Rechtbank Rotterdam, 15-03-2016 / 10/996520-15v


ECLI:NL:RBROT:2016:1836

Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het financieren van terrorisme, aan overtreding van de Sanctiewet en aan het medeplegen van valsheid in geschrift teneinde een terroristisch misdrijf te bevorderen. De verdachte heeft door het overmaken van geldbedragen (in totaal bijna € 17.000,-) aan zijn broer die zich als jihadstrijder voor IS(IS) in het strijdgebied van Syrië bevindt, een bijdrage geleverd aan de (verdergaande) destabilisering en onveiligheid in (de regio van) Syrië. Immers, het is een feit van algemene bekendheid dat jihadistische groeperingen in Syrië zich op grote schaal schuldig maken aan grove mensenrechtenschendingen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2016-03-15
Publicatiedatum
2016-03-11
Zaaknummer
10/996520-15v
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Rotterdam

Team straf 1


Parketnummer: 10/996520-15

Datum uitspraak: 15 maart 2016

Tegenspraak


Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:


[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

[adres] ,

feitelijk verblijvende op het adres [adres] ,

raadsman mr. M. de Boorder, advocaat te Den Haag.

1Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 maart 2016.

2Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging. De oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering is na toewijzing van de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.


De beschuldigingen komen - kort gezegd - op het volgende neer:


De verdachte wordt verweten dat hij meermalen, gedurende een periode van ongeveer 14 maanden, geld heeft verzameld en dit door middel van money transfers aan tussenpersonen in Turkije heeft overgemaakt, welke tussenpersonen het geld aan de naar Syrië uitgereisde broer van de verdachte, te weten [Hatim R.] , hebben doen toekomen, terwijl de verdachte wist dat zijn broer in Syrië als jihadstrijder actief is. Tevens wordt de verdachte valsheid in geschrift verweten doordat hij - teneinde geld naar zijn broer in Syrië te kunnen sturen en zo een terroristisch misdrijf te bevorderen - een verzoek voorlopige aanslag valselijk heeft opgemaakt en bij de belastingdienst heeft ingediend.

Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat de verdachte zich door voornoemde handelwijze aan vier verschillende strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, te weten:

het financieren van terrorisme;

het opzettelijk overtreden van de Sanctiewet 1977 en de Sanctieregeling Al-Qa’ida 2011;

het opzettelijk overtreden van de Sanctiewet 1977 en de Sanctieregeling terrorisme 2007-II;

het medeplegen van valsheid in geschrift met het oogmerk een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

3Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A. Lodder heeft gevorderd:

  • - bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 (zowel het impliciet eerste als tweede cumulatief/alternatief), ten laste gelegde;
  • - veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en onder de bijzondere voorwaarden zoals door Reclassering Nederland in het rapport van 17 september 2015 geadviseerd. De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

4Aanleiding onderzoek

In de onderhavige zaak is een strafrechtelijk onderzoek gestart naar aanleiding van een proces-verbaal van de Financial Intelligence Unit Nederland (hierna: FIU).

In het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) melden (financiële) instellingen voorgenomen of uitgevoerde transacties aan FIU-Nederland. FIU-Nederland is belast met het onderzoek naar deze ongebruikelijke transacties om vast te stellen of de gemelde transacties verdacht dienen te worden verklaard teneinde deze als verdachte transacties ter beschikking van opsporingsdiensten en openbaar ministerie te stellen.


Uit het onderhavige onderzoek door de FIU is naar voren gekomen dat de verdachte via tussenpersonen in Turkije, genaamd [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , negen maal via money transfers - te weten 8 maal via Western Union en 1 maal via Money Gram - geld heeft getransfereerd naar zijn broer [Hatim R.] , die sinds 11 september 2014 voorkomt op de Nederlandse Nationale Terrorismelijst en bij vonnis van 10 december 2015 door de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2015:14365) onder andere is veroordeeld voor deelname aan een organisatie met het oogmerk van het plegen van terroristische misdrijven, te wetten IS(IS), in de periode van 1 januari 2012 tot en met 27 augustus 2014.


5. Ontvankelijkheid officier van justitie ten aanzien van feit 4 impliciet tweede cumulatief/alternatief


De verdachte wordt verweten opzettelijk gebruik te hebben gemaakt van een vals geschrift, te weten een ‘verzoek voorlopige aanslag’ voor de inkomstenbelasting waarin verzonnen gegevens waren vermeld.


Het opzettelijk onjuist doen van een ‘bij de belastingwet voorziene aangifte’ is strafbaar gesteld in artikel 69 tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De rechtbank beschouwt een verzoek voorlopige aanslag voor de inkomstenbelasting, wanneer dat zoals in het voorliggende geval is gedaan op een door de belastingdienst daartoe ontworpen formulier en op de daartoe geëigende manier bij de belastingdienst is ingediend, als een ‘bij de belastingwet voorziene aangifte’ (vgl. Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:HR:2001:AD4466).


Wanneer een feit zowel onder artikel 69 tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) valt, als onder artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is strafvervolging op grond van het laatstgenoemde artikel uitgesloten (vgl. artikel 69, vierde lid, AWR).


De rechtbank zal daarom de officier van justitie ten aanzien van feit 4 gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaren.


6Bewijsoverwegingen

Algemeen

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat zijn verklaringen bij de FIOD/ECD - zoals deze zich in het dossier bevinden - geen juiste weergave zijn van wat hij toen en daar heeft gezegd of wat er in werkelijkheid is gebeurd. De verhorende ambtenaren hebben hem onder druk gezet en uiteindelijk heeft hij maar bevestigd wat zij hem voorhielden. Hij heeft zijn verklaringen ondertekend omdat hij snel van het verhoor af wilde zijn.


