Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte
Datum 30-06-2009
Aflevering 3
RubriekVoorwoord
TitelVoorwoord
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingHet eerste artikel van mr. Glas levert belangrijke waarschuwingen voor de praktijk op. Hij besteedt aandacht aan de rechtspositie van de eigenaar van een onroerende zaak die zich bij het einde van een beperkte gerechtigde. Bedrijfsruimte wordt vaak niet alleen door de eigenaar zelf verhuurd, maar ook door een partij die een persoonlijk of zakelijk recht op de onroerende zaak heeft, zoals bijvoorbeeld de beperkt zakelijk gerechtigde.
Auteur(s)M. de Gaay Fortman
Pagina87-87
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelVerhuur bedrijfsruimte door beperkt zakelijk gerechtigden
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingHet stelsel van de wet betreffende huur en verhuur van bedrijfsruimte kenmerkt zich door bescherming van de huurder, met name in de vorm van opzeggings- en ontruimingsbescherming. De beschermingsgedachte komt ook tot uitdrukking in het adagium 'koop breekt geen huur', geregeld in art. 7:226 BW. Bij vervreemding van het gehuurde eindigt de huur niet, maar moet de verkrijger de huurovereenkomst gestand doen. Bedrijfsruimte wordt vaak niet door de eigenaar zťlf verhuurd, maar door een partij die een persoonlijk of zakelijk recht op de onroerende zaak heeft, zoals de beperkt zakelijke gerechtigde, in het bijzonder de vruchtgebruiker, de erfpachter of zelfstandig opstaller, hierna verder aan te duiden als beperkt gerechtigde. In dit artikel besteed ik aandacht aan de rechtspositie van de eigenaar van een onroerende zaak die zich bij het einde van een beperkt recht geconfronteerd ziet met een huurder die een huurovereenkomst bedrijfsruimte heeft gesloten met de beperkt gerechtigde.
Auteur(s)R. Glas
Pagina88-92
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelDe vergoeding bij renovatie: praktische tips voor onderhandelingen
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingIn dit artikel wordt nader ingegaan op de inhoud van het redelijke renovatievoorstel op grond van art. 7:220 lid 2 BW, meer in het bijzonder op de financiŽle component die in het merendeel van de renovatievoorstellen voor komt. De focus op deze financiŽle component is gekozen omdat deze vergoeding vaak het grootste struikelblok is voor verhuurder en huurder om tot overeenstemming over een renovatievoorstel te komen. Daarbij komt dat er weinig jurisprudentie over dit onderwerp bestaat, mede door de relatief recente wetswijziging van 1 augustus 2003.
Auteur(s)M.G. Costers , A. de Fouw
Pagina93-99
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelOndernemingsrechtelijke aansprakelijkheidsvormen in de huurrechtpraktijk
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingDe financiŽle crisis laat haar sporen na in de vastgoedsector. Het onroerend goed daalt in waarde, nieuwe huurders zijn moeilijker te vinden en nieuwe financiering is vaak zelfs onvindbaar. Bestaande huurders, maar ook verhuurders, blijken steeds vaker niet (op tijd) aan hun contractuele (betalings)verplichtingen te kunnen voldoen. Dit heeft tot gevolg dat de werkzaamheden van de huurrechtadvocaat in deze tijden steeds vaker zijn gericht op het alsnog verkrijgen van nakoming en/of schadevergoeding van partijen. Het is daarbij voor de huurrechtadvocaat van belang dat hij enige kennis heeft van ondernemingsrechtelijke aansprakelijkheidsvormen.
Auteur(s)M.C. van Rijswijk
Pagina100-104
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHet incassobeding in de ROZ-voorwaarden
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingWanneer een vordering in rechte wordt geÔncasseerd, worden kosten gemaakt, zoals de kosten van rechtsbijstand, het vast recht, en kosten verbonden aan het inschakelen van een deurwaarder. Maar voor wiens rekening komen deze kosten en tot welk bedrag? In de praktijk blijken de kosten van het incasseren van een vordering veelal niet volledig verhaald te kunnen worden op de debiteur die de vordering had moeten voldoen. Een significant deel van de incassokosten blijft voor rekening van de crediteur, die zich ten langen leste tot de rechter heeft gewend, na een frusterend proces van aandringen en sommatiebrieven. Dit strookt niet met het rechtsgevoel van menigeen. In dit artikel komt de vraag aan de orde in hoeverre de werkelijk gemaakte incassokosten kunnen worden verhaald op grond van de ROZ-voorwaarden.
Auteur(s)A. Scholten
Pagina105-108
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelKantongerecht Alphen aan den Rijn, 28-04-2009, ---
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingHuurder is de juridisch eigenaar van een perceel grond waarop een tankshop is gevestigd. Huurder huurt een onbebouwde onroerende zaak welke direct is gelegen naast het perceel met de tankshop. Tussen partijen staat vast dat het gehuurde uitsluitend bestemd is om te worden gebruikt voor het oprichten, hebben en gebruiken van een installatie voor de verkoop van motorbrandstoffen. Nu het gehuurde wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfsruimte. De omstandigheid dat de bedrijfsruimte niet is gehuurd, maar in eigendom is bij de huurder, staat hier niet aan in de weg.

