Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 30-01-2009
Aflevering 4
RubriekVooraf
TitelGeloven in strafrechters
CiteertitelNJB 2009, 177
Samenvatting'Malle rechters' doen 'schandalige uitspraak'. Gespierde taal van Wilders naar aanleiding van de beslissing van het Amsterdamse Hof dat hij moet worden vervolgd wegens discriminatie en haatzaaien. Een aantal organisaties heeft daarmee met succes de aanvankelijke beslissing van het OM Wilders niet te vervolgen voor zijn uitspraken over de islam en de Koran aangevochten. Hij zal zich voor de strafrechter moeten verantwoorden.
Auteur(s)T. Hartlief
Pagina233-233
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelLicht over de kantonrechtersformule - Wat die vreemde mannen met puntmutsen allemaal bedenken; Achtergronden van de herziening van de aanbevelingen
CiteertitelNJB 2009, 178
SamenvattingDe kring van kantonrechters heeft besloten tot aanpassing van de kantonrechtersformule. De gemoederen zijn in beroering. Verdienen de vuilnismannen van het ontslagrecht ons respect of zitten ze ten onrechte op de stoel van de wetgevers? Zes auteurs laten hun licht schijnen over de formule en haar totstandkoming.
Auteur(s)M.V. Ulrici
Pagina234-236
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelLicht over de kantonrechtersformule - De gemiste kansen van de nieuwe aanbevelingen
CiteertitelNJB 2009, 179
SamenvattingKantonrechters zijn niet geschoold in wetgeving en dat is ook bij de nieuwe aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters te merken. Weliswaar zijn de nieuwe aanbevelingen gelukkig niet meer zo als de twee vorige keren in een afwijkende stijl opgesteld en simpelweg achter de oude geplakt. Ook zijn ze eindelijk officieel gepubliceerd op de website <www.rechtspraak.nl>.
Auteur(s)G.J.J. Heerma van Voss
Pagina236-237
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelLicht over de kantonrechtersformule - Meer respect graag voor de vuilnismannen van het ontslagrecht
CiteertitelNJB 2009, 180
SamenvattingDe kring van kantonrechters heeft besloten tot aanpassing van de kantonrechtersformule. De gemoederen zijn in beroering. Verdienen de vuilnismannen van het ontslagrecht ons respect of zitten ze ten onrechte op de stoel van de wetgevers? Zes auteurs laten hun licht schijnen over de formule en haar totstandkoming.
Auteur(s)J.M. van Slooten
Pagina237-238
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelLicht over de kantonrechtersformule - Is ook de 'B' van de Aanbevelingen variabel?
CiteertitelNJB 2009, 181
SamenvattingOp 3 januari jl. is mr. L.A.E. Briët. Hij was tot 1987 advocaat te Rotterdam, zo'n ouderwetse raadsman die het publiek in de eerste plaats plaats als heer zag. Toch heeft hij op zijn manier een beetje bijgedragen aan de paradigmawisseling waarin de advocaat nu veeleer als in krijtstreep gehulde geldwolf wordt gepercipieerd. Zijn bijdrage daaraan bestond uit 'Gouden handdruk of trap na?', een artikel in Het ontslagrecht in de praktijk uit 1976.
Auteur(s)R.A.A. Duk
Pagina238-239
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelLicht over de kantonrechtersformule - Het A en C van de nieuwe kantonrechtersformule
CiteertitelNJB 2009, 182
SamenvattingDe kantonrechtersformule in de nieuwe aanbevelingen het bekende (zij het een versoberd) abc'tje, maar de insteek is anders. De kring van Kantonrechters wil meer ruimte creëren om rekening te houden met de bijzondere omstandigheden van het geval (aldus de toelichting op <www.rechtspraak.nl>), die zoals bekend tot uitdrukking komen via correctiefactor C.
Auteur(s)S.S.M. Peters
Pagina240-241
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelLicht over de kantonrechtersformule - Het sociaal plan en de nieuwe formule: de vakbonden hebben andere 'maatschappelijke opvattingen'
CiteertitelNJB 2009, 183
SamenvattingDe aanbevelingen bij art. 7:685 BW hebben sinds hun vaststelling in 1996 als richtsnoer gediend voor de hoogte van in sociale planne opgenomen vertrekregelingen.
