Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum 23-08-2010
Aflevering 7/8
RubriekKort & bondig
TitelHoe irreŽel kan een fictiebepaling zijn?
CiteertitelAgr.r 2010, p. 251
SamenvattingIn eerdere bijdragen aan dit blad heb ik onder andere de wijzigingen van de agrarische bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet beschreven. Globaal bezien leveren deze de bedrijfsopvolger van een in klassieke rechtsvorm gedreven onderneming voordelen op. Deze voordelen variŽren van 83% tot zelfs 100% vrijstelling van de erf- of schenkbelasting. Aan deze faciliteit wordt echter pas toegekomen wanneer de onderneming geschonken wordt of vererfd is, hetgeen logisch is, omdat er anders schenk- noch erfbelasting verschuldigd is (art. 1 Successiewet).
Auteur(s)T.J. Mellema-Kranenburg
Pagina251-252
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelKroniek onteigening 2009 (II)
CiteertitelAgr.r 2010, p. 253
SamenvattingIn het eerste van deze kroniek, gepubliceerd in het meinummer van dit tijdschrift, werd aan de hand van de meest belangwekkende Koninklijke Besluiten van 2009 stilgestaan bij de ontwikkelingen in het administratieve onteigeningsrecht. In dit tweede deel volgt een bespreking van de onteigeningsarresten die de Hoge Raad in 2009 heeft gewezen.
Auteur(s)J. de Roos
Pagina253-259
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelOndernemingsvormen in de landbouw; Verslag jaarvergadering 2010 Vereniging voor Agrarisch Recht
CiteertitelAgr.r 2010, p. 260
SamenvattingOp vrijdag 23 april 2010 heeft de 51e Algemene Leden Vergadering van de Vereniging voor Agrarische Recht plaats gevonden in Musis Sacrum te Arnhem. In dit artikel wordt verslag gedaan van het wetenschappelijke gedeelte van deze vergadering. Het thema van deze vergadering was 'ondernemingsvormen in de landbouw'. Dit thema werd behandeld aan de hand van twee preadviezen die begin 2010 in het Tijdschrift voor Agrarisch Recht verschenen.
Auteur(s)E.J. Bennema
Pagina260-266
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetgeving en literatuur
TitelWetgeving en literatuur
CiteertitelAgr.r 2010, p. 267
SamenvattingPacht:
Rechtspraak - Pachtprijzen;

Zakelijke rechten:
Erfpacht;

Ruimtelijke Ordening:
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: uitstel inwerktreding - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: Invoeringsregeling Wabo - Rechtspraak;

Beheer landelijk gebied:
Natura 2000 - Rechtspraak: Natuurbeschermingswet 1998 - Rechtspraak: natuurbeheerplan - Rechtspraak: jachtakte - Rechtspraak: wateroverlast;

Structuurbeleid:
Megastallen;

Marktordening:
LNV-subsidies - LNV-subsidies / Q-koorts - Melk - Bedrijfstoeslagen;

Dieren:
Q-koorts: regeling dierziekten - Q-koorts: schapen en geiten - Konijnen - Legkippen - Rechtspraak: paarden;

Planten:
Plantenverdeling: kwekers- en octrooirecht - Boktor;

Producten:
Diervoerders - Toezicht diertransport en slachterijen - Landbouwkwaliteitsregeling 2007;

Milieurecht:
Meststoffenwet - Rechtspraak in tijdschriften - Rechtspraak overig - Inrichting - Geluidhinder - Bestemmingsplan;

Fiscaal recht:
Inkomensbelasting: landbouwvrijstelling - Inkomensbelasting: verplaatsen of staken van de onderneming - Schenk- en erfbelasting;

Europees agrarisch recht:
Literatuur - Landbouw- en Visserijraad;

Diversen:
Buitenlands personeel in de tuinbouw - Literatuur: onteigening - Rechtspraak: Verordening Productschap Tuinbouw onverbindend.  
Auteur(s)D.W. Bruil , C.S.C. Monsma
Pagina267-273
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 09-03-2010, 200.046.006
CiteertitelAgr.r 2010, p. 276
SamenvattingPacht. Verlengingsvordering. Ingangsdatum pachtovereenkomst. Overgangsrecht. 65-jarige pachter.