De rechtbank oordeelt als volgt.


Voorop gesteld wordt dat de verdachte één keer door de politie, vervolgens zes keer door de FIOD/ECD en nog één keer bij de rechter-commissaris is gehoord, maar de verdachte dit verweer ter terechtzitting voor het eerst naar voren brengt. Uit geen van de processen-verbaal blijkt van enige uitgeoefende druk en de verdachte heeft het verweer verder ook niet onderbouwd. Dit betekent dat in ieder geval niet kan worden geoordeeld dat de verklaringen van de verdachte niet in vrijheid zijn afgelegd. Verder worden grote delen van de verklaring van de verdachte onderbouwd door schriftelijke stukken of verklaringen van anderen. Gelet op voormelde omstandigheden, gaat de rechtbank uit van de verklaringen van de verdachte zoals deze tegenover de opsporingsambtenaren van in het bijzonder de FIOD/ECD zijn afgelegd.


Feit 1


Vaststaat dat de verdachte via tussenpersonen in Turkije, genaamd [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , negen maal via money transfers, geld heeft getransfereerd naar zijn broer [Hatim R.] in Syrië in de periode van 16 september 2013 tot en met 24 december 2014. Zijn broer heeft dit geld ontvangen. Voorts staat vast dat [Hatim R.] sinds maart 2013, met een onderbreking in mei 2013, in Syrië is en namens IS(IS) deelneemt aan de terroristische strijd in Syrië, waarvoor hij door de rechtbank in Den Haag tot zes jaar gevangenisstraf is veroordeeld. Vast staat ook dat de verdachte sinds mei 2013 heeft geweten dat zijn broer Hatim ‘een strijder’ is. Het financieel ondersteunen van een strijder van de IS(IS) is het verlenen van geldelijke steun aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, ook als dit geld niet rechtstreeks voor het plegen van de terroristische misdrijven wordt gebruikt.


Het betoog van de raadsman, dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken, omdat de verdachte geldbedragen naar zijn broer in Syrië heeft overgemaakt met als doel het voor zijn broer mogelijk te maken naar Nederland terug te keren, wordt verworpen. Om te beginnen ontkent dit betoog slechts dat het geld diende om terroristische misdrijven te bevorderen zoals is ten laste gelegde onder de feiten 1 en 4 en voorts mist dit feitelijke grondslag. Tijdens de terechtzitting is aannemelijk geworden dat Hatim in mei 2013 op het punt heeft gestaan om vanuit Turkije terug te keren naar Nederland. Hij heeft dit (uiteindelijk) niet gedaan en is naar Syrië gegaan. De eerste money transfer dateert van september 2013 en omvat een bedrag van € 4.713,-. Daarna zijn vanaf 21 mei 2014 tot 24 december 2014 nog acht money transfers gevolgd met een totaal bedrag van ruim € 12.000,. De omvang van de money transfers en de frequentie maken duidelijk, dat zeker vanaf 21 mei 2014 de verdachte niet de bedoeling kon hebben gehad om zijn broer te laten terugkeren. Nu hetgeen de raadsman overigens heeft aangevoerd niet tot een andere conclusie kan leiden, is het feit onder 1 bewezen.


Feit 2


'IS', Islamitische Staat, ook wel Islamitische Staat in Irak en al-Sham (IS(IS)), Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL) is een gewapende groepering gelinkt aan Al-Qa’ida.


De Verenigde Naties houden IS(IS) verantwoordelijk voor diverse schendingen van mensenrechten en oorlogsmisdaden. De organisatie IS(IS) is, als zijnde gelieerd aan Al-Qa’ida, opgenomen in Bijlage I van de EG verordening 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002. Het is derhalve verboden om, voor zover hier van belang, geld ter beschikking te stellen aan deze organisatie. Ook is het verboden om indirect, dus bijvoorbeeld aan een persoon die strijdt voor IS(IS), aan deze organisatie geld ter beschikking te stellen. Overtreden van deze bepaling is strafbaar gesteld in de Sanctiewet.


Met het ter beschikking stellen van geld aan zijn broer als bovenomschreven, die in elk geval gedurende de ten laste gelegde periode deel heeft uitgemaakt van IS(IS), heeft de verdachte deze bepaling overtreden en is het feit onder 2 bewezen.


Feit 3


Als gezegd is, bij besluit van 11 september 2014 van de Minister van Buitenlandse Zaken, [Hatim R.] op de Nationale Terrorismelijst geplaatst. Het besluit houdt in dat alle aanwezige tegoeden dienen te worden bevroren en dat geen financiële middelen aan [Hatim R.] mogen worden verstrekt.

De verdachte heeft in zijn verhoren bij de FIOD/ECD verklaard dat hij wist dat zijn broer in september 2014 op de Nationale Terrorismelijst was geplaatst en dat dit de reden was dat hij op 16 oktober 2014 en op 24 december 2014 op naam van anderen geld aan zijn broer had overgemaakt.


Hieruit volgt dat ook het feit onder 3 is bewezen.


Feit 4


Bij de FIOD/ECD heeft de verdachte verklaringen afgelegd die er in grote lijn op neerkomen, dat hij eerder tevergeefs had geprobeerd geld terug te vragen bij de belastingdienst. Hij heeft iemand gevraagd hem te helpen en samen met die persoon de aangifte gedaan. Daarbij heeft hij die aangifte ondertekend met zijn DigiD. De verdachte heeft zelf de valse bedragen verzonnen. Verder heeft hij verklaard dat hij de valse aangifte heeft gedaan om geld naar zijn broer te kunnen sturen. Dit laatste blijkt ook uit het geheel van de bewezenverklaarde feiten. Het feit onder 4, voor zover aan het oordeel van de rechtbank onderworpen, is bewezen.

7Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud opgenomen van de wettige bewijsmiddelen die zien op de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt. Op grond daarvan en op grond van bovenstaande bewijsoverwegingen, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 (impliciet eerste cumulatief/alternatief) ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:


1.


hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 24 december 2014

te Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of te Hatay en/of te Istanbul en/of

(elders) in Turkije en/of Syrië en/of Irak,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of (een)

(rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen heeft

verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen heeft verzameld, heeft verworven,

voorhanden heeft gehad of aan een ander heeft verschaft, die geheel of

gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienden om geldelijke steun te

verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter

voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten:


- deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a Wetboek van Strafrecht) en/of

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands

dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk (art.157 en/of 176a jo art. 83 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot het in artikel 157 van het wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf (zoals bedoeld in artikel 176b jo 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (art. 288a en/of 289 jo art. 83 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot de in artikelen 288a en/of 289 van het wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven (zoals bedoeld in artikel 289a jo 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht) (te) begaan met een terroristisch oogmerk,


immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) alstoen aldaar


(via (een) money transfer(s)) (een) (geld)bedrag(en) van:

-4.713 euro (op 16 september 2013) (Doc-015-07) en/of

-1.400 euro (op 21 mei 2014) (Doc-015-08) en/of

-326 euro (op 29 mei 2014) (Doc-015-02) en/of

-70 euro (op 13 juni 2014) (Doc-015-03) en/of

-5.000 euro (op 15 juli 2014) (Doc-015-09) en/of

-1.456 euro (op 6 september 2014) (Doc-015-05) en/of

-1.306 euro (op 15 september 2014) (Doc-015-06) en/of

-1.701 euro (op 16 oktober 2014) (Doc-033) en/of

-965 euro (op 24 december 2014) (Doc-043 en/of Doc-044),

althans één of meer (geld)bedrag(en) aan (een) tussenperso(o)n(en) in

Turkije verzonden en/of doen toekomen en/of naar Turkije verzonden,


terwijl dit/deze (geld)bedrag(en) (telkens) bestemd was/waren om geldelijke steun te verlenen aan de gewapende Jihadstrijd en/of (een) strijder(s) van die gewapende Jihadstrijd in Syrië en/of Irak, in welke strijd terroristische misdrijven worden gepleegd, te weten ten behoeve van [Hatim R.] , zijnde de broer van verdachte en/of een strijder van de gewapende Jihadstrijd, te weten van terroristische organisatie(s) IS en/of Al-Qaida dan wel een strijdgroep die hieraan is gelieerd, althans een gewapende Jihadistische strijdgroep, welke strijder en/of strijdgroep(en)/organisatie(s) tot oogmerk had(den)/heeft/hebben het plegen van terroristische misdrijven, en/of aldus diende(n) om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan de gewapende strijd in Syrië en/of in Irak, in elk geval om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf dan wel een van de hiervoor specifiek genoemde misdrijven;


2.


hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 augustus 2013

tot en met 24 december 2014

te Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of Turkije en/of Syrië en/of Irak,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of (een) rechtsperso(o)n(en),

althans alleen,

(telkens) opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 en/of 3 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 en/of artikel 2a van de

Sanctieregeling Al-Qaida 2011 juncto artikel 2 en/of artikel 4 van

Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van de Europese unie van 27 mei

2002 (jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 van de Commissie

en/of jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014 van de Commissie

en/of jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 630/2014 van de Commissie),

heeft gehandeld door:

aan of ten behoeve van Islamic State of Iraq en/of ISI en/of Islamic State in

Iraq and the Levant en/of Jabhat al-Nusra en/of Jabhet al-Nusra en/of Al-Nusrah Front en/of Al-Nusra Front en/of Al-Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida (in Irak), zijnde (een) (rechts)perso(o)n(en), groep(en) of entiteit(en) als bedoeld in de bij Verordening nr. 881/2002 (en/of Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 en/of

Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014 en/of Uitvoeringsverordening (EU) Nr.

630/2014) behorende lijst(en) en/of als bedoeld in de lijst, vastgesteld door

het comité, bedoeld in paragraaf 6 van Resolutie 1267 van de Veiligheidsraad

van de Verenigde Naties,

direct of indirect tegoeden en/of economische middelen ter beschikking te

stellen (waardoor voornoemde groep(en) of entiteit(en) tegoeden, goederen of

diensten kunnen verwerven) en/of bewust en opzettelijk deel te nemen aan

activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de bepalingen van artikel 2 van

Verordening (EG) nr. 881/2002 te omzeilen, doordat hij en/of zijn medeverdachte(n)

( a) voor en/of aan en/of ten behoeve van Islamic State of Iraq en/of ISI en/of

Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al-Nusra en/of Jabhet al-Nusra en/of Al-Nusrah Front en/of Al-Nusra Front en/of Al-Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida (in Irak) direct of

indirect (een) geldbedrag(en) ter beschikking heeft/hebben gesteld van

-4.713 euro (op 16 september 2013) (Doc-015-07) en/of

-1.400 euro (op 21 mei 2014) (Doc-015-08) en/of

-326 euro (op 29 mei 2014) (Doc-015-02) en/of

-70 euro (op 13 juni 2014) (Doc-015-03) en/of

-5.000 euro (op 15 juli 2014) (Doc-015-09) en/of

-1.456 euro (op 6 september 2014) (Doc-015-05) en/of

-1.306 euro (op 15 september 2014) (Doc-015-06) en/of

-1.701 euro (op 16 oktober 2014) (Doc-033) en/of

-965 euro (op 24 december 2014) (Doc-043 en/of Doc-044),

althans één of meer (geld)bedrag(en) en/of

(b) op andere wijze (in)direct tegoeden en/of financiële activa en/of

economische middelen ter beschikking heeft/hebben gesteld aan Islamic State of Iraq

en/of ISI en/of Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al-Nusra en/of Jabhet al-Nusra en/of Al-Nusrah Front en/of Al-Nusra Front en/of Al-Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida (in Irak)