Auteur(s)R.M. Beltzer
Pagina241-242
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEssay
Titel'We zullen disproportioneel geweld gebruiken ...'; De plaats van het recht naast politiek en oorlog
CiteertitelNJB 2009, 184
SamenvattingAls het gaat over de Israëlische inval in Gaza kan in Den Haag een flinke verwarring worden waargenomen over de verhouding tussen internationaal humanitair recht en politiek. Het internationaal humanitair recht moet wijken als het politiek niet opportuun is en wordt aangeroepen als het politiek goed uitkomt. Wie serieus een wereldorde voorstaat die vergelijkbaar is met een nationale rechtsstaat, zal moeten accepteren dat ook politieke krachten onderworpen zijn aan regels van verdragenrecht, van mensenrechten en internationaal humanitair recht.
Auteur(s)H. Verrijn Stuart
Pagina243-250
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEssay
TitelEen dubbel feestje?; 50 jaar Quint/Te Poel en 90 jaar Lindenbaum/Cohen
CiteertitelNJB 2009, 185
SamenvattingQuint / Te Poel en Lindenbaum / Cohen staan in ons collectieve juristengeheugen gegrift als baanbrekende uitspraken. Maar waren ze dat wel, of vormden ze slechts een bevestiging van een systeem dat in wezen al open was? Het blijken mythes die we nodig hebben om abstracte normen tot leven te wekken.
Auteur(s)G.E. van Maanen
Pagina251-258
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelConcordantie in strafzaken en in civiele zaken
CiteertitelNJB 2009, 186
SamenvattingIn zijn bijdrage over de concordantie van rechtspraak in het Koninkrijk (NJB 2008, 1922, afl. 39, p. 2456-2460) noemt De Haan het strafrecht en het civiele recht in één adem. Ook andere schrijvers doen dat. Dat is begrijpelijk want de grondslagen van de concordantie van rechtspraak (art. 39 Statuut en art. 1 Cassatieregeling) doen hetzelfde. Toch is er een aanmerkelijk verschil tussen de wijze waarop het concordantiebeginsel in strafzaken wordt gehanteerd en de wijze waarop dat in civiele zaken gebeurt.
Auteur(s)G.C.C. Lewin
Pagina259-259
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelNaschrift
CiteertitelNJB 2009, 187
SamenvattingDat, zoals Lewin betoogt, er een aanmerkelijk verschil is tussen de wijze waarop het concordantiebeginsel in strafzaken wordt gehanteerd en de wijze waarop dat in civiele zaken gebeurt, lijkt mij een algemeen te aanvaarden wijsheid. Ik had daar nog niet bij stilgestaan. In mijn bijdrage verwijs ik door elkaar naar wetgevingsinitiatieven op civiel en strafrechtelijk gebied, naar civielrechtelijke en strafrechtelijke schrijvers en naar civielrechtelijke en strafrechtelijke uitspraken.
Auteur(s)J.P. de Haan
Pagina260-260
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelInternationaal Gerechtshof, 28-05-2008, General List no. 130
CiteertitelNJB 2009, 188
SamenvattingMaleisië v. Singapore
AnnotatorC. Ryngaert
Pagina261-261
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 04-12-2008, 30562/04 en 30566/04
CiteertitelNJB 2009, 189
SamenvattingOpslaan van vingerafdrukken, celmonsters en DNA-profielen van personen die van misdaden worden verdacht maar er niet voor zijn veroordeeld: aard en ernst van het strafbare feit zijn irrelevant, leeftijd van vermoedelijke dader is irrelevant, retentie van het materiaal is niet beperkt in de tijd, en er zijn slechts beperkte mogelijkheden voor een vrijgesproken persoon om zijn materiaal te laten verwijderen uit de nationale database en het materiaal te laten vernietigen. Schending.

(X en Marper / Verenigd Koninkrijk).
Samenvatting (Bron)Violation of Art. 8;Non-pecuniary damage - finding of violation sufficient
Pagina262-263
UitspraakECLI:CE:ECHR:2008:1204JUD003056204
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 02-12-2008, 18620/03
CiteertitelNJB 2009, 190
SamenvattingVrije meningsuiting. Vermoedens van mishandeling van een driejarig kind door oma tegen een arts geuit. Oma veroordeeld wegens smaad jegens vader van het kind.

