Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum 30-09-2009
Aflevering 9
RubriekKort & bondig
TitelAardwarmte in de glastuinbouw: gloort er licht in Brussel?
CiteertitelAgr.r 2009, p. 365
SamenvattingDe glastuinbouw moet verder innoveren om te kunnen overleven. Dat is nodig omdat enerzijds de energieprijs in de toekomst ongetwijfeld zal stijgen en anderzijds het wenselijk is de CO2 uitstoot terug te dringen. In het Innovatie- en actieprogramma Kas als Energiebron van het Ministerie van LNV is aardwarmte als een van de mogelijkheden aangeduid om de ambitie te bereiken om 10% van de nieuwe glastuinbouw in 2020 klimaatneutraal te doen zijn. Aardwarmte wordt gezien als een onuitputtelijke bron van energie.
Auteur(s)W.H.G.A. Filott
Pagina365-366
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelLandgoederen en buitenplaatsen in de zin van de Natuurschoonwet 1928
CiteertitelAgr.r 2009, p. 367
SamenvattingDe wetgever heeft reeds in het begin van de twintigste eeuw ingezien dat het behoud van natuurschoon in Nederland gestimuleerd diende te worden. Het natuurschoon bestond in die tijd voor het grootste gedeelte uit landgoederen in particulier bezit. Vererving en de daarmee gepaard gaande hoge successierechten betekenden veelal (gedeeltelijke) verkoop en dus versnippering van landgoederen. In 1928 werd de Natuurschoonwet 1928 ingevoerd, met als doel de bevordering van de instandhouding van natuurschoon door middel van diverse fiscale faciliteiten.
Auteur(s)S.F. Griessen , R.J. Nieuwland
Pagina367-373
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelMeer samenwerking bij toenemende marktwerking in de landbouwsector
CiteertitelAgr.r 2009, p. 374
SamenvattingDe toenemende ruimte voor marktwerking in de landbouwsector die met de verschillende hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is gecreŽrd, vormt een sterke stimulans tot samenwerking tussen de landbouwondernemers. Meer en meer zoeken landbouwondernemers en verenigingen van landbouwondernemers naar mogelijkheden de krachten te bundelen om zo een tegenwicht te kunnen bieden aan de inkoopmacht van de afnemers (veelal de grote supermarktketens).
Auteur(s)M.C. van Heezik
Pagina374-383
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetgeving en literatuur
TitelWetgeving en literatuur
CiteertitelAgr.r 2009, p. 384
SamenvattingPacht:
Pachtrechtspraak;

Ruimtelijke Ordening:
Rechtspraak: Agrarische bedrijfswoning - Literatuur: Agrarische bedrijfswoning - Initiatiefnota 'Beter wonen op het platteland';

Beheer landelijk gebied:
Wetsvoorstel tot wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en Faunawet.

Strcuctuurbeleid:
LNV-subsidies;

Dieren:
Wetsvoorstel verbod pelsdierhouderij;

Milieurecht:
Inwerkingtreding wetsvoorstel Luchtkwaliteit (titel 5.2 Wet Milieubeheer) en Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit - Mest: Uitvoeringsregeling Meststoffenwet - Besluit galstuinbouw - Rechtspraak: revisievergunning art. 8.4 Wet milieubeheer/Wet geurhinder;

Bedrijfsopvolging:
Bedrijfsopvolgingsregeling;

Europees agrarisch recht:
Landbouw- en Visserijraad.
Auteur(s)C.S.C. Monsma
Pagina384-386
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 12-05-2009, 200.013.633
CiteertitelAgr.r 2009, p. 390
SamenvattingIndeplaatsstelling. Bedrijfsmatige exploitatie.

(Boetzelaar / Weenink).
Samenvatting (Bron)BW 7:312, 7:363. Indeplaatsstelling. Bedrijfsmatige exploitatie. Indien aannemelijk is dat de voorgestelde pachter het gepachte het gepachte bedrijfsmatig zal gebruiken, dient de vordering tot indeplaatsstelling als bedoeld in artikel 7:363 Burgerlijk Wetboek te worden afgewezen. Voor de vraag wat valt te beschouwen als behoorlijke bedrijfsvoering in de zin van het vijfde lid van dat artikel zijn immers mede van betekenis de artikelen 7:312 en 7: 376 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek, volgens welke bepalingen pacht een bedrijfsmatige exploitatie van het gepachte veronderstelt en een niet-bedrijfsmatige exploitatie een grond voor ontbinding van de pachtovereenkomst oplevert. mede tegen de achtergrond van de wetsgeschiedenis van artikel 7:312 Burgerlijk Wetboek veronderstelt een bedrijfsmatige exploitatie van het gepachte dat sprake is van een complex van economische activiteiten, gericht op winst door uitoefening van de landbouw. Voor de vraag of daarvan sprake is, acht het hof de navolgende gezichtspunten in het bijzonder van belang: a. de omvang van het bedrijf en de onderlinge samenhang tussen de diverse bedrijfsactiviteiten; b. de vraag of de voor toekomstige winstkansen noodzakelijke investeringen plaatsvinden; c. het redelijkerwijs te verwachten ondernemingsrendement; d. de vraag of de gebruiker een hoofdfuncite buiten de landbouw heeft; een en ander in onderlinge samenhang te beschouwen en met inachtneming van de overige omstandigheden van het geval.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina390-392
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BI4361
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 12-05-2009, 104.007.968
CiteertitelAgr.r 2009, p. 392
SamenvattingPacht. Oud recht. Verzoek pachtverlenging. Tekortkoming. Inbreng van het gebruik van het gepachte in personenvennootschap.