3.


hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 september 2014 tot en met 24 december 2014

te Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of te Hatay en/of te Istanbul en/of

(elders) in Turkije,

tezamen en in vereniging met [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of (een)

ander(en) en/of (een) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 (lid 2) en/of

artikel 3 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 lid 4 van

de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II juncto Resolutie 1373 van de

Veiligheidsraad, heeft gehandeld doordat hij en/of zijn medeverdachte(n) rechtstreeks dan wel middellijk middelen (in de vorm van (een) (geld)bedrag(en) van

-1.701 euro (op 16 oktober 2014) (Doc-033) en/of

-965 euro (op 24 december 2014) (Doc-043 en/of Doc-044),

althans één of meer (geld)bedrag(en)

(via (een) tussenperso(o)n(en) in Turkije) aan [Hatim R.] ter

beschikking heeft/hebben gesteld terwijl [Hatim R.] bij besluit van 11

september 2014 door de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met

de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Financiën is

aangewezen als persoon jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van

toepassing is


4.


hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot

en met 9 juli 2014, althans op 9 juli 2014

te Leidschendam-Voorburg en/of Den Haag en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander(en) en/of (een) (rechts)perso(o)n(en),

althans alleen,

(een) verzoek Voorlopige Aanslag 2014 IB/PVV en/of IBPV Verzoek 2014 (voor

en/of ten behoeve van BSN 016073694 (van verdachte)) (voor het belastingjaar

2014) (Doc-004 en/of Doc-025)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft

doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte

en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid - op/in voornoemd geschrift(en)

-(een) loonbedrag(en) en/of andere inkomsten uit tegenwoordige

dienstbetrekking (afkomstig van werkgever hebu synergy) (van 150.000 euro)

en/of

-(een) aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten (van 2000 euro) en/of

-(een) aftrekbaar bedrag levensonderhoud kinderen (van 19.000 euro) en/of

-(een) aftrekbaar bedrag weekenduitgaven ernstig gehandicapten (van 10.100

euro) en/of

-(een) bedrag giften (van 1000 euro)

vermeld en/of doen vermelden


zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken en/of


gepleegd met het oogmerk om (een) terroristisch(e) misdrij(f)(ven) voor te bereiden of gemakkelijk te maken.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

8Strafbaarheid feiten

Kwalificatie

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 het verweer gevoerd dat sprake is van één feitencomplex in de zin van artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zodat sprake is van eendaadse samenloop in de zin van artikel 55, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.


De rechtbank oordeelt als volgt.


De Memorie van Toelichting bij artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht houdt voor zover van belang in:


“Ten slotte zij nog gewezen op het onderscheid tussen de voorgestelde strafbaarstelling van het financieren van terrorisme en overtreding van de Sanctiewet 1977. Op grond van de Sanctiewet 1977 is het onder andere strafbaar om financiële middelen te verstrekken aan personen of entiteiten die op een van de bevriezingslijsten van de VN of de EU inzake terrorisme staan (zie o.a. bijlage Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB). De strafbaarstelling van terrorismefinanciering beperkt zich echter zeker niet tot het verstrekken van financiële middelen aan personen of organisaties die in het kader van een bevriezingsinstrument als terrorist respectievelijk terroristische organisatie zijn aangemerkt. De NVvR leek er in zijn advies van uit te gaan, dat met de strafbaarstelling van het overtreden van de Sanctiewet in alle gevallen een bruikbaar alternatief bestaat voor de voorgestelde strafbaarstelling. Dat is dus niet het geval. Het is overigens wel denkbaar dat een persoon geld inzamelt en dat verzendt aan een organisatie die figureert op een bevriezingslijst. De dader pleegt dan twee verschillende delicten.”


Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat sprake is van meerdaadse samenloop. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.


De bewezen feiten leveren op:


ten aanzien van feit 1:

financieren van terrorisme, meermalen gepleegd;


ten aanzien van feit 2:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens art. 2 van de Sanctiewet 1977, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;


ten aanzien van feit 3:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens art. 2 van de Sanctiewet 1977, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;


ten aanzien van feit 4 (impliciet eerste cumulatief/alternatief):

medeplegen van valsheid in geschrift, terwijl het feit wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken.


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.


De feiten zijn dus strafbaar.

9Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.


De verdachte is dus strafbaar.

10Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.


Feiten waarop de straf is gebaseerd


De verdachte heeft, in een periode van ongeveer veertien maanden, negen keer geldbedragen - in totaal een bedrag van bijna € 17.000,- - vanuit Nederland overgemaakt aan twee tussenpersonen in Turkije. Deze geldbedragen waren bestemd voor de broer van de verdachte die zich als jihadstrijder voor IS(IS) in het strijdgebied van Syrië bevindt en deze geldbedragen zijn ook daadwerkelijk bij zijn broer terecht gekomen. Daarbij heeft de verdachte - nadat zijn broer op 11 september 2014 op de Nationale Terrorismelijst was geplaatst - teneinde zijn handelen te verhullen, twee nietsvermoedende derden tegen betaling betrokken bij het plegen van deze feiten door met gebruikmaking van hun identiteitsbewijzen (in ieder geval) twee keer een geldbedrag ten behoeve van zijn broer te transfereren.


