Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 20-05-2010
Aflevering 20
RubriekVooraf
TitelAnglo-Amerikaanse invloeden
CiteertitelNJB 2010, 1011
SamenvattingDe Anglo-Amerikaanse invloed op bepaalde delen van ons recht en onze rechtspraktijk, met name op het contractenrecht en de contractsvrijheid, is duidelijk - en in toenemende mate - voelbaar. De tijd dat een contract op het spreekwoordelijke bierviltje werd vastgelegd ligt, wat betreft een aanzienlijke hoeveelheid commerciŽle contracten, zeker die met een aanmerkelijk belang, reeds lang achter ons.
Auteur(s)C.E. Drion
Pagina1279-1279
LinkVolledige tekst artikel (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
Titel25 jaar bestrijding van seksuele intimidatie. Naar een adequate juridische benadering van een hardnekkig probleem?
CiteertitelNJB 2010, 1012
SamenvattingHet recht op het gebied van seksuele intimidatie kan gerust als een lappendeken worden gekenschetst. Maar wel een deken waaronder het voor slachtoffers betrekkelijk goed schuilen is. De algemene verbondsnorm die nu in de gelijkbehandelingswetgeving is opgenomen is minder gelukkig. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat seksuele intimidatie alleen een probleem is als het tevens als discriminatie kan worden gezien.
Auteur(s)H.M.T. Holtmaat
Pagina1280-1286
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelSchotelverboden
CiteertitelNJB 2010, 1013
SamenvattingTal van woningcorporaties en andere verhuurders zijn er de afgelopen jaren toe overgegaan om in hun huurcontracten de plaatsing van schotelantennes te reguleren. Volgens het Nederlandse huurrecht is dit toegestaan. De Europese Commissie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens denken hier echter heel anders over. Schotelantennes mogen wel worden aangebracht. Alleen zeer dringende redenen van algemeen belang kunnen het recht op vrije nieuwsgaring opzijzetten.
Auteur(s)C.A. Adriaansens
Pagina1287-1290
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelBestuurders van en Raad voor de rechtspraak: houd het bij raad aan de rechtspraak!
CiteertitelNJB 2010, 1014
SamenvattingDe Raad voor de rechtspraak en het LOVCK zijn over de grenzen van hun bevoegdheid getreden om de uniforme rechtstoepassing te bevorderen. Dit naar aanleiding van hun handelen inzake ambtshalve toetsing van Europees consumentenrecht.
Auteur(s)P.E.M. Messer-Dinnissen , J.W.M. Tromp
Pagina1291-1295
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelJuridische dienstverlening aan vreemdelingen
CiteertitelNJB 2010, 1015
SamenvattingIk wil graag een korte aanvulling geven op het artikel in het NJB van de hand van mr. B. Wegelin over de rotte appel en de rotte mand. Aan de orde is de recente schorsing van een advocaat in het vreemdelingenrecht.
Auteur(s)P. Ploeger
Pagina1296-1296
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelDe laatste stuiptrekkingen van een begrip?
CiteertitelNJB 2010, 1016
Samenvatting'De fictie van de scheiding der machten is een nuttige fictie', stelt Maurice Adams. Deze fictie levert de norm om maatschappelijke ontwikkelingen te kunnen beoordelen. Hoewel Adams tot dezelfde vakgroep behoort, verschillen wij op dit punt sterk van mening. Ik wil de lezer onze discussie niet onthouden. Waar de meeste juristen impliciet nogf met een dualistisch wereldbeeld werken, heb ik eerder in het NJB gepleit voor een monistische aanpak.
Auteur(s)H. Gommer
Pagina1296-1298
LinkVolledige tekst artikel (uvt.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelNaschrift
CiteertitelNJB 2010, 1017
SamenvattingEens in de tien haar, zo schat ik, staat er iemand op die beweert dat het begrip scheiding der machten moet worden uitgeroeid. Steeds met gelijkaardige argumenten overigens: het is een onnodig en verwarrend begrip, behorend bovendien tot het rijk der utopieŽn; de bijl aan de wortel!
Auteur(s)L.H.J. Adams
Pagina1298-1298
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelInternationaal Gerechtshof, 20-04-2010, Pulp Mills on the River Uruguay (Argentina v. Uruguay)
CiteertitelNJB 2010, 1018
SamenvattingDit geschil tussen ArgentiniŽ en Uruguay gaat over de bouw van papierpulpfabrieken aan de grensrivier Uruguay. Uruguay verleende toestemming voor de aanleg van twee papierpulpfabrieken aan de oever van de rivier in de omgeving van de stad Fray Bentos in het zuidwesten van Uruguay.

