Nederlands Tijdschrift voor Europees Recht

Uitgever Boom Juridische Uitgevers
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Europees Recht
Datum 10-12-2009
Aflevering 10
RubriekEuropees internationaal privaatrecht
TitelHet beroep op het bezit van een nationaliteit in geval van dubbele nationaliteit. Enkele aantekeningen naar aanleiding van de uitspraak Hadadi (C-168/08) van het Hof van Justitie
CiteertitelNTER 2009, p. 307
SamenvattingDe zaak Hadadi betrof een geschil inzake internationaal echtscheidingsrecht tussen twee personen met een gemeenschappelijke dubbele nationaliteit, de Hongaarse en de Franse, die sinds geruime tijd niet meer in Hongarije wonen en wier enige band met dit land de Hongaarse nationaliteit is. Het Hof van Justitie interpreteert de Brussel II bis Verordening in die zin dat de Hongaarse echtscheidingsrechter in een casus als voorliggend bevoegdheid mag opnemen op verzoek van de man. Het Hof wijst hantering van een effectiviteitstoets in de situatie van gemeenschappelijke dubbele nationaliteit af. HvJ EG 16 juli 2009, zaak C-168/08, Hadadi. De conclusie dateert van 12 maart 2009.
Auteur(s)V. van den Eeckhout
Pagina307-316
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMededinging
TitelHet beoogd toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector
CiteertitelNTER 2009, p. 317
SamenvattingDe Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft onlangs een mededeling gepubliceerd over het toekomstig kader voor het mededingingsrecht in de motorvoertuigensector. De mededeling volgt op een door de Commissie gedane evaluatie van de werking van Verordening (EG) nr. 1400/2002, de huidige sectorspecifieke groepsvrijstellingsverordening voor leverings- en distributieovereenkomsten in de motorvoertuigensector (hierna: groepsvrijstelling motorvoertuigen). Het is op basis van die effectrapportage dat de Commissie in haar mededeling een voorstel doet om in de toekomst de opvolger van de algemene groepsvrijstellingsverordening 2790/1999 (hierna: de algemene groepsvrijstelling) van toepassing te verklaren op de sector en daarmee deze in hoofdzaak te onderwerpen aan het algemene mededingingsrechtelijke kader voor leverings- en distributieovereenkomsten. In deze bijdrage zal eerst kort de achtergrond van de sectorspecifieke regelgeving worden weergegeven. Vervolgens zal het voorstel van de Commissie worden besproken; evenals de algemene groepsvrijstelling en de groepsvrijstelling motorvoertuigen. Daarna zal gekeken worden naar de belangrijkste gevolgen van het voorstel. Ten slotte bespreek ik kort de tijdslijn die de Commissie beoogt voor het effectueren van haar voorstel. Mededeling van de Commissie.
Auteur(s)M. Kuijper
Pagina317-321
LinkVolledige tekst artikel (Boom Juridische Uitgevers)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStaatssteun
TitelDe groepsrentebox: verduidelijking van staatssteuncriteria gewenst en gekregen?
CiteertitelNTER 2009, p. 322
SamenvattingIn de groepsrenteboxbeschikking heeft de Commissie zich uitgesproken over fiscale dispariteiten en de toerekening daarvan in het kader van staatssteun. Daarnaast heeft zij getracht helderheid te verschaffen over de vraag of voordelen die beperkt zijn tot ondernemingen die deel uit moeten maken van een groep per definitie selectief zijn. In deze bijdrage worden beide onderwerpen nader besproken. Beschikking C(2009)4511 def. van 8 juli 2009, regeling inzake de groepsrentebox, nr. C4/2007 (ex N465/2006), nog niet gepubliceerd.
Auteur(s)R.H.C. Luja
Pagina322-327
LinkVolledige tekst artikel (Boom Juridische Uitgevers)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEuropees strafrecht
TitelOmzetting van het kaderbesluit slachtofferzorg in beleidsregels van het Openbaar Ministerie of in formele wetgeving?
CiteertitelNTER 2009, p. 328
SamenvattingHet kaderbesluit slachtofferzorg zou oorspronkelijk in beleid van het Openbaar Ministerie worden geïmplementeerd. Dat desondanks wetswijziging plaatsvindt, is vooral te danken aan overwegingen in het kader van de fundamentele herziening van het Wetboek van Strafvordering en niet aan het bestaan van het kaderbesluit. De jurisprudentie van het Hof van Justitie over de omzetting van richtlijnen, die ook op kaderbesluiten van toepassing is, brengt echter mee dat beleidsregels van het Openbaar Ministerie niet het juridisch bindende karakter bezitten dat voor omzetting is vereist. Opname in wettelijke regelingen is vrijwel onontkoombaar. Het OM verliest hierdoor een substantieel beleidsterrein aan de wetgever. Kaderbesluit 2001/220/JBZ, Pb. EG 2001, L 82/1.
Auteur(s)W. Geelhoed
Pagina328-334
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekIntellectuele eigendom
TitelInfopaq: het werkbegrip geharmoniseerd?
CiteertitelNTER 2009, p. 335
SamenvattingIn zijn arrest van 16 juli 2009 in de zaak Infopaq moest het Hof van Justitie het begrip 'gedeeltelijke reproductie' uitleggen, zoals dat wordt gebruikt in de Richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij. Het heeft daarbij in één moeite door ook het auteursrechtelijk werkbegrip uitgelegd, terwijl veel IE-beoefenaars ervan uitgingen dat dit begrip niet geharmoniseerd was. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of het werkbegrip inderdaad als geharmonisserd moet worden beschouwd en worden de door het Hof gegeven interpretaties afgezet tegen de bestaande Nederlandse auteursrechtelijke rechtspraak. HvJ EG 16 juli 2009, Infopaq Internationaal/Danske Dagblades Forening, zaak C-5/08, n.n.g., IER 2009, m.nt. Grosheide en AMI 2009, 20 m.nt. Koelman.
Auteur(s)H.M.H. Speyart
Pagina335-342
LinkVolledige tekst artikel (Boom Juridische Uitgevers)
Artikel aanvragenVia Praktizijn