De verdachte heeft door het overmaken van geldbedragen zowel de Europese regelgeving als de nationale wetgeving naast zich neergelegd. Deze regelgeving is internationaal gezien van groot belang omdat het doel ervan is te komen tot een gezamenlijke handhaving of herstel van de internationale vrede en veiligheid alsmede de internationale rechtsorde en de bestrijding van terrorisme te bevorderen. Door deze verboden te overtreden heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de (verdergaande) destabilisering en onveiligheid in (de regio van) Syrië. Immers, het is een feit van algemene bekendheid dat jihadistische groeperingen in Syrië zich op grote schaal schuldig maken aan grove mensenrechtenschendingen. De verdachte heeft zich door zijn handelwijze dan ook schuldig gemaakt aan ernstige misdrijven.


Tevens heeft de verdachte samen met een ander - voornamelijk met als doel om (via money transfers) geld naar zijn broer in Syrië te kunnen overmaken - gefraudeerd door een onjuist verzoek Voorlopige Aanslag Inkomstenbelasting / Premie Volksverzekeringen voor zichzelf bij de belastingdienst in te dienen. Hierdoor is de belastingdienst ten onrechte bewogen tot afgifte van geldbedragen, waarmee de overheid voor een aanzienlijk bedrag is benadeeld. Aldus heeft de verdachte tevens misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming.


Persoonlijke omstandigheden van de verdachte:


Strafblad


De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 december 2015, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.


Rapportages


Reclassering Nederland (hierna ook: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 september 2015. Dit rapport houdt - kort samengevat - het volgende in.


De verdachte stelt zich coöperatief en begeleidbaar op. De reclassering adviseert aan de verdachte als bijzondere voorwaarden op te leggen een meldplicht, een ambulante behandeling gericht op rouwverwerking bij forensisch psychiatrische polikliniek De Waag, of soortgelijke ambulante forensische zorg alsmede de verplichting zich in te spannen voor het afbetalen van schulden en het vinden van passende dagbesteding.


De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.


Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van het ‘Voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever’ afkomstig van Reclassering Nederland, gedateerd 24 februari 2016. Dit verslag houdt - kort samengevat - het volgende in.


De reclassering conformeert zich aan het plan van aanpak zoals voorgesteld in het reclasseringsrapport van 17 september 2015. De verdachte komt zijn afspraken na, zet zich in tijdens het toezicht en wil zijn toekomst in Nederland opbouwen. Hij heeft erg goed contact met zijn beide ouders, hij heeft een vriendin, hij is op zoek naar werk en hij wil zijn schulden zo snel mogelijk aflossen. De verdachte is blij met de financiële ondersteuning vanuit de stichting Multi-Care en geestelijke bijstand vanuit Palier.


T.W. van de Kant, GZ-psycholoog, en J.L.J. Volders, forensisch milieurapporteur, hebben een multidisciplinair rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 8 januari 2016. Dit rapport houdt onder andere het volgende in.


Bij de verdachte is sprake van een langdurig aanwezige dysthyme stoornis. Een dysthyme stoornis gaat gepaard met een milde depressieve stemming gedurende lange tijd, zonder dat sprake is van een depressieve episode. Daarnaast functioneert de verdachte op zwakbegaafd niveau. Tijdens het tenlastegelegde - met uitzondering van de valsheid in geschrift - werden de gedragskeuzen en gedragingen van de verdachte beïnvloed door voormelde (persoonlijkheids)problematiek.

Uit het milieuonderzoek is duidelijk geworden dat het vertrek van zijn jongere broer naar Syrië een zware wissel op de verdachte heeft getrokken. Hij is een intellectueel beperkte man, met weinig adequate probleemoplossingsvaardigheden. Door deze problematiek lijkt de verdachte onvoldoende in staat te zijn geweest zijn plannen om geld naar zijn broer in Syrië over te maken, kritisch tegen het licht te houden. Hij wilde zijn broer helpen, maar hij lijkt zich onvoldoende te hebben en kunnen realiseren dat hij hiermee wederrechtelijk heeft gehandeld. En als hij dit wist, was hij onvoldoende in staat de consequenties daarvan ten volle in te kunnen schatten. Geadviseerd wordt daarom de verdachte ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 - indien bewezen - als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Bij de ten laste gelegde belastingfraude/valsheid in geschrift, lijken dezelfde factoren zoals nalatigheid, naïviteit en het onvoldoende inzien van de consequenties, eveneens een rol te hebben gespeeld. Echter, er is ook sprake van opportunisme. De verdachte wist dat hij geen 150.000 euro had verdiend, dat hij geen kinderen heeft en dat hij evenmin zorgkosten voor gehandicapten maakt, die hij wel heeft opgegeven. De verdachte was simpelweg in de naïeve veronderstelling dat de belastingdienst daar niet achter zou komen. Het is voorstelbaar dat de verdachte de belastingfraude/valsheid in geschrift heeft gezien als eenvoudige mogelijkheid om aan geld te komen, wat hij aan zijn broertje over kon maken. Hierbij geldt ook dat hij de consequenties van zijn handelen niet volledig heeft overzien, maar hij was zich wel bewust van de wederrechtelijkheid van zijn handelen. Geadviseerd wordt daarom de verdachte ten aanzien van feit 4 - indien bewezen - als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Het normbesef van de verdachte is, in samenhang met de gebrekkige intellectuele capaciteiten, beperkt. Zijn broer verblijft nog steeds in Syrië en de verdachte heeft ook contact met zijn broer. Hoewel het contact tussen de broers thans als oppervlakkig wordt beschreven door de verdachte, is het wel voorstelbaar dat hij zich zal inzetten voor (de veiligheid van) zijn broer. Dit geheel maakt het voorstelbaar dat de verdachte op termijn opnieuw tot grensoverschrijdend gedrag zou kunnen komen wanneer zijn broer een beroep op hem doet.