(Argentinia / Uruguay).
Pagina1299-1300
LinkVolledige tekst uitspraak (icj-cij.org)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 16-03-2010, 15766/03
CiteertitelNJB 2010, 1019
SamenvattingArt. 14 jo. art. 2 Eerste Protocol EVRM. Het instellen van aparte schoolklassen voor Romakinderen met taalachterstand levert indirect onderscheid op jegens Roma. Objectiviteit van het beeld onvoldoende gewaarborgd. Geen objectieve rechtvaardiging.

(Orsus e.a. / KroatiŽ).
Samenvatting (Bron)Preliminary objection dismissed;Violation of Art. 6-1;Violation of Art. 14+P1-2;Non-pecuniary damage - award
Pagina1300-1301
UitspraakECLI:CE:ECHR:2010:0316JUD001576603
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 16-03-2010, 42184/05
CiteertitelNJB 2010, 1020
SamenvattingArt. 1 Eerste Protocol jo. art. 14 EVRM. Pensioenen van mensen die buiten het Verenigd Koninkrijk wonen, worden niet geÔndexeerd, tenzij sprake is van een reciprociteitsverdrag. Geen vergelijkbare gevallen, dus geen discriminatie.

(Carson e.a. / Verenigd Koninkrijk).
Samenvatting (Bron)Preliminary objection dismissed (non-exhaustion of domestic remedies);Preliminary objection allowed (non-exhaustion of domestic remedies);No violation of Art. 14+P1-1
Pagina1301-1302
UitspraakECLI:CE:ECHR:2010:0316JUD004218405
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof van Justitie EG, 20-04-2010, C-246/07
CiteertitelNJB 2010, 1021
SamenvattingNiet-nakoming - Schending van art. 10 EG en van art. 300 lid 1 EG - Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen - Eenzijdig voorstel van lidstaat om stof in bijlage A bij dat verdrag op te nemen.

(Commissie / Zweden).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 20 april 2010. # Europese Commissie tegen Koninkrijk Zweden. # Niet-nakoming - Schending van artikel 10 EG en van artikel 300, lid 1, EG - Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen - Eenzijdig voorstel van lidstaat om stof in bijlage A bij dat verdrag op te nemen. # Zaak C-246/07.
Pagina1302-1303
UitspraakECLI:EU:C:2010:203
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof van Justitie EG, 20-04-2010, C-265/08
CiteertitelNJB 2010, 1022
SamenvattingRichtlijn 2003/55/EG - Interne markt voor aardgas - Ingrijpen van overheid in prijs voor levering van aardgas na 1 juli 2007 - Openbare dienstverplichtingen van ondernemingen in aardgassector.

(Federutility e.a / X).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 20 april 2010. # Federutility en anderen tegen Autorita per l'energia elettrica e il gas. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Tribunale amministrativo regionale per la Lombardia - Italie. # Richtlijn 2003/55/EG - Interne markt voor aardgas - Ingrijpen van overheid in prijs voor levering van aardgas na 1 juli 2007 - Openbaredienstverplichtingen van ondernemingen die actief zijn in gassector. # Zaak C-265/08.
Pagina1303-1305
UitspraakECLI:EU:C:2010:205
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-04-2010, 08/04746
CiteertitelNJB 2010, 1023
SamenvattingUitleg overeenkomst. Haviltexmaatstaf. Sinds zijn indiensttreding neemt de werknemer deel aan een collectieve pensioenregeling. De werkgever heeft de pensioenregeling gewijzigd en daarover bij diverse gelegenheden mededelingen gedaan aan de werknemers.
Samenvatting (Bron)Overeenkomstenrecht. Uitleg overeenkomst inzake indexering van pensioen; Haviltex-maatstaf; aan inhoud brief mocht redelijkerwijze de betekenis van een onvoorwaardelijke indexering worden togekend; het niet-reageren op toegezonden pensioenbochure, de overhandigde definitieve tekst van pensioenregeling en jaarlijkse pensioenoverzichten, alsmede het pas later aan de orde stellen van de indexering impliceert geen instemming met voorwaardelijke indexering; bij de uitleg in aanmerking te nemen nadere omstandigheden.
Pagina1305-1306
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL5262
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-04-2010, 09/00399
CiteertitelNJB 2010, 1024
SamenvattingBeroepsaansprakelijkheid notaris. Een moeder overlijdt. Zij heeft haar kinderen als enige erfgenamen benoemd. Op verzoek van de vader van de kinderen stelt de notaris akten op en verlijdt hij een akte, met als gevolg dat het woonhuis van de ouders, dat om fiscale redenen op naam van de moeder stond, op naam van de vader wordt gesteld.
