Jurisprudentie in Nederland

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie in Nederland
Datum 12-03-2010
Aflevering 2
RubriekArbeidsrecht
TitelHoge Raad, 12-02-2010, 09/03517
Citeertitel«JIN» 2010/155
SamenvattingKennelijk onredelijk ontslag. XYZ-formule. Schadebegroting. Omstandigheden van het geval.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag. Gevolgencriterium (van art. 7:681 lid 2, aanhef en onder b, BW). Schadevergoeding. Ter beantwoording van de vraag of het ontslag op de voet van art. 7:681 lid 2, aanhef en onder b, BW kennelijk onredelijk is, dienen alle omstandigheden ten tijde van het ontslag in aanmerking te worden genomen. Art. 7:681 lid 1 BW verleent niet reeds een recht op schadevergoeding als een werknemer bij zijn ontslag geen vergoeding heeft gekregen. Dit is niet anders als de werknemer twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. De schadevergoeding, bedoeld in art. 7:681 lid 1 BW dient ertoe de benadeelde een zekere mate van genoegdoening te verschaffen, in overeenstemming met aard en ernst van de tekortkoming van de wederpartij. De hoogte van deze vergoeding houdt nauw verband met de omstandigheden die de rechter tot zijn oordeel over de kennelijke onredelijkheid van het ontslag hebben gebracht. De rechter, aan wie bij de begroting van de schade een grote mate van vrijheid toekomt, dient zich steeds nauwkeurig rekenschap te geven van de factoren en omstandigheden die de hoogte van de vergoeding bepalen en dient hiervan op dusdanige wijze verantwoording af te leggen dat inzicht wordt gegeven in de afweging die tot zijn beslissing heeft geleid. De rechter mag de schade niet begroten aan de hand van een algemene (XYZ)formule. Uitgangspunt dat hoogte schadevergoeding wordt gemaximeerd op te verwachten inkomstenderving tot aan pensioen, onjuist. Aantal dienstjaren en leeftijd factoren waarmee de rechter bij de begroting van de schade rekening mag houden.
AnnotatorA.R. Houweling
Pagina141-151
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK4472
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelCentrale Raad van Beroep, 24-12-2009, 08/3188 AW
Citeertitel«JIN» 2010/156
SamenvattingAmbtenarenrecht. Persoonlijke levenssfeer. Privacy. Instructierecht. Haardracht.
Samenvatting (Bron)Opdracht verrichten van binnendiens wegens uiterlijke verschijning (hanenkam). Procesbelang. De wijziging in het rooster van de ploegkan op één lijn worden gesteld met een gedeeltelijke ontheffing van de taken die appellant regulier verrichtte, te weten het doen van buitendienst. Beperking artikel 10 en artikel 11 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Raad onderschrijft (...) niet het standpunt van de korpsbeheerder dat de uiterlijke verschijning van appellant zoals blijkend uit tot de gedingstukken behorende fotos, zodanig in strijd met de eisen van representativiteit en professionaliteit zou zijn dat een beperking als hier bedoeld gerechtvaardigd is te achten.
AnnotatorS.F.H. Jellinghaus
Pagina151-154
UitspraakECLI:NL:CRVB:2009:BK8782
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelRechtbank Utrecht, 20-01-2010, 657439 UC EXPL 09-17642
Citeertitel«JIN» 2010/157
SamenvattingConcurrentiebeding. Verval. Eenzijdige wijziging. Zwaarwichtig belang.
Samenvatting (Bron)Nakoming van concurrentiebeding met regionale werking. Onderzoek naar gedragingen en beoordeling of deze onder de werking van het beding vielen. Matiging van de boete in verband met eenmalige overtreding. In reconventie geschil over gewijzigde provisieregeling. Werkgever kon deze niet eenzijdig wijzigen, onder de in de uitspraak vermelde omstandigheden. Aanspraak op de provisie tijdens ziekte van de werknemer.
AnnotatorA.R. Houweling
Pagina154-159
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2010:BL0610
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelHoge Raad, 22-12-2009, 09/00217
Citeertitel«JIN» 2010/158
SamenvattingWijziging alimentatieverplichting. Terugwerkende kracht. Omvang motiveringsplicht rechter.
Samenvatting (Bron)Familierecht. Nabetaling door alimentatieplichtige van alimentatie als gevolg van een wijziging van de alimentatieverplichting met terugwerkende kracht; omvang motiveringsplicht rechter.
Pagina160-164
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BK1619
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelHoge Raad, 22-12-2009, 09/01586
Citeertitel«JIN» 2010/159
SamenvattingEchtscheidng. Duurzame ontwrichting huwelijk. Stel- en bewijsplicht.