Conclusies van de rechtbank


Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.


Toerekenbaarheid


De rechtbank neemt de conclusie uit voormeld multidisciplinair rapport, inhoudende dat de verdachte ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 - indien bewezen - als verminderd toerekeningsvatbaar is te beschouwen, niet over. Daartoe is redengevend dat de conclusie in het rapport naar het oordeel van de rechtbank niet wordt gedragen door de bevindingen van de deskundigen. Zo wordt op pagina 22 van het rapport gerelateerd dat de verdachte de naïeve en weinig verbaal begaafde indruk mogelijk ook (ten dele) bewust inzet, dat hij een weinig betrouwbare indruk maakt en dat hij het achterste van zijn tong niet laat zien. Ook stellen de deskundigen dat in het tweede gesprek een wat meer bewuste, manipulatieve kant van de verdachte op de voorgrond komt te staan met het doel een sociaal aangepast beeld van zichzelf te schetsen. Genoemde bevindingen van de deskundigen komen overeen met hetgeen de rechtbank ook ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank vermag dan ook niet in te zien dat de verdachte door zijn (persoonlijkheids)problematiek onvoldoende in staat zou zijn geweest de consequenties van zijn handelen te overzien. Immers, de verdachte is - nadat hij wist dat zijn broer op de Nationale Terrorismelijst was geplaatst - bewust met gebruikmaking van het identiteitsbewijs van anderen doorgegaan met het overmaken van geldbedragen naar zijn broer. Daarbij komt dat de verdachte tevens, om geld ten behoeve van zijn broer te verkrijgen, belastingfraude heeft gepleegd en hij voor dit feit volgens de deskundigen wel als volledig toerekeningsvatbaar is te beschouwen.


De verdachte wordt ten aanzien van alle bewezen verklaarde feiten dus toerekeningsvatbaar geacht.


Straf


Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Tevens heeft de rechtbank als strafmatigende factor laten meewegen dat de verdachte mogelijk niet (enkel) uit ideologische motieven ofwel uit sympathie voor de door IS(IS) gevoerde gewelddadige jihadstrijd in Syrië, heeft gehandeld, maar (mede) vanuit de zorgen die verdachte had om zijn broer. Echter, dit neemt niet weg dat in zaken als deze van de straf een duidelijk signaal dient uit te gaan. Niet alleen dient deze verdachte ingescherpt te worden dat zijn handelen strafbaar en strafwaardig is, ook aan anderen dient duidelijk te zijn dat het financieel ondersteunen van een (dierbaar) familielid die zich als jihadstrijder in Syrië bevindt, geen reden mag zijn om de norm terzijde te stellen.


Nu de reclassering bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht en de rechtbank hiervan de noodzaak ook inziet, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Hierbij zal, in verband met het recidiverisico en de aard en omvang van de thans bewezenverklaarde feiten, een proeftijd voor de duur van drie jaren worden gehanteerd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding de op te leggen bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.


Slotsom


Alles afwegend acht de rechtbank een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van hierna te melden duur passend en geboden.


Voorlopige hechtenis


De rechtbank stelt vast dat de voorlopige hechtenis van de verdachte tot en met de datum van de einduitspraak in zijn strafzaak is geschorst en dat het eerder uitgevaardigde bevel tot voorlopige hechtenis derhalve met ingang van 16 maart 2016 herleeft.

11Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d, 47, 57, 225 en 421 van het Wetboek van Strafrecht;

  • - 1, aanhef en onder 1°, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
  • - 2 en 3 van de Sanctiewet 1977;
  • - 2 en 2a van de Sanctieregeling Al-Qa’ida 2011;
  • - 2 van de Sanctieregeling terrorisme 2007-II;
  • - 2 en 4 van Verordening (EG) Nr. 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002;
  • - 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 van de Commissie van de Europese Unie van 28 juni 2013;
  • - 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014 van de Commissie van de Europese Unie van 28 mei 2014;
  • - 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 630/2014 van de Commissie van de Europese Unie van 12 juni 2014.

12Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13Beslissing

De rechtbank:


verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging voor zover het betreft het onder 4 impliciet tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde;


verklaart de officier van justitie voor het overige ontvankelijk in de vervolging;


verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 (impliciet eerste cumulatief/alternatief) ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;


verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;


stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;


verklaart de verdachte strafbaar;


veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 3 (drie) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;


stelt als algemene voorwaarden:

  • - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
  • - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
  • - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  • - de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als de reclassering dit noodzakelijk vindt;
  • - de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;
  • - de veroordeelde zal zich inspannen voor het afbetalen van zijn schulden en het vinden van een passende dagbesteding, zolang als de reclassering dit noodzakelijk vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.



Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. J. Snitker en M.M. Koevoets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.A.N. Maat, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.


De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.