Samenvatting (Bron)Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad; beroepsaansprakelijkheid notaris; onzorgvuldig handelen bij opstellen van een akte; schadebeperking.
Pagina1306-1307
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL4084
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-04-2010, 09/01267
CiteertitelNJB 2010, 1025
SamenvattingOntvankelijkheid gefailleerde.
Samenvatting (Bron)Procesrecht; overname vordering door curator; verlies van hoedanigheid van procespartij; niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep.
Pagina1307-1307
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL5450
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-04-2010, 09/03739
CiteertitelNJB 2010, 1026
SamenvattingCassatietermijn. Voor cassatieberoep op de voet van de Rijkswet op het Nederlanderschap geldt een cassatietermijn van drie maanden vanaf de dag van de uitspraak.
Samenvatting (Bron)Cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep; cassatietermijn van drie maanden; Rijkswet op het Nederlanderschap schrijft geen afwijkende cassatietermijn voor en kent ook geen afwijkende bepaling omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn; toepasselijkheid van art. 426 lid 1 Rv..
Pagina1307-1307
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL6186
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-04-2010, 09/03740
CiteertitelNJB 2010, 1027
SamenvattingGelijke beslissing als nr. 09/03739, LJN BL6186, hiervoor afgedrukt.
Samenvatting (Bron)Cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep; cassatietermijn van drie maanden; Rijkswet op het Nederlanderschap schrijft geen afwijkende cassatietermijn voor en kent ook geen afwijkende bepaling omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn; toepasselijkheid van art. 426 lid 1 Rv..
Pagina1308-1308
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL6184
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 08/03214 A
CiteertitelNJB 2010, 1028
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf wegens (1) het opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen, als ware het echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd (2) het in bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vervalst is, meermalen gepleegd (3) medeplegen van valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd (4) medeplegen van een gewoonte maken van het opzettelijk witwassen van geld [...].
Samenvatting (Bron)Antilliaanse zaak. Gegronde bewijsklacht.
Pagina1308-1308
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL4101
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 08/05146
CiteertitelNJB 2010, 1029
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens (1) overtreding van art. 7 lid 1 aanhef en onder a van de WVW 1994 (2) overtreding van art. 163 lid 2 van die Wet (3) overtreding van art. 107 lid 1 van die Wet; (4) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd en (5) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Samenvatting (Bron)Combinatie ISD met bijkomende straffen. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AV1161. De HR neemt in aanmerking dat blijkens art. 9.5 Sr voor bijkomende straffen als algemeen uitgangspunt geldt dat zij gecombineerd mogen worden met andere straffen en dat niet valt in te zien waarom dat niet ook zou gelden voor de combinatie met maatregelen waaronder de ISD-maatregel. Voorts neemt de HR in aanmerking dat blijkens de wetsgeschiedenis in het bijzonder de combinatie van de ISD-maatregel met een vrijheidstraf problematisch werd geacht, en dat -gelet op de doeleinden van de ISD-maatregel- zulks niet zonder meer anders kan worden geacht bij de combinatie van een ISD-maatregel met een van de andere hoofdstraffen (taakstraf of geldboete), maar dat die bezwaren zich niet of in mindere mate doen gevoelen bij bijkomende straffen, waaronder een OBM (zoals i.c.).
Pagina1309-1309
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK6345
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 08/03527
CiteertitelNJB 2010, 1030
SamenvattingDe verdachte werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter waarbij hij wegens overtreding van art. 107 WVW 1994 bij verstek werd veroordeeld tot twee weken hechtenis.
Samenvatting (Bron)Art. 408 Sv. Klacht over niet-ontvankelijkheid hb. Het Hof is kennelijk ervan uitgegaan dat verdachte na de dag van de ttz. in e.a. heeft kennisgenomen van de inleidende dagvaarding. Het Hof heeft waar het overweegt dat verdachte binnen veertien dagen nadat hij kennis had genomen van die dagvaarding, hb had dienen in te stellen, die kennisneming kennelijk aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, waarbij nog opmerking verdient dat de door het Hof in het verband van dat oordeel gestelde eis dat verdachte na de kennisneming van die dagvaarding had moeten informeren naar de einduitspraak, geen steun vindt in het recht.
Pagina1309-1310
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL7689
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 08/01572
CiteertitelNJB 2010, 1031
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete van Ä 100 met onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen hond, dit wegens overtreding van art. 73 lid 2 GWD.
