Bulletin industriŽle eigendom

Uitgever Uitgeverij deLex
Tijdschrift Bulletin industriŽle eigendom
Datum 29-04-2010
Aflevering 4
RubriekArtikelen
TitelNaar een 'Europese' geldige reden?
SamenvattingDe term geldige reden komt in ons Benelux-merkenrecht op twee plaatsen voor: in art. 2.26 lid 2 onder a Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE) (verval van het merkrecht bij niet normaal gebruik door de merkhouder zonder geldige reden) en in art. 2.20 lid 1 onder c en d BVIE (inbreuk op het merkrecht bij gebruik door een derde zonder geldige reden). Al vrij kort na de inwerkingtreding van de Benelux-Merkenrecht (BMW) in 1971, gaf het Benelux-Gerechtshof (BenGH) naar aanleiding van prejudiciŽle vragen een tweetal (verschillende) criteria met betrekking tot de betekenis van het begrip geldige reden, toentertijd te vinden in resp. art. 5 onder 3 en art. 13A lid 1 onder 2 BMW. Dit gebeurde in de bekende arresten Turmac / Reynolds en Claeryn / Klarein.
Auteur(s)P.A.C.E. van der Kooij
Pagina130-138
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Octrooirecht
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 22-12-2009, ---
SamenvattingDe Handhavingsrichtlijn maakt geen onderscheid tussen dagvaardigs- en verzoekschriftprocedures. Het verzoek (tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor) ziet op de inhoud van een rechtbankvonnis betreffende een octrooi. Het verzoek moet dus worden aangemerkt als betrekking hebbend op de handhaving van een IE-recht als bedoeld in de richtlijn. Kostenveroordeling conform art. 1019h Rv.

(Lundbeck / Tiefenbacher).
AnnotatorM. Bronneman
Pagina138-140
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Octrooirecht
TitelOctrooicentrum Nederland, 20-11-2009, ---
SamenvattingEen algemeen beginsel van bestuursrecht houdt in dat een overheidsinstantie als Octrooicentrum Nederland die op een aanvrage rechten toekent en daarbij afhankelijk is van de gegevens die de aanvrager verschaft, te allen tijde bevoegd is - op verzoek van de belanghebbende - de toegekende rechten te corrigeren als nadien blijkt dat de verstrekte gegevens onjuist waren.

Voor de bepaling van de duur van een aanvullend beschermingscertificaat is de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Gemeenschap bepalend. Indien na verlening van het certificaat blijkt dat uitgegaan is van een onjuiste datum als datum van de eerste vergunning, is Octrooicentrum Nederland bevoegd de bij de verlening van het certificaat vermelde duur te corrigeren.

(herziening duur ABC voor bosentan).
AnnotatorJ.L. Driessen
Pagina141-142
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Octrooirecht
TitelEOB, Grote Kamer van Beroep G01/07
Samenvatting(Chirurgische ingrepen)

The questions referred to the Enlarged Board of Appeal are answered as follows:
1. A claimed imaging method, in which, when carried out, maintaining the life and health of the subject is important and which comprises or encompasses an invasive step representing a substantial physical intervention on the body which requires professional medical expertise to be carried out and which entails a substantial health risk even when carried out with the required professional care and expertise, is excluded from patentability as a method for treatment of the human or animal body by surgery pursuant to Article 53c EPC. [...]

