Vastgoedrecht

Uitgever Uitgeverij Paris
Tijdschrift Vastgoedrecht
Datum 24-01-2011
Aflevering 6
TitelAanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling (nog) ver(der) weg
CiteertitelVGR 2011, p. 145
SamenvattingDe ontwikkelingen in het aanbestedingsrecht gaan snel. Op 25 maart 2010 oordeelde het Europese Hof van Justitie nog dat een aanbestedende dienst een rechtstreeks economisch belang bij een gebiedsontwikkeling moet hebben, wil er sprake kunnen zijn van een aanbestedingsplicht. Thans staat er weer een nieuwe gebiedsontwikkelingszaak (Commissie/Spanje) op de Europese rol. Advocaat-generaal Jääskinen heeft daarin op 16 september 2010 geconcludeerd respectievelijk geadviseerd. Volgens de advocaat-generaal moet een aanbestedende dienst (indirect) betalen aan de opdrachtnemer alvorens sprake kan zijn van een (aanbestedingsplichtige) overheidsopdracht. Als het Hof deze conclusie volgt, is er (nog) minder snel sprake van een aanbestedingsplicht (dan thans door sommigen wordt aangenomen).
Auteur(s)T. van Wijk
Pagina145-148
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRuimte voor Ruimte: contracteren, fondstoerekening of betaalplanologie?
CiteertitelVGR 2011, p. 149
SamenvattingDe gedachte dat planologisch voordeel moet worden betaald blijft de gemoederen bezighouden. De wetgever sanctioneert dat idee echter in zijn algemeenheid niet en dit wordt door sommigen als onwenselijk of onrechtvaardig beschouwd. Over mogelijk toekomstige juridische instrumenten als de planbaatheffing en verhandelbare ontwikkelingsrechten is zelfs een proefschrift verschenen.
Auteur(s)E.R. Hijmans , F.M. van der Ven
Pagina149-153
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAanbestedingsrecht
TitelNormen, zo objectief als de naam doet vermoeden?
CiteertitelVGR 2011, p. 154
SamenvattingDe evenredigheid, transparantie en eenduidigheid van geschiktheidseisen in het kader van aanbestedingen kunnen in de literatuur en rechtspraak op warme belangstelling rekenen. Er zijn legio uitspraken over de uitleg van geschiktheidseisen en de toetsing van die eisen aan de grondbeginselen van het aanbestedingsrecht (gelijkheid, transparantie en proportionaliteit). Ietwat merkwaardig is het dan dat deze belangstelling zich nauwelijks lijkt uit te strekken naar de bij aanbestedingen te stellen kwaliteitseisen (zoals het beschikken over een ISO- of een VCA-certificaat, enz.). Vaak lijkt te worden aangenomen dat het opnemen van dergelijke kwaliteitsnormen altijd gerechtvaardigd is, omdat daarmee een bepaalde waarborg voor een goede uitvoering van de opdracht zou worden gecreerd. Die aanname is echter zeer betwistbaar.
Auteur(s)L.C. van den Berg , L. Knoups
Pagina154-155
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFiscaliteit
TitelOntwikkelingen in de overdrachtsbelasting
CiteertitelVGR 2011, p. 155
SamenvattingBij de verkrijging van in Nederland gelegen vastgoed is 6% overdrachtsbelasting verschuldigd. De belasting wordt berekend over de waarde van het vastgoed of de hogere tegenprestatie. Een belangrijk deel van de wet waarin de overdrachtsbelasting is geregeld (Wet op belastingen van rechtsverkeer, hierna: WBRV) gaat over vrijstellingen, bijvoorbeeld vrijstellingen vanwege een samenloop met btw of voor specifieke verkrijgers.
