Bijblad Industrlële Eigendom

Uitgever Octrooicentrum Nederland
Tijdschrift Bijblad Industrlële Eigendom
Datum 30-06-2009
Aflevering 6
RubriekJurisprudentie - Octrooirecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 16-07-2008, ---
Samenvatting(Bettacare Ltd. / H3 e.a.)

Na het arrest GAT/LuK was het vaste rechtspraak van deze rechtbank om zich ter zake van grensoverschrijdende inbreukvorderingen onbevoegd te verklaren, zodra de nietigheid van (de buitenlandse delen van) het betreffende octrooi aan de orde was gesteld. Uit het arrest van de HR van 30 nov. 2007 inzake Roche/Primus blijkt echter dat de rechtbank zich ook ten aanzien van de grensoverschrijdende inbreukvorderingen bevoegd dient te verklaren (ongeacht of de nietigheid van het betreffende octrooi aan de alleen bevoegd van de grensoverschrijdende inbreukvorderingen kennis te nemen, de uitspraak brengt tevens mee dat de rechtbank zich er van dient te vergewissen of Bettacare de inbreukprocedure, voor zover zij een grensoverschrijdend verbod vordert, wenst aan te houden in afwachting van een door H3 en/of Wedeka uit te lokken oordeel van de bevoegde buitenlandse rechter.
Pagina206-214
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Merkenrecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 24-09-2008, ---
Samenvatting(Stichting Pink Ribbon / Globalocity e.a.)

Onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het (woord)teken Pink Ribbon ten tijde van het depot in 2003 gebruikelijk was voor aanduiding van waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven De stelling dat het teken Pink Ribbon niet een bekend merk is wordt weerlegd door de in het geding gebrachte marktonderzoeken Nu Brandconcern en Scheffrahn het teken Pink Ribbon ook gebruiken als handelsnaam of domeinaam, en zij daarvoor geen geldige reden hebben, terwijl daardoor afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen van de merken van Pink Ribbon, Pink Ribbon vordert in wezen een verbod om gebruik te maken van een aan ieder toekomende bevoegdheid merken te deponeren. Dat is een verstrekkende vordering die slechts onder bijzondere omstandigheden voor toewijzing in aanmerking kan komen. In deze zaak is daartoe niettemin voldoende aanleiding.
Pagina214-222
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Handelsnaamrecht
TitelRechtbank Rotterdam, 07-08-2008, ---
Samenvatting(Cimsolutions / Sim-merken)

Niet aannemelijk dat van een onherstelbare schade veroorzakende situatie sprake is. Andere direct onherstelbare schade veroorzakende feiten en omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Voorts is niet aannemelijk dat een kort geding niet had kunnen worden afgewacht, te meer nu Cimsolutions daartoe blijkens de correspondentie tussen partijen voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad. De bestanddelen CIM en SIM zijn, zeker in de context waarin zij worden gebruikt, weinig onderscheidend. Voorts staan de voorvoegsels CIM en SIM als bestanddelen van merk en tekens niet op zichzelf en zijn er daarnaast onderscheidende beschrijvende bestanddelen die verwarring kunnen voorkomen.
Pagina222-224
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Handelsnaamrecht
TitelRechtbank Dordrecht, 14-08-2008, ---
Samenvatting(De Ruijter Bandenservice)

Verwarringsgevaar bij het publiek nog immer groot is. Partijen drijven een onderneming in dezelfde regio, hetzelfde regio, hetzelfde handelsdebiet met exact dezelfde producten, hetgeen de kans op verwarring groot maakt. Indien de deposant in verhouding tot de voorgebruiker als de eerste gebruiker van het merk (de voor-voorgebruiker) kan worden aangemerkt, maakt deze geen misbruik door het merk alsnog te deponeren. Aan een uitgetreden vennoot kunnen strengere eisen worden gesteld dan aan een willekeurige ex-werknemer.
Pagina224-226
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Modelrecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 07-12-2007, ---
Samenvatting(legging)

Het modelrecht van Bonnie Doon impliceert geenszins dat Bonnie Doon een algeheel monopolie heeft verkregen voor het aanbrengen van kartelrandjes op leggings. Het criterium blijft dat inbreukmakend is hetgeen, kort gezegd, dezelfde algemene indruk maakt. De leggings met drie kartelrandjes maken dezelfde algemene indruk als de leggings met vier kartelrandjes maken dezelfde algemene indruk als de leggings met vier kartelrandjes. Het is gedaagde daar kennelijk ook om te doen: aanvankelijk heeft zij het model van Bonnie Doon gewoon nagemaakt door een legging met drie randjes op de markt te brengen; met de huidige vier randjes streeft zij nog steeds dezelfde algemene indruk na, hetgeen zij benadrukt door deze zo te verpakken dat slechts drie van de vier randjes zichtbaar zijn.

(Bonnie Doon Europe BV / 1. Angro Hosiery BV; 2. Angro BV; 3. Angro Retail BV; 4. Angro Holding BV).
Pagina226-229
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Modelrecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 07-10-2008, ---
Samenvatting(Nabootsing BMW-velgen).

Voor zover bepaalde kenmerken niet uit de afbeeldingen (van het ingeschreven model) blijken leidt dat niet tot nietigheid van de inschrijving, maar betekent dat die kenmerken voor de bepaling van de nieuwheid en het eigen karakter en voor de beschermingsomvang geen rol spelen.

(Bayerische Motoren Werke AG / Inter-Tyre Holland BV).
Pagina229-233
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Diversen
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 22-02-2007, ---
Samenvatting(dwangsommen)

Wanneer de bodemprocedure niet binnen termijn is ingesteld verliest de voorlopige voorziening haar werking niet met terugwerkende kracht maar 'ex nunc', namelijk vanaf het indienen van de desbetreffende verklaring ter griffie.

(Casa MusicaMusicvertrieb / Jos van Hemert Shoes & Music).
Pagina233-236
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Diversen
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 10-06-2008, ---
Samenvatting(OneTouch Test Strip)

In deze procedure ligt de vraag voor het bij beschikking van 8 mei 2008 gegeven bevel gehandhaafd moet blijven. Daarbij is te beoordelen of J&J (nog steeds) een voldoende spoedeisend belang hebben bij het verleende verbod, dan wel een voldoende spoedeisend belang bij de thans in reconventie gevorderde verboden. Omdat deze afweging op tegenspraak plaatsvindt, is er geen reden aan dit laatste spoedeisende belang hogere eisen te stellen dan die gesteld worden indien J&J het verbod in een gewoon kort geding op tegenspraak zouden hebben gevorderd.

(Stevens e.a. / Jonhson & Johnson e.a.).
Pagina236-239
Artikel aanvragenVia Praktizijn