(Medi-Physics Inc).
Auteur(s)J.H.J. den Hartog
Pagina143-145
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Merkenrecht
TitelHoge Raad, 03-04-2009, C05/071HR
Samenvatting(Benetton / G-Star: 'Elwood')

Het hof oordeelde onjuist dat bij de beoordeling of vormmerken nietig zijn wegens strijd met art. 1 lid 2 BMW, (i) de met de bekendheid van het merk samenhangende wervingskracht daarbij niet buiten beschouwing gelaten moest worden en (ii) de uitsluiting alleen van toepassing is indien uiterlijk en vormgeving van de waar door hun fraaiheid haar marktwaarde bepalen en zich dit hier niet voordoet omdat de populariteit van de Elwood-broek is terug te voeren op de wervingskracht en bekendheid van het merk. [...]
Samenvatting (Bron)Merkenrecht; vervolg op HR 8 september 2006, NJ 2006, 492 (hersteld bij HR 13 oktober 2006, NJ 2006, 561) en HvJEG 20 september 2007, nr. C-371/06, Pb C 269, blz. 15; nietigheid wegens strijd met art. 1 lid 2 BMW (art. 2.1 lid 1 BVIE); vorm van de waar die wezenlijke waarde geeft, is niet alsnog door inburgering als merk toelaatbaar op grond van art. 3 lid 3 Merkenrichtlijn.
AnnotatorA.A. Quaedvlieg
Pagina145-149
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BH1225
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Merkenrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 19-01-2010, ---
Samenvatting(Baby Club / Kruidvat Baby Club)

Het gebruik door Kruidvat van het teken waarvan het woordelement 'Baby Club' deel uitmaakt kan niet worden gekwalificeerd als gebruik te kwader trouw in de zin van art. 13A lid 5 BMW. 'Baby Club' als aanduiding voor een collectie babykleding heeft tot op zekere hoogte een beschrijvend karakter. Daarom is de beschermingsomvang van het merk van C&A tot op zekere hoogte beperkt en kon Kruidvat in redelijkheid menen dat zij door toevoeging van haar handelsnaam 'Kruidvat' voldoende afstand hield van het (woord)merk van C&A.
AnnotatorT.E. Deurvorst
Pagina149-152
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Auteursrecht
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 30-06-2009, ---
Samenvatting(Stokke / Fikszo).

Aan de Tripp zijn in het bijzonder oorspronkelijk de schuine staanders waarin alle elementen van de kinderstoel zijn verwerkt. Daarnaast, en daarvan te onderscheiden, is karakteristiek de L-vorm, die ontstaat door de combinatie van de schuine staanders met de horizontale liggers. De schuine stand van de staanders is niet technisch bepaald. Van bescherming is slechts uitgesloten datgene wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect.
AnnotatorA.A. Quaedvlieg
Pagina152-159
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Onrechtmatige daad
TitelHoge Raad, 08-01-2010, 08/01232
Samenvatting(Alfa Romeo / Multicar)

Indien een niet aan een selectieve distributiestelsel gebonden handelaar (a) producten verhandelt die hij heeft verkregen door bewust gebruik te maken van de omstandigheid dat een gebonden handelaar, die wel behoort tot het distributiestelsel, jegens de distributeur een door deze hem opgelegde contractuele verplichting met betrekking tot het verder verhandelen van die producten of tot de daarbij te bedingen voorwaarden schendt, (b) door het verhandelen van die aldus verkregen producten in concurrentie treedt met gebonden handelaren op wie een gelijke contractuele verplichting rust, en (c) daarbij ter bevordering van het eigen bedrijf profiteert van de omstandigheid dat deze gebonden handelaren jegens hem in een ongunstige positie verkeren doordat zij zich aan de bedoelde contractuele verplichting houden, kan dit jegens die gebonden handelaren onrechtmatig zijn.
Samenvatting (Bron)Onrechtmatige daad; oneerlijke concurrentie. Concurrentie door een niet aan selectief distributiestelsel gebonden handelaar jegens de tot dat stelsel behorende dealers en jegens de distributeur; maatstaf. Invloed van de keuze van de distributeur voor kostbare verkoopstandaarden binnen het distributiestelsel.
Pagina160-163
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BJ9352
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Onrechtmatige daad
TitelHoge Raad, 27-11-2009, 07/11104
Samenvatting(World Online)