(Gemeente Medemblik / De Lange).
Samenvatting (Bron)BW 7:321, 7:322, 7:325; Overgangswet Nieuw BW 68a; Pachtwet (oud) 8, 9, 12 en 38a. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake was van een nieuwe pachtovereenkomst die te laat naar de grondkamer was ingezonden. Dat de pachtkamer de door partijen overeengekomen kortere duur heeft goedgekeurd, doet er op zichzelf niet aan af dat de duur van de overeenkomst ingaat bij de aanvang van het pachtjaar volgende op dat van de inzending. Overweging ten overvloede over het overgangsrecht. Onmiddellijke werking van het nieuwe recht. Geen nawerking van het oude recht met betrekking tot 65-jarige leeftijdsgrens wat betreft een na de inwerkingtreding van het nieuwe recht ingestelde verlengingsvordering.
AnnotatorE.H.M. Harbers
Pagina276-278
UitspraakECLI:NL:GHARN:2010:BL7390
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 23-03-2010, 200.033.888
CiteertitelAgr.r 2010, p. 278
SamenvattingPacht. Indeplaatsstelling. Voeging. 65-jarige leeftijd pachter. Verlenging pachtovereenkomst. Overgangsrecht.

(Diaconie / Stet).
Samenvatting (Bron)7:225, 7:363, 7:370 en 7:371 BW; 217 en 218 Rv; 45 Pachtwet (oud) Dat alleen de pachter indeplaatsstelling kan vorderen, sluit niet uit dat de voorgestelde pachter, vanwege zijn belang bij toewijzing van de vordering, zich aan de zijde van de pachter voegt en een doelmatige uitleg van de artikelen 217 en 218 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering brengt mee dat hij zijn incidentele vordering tot voeging ook kan instellen door reeds bij gelegenheid van de inleidende dagvaarding naast de pachter als rekwirant op te treden en duidelijk te maken dat hij, vanwege zijn belang bij toewijzing van de vordering, zich aan de zijde van de pachter als partij wenst te voegen. In zoverre behoeft de rechtspraak van deze kamer, zoals die tot op heden luidde, nuancering. Overgangsrecht in geval de pachtrechter, met toepassing van oud recht, de pachtovereenkomst heeft verlengd met een kortere duur dan zes jaar. Op grond van algemene beginselen van overgangsrecht, in het bijzonder de eerbiediging van het niet verkregen zijn van een recht, en tegen de achtergrond van de eisen van redelijkheid en billijkheid die het overgangsrecht mede beheersen, acht het hof het meest passend om ervan uit te gaan dat een met toepassing van het oude recht met minder dan zes jaar verlengde pachtovereenkomst onder het nieuwe recht evenmin als onder het oude van rechtswege wordt verlengd en dat de pachter naar analogie van het zesde lid van artikel 7:325 Burgerlijk Wetboek verlenging van een zodanige pachtovereenkomst kan vorderen. Hij dient dat te doen binnen de door de pachtrechter bij zijn beschikking bepaalde termijn, of bij gebreke daarvan binnen een redelijke termijn, dat wil zeggen een zodanige termijn dat recht wordt gedaan aan de belangen van beide partijen en uitzicht wordt geboden op een beslissing op de vordering voorafgaand aan het moment waarop de pachtovereenkomst eindigt. In verband met laatstbedoeld gezichtspunt neemt het hof tot uitgangspunt dat een zodanige vordering ten minste zes maanden voorafgaand aan het moment waarop de pachtovereenkomst eindigt, dient te worden ingesteld.
AnnotatorE.H.M. Harbers
Pagina278-284
UitspraakECLI:NL:GHARN:2010:BM2122
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 14-07-2009, 104.002.724
CiteertitelAgr.r 2010, p. 284
SamenvattingPacht. Absolute bevoegdheid. Uitleg pachtovereenkomst.