(Van Nispen tot Sevenaer / Van Huet-Bles).
Samenvatting (Bron)Pachtwet (oud) 38,39 BW 7:370 Toepassing van oud recht. Volgens artikel 39 Pachtwet wijst de pachtkamer een verzoek tot verlenging af indien de bedrijfsvoering van de pachter niet geweest is zoals het een goed pachter betaamt of het optreden van de pachter jegens de verpachter in de afgelopen pachtperiode aanleiding heeft gegeven tot gegronde klachten. Niet iedere tekortkoming levert een verplichte afwijzingsgrond op als in artiklel 39 Pachtwet bedoeld, maar alleen een tekortkoming die daartoe voldoende ernstig is. In dit verband wijst het hof erop dat de parallelle bepaling in de huidige regeling van de pacht van artikel 7: 370 lid 1 onder a Burgerlijk Wetboek spreekt van het geval dat de bedrijfsvoering door de pachter niet is geweest zoals een goed pachter betaamt of de pachter anderszins ernsitg is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Inbreng door pachter van gebruik van gepachte levert in de gegeven omstandigheden niet een tekortkoming op die voldoende ernstig is om te kunnen oordelen dat de verplichte afwijzingsgrond van artikel 39 Pachtwet van toepassing is.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina392-394
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BI4247
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 12-05-2009, 104.004.567
CiteertitelAgr.r 2009, p. 395
SamenvattingPacht. Vordering indeplaatsstelling. Tekortkoming. Inbreng van het gebruik van het gepachte in personenvennootschap.

(Van Nispen tot Sevenaer / Van Huet-Bles).
Samenvatting (Bron)BW 7:363 Op de vordring tot indeplaatsstelling beslist de pachtrechter volgens het derde lid van artikel 7:363 Burgerlijk Wetboek naar billijkheid. In dat verband zijn alle omstandigheden van het geval van belang, waaronder ook eventuele tekortkomingen van de zittende pachter(s). Voor zover de voorgestelde pachter mede verwijt treft van zulke tekortkomingen, kan die omstandigheid mede van belang zijn wat betreft de vraag of de voorgestelde pachter onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering biedt als bedoeld in het vijfde lid van genoemd artikel. Inbreng door pachter van gebruik van gepachte is hier tekortkoming, maar in de gegeven omstandigheden onvoldoende ernstig om naar billijkheid aan indeplaatsstelling in de weg te staan. In het verlengde daarvan is ook de omstandigheid dat de voorgestelde pachter van die tekortkoming op de hoogte was, althans had moeten zijn, niet van een zodanig gewicht dat daaruit volgt dat hij niet voldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina395-398
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BI4266
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 03-06-2008, 104.003.746
CiteertitelAgr.r 2009, p. 398
SamenvattingPacht. Einde pacht. Meerwaardeclausule. Dwaling. Verjaring. Rechtsverwerking.

(Geertsema / Vafi).
Samenvatting (Bron)BW art. 3:52, 6:228, 7:384; Pachtwet (oud) art. 56i dwaling Overeenkomst waarbij pachter het gepachte koopt en de pacht wordt beŽindigd met van wettelijk regime afwijkende meerwaardeclausule. Ten tijde van de koop bestond reeds principeakkoord tussen pachter en gemeente. Na pachtbeŽindiging wordt het voormalige gepachte aan de gemeente overgedragen. Verpachter vordert onder meer vernietiging van de meerwaardeclausule wegens dwaling, op de grond dat pachter zijn mededelingsplicht zou hebben geschonden door ter gelegenheid van de onderhandelingen over de koopovereenkomst en de meerwaardeclausule van het principeakkoord geen melding te maken. Geen verjaring of rechtsverwerking. Causaal verband. Bewijsopdracht met betrekking tot de feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de vraag of op de pachter naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht rustte.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina398-403
UitspraakECLI:NL:GHARN:2008:BE0110
Artikel aanvragenVia Praktizijn