Een eventuele aansprakelijkheid van een uitgevende instelling voor misleidende mededelingen in het prospectus dient - wat betreft de periode waarin de beursintroductie van World Online plaatsvond - beoordeeld te worden aan de hand van de algemene regeling voor misleidende reclame in art. 6:194 (oud) BW. In deze bepaling is Rl 84/450/EEG betreffende misleidende reclame geÔmplementeerd, zodat deze richtlijn, ook indien deze als zodanig niet van toepassing is op prospectusaansprakelijkheid, naar Nederlands recht via (richtlijnconforme uitleg van) art. 6:194 de prospectusaansprakelijkheid mede bepaalt.
Samenvatting (Bron)Effectenrecht/verbintenissenrecht. Prospectusaansprakelijkheid. Volgende onderwerpen komen aan de orde: A. ontvankelijkheid Stichting; cessie en lastgeving; B. collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW; C. algemene uitgangspunten prospectusaansprakelijkheid bij beursintroductie; D. onjuiste of onvolledige mededelingen in prospectus?; D1. klachten VEB in principaal beroep (a) aandelenbezit bestuursvoorzitster (b) verkoopprijs Kalexer-aandelen (c) bestemming emissieopbrengst (d) conversiekoers (e) lock up-verplichtingen (f) optieregelingen (g) vaststelling mededelingen introductieprijs D2. klachten World Online Banken in incidentele beroepen (h) loopbaanbeschrijving bestuursvoorzitster (i) overname Telitel (j) optieregeling Wyler E. aansprakelijkheid World Online mededelingen buiten prospectus; (k) uitlatingen bestuursvoorzitster over haar aandelenbezit (l) persberichten over allianties met andere bedrijven (m) uitlatingen bestuursvoorzitster over belminuten, abonnees, omzet (n) patroon van optimistische berichtgeving? F. aansprakelijkheid Banken voor mededelingen buiten prospectus; G. misleidend karakter; H. aansprakelijkheid Banken voor koers-manipulatie? Kern: hebben World Online en de banken die bij beursintroductie van World Online optraden als joint global coordinator, joint lead manager en joint bookrunner onder meer door onjuiste en/of onvolledige informatie te geven of anderszins misleidend te handelen onrechtmatig gehandeld jegens beleggers in aandelen World Online die op de beursintroductie hebben ingeschreven dan wel kort daarna, doch uiterlijk 3 april 2000, aandelen World Online hebben gekocht? Inhoud en omvang van borgersbief en daarbij gevoegde bijlagen, waarmee wordt gereageerd op uitvoerige rechtsvergelijkende beschouwingen van de AG die ten opzichte van het tot dan toe gevoerde debat nieuw waren, niet i.s.m. art. 44 lid 3 Rv. of de eisen van een goede procesorde. Akte van cessie (als bedoeld in 3:94 lid 1 BW) moet tenminste voldoende gegevens bevatten om het de cessionaris mogelijk te maken vast te kunnen stellen welke vordering wordt gecedeerd. Nu de door stichting aan World Online en de banken gezonden lijst onvoldoende gegevens bevat om de cedenten te kunnen identificeren, is de over te dragen vordering in de akte niet in voldoende mate bepaald en is de stichting geen rechthebbende geworden op de vorderingen van de deelnemers. Niet-ontvankelijkverklaring van de stichting. Het grote aantal van de over te dragen vorderingen maakt dit niet anders. Een collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW ook mogelijk ten behoeve van beroeps- of bedrijfsmatig handelende (rechts)personen. De ontvankelijkheid van een collectieve actie ex art. 3:305a BW is niet afhankelijk