(Roeleveld / Roeleveld).
Samenvatting (Bron)Appelrechter is gebonden aan bevoegdheidsoordeel van de eerste rechter. Vraag of pachter van gebouwen het medegebruik heeft van omliggende erf. Uitleg van pachtovereenkomst.
Pagina284-289
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BJ3056
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelAankondigingen
CiteertitelAgr.r 2010, p. 274
SamenvattingStudiemiddag Actualiteiten Pacht:
10 november 2010 - De Koperen Hoogte te Zwolle
17 november 2010 - RKC Mandemakers Stadion te Waalwijk
24 november 2010 - Hotel de Wageningse Berg te Wageningen.
Pagina274-274
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelAgenda studiedagen Instituut voor Agrarisch Recht
CiteertitelAgr.r 2010, p. 275
Pagina275-275
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 01-06-2010, 200.020.438
CiteertitelAgr.r 2010, p. 289
SamenvattingPacht. Reikwijdte art. 7:218 lid 2 BW. Ontslag uit medepacht.

(Wienia / Stichting Pasman).
Samenvatting (Bron)7:376 en 365 lid 1 BW. Vader pachtte al geruime tijd van verpachter. Vader is met zijn zoon een samenwerkingsverband aangegaan waarin het gepachte met toestemming van de verpachter is ingebracht. Er is betalingsachterstand ontstaan en de zoon heeft het gepachte op enig moment verlaten. Melkquotum is zonder medeweten verkocht. De verpachter heeft vader en zoon in rechte betrokken. In eerste aanleg is de pachtovereenkomst ontbonden met veroordeling van vader en zoon tot ontruiming van het gepachte en betaling van 192.605,00 ter zake het melkquotum. In hoger beroep betoogt de vader dat hij geen pachter meer was en dat hij daarom ten onrechte is veroordeeld naast de zoon. Het hof verwerpt dat standpunt. Vader heeft nooit ontslag uit medepacht gevorderd en in het licht van de onderlinge contacten is onvoldoende onderbouwd dat verpachter ervan op de hoogte was en ermee heeft ingestemd dat de vader geen pachter meer wilde zijn.
AnnotatorJ.A. Jansens van Gellicum
Pagina289-291
UitspraakECLI:NL:GHARN:2010:BN2817
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 01-06-2010, 200.033.212
CiteertitelAgr.r 2010, p. 291
SamenvattingPacht. Kwalificatie. Vordering tot vastlegging pachtovereenkomst. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid.

(Verdijk / Van de Wetering).
Samenvatting (Bron)Beroep op pachtbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
Pagina291-294
UitspraakECLI:NL:GHARN:2010:BM6236
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 08-06-2010, 200.013.078
CiteertitelAgr.r 2010, p. 294
SamenvattingPacht. Vordering tot schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Bewijslast en bewijsrisico.

(Wilex / Cornelissen).
Samenvatting (Bron)6:21 en 22 BW. De vraag is of tussen partijen een definitieve pachtovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot een tomatenkas die de aspirant-pachter heeft willen aanwenden voor komkommer teelt. De bewijslast en het bewijsrisico dat een definitieve overeenkomst, althans een overeenkomst om opschortende voorwaarden waarvan de voorwaarde is vervuld, is gesloten, ligt op de verpachter. Het hof concludeert dat er sprake was van een opschortende voorwaarde ten aanzien van de kwaliteit van het (bron)water en dat die voorwaarde niet is vervuld. Het bronwater was absoluut ongeschikt voor de teelt van komkommers en ook het leidingwater was dat.
Pagina294-296
UitspraakECLI:NL:GHARN:2010:BN2815
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 22-06-2010, 104.004.545
CiteertitelAgr.r 2010, p. 296
SamenvattingPacht. Bedrijfstoeslagregeling. Overdracht toeslagrechten. Einde pacht.

