengt wel met zich mee dat de rechtbank niet kan overzien hoe lang het herstel van de gebreken zou moeten gaan duren. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van tien weken. Verweerder zal wel daadwerkelijk wat moeten gaan doen. Met het oog daarop verbindt de rechtbank een dwangsom aan het overschrijden van de gestelde termijn van € 500,00 per week of gedeelte van een week met een maximum van € 10.000,00 dat verweerder in gebreke blijft om opnieuw te beslissen op de bezwaren van eisers.


7. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hun betaalde griffierecht vergoedt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat geen sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De rechtbank zal verweerder niet veroordelen in de gemaakte reiskosten omdat de gemachtigde van eisers al in zaak SHE 18/3201 de gemaakte proceskosten vergoed krijgt.

Beslissing


De rechtbank:

  • - verklaart het beroep gegrond;
  • - vernietigt het bestreden besluit;
  • - draagt verweerder op binnen tien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500,00 per week of gedeelte van een week dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 10.000,00;
  • - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,00 aan eisers te vergoeden.





Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzitter, en mr. G. Aarts en mr. C.N. van der Sluis, leden, in aanwezigheid van mr. A.F. Hooghuis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2019.






griffier voorzitter



Afschrift verzonden aan partijen op:



Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.