van een belangenafweging tussen eiser en gedaagde. Bij de collectieve actie van de VEB staat uitsluitend ter beoordeling of het gedrag van World Online en de banken bij de beursintroductie onrechtmatig is geweest. Van bijzondere omstandigheden aan de zijde van beleggers wordt geabstraheerd. Op grond van art. 8 lid 2 FR 2000 diende een prospectus een getrouw beeld te geven omtrent de toestand van de uitgevende instelling op de balansdatum van het laatste boekjaar waarover een jaarrekening is gepubliceerd. Aansprakelijkheid voor misleidende mededelingen in het prospectus wordt beoordeeld aan de hand van art. 6:194 (oud) BW, waarbij niet van belang is of degene tot wie die zich richt al dan niet beroepsmatig handelt. Maatstaf: uitgegaan moet worden van de vermoedelijke verwachting van een gemiddeld geÔnformeerde, omzichtige en oplettende gewone belegger, de maatman-belegger, tot wie de mededeling zich richt (vgl. HR 30 mei 2008, LJN BD2820). Vereiste van voldoende materieel belang om de maatman-belegger te kunnen misleiden; kennisneming of daadwerkelijke beÔnvloeding niet vereist. Uitgangspunt dat conditio sine qua non-verband bestaat tussen misleiding en beleggingsbeslissing. Prospectus vanwege mededelingen buiten het prospectus om mogelijk misleidend. De prijs waarvoor bestuursvoorzitster zeer kort voor de beursintroductie aandelenpakket heeft verkocht gegeven van materieel belang voor de beleggingsbeslissing van de maatman-belegger. Het prospectus is onjuist waar het de beweerde verwerving van aandelen Telitel betreft. Aansprakelijkheid voor misleidende of anderszins onrechtmatige mededelingen buiten prospectus om, stuit niet af op juistheid en volledigheid prospectus. Aansprakelijkheid van bank die de emissie begeleidt voor uitlatingen door of namens de uitgevende instelling gedaan kan slechts worden gegrond op onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Bijzondere zorgplicht van bank tegenover derden met wie zij rekening moet houden (vgl. HR 23 december 2005, NJ 2006, 289). Uit hoedanigheid van sponsor vloeit geen verdergaande aansprakelijkheid jegens potentiŽle beleggers voort dan uit haar hoedanigheid van syndicaatsleider. Van syndicaatsleider mag onder omstandigheden worden verwacht dat zij (leidinggevenden) van de uitgevende instelling ter voorkoming van verwarring voorbereidt en instrueert. Op syndicaatsleider rust gehoudenheid om voor zover dat binnen haar invloedssfeer ligt een onjuist beeld van de uitgevende instelling bij potentiŽle beleggers te voorkomen. Banken treft hetzelfde verwijt als uitgevende instelling ten aanzien van persberichten die geen werkelijke substantie hadden. Koersstabilisatie dient te berusten op vooraf genomen besluit van syndicaatsleden waarvoor zij gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen en dat voor hun gezamenlijke rekening komt. Als nog geen officiŽle notering bestaat is slechts een relatief geringe afwijking van de uitgifteprijs toelaatbaar. Misleidende voorstelling van zaken gecreŽerd als bedoeld in art. 32 lid 2 NR 1999. Koersmanipulatie.
AnnotatorC.J.J.C. van Nispen
Pagina163-165
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BH2162
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelGerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen, 27-01-2010, T-331/08
SamenvattingOnbetwist, dat het voor een (belangrijk) deel om identieke waren gaat.