(Van Dijk / Gemeente Kampen).
Samenvatting (Bron)Toeslagrechten komen bij het einde van de pacht niet aan de verpachter toe. Ter zake van die rechten is de pachter aan de verpachter ook geen vergoeding verschuldigd. Samenvatting: Vervolg van LJN BB4140 Bij tussenarrest heeft het hof prejudiciŽle vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Bij arrest van 23 januari 2010 (C-470/08) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die vragen beantwoord. Met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen stond vast dat een verplichting van de pachter om bij het einde van de pacht toeslagrechten aan de verpachter op te leveren of aan hem een vergoeding te betalen, niet volgt uit het recht van de Europese Unie. Inzet van het vervolg van de procedure is de vraag of zo'n verplichting wel uit het nationale recht volgt. Die vraag beantwoordt het hof ontkennend.Op zichzelf voert de Gemeente aan dat het, gelet op de inhoud van het arrest van het Hof van Justitie, thans aankomt op de van nationaal recht. Dat betekent echter niet dat het recht van de Europese Unie -en in verband daarmee de beantwoording door het Hof van Justitie ten grondslag gelegde overwegingen - voor de toewijsbaarheid van de vorderingen van de Gemeente van geen belang zou zijn. In de eerste plaats brengt het beginsel van gemeenschapstrouw (thans trouw aan de Unie) mee dat het hof gehouden is om het nationale recht de toepassing van de bepalingen van de verordeningen 1782/2003 en 795/2004 doorkruist of in strijd komt met de doelstellingen die de Unie met die verordeningen nastreeft. In de tweede plaats geldt los van het beginsel van gemeenschapstrouw en de verplichting tot conforme interpretatie het volgende. De voor de beoordeling van de toewijsbaarheid van de vorderingen van de Gemeente relevante bepalingen van nationaal recht bevatten alle een of meer zogenaamde open normen, te weten goed pachterschap (art. 7:347 Burgerlijk Wetboek), redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 Burgerlijk Wetboek), oplevering in goede staat (art. 7:358 Burgerlijk Wetboek) en ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 Burgerlijk Wetboek). Waar het erop aankomt om deze open normen met het oog op de aan een pachter toegekende toeslagrechten te concretiseren, zijn vanzelfsprekend de aard en strekking van die toekenning en het karakter van de toegekende rechten van groot gewicht, zoals zij dat ook zouden zijn ingeval het rechten betrof die het nationale recht aan een pachter toekende. Het hof acht het van wezenlijk belang dat de toekenning van toeslagrechten de voortzetting is van een stelsel van rechtstreekse inkomenssteun die onder meer tot doel heeft om de landbouwbevolking van een redelijke levensstandaard te verzekeren. Voor productierechten geldt dat niet, die dienen de ordening van de landbouwmarkt. Het hof verwerpt de opvatting dat voor productierechten en toeslagrechten vergelijkbare rechten zouden moeten gelden.
AnnotatorD.W. Bruil
Pagina296-300
UitspraakECLI:NL:GHARN:2010:BM8465
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 27-04-2010, HD 103.005.568
CiteertitelAgr.r 2010, p. 300
SamenvattingMarktordening. Erfpacht. Melkquotum.
Samenvatting (Bron)Recht op waarde melkquotum voor erfpachter? Gelet op Europeesrechtelijke regelgeving en jurisprudentie geen verschul tussen pacht en erfpacht wat dit betreft.
Pagina300-305
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2010:BM5198
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof van Justitie EU, 20-05-2010, C-434/08
CiteertitelAgr.r 2010, p. 305
SamenvattingBedrijfstoeslagregeling. Overdracht. Contractsvrijheid. PrejudiciŽle vraag.

(Harms / Heidinga).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 20 mei 2010. # Arnold und Johann Harms als Gesellschaft burgerlichen Rechts tegen Freerk Heidinga. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Oberlandesgericht Oldenburg - Duitsland. # Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Geintegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde steunregelingen - Verordening (EG) nr. 1782/2003 - Bedrijfstoeslagregeling - Overdracht van toeslagrechten - Definitieve overdracht. # Zaak C-434/08.
Pagina305-309
UitspraakECLI:EU:C:2010:285
Artikel aanvragenVia Praktizijn