Samenvatting (Bron)Familierecht. Verzoek om tussen partijen echtscheiding uit te spreken. (81 RO).
AnnotatorM.A. Weenink
Pagina165-167
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BK2002
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelRechtbank Utrecht, 16-12-2009, 268179 / FA RK 09-3049
Citeertitel«JIN» 2010/160
SamenvattingConcept huwelijkse voorwaarden. Afwijking gelijke gerechtigheid. Benadeling van Schuldeisers
Samenvatting (Bron)Huwelijkse voorwaarden. Gerechtigdheid van ieder van de echtgenoten afhankelijk van ontbinding van het huwelijk door overlijden of echtscheiding. Voorwaarde met terugwerkende kracht. Benadeling van schuldeisers.
AnnotatorR. Holtman
Pagina167-170
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2009:BK6036
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 02-06-2009, 104.003.403
Citeertitel«JIN» 2010/161
SamenvattingAandelentransactie. Overname bv na due diligence. Mededelingsplicht.
Samenvatting (Bron)Overname BV na due diligence
AnnotatorE.J. Bleeker
Pagina170-175
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2009:BL0296
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 01-09-2009, 200.018.647
Citeertitel«JIN» 2010/162
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. Obetaald laten vordering. Betalingsonwil. Onrechtmatige daad.
Samenvatting (Bron)Bestuurdersaansprakelijkheid; betalingsonwil; alleen vordering van voormalig statutair directeur blijft onbetaald;
AnnotatorM.R. Hoekstra
Pagina175-178
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2009:BL0308
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 12-01-2010, 200.035.254
Citeertitel«JIN» 2010/163
SamenvattingEnquêteprodecure. Opheffing onmiddellijke voorzieningen.
Samenvatting (Bron)Uitspraak Ondernemingskamer 12 januari 2010 Sint Antonius Stichting/B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij
AnnotatorG. Vergouwen
Pagina179-183
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2010:BK9673
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 10-12-2009, 350404 / KG ZA 09-1431
Citeertitel«JIN» 2010/164
SamenvattingVertegenwoordigingsbevoegdheid. Volmacht. Vertegenwoordiging door anderen dan bestuurders
Samenvatting (Bron)In geschil is of de model K-verklaring van de Combinatie, meer in het bijzonder de verklaring ondertekend door Van der Kamp B.V., in overeenstemming is met de eisen die daaraan in het ARW 2005 worden gesteld. Het Inschrijvings- en beoordelingsdocument Niet-Openbare procedure bevat onder het hoofdstuk Bij de inschrijving te verstrekken documenten de bepaling dat de inschrijver bij zijn inschrijvingsbiljet een verklaring dient te voegen als genoemd in artikel 3.27.3 van het ARW 2005 (model K-verklaring). In dat artikel is bepaald dat bedoelde verklaring ondertekend dient te zijn door een bestuurder die ter zake de inschrijver rechtsgeldig vertegenwoordigt. Het artikel vermeldt voorts dat de inschrijving ongeldig is, indien een vereiste verklaring ontbreekt of niet naar waarheid is ingevuld. In paragraaf 7 van de Algemene toelichting van het ARW 2005 wordt vermeld dat het ARW 2004 - dat in zoverre wordt overgenomen - conform het kabinetsbesluit een verplichte schriftelijke verklaring heeft geïntroduceerd door het hoogste management van een aanbieder, waaruit blijkt dat op geen enkele wijze de Mededingingswet is overtreden. Tevens vermeldt de toelichting dat met bestuurder normaliter wordt bedoeld een bestuurder in de zin van het Burgerlijk Wetboek (BW). Verwezen wordt naar de artikelen 2:130 (NV) en 2:240 (BV) BW, met normaliter zal beoogd zijn de situatie dat er een bestuurder is, behoudens belet of ontstentenis. De verplichting om een model K-verklaring over te leggen is bedoeld om misbruik, zoals ten tijde van de parlementaire enquête bouwfraude is geconstateerd, te voorkomen, meer in het bijzonder dat het hoogste management zich terzake op onwetendheid (geen strafrechtelijk opzet) zou kunnen beroepen. Een dergelijke bepaling dient dan ook in beginsel strikt nageleefd te worden. Het hoogste management dient in deze context aldus uitgelegd te worden dat het daarbij gaat om personen wier bestuurlijk handelen binnen de rechtspersoon niet door andere personen met bestuursbevoegdheid kan worden gecorrigeerd of herroepen. Met Rijkswaterstaat is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Combinatie niet aan de in artikel 3.27.3 ARW 2005 gestelde eis heeft voldaan. De model