(Heemskerk / gemeente Alphen aan den Rijn).
AnnotatorI. Mol
Pagina109-112
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelKantongerecht Tiel, 07-01-2009, ---
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingDe verhuurder wenst het terrein waarop stalling- en opslagruimte wordt verhuurd aan de huurder zelf te gebruiken. Daarom heeft de verhuurder de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming aangezegd. De huurder verzoekt om verlenging van de ontruimingsbescherming op de voet van art. 7:230a BW. De kantonrechter verklaart de huurder niet ontvankelijk in zijn verzoek vanwege de overschrijding van de termijn van twee maanden zoals genoemd in art. 7:230a lid 1 BW. Dat partijen in onderling overleg de ontruimingstermijn hebben verlengd en dat op grond van deze verlenging het verzoek van de huurder wel tijdig is ingediend, mag de huurder wel tijdig is ingediend, mag de huurder niet baten. De termijn van twee maanden is een vervaltermijn en dient restrictief te worden geÔnterpreteerd. De partijafspraak regardeert niet het door de wet geÔntroduceerde systeem van ontruimingsbescherming.

(X handelend voor zichzelf en h.o.d.n. X Transport BV / Investment in den Eng BV).
AnnotatorC.F.J. Heemskerk
Pagina112-115
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelGerechtshof Amsterdam, 31-01-2008, ---
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingVerhuurder (Natuurmonumenten) wenst verhuurd land zelf als natuurgebied te realiseren. Op het land wordt een camping geŽxploiteerd en bevindt zich een (met toestemming van verhuurder) tot woning verbouwde aspergeschuur. Het betreft een overeenkomst met zowel kenmerken van de huur van woonruimte als de huur van 290-bedrijfsruimte (kampeerbedrijfsruimte).

(Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland / Karel Blok).
AnnotatorN. Eeken
Pagina115-119
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Dordrecht, 28-04-2009, 223851 HA VERZ 08-107
CiteertitelTvHB 2009, nr. 3
SamenvattingGemengde huurovereenkomst. Bij overeenkomsten die (deels) gekwalificeerd kunnen worden als betrekking hebbend op woonruimte of op art. 7:230a BW-ruimte, dient (volgens vaste jurisprudentie) het gehuurde slechts dan niet in zijn geheel als woonruimte te worden aangemerkt indien het, mede in aanmerking genomen de inrichting en hetgeen partijen omtrent het gebruik voor ogen stond, in overwegende mate voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is, bij welke afweging in het bijzonder betekenis toekomt aan het woonoppervlak en het aantal vertrekken.
Samenvatting (Bron)Art. 7:230a BW ruimte of woonruimte? Voor de beoordeling welk huurregime op de huurovereenkomst van toepassing is, is van belang de inrichting en hetgeen partijen omtrent het gebruik voor ogen stond. In casu kan uit de partijbedoeling enkel worden afgeleid dat het gehuurde als kantoorruimte zou worden gebruikt. Belangenafweging: belangen van verhuurder wegen in casu zwaarder dan de belangen van huurder. Wel termen aanwezig om de ontruimingstermijn naar redelijkheid te verlengen met de duur van ťťn maand. Zelfstandig verzoek van verhuurder om de gebruikersvergoeding gedurende de termijn vast te stellen, wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
AnnotatorA.W. Jongbloed
Pagina119-125
UitspraakECLI:NL:RBDOR:2009:BI2880
Artikel aanvragenVia Praktizijn