Samenvatting (Bron)Regeling agressieve dieren (per 1-1-2009 ingetrokken). HR ambtshalve: Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "overtreding van artikel 73.2 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren". Op de gronden vermeld in HR LJN BI1427, is de verweten gedraging niet langer als zodanig kwalificeerbaar. Volgt terugwijzing.
Pagina1310-1310
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL6696
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 08/03863
CiteertitelNJB 2010, 1032
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep wegens (1) overtreding van art. 163 lid 2 WVW 1994, (2) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (3) eenvoudige belediging aangedaan aan een ambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd en (4) wederspannigheid, veroordeeld tot een werkstraf van zestig uren met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden.
Samenvatting (Bron)Oplegging OBM. Het Hof heeft, gelet op art. 60 Sr, ten onrechte de bijkomende straf OBM voor meer dan ťťn misdrijf opgelegd. Voorts kan, gelet op de artt. 179 en 179a WVW, die bevoegdheid niet worden ontzegd voor twee van de bewezenverklaarde feiten.
Pagina1310-1310
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL5643
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 09/01728
CiteertitelNJB 2010, 1033
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep wegens het medeplegen van poging tot moord veroordeeld tot vijf jaren gevangenisstraf.
Samenvatting (Bron)Aanmerkelijke kans. O.g.v. s Hofs vaststellingen moet er in cassatie van worden uitgegaan dat verdachte de hem verweten gedragingen niet willens en wetens op de dood van X heeft gericht. Het Hof heeft immers het opzet in voorwaardelijke vorm bewezen geacht en daaraan een afzonderlijke bewijsoverweging gewijd. Dat sprake was van een aanmerkelijke kans dat X door de in de bewezenverklaring bedoelde schoten dodelijk zou worden getroffen, kan niet zonder meer uit s Hofs bewijsvoering volgen. De bewijsmiddelen houden immers in dat X zich t.t.v. het lossen van de schoten in de slaapkamer bevond, terwijl die slaapkamer niet in het verlengde van de voordeur was gelegen. Gelet hierop is s Hofs oordeel dat een aanmerkelijke kans bestond dat ťťn van de kogels X dodelijk zou raken, niet zonder meer begrijpelijk (vgl. HR LJN AT2760). Het bewezenverklaarde opzet is niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Pagina1310-1311
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL6765
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 08/01322
CiteertitelNJB 2010, 1034
SamenvattingHet hof heeft in hoger beroep de verdachte vrijgesproken van (1) deelneming aan door Liberiaanse troepen en/of milities in de jaren 2000 tot en met 2002 gedurende gewapende conflicten in Guinee en Liberia gepleegde (gekwalificeerde) oorlogsmisdrijven en van (2) medeplegen van illegale leveranties van wapens aan het regime van Charles Taylor. In eerste aanleg was de verdachte vrijgesproken van het feit (1) en voor feit (2) veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren.
Samenvatting (Bron)OM-cassatie. Verdachte is vervolgd voor betrokkenheid bij door Liberiaanse troepen en/of milities gepleegde oorlogsmisdrijven en bij illegale wapenleveranties aan het regime van Charles Taylor tussen 2000 en 2003. Art. 226a Sv. Afwijzing verzoek ex art. 226a Sv om anonieme getuigen te doen horen bij de r-c. De grondslag voor de door het OM gedane vordering kan worden gevonden in de artt. 315 en 316 jo. art. 328 Sv. Maatstaf bij de beoordeling van een zodanige vordering is of de noodzaak van hetgeen is gevorderd is gebleken. Indien het gaat om getuigen die eerst na de aanvang van het onderzoek ttz. aan het OM bekend zijn geworden dan wel om andere redenen niet voorafgaand aan de ttz. konden worden opgeroepen, zal het OM zijn aangewezen op het doen van een vordering ttz. tot het doen horen van die getuigen. Dat kan onder omstandigheden meebrengen dat de concrete toepassing van het noodzakelijkheidscriterium bij de beoordeling van een dergelijke vordering niet wezenlijk verschilt van wat met de toepassing van het criterium van het vervolgingsbelang is beoogd. Daarbij verdient aantekening dat indien het gaat om getuigen die naar het oordeel van het OM op de voet van art. 226a Sv door de r-c dienen te worden gehoord, oproeping van die getuigen ttz.niet mogelijk is en een vordering daartoe slechts ttz. kan worden gedaan, tenzij voor het OM de mogelijkheid heeft bestaan die getuigen langs de weg van de in art. 411a Sv voorziene procedure voorafgaand aan de aanvang van het onderzoek ttz. door de r-c te doen horen. l.c. konden