Auteur(s)M. Wörsdörfer
Pagina155-156
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekGrondbeleid
TitelOnteigenen op grond van titel IV
CiteertitelVGR 2011, p. 157
SamenvattingMet de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet op 31 maart 2010 is de onteigeningsprocedure op grond van titel IV van de Onteigeningswet ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat onteigeningen ex titel IV voortaan niet meer op basis van een besluit van de decentrale overheid plaatsvinden maar op basis van een koninklijk besluit (KB). In de circulaire van het (inmiddels in het nieuwe Ministerie van Infrastructuur en Milieu opgegane) Ministerie van VROM van 29 maart 2010 was al een richtlijn in het vooruitzicht gesteld ten behoeve van een uniforme wijze van indiening van verzoeken tot onteigening op voet van titel IV van de onteigeningswet. Met de 'Handreiking voor de praktijk' (versie 2006) is per 9 november 2010 komen te vervallen.
Auteur(s)K. Dankers
Pagina157-158
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekHuurrecht
TitelWie betaalt de voorzieningen die als gevolg van gewijzigde overheidsvoorschriften aan het gehuurde moeten worden aangebracht?
CiteertitelVGR 2011, p. 159
SamenvattingKostbare aanpassingen aan een verhuurd gebouw kunnen noodzakelijk worden indien de eisen aan brandwerende voorzieningen in gebouwen aanzienlijk verzwaard worden, zoals bijvoorbeeld gebeurde naar aanleiding van de cafébrand in Volendam begin 2001. Hetzelfde kan gebeuren indien de overheid de voorschriften van het Bouwbesluit of de Bouwverordening verscherpt. De partij die door de brandweer of de overheid wordt aangeschreven tot het aanbrengen van de noodzakelijke voorzieningen in het gebouw is niet vanzelfsprekend ook de partij die de kosten van het aanbrengen van deze voorzieningen moet dragen. De verhouding tussen huurder en verhuurder en de verdeling van de financiële lasten tussen deze partijen worden immers bepaald door de wettelijke gebrekenregeling uit Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en door de huurovereenkomst.
Auteur(s)J.M. Winter-Bossink
Pagina159-160
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNotarieel recht
TitelDe levering van een registergoed onder voorbehoud van een beperkt recht
CiteertitelVGR 2011, p. 160
SamenvattingDe eigenaar van een onroerende zaak of registergoed kan zijn recht onder voorbehoud van een beperkt recht overdragen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake wanneer men een gedeelte van een perceel overdraagt waarbij bijvoorbeeld een erfdienstbaarheid ten behoeve van de verkoper wordt voorbehouden of een opstalrecht tot het hebben van gebouwen, werken of beplantingen op het verkochte. Op een dergelijke overdracht zijn voorschriften van toepassing die ten dele afwijken van de voor de vestiging van een beperkt recht van toepassing zijnde voorschriften. Daarbij is voorzichtigheid geboden omdat het niet in acht nemen van deze voorschriften in bepaalde gevallen niet wordt ondervangen door de rechtsbescherming die artikel 3:22 BW biedt. Daarnaast kan het voorbehoud een fiscaal voordeel opleveren ten opzichte van de levering van de onroerende zaak gevolgd door de vestiging van het beperkte recht.
Auteur(s)J.J.H. Wijnmaalen
Pagina160-162
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekSamenwerkingsvormen
TitelVereenvoudiging en flexibilisering bv-recht: algemene vergadering
CiteertitelVGR 2011, p. 162
SamenvattingOp 15 december 2009 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel vereenvoudiging flexibilisering bvrecht aangenomen. Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is een grotere vrijheid bij de inrichting van een besloten vennootschap, waarbij een aantal knelpunten wordt opgelost, maar geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van schuldeisers en minderheidsaandeelhouders. De structuurregeling wordt niet gewijzigd. Het wetsvoorstel bevat een algemene regeling van het vergaderrecht in de algemene vergadering. Verder voorziet het wetsvoorstel in een aantal wijzigingen in de regeling van het recht tot bijeenroeping van een algemene vergadering, het agenderingsrecht, de termijn van oproeping en de plaats van de algemene vergadering.
Auteur(s)R.J.A. van Wijk
Pagina162-164
Artikel aanvragenVia Praktizijn