Bijlage I


Tekst nader omschreven tenlastelegging


Aan de verdachte wordt, na een toegelaten wijziging, ten laste gelegd dat


Feit 1


hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 24 december 2014

te Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of te Hatay en/of te Istanbul en/of

(elders) in Turkije en/of Syrië en/of Irak,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of (een)

(rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen heeft

verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen heeft verzameld, heeft verworven,

voorhanden heeft gehad of aan een ander heeft verschaft, die geheel of

gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienden om geldelijke steun te

verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter

voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten:


- deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a Wetboek van Strafrecht) en/of

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands

dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk (art.157 en/of 176a jo art. 83 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot het in artikel 157 van het wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf (zoals bedoeld in artikel 176b jo 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht) ( te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (art. 288a en/of 289 jo art. 83 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot de in artikelen 288a en/of 289 van het wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven (zoals bedoeld in artikel 289a jo 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht) ( te) begaan met een terroristisch oogmerk,


immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) alstoen aldaar


(via (een) money transfer(s)) (een) (geld)bedrag(en) van:

-4.713 euro (op 16 september 2013) (Doc-015-07) en/of

-1.400 euro (op 21 mei 2014) (Doc-015-08) en/of

-326 euro (op 29 mei 2014) (Doc-015-02) en/of

-70 euro (op 13 juni 2014) (Doc-015-03) en/of

-5.000 euro (op 15 juli 2014) (Doc-015-09) en/of

-1.456 euro (op 6 september 2014) (Doc-015-05) en/of

-1.306 euro (op 15 september 2014) (Doc-015-06) en/of

-1.701 euro (op 16 oktober 2014) (Doc-033) en/of

-965 euro (op 24 december 2014) (Doc-043 en/of Doc-044),

althans één of meer (geld)bedrag(en) aan (een) tussenperso(o)n(en) in

Turkije verzonden en/of doen toekomen en/of naar Turkije verzonden,


terwijl dit/deze (geld)bedrag(en) (telkens) bestemd was/waren om geldelijke steun te verlenen aan de gewapende Jihadstrijd en/of (een) strijder(s) van die gewapende Jihadstrijd in Syrië en/of Irak, in welke strijd terroristische misdrijven worden gepleegd, te weten ten behoeve van [Hatim R.] , zijnde de broer van verdachte en/of een strijder van de gewapende Jihadstrijd, te weten van terroristische organisatie(s) IS en/of Al-Qaida dan wel een strijdgroep die hieraan is gelieerd, althans een gewapende Jihadistische strijdgroep, welke strijder en/of strijdgroep(en)/organisatie(s) tot oogmerk had(den)/heeft/hebben het plegen van terroristische misdrijven, en/of aldus diende(n) om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan de gewapende strijd in Syrië en/of in Irak, in elk geval om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf dan wel een van de hiervoor specifiek genoemde misdrijven;


(1-OPV-01 en/of AMB-001 en/of AMB-002 en/of AMB/016 en/of AMB/026 en/of

AMB/047)


art. 421 lid 1 afh/sub a Wetboek van Strafrecht


Feit 2


hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 augustus 2013

tot en met 24 december 2014

te Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of Turkije en/of Syrië en/of Irak,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of (een) rechtsperso(o)n(en),

althans alleen,

(telkens) opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 en/of 3 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 en/of artikel 2a van de

Sanctieregeling Al-Qaida 2011 juncto artikel 2 en/of artikel 4 van

Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van de Europese unie van 27 mei

2002 (jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 van de Commissie

en/of jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014 van de Commissie

en/of jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 630/2014 van de Commissie),

heeft gehandeld door:

aan of ten behoeve van Islamic State of Iraq en/of ISI en/of Islamic State in

Iraq and the Levant en/of Jabhat al-Nusra en/of Jabhet al-Nusra en/of Al-Nusrah Front en/of Al-Nusra Front en/of Al-Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida (in Irak), zijnde (een) (rechts)perso(o)n(en), groep(en) of entiteit(en) als bedoeld in de bij Verordening nr. 881/2002 (en/of Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 en/of

Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014 en/of Uitvoeringsverordening (EU) Nr.

630/2014) behorende lijst(en) en/of als bedoeld in de lijst, vastgesteld door

het comité, bedoeld in paragraaf 6 van Resolutie 1267 van de Veiligheidsraad

van de Verenigde Naties,

direct of indirect tegoeden en/of economische middelen ter beschikking te

stellen (waardoor voornoemde groep(en) of entiteit(en) tegoeden, goederen of

diensten kunnen verwerven) en/of bewust en opzettelijk deel te nemen aan

activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de bepalingen van artikel 2 van

Verordening (EG) nr. 881/2002 te omzeilen, doordat hij en/of zijn medeverdachte(n)

( a) voor en/of aan en/of ten behoeve van Islamic State of Iraq en/of ISI en/of

Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al-Nusra en/of Jabhet al-Nusra en/of Al-Nusrah Front en/of Al-Nusra Front en/of Al-Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida (in Irak) direct of

indirect (een) geldbedrag(en) ter beschikking heeft/hebben gesteld van

-4.713 euro (op 16 september 2013) (Doc-015-07) en/of

-1.400 euro (op 21 mei 2014) (Doc-015-08) en/of

-326 euro (op 29 mei 2014) (Doc-015-02) en/of

-70 euro (op 13 juni 2014) (Doc-015-03) en/of

-5.000 euro (op 15 juli 2014) (Doc-015-09) en/of

-1.456 euro (op 6 september 2014) (Doc-015-05) en/of

-1.306 euro (op 15 september 2014) (Doc-015-06) en/of

-1.701 euro (op 16 oktober 2014) (Doc-033) en/of

-965 euro (op 24 december 2014) (Doc-043 en/of Doc-044),

althans één of meer (geld)bedrag(en) en/of

( b) op andere wijze (in)direct tegoeden en/of financiële activa en/of

economische middelen ter beschikking heeft/hebben gesteld aan Islamic State of Iraq

en/of ISI en/of Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al-Nusra en/of Jabhet al-Nusra en/of Al-Nusrah Front en/of Al-Nusra Front en/of Al-Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida (in Irak)


