TRA, tijdschrift Recht en Arbeid

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift TRA, tijdschrift Recht en Arbeid
Datum 14-06-2010
Aflevering 5
RubriekColumn
TitelBrief aan de minister-president
CiteertitelTRA 2010,
SamenvattingGeachte minister-president, Ik schrijf u zodat u - uit de ongetwijfeld hoge stapel wetsvoorstellen op uw bureau - direct de voor de arbeidsrechtpraktijk cruciale wetsvoorstellen te pakken heeft.
Auteur(s)M. van Eck
Pagina3-4
LinkVolledige tekst artikel (Tijdschriftrechtenarbeid.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVerdieping
TitelCao-recht en incorporatie na overgang van onderneming. De positie van de ongebonden werkgever nader beschouwd
CiteertitelTRA 2010, 45
SamenvattingHet Werhof-arrest van het Hof van Justitie EG geeft een nadere invulling aan de manier om aan een geÔncorporeerde cao gebonden te blijven na overgang van onderneming.  Een dynamisch geredigeerd incorporatiebeding verandert dan van karakter en wordt een statisch incorporatiebeding. Deze regel kan evenwel voor de Nederlandse situatie worden genuanceerd, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de lezing van voornoemd arrest. Auteurs verdedigen dat in geval van een overgang van onderneming waarbij aan beide zijden sprake is van ongebonden werkgevers, een dynamisch incorporatiebeding ten volle blijft werken. Deze stelling wordt onderbouwd aan de hand van een 'viertrapsraket' voor de benadering van binding aan een cao na overgang van onderneming.
Auteur(s)A.F. Bungener , E. Koot-van der Putte
Pagina5-11
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelDe arresten van 27 november 2009 en 12 februari 2010 en de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters: wie heeft gelijk?
CiteertitelTRA 2010, 46
SamenvattingDe arresten van de Hoge Raad van 27 november 2009 en 12 februari 2010 gaan uit van een wezenlijk andere wijze van bepalen van de schadevergoeding bij kennelijk onredelijke opzegging van die van de vergoeding bij ontbinding. In deze bijdrage wordt achtereenvolgens onderzocht of de gronden die de Hoge Raad aanvoert voor het verwerpen van formules in procedures ex art. 7:681 BW overtuigen en of er in het licht van wat de Hoge Raad over de schadevergoeding bij opzegging heeft beslist, aanleiding is de zogeheten Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters aan te passen.
Auteur(s)R.A.A. Duk
Pagina12-17
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelBegroot, schat, vergoed en bewonder: de begroting van de kennelijk onredelijk ontslagvergoeding na 12 februari 2010
CiteertitelTRA 2010, 47
SamenvattingDe recente arresten over kennelijk onredelijke opzegging nopen ertoe om de schadevergoeding bij kennelijk onredelijke opzeggingen anders te berekenen dan tot nu toe gebruikelijk was. Eerst moet de kennelijke onredelijkheid worden vastgesteld en vervolgens moet de schade zo concreet mogelijk worden berekend. De Hoge Raad moedigt aan om factoren concreet te benoemen en de berekening inzichtelijker te maken. In dit artikel wordt een aantal elementen van de nieuwe wijze van berekening benoemd en besproken. Hiermee wordt beoogd de rechtspraktijk te stimuleren de voorspelbaarheid van beslissingen over deze schadevergoeding te vergroten.
Auteur(s)G.J.J. Heerma , J.J.M. de Laat , S.F. Sagel , E. Verhulp
Pagina18-24
LinkVolledige tekst (Handle.net)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelOntbinding(sverzoek) tijdens de opzegtermijn: een analyse van rechtspraak na Van Hooff Elektra/Oldenburg-Pekel
CiteertitelTRA 2010, 48
SamenvattingIn Van Hooff Elektra/Oldenburg-Pekel heeft de Hoge Raad een aantal handvatten aangereikt hoe te oordelen over de ontvankelijkheid van een ontbindingsverzoek tijdens de opzegtermijn, de toewijsbaarheid van een dergelijk ontbindingsverzoek en de hoogte van de eventueel toe te kennen ontbindingsvergoeding. In deze bijdrage wordt de gepubliceerde rechtspraak na 11 december 2009 onderzocht en geanalyseerd met betrekking tot de vraag of, en zo ja op welke wijze, deze door de Hoge Raad geformuleerde criteria in de rechtspraak navolging hebben gekregen.