K-verklaring van Van der Kamp B.V. is niet ondertekend door een bestuurder die Van der Kamp B.V. ter zake van de inschrijving rechtsgeldig vertegenwoordigt, maar slechts door de heer [A] die wel de titel bedrijfsdirecteur draagt, doch geen statutair bestuurder is. Dat de feitelijke leiding bij Van der Kamp B.V. al sinds jaar en dag wordt uitgevoerd door [A] en hij bevoegd is om de vennootschap volledig te vertegenwoordigen, laat onverlet dat die bevoegdheid bestaat uit een gegeven volmacht door het bestuur. Die volmacht kan op elk gewenst moment door het bestuur worden ingetrokken. De heer [A] kan dan ook niet tot het hoogste management worden gerekend en komt niet in aanmerking om de model K-verklaring te tekenen. Eén van de twee statutaire bestuurders, die elk afzonderlijk zelfstandig bevoegd zijn de vennootschap te vertegenwoordigen, had dit moeten doen. Als de stelling van de Combinatie, inhoudende dat de model K-verklaring met een volmacht ondertekend kan worden, gevolgd zou worden, zou dat meebrengen dat elke werknemer, hoe laag ook in het management, gevolmachtigd kan worden door het bestuur om de model K-verklaring te ondertekenen. Daarmee zou geheel voorbij worden gegaan aan de reden waarom die eis in het leven is geroepen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt immers dat is beoogd om het hoogste management van een onderneming door het ondertekenen van de model K-verklaring verantwoordelijk te maken voor naleving van de mededingingsregels. Dat eerdere inschrijvingen op overheidsopdrachten, die ondertekend zijn door [A], wel akkoord zijn bevonden, omdat, zoals Van der Kamp B.V. heeft betoogd, Rijkswaterstaat dat welbewust en zorgvuldig heeft geaccordeerd, acht de voorzieningenrechter niet terzake doende. Niet aannemelijk is gemaakt dat in die eerdere aanbestedingsprocedures Rijkswaterstaat na zorgvuldige afweging welbewust de ondertekening door [A] heeft goedgekeurd, omdat hij in de visie van Rijkswaterstaat het hoogste management bij Van der Kamp B.V. zou zijn. Het belang dat Rijkswaterstaat heeft bij ongeldigverklaring is afgezien van het tegengaan van misbruik, als vermeld dat De Vries het recht heeft om van Rijkswaterstaat strikte toepassing van de onderhavige eis te verlangen.
AnnotatorE.E.G. Gepken-Jager
Pagina184-187
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2009:BK9108
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad, 18-12-2009, 08/03722
Citeertitel«JIN» 2010/165
SamenvattingAansprakelijkheidsrecht. Alternatieve causaliteit. Hoofdelijke verbondenheid. Regres. Interne draagplicht.
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht. Alternatieve causaliteit (6:99 BW). Hoofdelijke verbondenheid voor schade (6:102 BW). Regres verzekeraar bij wie voertuig dat eerste ongeval heeft veroorzaakt op verzekeraar voertuig dat tweede ongeval heeft veroorzaakt (6:10, 102 en 101 BW). Indien niet valt vast te stellen in welke mate de gebeurtenissen waarvoor zij aansprakelijk zijn, hebben bijgedragen tot de gehele schade, bestaat behalve onder bijzondere omstandigheden, draagplicht voor gelijke delen.
AnnotatorM.C.C. Stoové
Pagina187-198
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BK0873
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad, 22-01-2010, 09/01624
Citeertitel«JIN» 2010/166
SamenvattingProcesrecht. Benoeming deskundige en bepaling omtrent voorschot. Deelvonnis? Provisioneel tussenvonnis? Ontvankelijkheid tussentijds cassatieberoep
Samenvatting (Bron)Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest. De uitzondering die in art. 337 lid 1 en 401a lid 1 Rv. wordt gemaakt voor uitspraken betreffende voorlopige voorzieningen geldt niet voor beslissingen in het kader van voortgang en instructie zaak, zoals beslissing omtrent deponering voorschot in het kader van een bevolen deskundigenonderzoek.
AnnotatorM.A.J.G. Janssen
Pagina199-206
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK1639
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad, 29-01-2010, 09/00505
Citeertitel«JIN» 2010/167
Samenvattingprocesrecht. Arbitrage. Inzage in aantekeningen van scheisgerecht?
Samenvatting (Bron)Procesrecht; arbitrage. Vraag of procespartijen de aantekeningen van de secretaris van een scheidsgerecht, die tijdens de behandeling zijn opgemaakt, kunnen opeisen. Beleidsvrijheid arbiters, die niet wordt doorkruist door art. 843a Rv. Informatie- en verantwoordingsplichten arbiters; art. 7:403 BW.