(Juppala / Finland)
Samenvatting (Bron)Violation of Art. 10;Non-pecuniary damage - award
Pagina263-264
UitspraakECLI:CE:ECHR:2008:1202JUD001862003
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 09-01-2009, C07/177HR
CiteertitelNJB 2009, 191
SamenvattingLandinrichtingswet. Causaal verband. Een betrokkene bij een ruilverkaveling stelt dat de aan hem toegedeelde gronden minder waard zijn, omdat zij binnen een grondwaterbeschermingsgebied liggen en aan het natuurgebied grenzen.
Samenvatting (Bron)Ruilverkaveling; bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen; verrekening waardevermindering van eerder toegedeelde gronden die grenzen aan natuurgebied en grondwaterbeschermingsgebied.
Pagina264-264
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BG1874
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 09-01-2009, 07/11534
CiteertitelNJB 2009, 192
SamenvattingWerkgerelateerde schade. Een bekistingstimmerman ontwikkelt rugklachten.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid; beroepsziekte (rugklachten na rugbelastend werk)?; causaal verband, maatstaf; stelplicht en bewijslastverdeling, omkeringsregel?; passeren van een bewijsaanbod; beleidsvrijheid (appel)rechter tot inwinnen van gevraagd deskundigenbericht.
Pagina264-265
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BF8875
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 09-01-2009, 07/13483
CiteertitelNJB 2009, 193
SamenvattingWerkgerelateerde schade. Meeroken. Het hof heeft geoordeeld dat de werkgever voor 50% aansprakelijk is voor de schade die de werkneemster heeft geleden, lijdt en zal lijden als gevolg van het werken op een werkplek waar werd gerookt.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid op voet van art. 7:658 BW voor door een werknemer geleden schade als gevolg van meeroken op de werkplek; zorgplicht werkgever; causaal verband tussen gezondheidsklachten en blootstelling aan sigarettenrook.
Pagina265-265
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BG4014
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 09-01-2009, 08/01588
CiteertitelNJB 2009, 194
SamenvattingDe Gemeente vordert eerst gewone onteigening en daarna alsnog vervroegde onteigening.
Samenvatting (Bron)Onteigening; vervroegde uitspraak over onteigening kan alleen in de dagvaarding tot onteigening worden gevorderd (HR 17 november 1993, nr. 1165, NJ 1994, 123); cassatie, kostenveroordeling.
Pagina266-266
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BG4337
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 18-11-2008, 00701/07
CiteertitelNJB 2009, 195
SamenvattingNa verwijzing door de Hoge Raad werd de verdachte door het hof in hoger beroep veroordeeld tot drie jaren gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk ter zake van: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en uitvoeren, terwijl hij van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd.
Samenvatting (Bron)Kinderporno. Art 240b (oud) Sr. Klacht dat het verzoek van de verdediging om tegenbewijs te mogen leveren dat de betrokkene ouder is dan 16 jr ontoereikend gemotiveerd is afgewezen. Vervolg op HR NJ 2006, 62. In HR NJ 2006,62 heeft de HR m.b.t. het leeftijdscriterium van art. 240b (oud) Sr tot uitdrukking gebracht dat niet behoeft te worden bewezen dat betrokkene in werkelijkheid de leeftijd van 16 jr nog niet heeft bereikt, maar dat het voldoende en dan ook noodzakelijk is dat a.d.h.v. de uit de afbeelding blijkende uiterlijke lichaamskenmerken wordt bewezen dat betrokkene jonger oogt dan 16 jr. Daarbij is niet van belang of betrokkene in werkelijkheid de leeftijd van 16 jr al heeft bereikt. Voor tegenbewijs als bedoeld in het middel is geen plaats. CAG: anders.
Pagina266-267
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BF0170
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 07/12215 P
CiteertitelNJB 2009, 196
SamenvattingOntnemingszaak (€ 18885). Het middel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, in zijn berekening voordeel heeft betrokken dat is verkregen uit feiten waarvoor de betrokkene niet is veroordeeld (zaakdossiers 1 en 14).