de desbetreffende getuigen niet worden gehoord dan met toestemming van het Sierra Leone Tribunaal. Die toestemming was ook vereist t.a.v. het gebruik van de reeds door die getuigen t.o.v. de Nationale Recherche afgelegde verklaringen. Eerst na de aanvang van het onderzoek ttz. in hb heeft het OM de toestemming tot het doen horen van die getuigen verkregen, zij het onder de voorwaarde dat zij anoniem zouden worden gehoord. De door die getuigen t.o.v. de Nationale Recherche afgelegde verklaringen konden bij gebreke van toestemming van het Sierra Leone Tribunaal door het OM niet worden ingebracht, zodat met overlegging van een samenvatting moest worden volstaan. Het Hof heeft niet doen blijken of het aanleiding heeft gezien tot een ruime toepassing van het noodzakelijkheidscriterium zoals hiervoor is bedoeld. Indien het daartoe geen grond aanwezig heeft geacht, is dat in het licht van de op de vordering gegeven toelichting met name waar het betreft de bijzondere processuele positie waarin het OM zich in deze zaak bevond niet zonder meer begrijpelijk. Indien het Hof wel een dergelijke toepassing van het noodzakelijkheidscriterium heeft beoogd en die toepassing heeft willen doen aansluiten bij wat met hantering van de maatstaf van het vervolgingsbelang zou zijn bereikt, had het zijn beslissing nader moeten motiveren. Van de inhoud van de (samenvatting van de) overgelegde verklaringen kan immers niet zonder meer worden gezegd dat deze relevantie mist ten aanzien van hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd. Daaraan doet niet af dat het Hof heeft geoordeeld dat die verklaringen op onderdelen onjuist, onverenigbaar met de verklaringen van andere getuigen, dan wel anderszins als weinig geloofwaardig moeten worden aangemerkt, en evenmin dat de betrouwbaarheid van de anoniem af te leggen verklaringen slechts in beperkte mate door het Hof zouden kunnen worden getoetst. De bestreden uitspraak lijdt in dit opzicht aan een motiveringsgebrek.
Pagina1311-1312
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK8132
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-04-2010, 07/11527
CiteertitelNJB 2010, 1035
SamenvattingDe verdachte werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Het middel bevat de klacht dat de stukken van het geding in het ongerede zijn geraakt, zodat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst.
Samenvatting (Bron)Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. Aangezien de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst, kan zij niet in stand blijven. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Pagina1312-1313
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BL6675
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 25-03-2010, 08/6472 WW
CiteertitelNJB 2010, 1036
SamenvattingWerknemer. Dienstbetrekking. Persoonlijk verrichten van arbeid. Betrokkene verrichtte de werkzaamheden ten behoeve van het televisieprogramma 'De Gouden Kooi' in dienstbetrekking.
Samenvatting (Bron)Weigering WW-uitkering, omdat betrokkene niet als werknemer kan worden beschouwd. Deelname aan televisieprogramma. Voldaan is aan de vereisten voor het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Voor haar deelname aan het programma ontving betrokkene een vergoeding die het karakter droeg van een tegenprestatie voor de verrichte arbeid en om die reden als loon was aan te merken. De tegenprestatie is in de loop van het programma nader onderhandelbaar gebleken, in de zin dat zij gaandeweg is verhoogd om betrokkene te stimuleren de villa nog niet te verlaten. Geen sprake van een voor iedere deelnemer vastgestelde forfaitaire vergoeding. Onvoldoende motivering.
Pagina1313-1313
UitspraakECLI:NL:CRVB:2010:BM1502
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 14-04-2010, 08/6563 ANW + 08/6752 ANW
CiteertitelNJB 2010, 1037
SamenvattingRechtsgeldig huwelijk. Geen verboden onderscheid. Het feit dat bij gehuwden uitsluitend aan een formeel criterium wordt getoetst, levert geen verboden onderscheid op ten opzichte van ongehuwd samenwonenden. Bij ongehuwd samenwonenden wordt getoetst aan het materiŽle criterium of een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd.
Samenvatting (Bron)BeŽindiging en terugvordering nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht ingevolge de ANW. Appellante is niet al haar verplichtingen jegens de Svb nagekomen door de wijziging in haar situatie, in casu het sluiten van haar huwelijk, niet aan de Svb te melden. Voorts is niet gebleken van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
Pagina1313-1314
UitspraakECLI:NL:CRVB:2010:BM2487
Artikel aanvragenVia Praktizijn