Annotator Boer
Pagina206-212
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK2007
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-12-2009, HD 200.036.330
Citeertitel«JIN» 2010/168
SamenvattingGemengde overeenkomst. Huur. Zorg.
Samenvatting (Bron)Kort Geding. Combinatie van woonbegeleiding en huur woonruimte. Geen huurbescherming.
AnnotatorJ.E. van der Werff
Pagina213-216
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2009:BK9394
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad, 05-01-2010, 08/02860
Citeertitel«JIN» 2010/169
SamenvattingNiet verschenen verdachte. gemachtigde raadsman. Aanwezigheidsrecht.
Samenvatting (Bron)Aanwezigheidsrecht. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN ZD1314 t.a.v. de beslissing op een aanhoudingsverzoek. s Hofs kennelijke oordeel dat aan een ander belang dan het belang van verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, voorrang moet worden gegeven, is onjuist, noch onbegrijpelijk nu de uitdrukkelijk tot verdediging gemachtigde raadsman aan zijn aanhoudingsverzoek ten grondslag heeft gelegd dat verdachte zich niet deugdelijk heeft kunnen voorbereiden, en niet ook dat verdachte ttz. aanwezig wilde zijn.
AnnotatorM.L.C.C. de Bruijn-Lückers
Pagina216-220
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK2145
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad, 19-01-2010, 08/03602
Citeertitel«JIN» 2010/170
SamenvattingGrondslag vordering TUL. Mondelinge wijziging.
Samenvatting (Bron)Grondslag vordering TUL en (mondelinge) wijziging daarvan; art. 14g.1 jo. 14i.6 Sr. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AB0609. HR: Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de AG bij de behandeling van de zaak in hb door bevestiging te vorderen van het vonnis van de Rb (waarin de toewijzing van de vordering TUL was gegrond op de bewezenverklaring in zaak A subsidiair en C onder 1) de grondslag van de vordering TUL aldus heeft gewijzigd dat zij erop is komen te berusten dat verdachte zich vóór het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten die in de zaken A en C zijn tenlastegelegd. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Conclusie AG: anders.
AnnotatorM.L.C.C. Bruijn-Lückers
Pagina220-224
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK3348
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad, 26-01-2010, 08/05244
Citeertitel«JIN» 2010/171
SamenvattingSalduz-verweer.
Samenvatting (Bron)Salduz-verweer. De klacht dat het Hof in strijd met het recht op een eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM een verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd zonder dat hij daaraan voorafgaand in de gelegenheid was gesteld een advocaat te raadplegen, bij de bewijsvoering heeft betrokken, kan niet voor het eerst in cassatie worden aangevoerd, aangezien de beoordeling daarvan een onderzoek van feitelijke aard zou vergen (vgl. HR LJN BH3084).
AnnotatorM.L.C.C. Bruijn-Lückers
Pagina225-227
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK5619
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State, 28-10-2009, 200807965/1/H1
Citeertitel«JIN» 2010/172
SamenvattingAanvraag. Bouwvergunning. Besluit. Belanghebbende.

Noot onder JIN 2010/173.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 6 juni 2007 heeft appellant sub 1 (hierna: het college) aan [appellante sub 3] bouwvergunning verleend voor het aanleggen van een zwembad op het perceel [locatie] te Weert (hierna: het perceel).
AnnotatorT.H. Lam
Pagina228-230
UitspraakECLI:NL:RVS:2009:BK1349
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State, 28-10-2009, 200900139/1/H1
Citeertitel«JIN» 2010/173
SamenvattingAanvraag. Buiten behandeling stellen. Belanghebbende.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 23 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van den Haag (hierna: het college) geweigerd bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een bedrijfsgebouw op het perceel Uitenhagestraat 3 te Den Haag.
AnnotatorT.H. Lam
Pagina230-232
UitspraakECLI:NL:RVS:2009:BK1371
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelCentrale Raad van Beroep, 24-11-2009, 07/6943 WWB + 07/6944 WWB
Citeertitel«JIN» 2010/174
SamenvattingIntrekking en terugvordering bijstand. Huisbezoek. Huisrecht. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Redelijke grond. Toestemming. Eis van 'informed consent'. Bewijslast. Geen uitsluiting onrechtmatig verkregen bewijs.
Samenvatting (Bron)Huisbezoek; redelijke grond; geen volledig informed consent; inbreuk huisrecht; bevindingen huisbezoek wel mee te nemen bij beoordeling recht op bijstand; onjuiste opgave woonadres; intrekking en terugvordering bijstand.
AnnotatorG. Overkleeft-Verburg
Pagina232-236
UitspraakECLI:NL:CRVB:2009:BK4064
Artikel aanvragenVia Praktizijn