Samenvatting (Bron)Profijtontneming. Deelneming aan een criminele organisatie. Het middel neemt blijkens de toelichting als uitgangspunt dat de ontneming mede is gebaseerd op voordeel dat is verkregen uit andere dan de bewezenverklaarde feiten. Dat uitgangspunt berust echter op een verkeerde lezing van de uitspraak en de overwegingen van het Hof en mist daardoor feitelijke grondslag. Het Hof heeft de ontneming t.z.v. zaak 1 en zaak 14 mede gebaseerd op deelneming aan een criminele organisatie. Voor dat feit is betrokkene veroordeeld. Dat het voordeel voor die organisatie mede is verkregen uit zaak 14 waarvan betrokkene zelf is vrijgesproken, doet niet af aan de mogelijkheid van ontneming, omdat voor deelneming aan een criminele organisatie niet is vereist dat de deelnemer strafbaar betrokken is geweest bij strafbare feiten waarop het oogmerk van de organisatie is gericht en waarmee die organisatie daadwerkelijk voordeel heeft behaald. In een geval als i.c. is het voordeel immers aan te merken als verkregen door middel van de deelneming aan een criminele organisatie, ook voor zover het gaat om binnen het oogmerk van die organisatie gelegen, door leden van de criminele organisatie begane misdrijven waarvan niet bewezen kan worden dat betrokkene daaraan feitelijk heeft deelgenomen (vgl. HR LJN BD6046, rov. 3.2.1).
Pagina267-267
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BG7939
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 01444/07
CiteertitelNJB 2009, 197
SamenvattingDe verdachte (geboren in 1947) werd in hoger beroep veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en een geldboete van €45.000 wegens (1) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven, begaan door een rechtspersoon terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging (2) opzettelijk het feit omschreven in art. 68 lid 2 onderdeel c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) begaan, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging en (3) medeplegen van valsheid in geschrift.
Samenvatting (Bron)Het middel doet in navolging van het ttz. in h.b. gevoerde verweer een beroep op de arresten van de Derde Kamer van de HR van LJN AV0821, BNB 2006/204, en LJN AV0826, BNB 2006/205. Het Hof heeft geoordeeld dat de door de verdediging genoemde arresten louter betrekking hebben op de bewijslast in de belastingprocedure en dat daaruit niet voortvloeit dat t.z.v. aftrekposten als waarop die arresten het oog hebben, de in art. 47 AWR genoemde en in de art. 68 en 69 AWR gesanctioneerde verplichting tot verstrekking van gegevens niet bestaat. Dat oordeel is juist. Het Hof heeft het verweer dus terecht en op goede gronden verworpen.
Pagina267-268
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BF0191
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 01465/07
CiteertitelNJB 2009, 198
SamenvattingNa verwijzing door de Hoge Raad werd de verdachte in hoger beroep wegens verduistering meermalen gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 112 dagen voorwaardelijk met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van €80.544,69 en een betalingsverplichting tot hetzelfde bedrag, deze bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 300 dagen hechtenis.
Samenvatting (Bron)Art. 573.3 Sv. Ingevolge art. 573.3 Sv wordt de vervangende hechtenis ten uitvoer gelegd indien volledig verhaal onmogelijk is gebleken of indien het met de tul belaste OM van het nemen van verhaal afziet. Noch die bepaling, noch enige andere rechtsregel biedt grond voor s Hofs oordeel dat de vervangende hechtenis niet wordt geëxecuteerd wanneer een verdachte onmachtig is te betalen. Dat oordeel is dus onjuist.
Pagina268-269
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BF5053
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 01207/07 E
CiteertitelNJB 2009, 199
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep wegens onder meer mishandeling van een ambtenaar in functie en bedreiging, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren en tot betaling van de schade van de hiervoor genoemde benadeelde partij, door het hof gesteld op €12.482,97 alsmede tot een schadevergoedingsmaatregel tot hetzelfde bedrag.
Samenvatting (Bron)Rechtstreekse schade. O.g.v. art. 361.2.b Sv is een b.p., Gemeente Y, Dienst Verzekeringszaken, alleen ontvankelijk in haar vordering als haar rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Nu de vordering van de benadeelde partij strekt tot vergoeding van de ten gevolge van het onder 4 bewezenverklaarde feit geleden schade, terwijl dat feit een jegens X een bij de gemeente Y werkzame ambtenaar gepleegde bedreiging inhoudt en de b.p. derhalve niet zelf is getroffen in enig belang dat door de met dat feit overtreden strafbepaling wordt beschermd, geeft s Hofs oordeel dat de b.p. als rechtstreeks gevolg van het onder 4 bewezenverklaarde handelen schade heeft geleden, blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip rechtstreekse schade a.b.i. art. 51a.1 en art. 361.2 Sv. HR vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend w.b. de beslissing op de vordering b.p. en de t.b.v. haar aan verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel en verklaart de b.p. n-o.