Auteur(s)A.R. Houweling
Pagina25-30
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 12-02-2010, 09/03517
CiteertitelTRA 2010, 49
SamenvattingSchadevergoeding na kennelijk onredelijk ontslag: nadere uitleg van de Hoge Raad.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag. Gevolgencriterium (van art. 7:681 lid 2, aanhef en onder b, BW). Schadevergoeding. Ter beantwoording van de vraag of het ontslag op de voet van art. 7:681 lid 2, aanhef en onder b, BW kennelijk onredelijk is, dienen alle omstandigheden ten tijde van het ontslag in aanmerking te worden genomen. Art. 7:681 lid 1 BW verleent niet reeds een recht op schadevergoeding als een werknemer bij zijn ontslag geen vergoeding heeft gekregen. Dit is niet anders als de werknemer twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. De schadevergoeding, bedoeld in art. 7:681 lid 1 BW dient ertoe de benadeelde een zekere mate van genoegdoening te verschaffen, in overeenstemming met aard en ernst van de tekortkoming van de wederpartij. De hoogte van deze vergoeding houdt nauw verband met de omstandigheden die de rechter tot zijn oordeel over de kennelijke onredelijkheid van het ontslag hebben gebracht. De rechter, aan wie bij de begroting van de schade een grote mate van vrijheid toekomt, dient zich steeds nauwkeurig rekenschap te geven van de factoren en omstandigheden die de hoogte van de vergoeding bepalen en dient hiervan op dusdanige wijze verantwoording af te leggen dat inzicht wordt gegeven in de afweging die tot zijn beslissing heeft geleid. De rechter mag de schade niet begroten aan de hand van een algemene (XYZ)formule. Uitgangspunt dat hoogte schadevergoeding wordt gemaximeerd op te verwachten inkomstenderving tot aan pensioen, onjuist. Aantal dienstjaren en leeftijd factoren waarmee de rechter bij de begroting van de schade rekening mag houden.
AnnotatorD.J. Buijs
Pagina31-32
LinkVolledige tekst annotatie (Tijdschriftrechtenarbeid.nl)
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK4472
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActueel - Arbeidsrecht
TitelHoge Raad, 12-02-2010, 08/01357
CiteertitelTRA 2010, 50
SamenvattingVerslechtering van arbeidsvoorwaarden. Ondubbelzinnige verklaring vereist?
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Procesrecht. BeŽindiging van pensioenregeling ter zake provisie inkomsten behelst in dit geval een wijziging arbeidsovereenkomst waarvoor een nadere overeenkomst tussen werkgever en werknemer vereist is. Vraag of een dergelijke nadere overeenkomst tot stand is gekomen, wordt in beginsel beantwoord aan de hand van algemene regels voor sluiten van overeenkomsten. Gelet op de aard van die rechtsverhouding mag een werkgever er evenwel slechts dan op vertrouwen dat een werknemer heeft ingestemd met een voor hem nadelige wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden als hem duidelijkheid is verschaft over de inhoud van die wijziging en op basis van verklaringen of gedragingen van die werknemer een welbewuste instemming met die wijziging mag worden aangenomen (vgl. HR 28 mei 1999, NJ 1999, 509). Rechter behoefde de ondubbelzinnigheid van de instemming niet met zoveel woorden vast te stellen.
Pagina33-35
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK3570
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActueel - Medezeggenschapsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 10-12-2009, 200.033.437
CiteertitelTRA 2010, 51
SamenvattingPrivatisering met eenzijdig vastgesteld sociaal plan geoorloofd.
Samenvatting (Bron)Ondernemingsraad van de Dienst Stadstoezicht/Gemeente Amsterdam; uitspraak d.d. 10 december 2009
Pagina35-37
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2009:BK8298
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActueel - Socialezekerheidsrecht
TitelCentrale Raad van Beroep, 26-11-2009, 08/5901 WW
CiteertitelTRA 2010, 52
SamenvattingVerwijtbare werkloosheid (de b-toets): een materiŽle of formele benadering?
Samenvatting (Bron)Verwijtbaar werkloos. Ontbinding arbeidsovereenkomst op voorwaardelijk tegenverzoek van werkgever na intrekking ontbindingsverzoek werknemer
Pagina37-38
UitspraakECLI:NL:CRVB:2009:BK6589
Artikel aanvragenVia Praktizijn