(1-OPV-01 en/of AMB-001 en/of AMB-002 en/of AMB-016 en/of AMB-026 en/of

AMB-047)


(artikel 2 en/of artikel 3 Sanctiewet 1977 jo artikel 2 en/of artikel 2a

Sanctieregeling Al-Qa'ida 2011 jo artikel 2 en/of artikel 4 van EG-

Verordening 881/2002 (jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013

van de Commissie en/of jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014

van de Commissie en/of jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 630/2014

van de Commissie) jo artikel 1 en/of artikel 2 jo artikel 6 van de WED)


Feit 3


hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 september 2014 tot en met 24 december 2014

te Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of te Hatay en/of te Istanbul en/of

(elders) in Turkije,

tezamen en in vereniging met [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of (een)

ander(en) en/of (een) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 (lid 2) en/of

artikel 3 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 lid 4 van

de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II juncto Resolutie 1373 van de

Veiligheidsraad, heeft gehandeld doordat hij en/of zijn medeverdachte(n) rechtstreeks dan wel middellijk middelen (in de vorm van (een) (geld)bedrag(en) van

-1.701 euro (op 16 oktober 2014) (Doc-033) en/of

-965 euro (op 24 december 2014) (Doc-043 en/of Doc-044),

althans één of meer (geld)bedrag(en)

(via (een) tussenperso(o)n(en) in Turkije) aan [Hatim R.] ter

beschikking heeft/hebben gesteld terwijl [Hatim R.] bij besluit van 11

september 2014 door de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met

de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Financiën is

aangewezen als persoon jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van

toepassing is


(1-OPV-01 en/of AMB-026 en/of AMB-047)


(artikel 2 en 3 Sanctiewet jo artikel 2 lid 4 van de Sanctieregeling

terrorisme 2007-II jo artikel 1 en/of artikel 2 en/of artikel 6 van de WED)


Feit 4


hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot

en met 9 juli 2014, althans op 9 juli 2014

te Leidschendam-Voorburg en/of Den Haag en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander(en) en/of (een) (rechts)perso(o)n(en),

althans alleen,

(een) verzoek Voorlopige Aanslag 2014 IB/PVV en/of IBPV Verzoek 2014 (voor

en/of ten behoeve van BSN 016073694 (van verdachte)) (voor het belastingjaar

2014) (Doc-004 en/of Doc-025)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft

doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte

en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid - op/in voornoemd geschrift(en)

-(een) loonbedrag(en) en/of andere inkomsten uit tegenwoordige

dienstbetrekking (afkomstig van werkgever hebu synergy) (van 150.000 euro)

en/of

-(een) aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten (van 2000 euro) en/of

-(een) aftrekbaar bedrag levensonderhoud kinderen (van 19.000 euro) en/of

-(een) aftrekbaar bedrag weekenduitgaven ernstig gehandicapten (van 10.100

euro) en/of

-(een) bedrag giften (van 1000 euro)

vermeld en/of doen vermelden


zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken en/of


gepleegd met het oogmerk om (een) terroristisch(e) misdrij(f)(ven) voor te bereiden of gemakkelijk te maken


(2-OPV-01 en/of AMB-006 en/of AMB-024 en/of AMB-035)


(artikel 225 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht)


en/of


hij,

op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari

2014 tot en met 9 juli 2014, althans op 9 juli 2014

te Leidschendam-Voorburg en/of Den Haag en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of (een) (rechts)perso(o)n(en),

althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van één of meer valse en/of vervalste geschrift(en) - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware deze echt en/of onvervalst, te weten (een) verzoek Voorlopige Aanslag 2014 IB/PVV en/of IBPV Verzoek 2014 (voor en/of ten behoeve van BSN 016073694 (van verdachte)) (voor het belastingjaar 2014) (Doc-004 en/of Doc-025)

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

dit/deze geschrift(en) (elektronisch) aan de Belastingdienst heeft gestuurd

en/of doen toekomen ter verkrijging van een belastingteruggave en/of (een) geldbedrag(en)

en bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) hierin dat in dat/die geschrift(en) valselijk en/of in strijd met de waarheid:

-(een) loonbedrag(en) en/of andere inkomsten uit tegenwoordige

dienstbetrekking (afkomstig van werkgever hebu synergy) (van 150.000 euro)

en/of

-(een) aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten (van 2000 euro) en/of

-(een) aftrekbaar bedrag levensonderhoud kinderen (van 19.000 euro) en/of

-(een) aftrekbaar bedrag weekenduitgaven ernstig gehandicapten (van 10.100

euro) en/of

-(een) bedrag giften (van 1000 euro)


was/is vermeld en/of opgenomen en/of


gepleegd met het oogmerk om (een) terroristisch(e) misdrij(f)(ven) voor te bereiden of gemakkelijk te maken


(2-OPV-01 en/of AMB-006 en/of AMB-024 en/of AMB-035)


(Art. 225 lid 2 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht)




1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 478, nr. 3, pagina 10/11.

Gratis verder lezen? Maak 4 weken lang kosteloos en geheel vrijblijvend kennis met Recht.nl


  • Dagelijks juridisch nieuws & jurisprudentie
  • Samenvattingen van 100 vakbladen
  • Juridische zoekmachine

Hét internetportaal voor juristen