Pagina269-269
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BG3449
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 07/12735
CiteertitelNJB 2009, 200
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens (1) poging tot dooslag, meermalen gepleegd en (2) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Samenvatting (Bron)Voorwaardelijk opzet. Blijkens hetgeen het Hof heeft overwogen, heeft het Hof opzet in de vorm van voorwaardelijk opzet bewezen geacht. Vw. opzet op een bepaald gevolg zoals hier de dood is aanwezig indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Voor het in deze zaak bewezenverklaarde opzet is echter niet zonder meer redengevend de vaststelling door het Hof dat verdachte vol gas gaf, zonder zich ervan te vergewissen waar aangeefster en X zich op dat moment bevonden, noch dat hij er rekening mee had moeten houden dat zij zich nog in de buurt van de auto bevonden en zich nog van die auto moesten verwijderen. Daaruit volgt immers niet dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de beide slachtoffers zich voor de auto zouden bevinden.
Pagina269-270
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BG4265
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 02721/06 P
CiteertitelNJB 2009, 201
SamenvattingIn deze zaak wordt de namens de verdachte ingenomen opvatting dat voor de beoordeling van de in cassatie op zijn redelijkheid te beoordelen termijn zelfstandige betekenis toekomt aan het tijdsverloop tussen het instellen van het beroep en de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv door de hoe Raad als onjuist verworpen.
Samenvatting (Bron)Overschrijding redelijke termijn in cassatiefase. Het middel steunt op de opvatting dat voor de beoordeling van de in cassatie op zijn redelijkheid te beoordelen termijn zelfstandige betekenis toekomt aan het tijdsverloop tussen het instellen van het beroep en de betekening van de aanzegging a.b.i. art. 435 Sv. Die opvatting is onjuist zodat het middel faalt.
Pagina270-270
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BG3719
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 01751/07
CiteertitelNJB 2009, 202
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk wegens medeplichtigheid aan diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Samenvatting (Bron)Denaturering verklaring verdachte bij de R-C. Het p-v van de R-C inhoudende de door verdachte afgelegde verklaring houdt in dat verdachte heeft verklaard: Ik wist dat ze [slachtoffer 1] te grazen wilden nemen. Ik wist dat [betrokkene 1] een vuurwapen had. Gelet hierop was het Hof niet toegestaan de door verdachte tegenover de R-C afgelegde verklaring weer te geven op de wijze zoals in het arrest vermeld. Dit brengt mee dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
Pagina270-270
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BG3664
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-12-2008, 00492/07
CiteertitelNJB 2009, 203
SamenvattingHet gerechtshof had het Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging omdat, kort samengevat met de executie van het vonnis van de rechtbank een aanvang was gemaakt terwijl dat vonnis nog niet in kracht van gewijsde was gegaan.
Samenvatting (Bron)OM-cassatie. Ontvankelijkheid OM. 1. s Hofs oordeel dat het OM n-o moet worden verklaard in de vervolging van verdachte aangezien met de tul van het in 1e aanleg gewezen vonnis een aanvang is gemaakt, terwijl het niet in kracht van gewijsde was gegaan, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De enkele omstandigheid dat een vonnis in 1e aanleg gewezen, t.t.v. de uitspraak in h.b. reeds geheel of gedeeltelijk is geëxecuteerd, brengt - ook wanneer deze executie in strijd met art. 557 Sv heeft plaatsgehad - niet mee dat het OM n-o dient te worden verklaard in de vervolging (vgl. HR LJN AZ1705). 2. Het Hof heeft in een overweging ten overvloede als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM eveneens een grond vormt voor de niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging. Overschrijding van de redelijke termijn leidt echter niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging (vgl. HR LJN BD2578).
Pagina270-271
UitspraakECLI:NL:HR:2008:BF3197
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 14-01-2009, 200803121/1
CiteertitelNJB 2009, 204
SamenvattingAfwijzing van het verzoek door de Minister van Justitie om openbaarmaking van het volledige onderzoek van de rijksrecherche naar het functioneren van het Tolteam, dat onderzoek deed naar de vuurwerkramp in Enschede.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 juli 2004 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) het verzoek van [appellanten] om openbaarmaking van het volledige onderzoek van de rijksrecherche naar het functioneren van het zogenoemde Tolteam afgewezen.
Pagina271-272
UitspraakECLI:NL:RVS:2009:BG9770
Artikel aanvragenVia Praktizijn