(Rewe-Zentral AG / Office for Harmonisation in the Internal Market (Trade Marks and Designs) en Grupo Corporativo Teype SL).
Pagina166-166
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelHoge Raad, 19-02-2010, 08/01901
SamenvattingIn deze zaak gaat het over de vraag of het loutere afvullen van blikjes frisdrank in van een inbreukmakend merk voorziene blikjes merkinbreuk oplevert als het afvullen gebeurt in opdracht van een (buiten de EU gevestigde) derde en de blikjes bestemd zijn voor uitvoer buiten de Benelux en/of de EU; [...]

(Red Bull / Winters).
Samenvatting (Bron)Merkenrecht. Vraag of het met frisdrank afvullen van verpakkingen (blikjes) die zijn voorzien van een teken, moet worden aangemerkt als gebruik van dat teken in de zin van art. 5 lid 1(a) en/of (b) Merkenrichtlijn, ook indien dit afvullen geschiedt als dienstverlening in opdracht van een ander ter onderscheiding van diens waren. Rule of reason-toets? Ook inbreukverbod indien waren uitsluitend zijn bestemd voor export naar landen buiten Benelux of EU? Zo ja, de perceptie van welke consument moet daarbij dan als maatstaf gelden? PrejudiciŽle vragen aan HvJEU.
Pagina166-166
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK4739
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-01-2010, ---
SamenvattingAlleen een vorm die op significante wijze afwijkt van wat in de betrokken sector gangbaar is en derhalve de essentiŽle functie van herkomstaanduiding vervult, heeft onderscheidend vermogen. Of dit het geval is moet worden beantwoord naar het tijdstip van het depot.

(Revillon / Trianon).
Pagina166-166
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelGerechtshof Arnhem, 08-12-2009, 200.011.272
Samenvatting(Lancaster / Uitdewilligen)

Dit is het vervolg van de zaak na verwijzing door de HR in zijn arrest van 18 april 2008, B9 6002. De geÔntimeerden zijn niet verschenen. Desalniettemin zijn de volgende aspecten van het arrest van belang.

(Coty Prestige Lancaster Group GmbH e.a. / Uitdewilligen e.a.).
Samenvatting (Bron)Merkenzaak; beoordeling uitputtingsverweer; beoordeling toewijsbaarheid vorderingen na verwerping uitputtingsverweer.
Pagina167-167
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BL8302
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelRechtbank Amsterdam, 20-01-2010, ---
Samenvatting(Cayman / Keyman).

De merken Cayman en Keyman bestaan visueel gezien uit zes letters waarvan de laatste vier identiek zijn en de eerste twee verschillen. Er is gelet op de laatste vier letters een zekere mate van overeenstemming.

(Dr. Ing. H.C.F. Porsche AG / G-Star International BV).
Pagina167-167
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelRechtbank Amsterdam, 18-03-2010, ---
Samenvatting(Lava / Volcano).

Het logo van Volcano dat bestaat uit een afbeelding van een uitbarstende vulkaan maakt inbreuk op het beeldmerk van Lava, dat dit eveneens uitbeeldt. Daarnaast stemt de benaming Lavalab overeen met het woordmerk Lava.

(Lava BV / Volcano Advertising BV).
Pagina167-167
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelGerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen, 17-03-2010, T-63/07
Samenvatting(Tosca / Tosca de Fedeoliva)

Met het aankruisen van vak 95 van de oppositieakte heeft verzoekster aangegeven dat de tegen inschrijving van het aangevraagde merk ingestelde oppositie gebaseerd was op de stelling dat door het gebruik van het aangevraagde merk op ongerechtvaardigd voordeel zou worden getrokken uit of afbreuk zou worden gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het oudere merk, en dat de oppositie dus was gegrond op art. 8 lid 5 GMVo.

(Mšurer + Wirtz & Co KG / Bureau voor Harmonisatie binnen de Interne Markt BHIM en Exportaciones Aceiteras Fedeoliva AIE).
Pagina168-168
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Merkenrecht
TitelBureau IndustriŽle Eigendom, 15-01-2010, ---
Samenvatting(Onel / Onel)

Aangezien het aan de oppositie ten grondslag gelegde Gemeenschapsmerk werd ingeschreven meer dan vijf jaar voor de publicatie van het depot van het merk waartegen geopponeerd wordt, mag de geopposeerde bewijs verlangen van het normale gebruik van het eerstgenoemde merk.

(Leno Merken BV / Hagelkruis Beheer BV).
Pagina168-168
Artikel aanvragenVia Praktizijn