Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 25-02-2011
Aflevering 8
RubriekVooraf
TitelBoete doen
CiteertitelNJB 2011, 405
SamenvattingDeze gek vindt het op gezette tijden aardig om gewoon eens door het Burgerlijk Wetboek te bladeren. Hoe ver kan beroepsdeformatie gaan? Het rare is dat dat geblader bij mij steeds weer tot verwondering en verbazing aanleiding geeft, waarbij het niet veel schijnt uit te maken of diezelfde teksten al eerder zijn bezocht.Verwondering over de mooie, veel omvattende en toch vaak puntig geformuleerde teksten die de wertgever heeft weten te scheppen, verbazing soms echter ook over stukken onontgonnen terrein, over het uiteenlopen van wet en praktijkgevoelens of over weeskindjes; die artikel(led)en die netjes in het wettelijk gelid staan, maar waarover niemand de moeite neemt om ruzie te maken. En niet zelden spelen verwondering en verbazing een soort (BarÁa-)combinatievoetbal, in de zin dat de bal met soepel gemak caramboleert tussen alle of een aantal van de genoemde categorieŽn. Zo verging het mij bij het herlezen van de 4 simpele bepalingen over de boete (de artikelen 6:91 - 6:94 BW).
Auteur(s)C.E. Drion
Pagina471-471
LinkVolledige tekst artikel (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekDiscussie
TitelDe rechtenopleiding opnieuw de maat genomen?
CiteertitelNJB 2011, 406
SamenvattingDe hartenkreet van Margreet Ahsmann in NJB 2011/28, afl. 2, p. 66, getuigt van oprechte betrokkenheid bij de kwaliteit van de rechtenopleidingen in Nederland. Het is echter betreurenswaardig dat dit uitmondt in een betoog dat absoluut geen recht doet aan de huidige stand van zaken bij de rechtenopleidingen, vindt Adriaan Dorresteijn. Hieronder reacties en een naschrift van Ahsmann.
Auteur(s)A. Dorresteijn
Pagina472-474
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHet niveau van de raio's daalt. En wat dan nog?
CiteertitelNJB 2011, 407
SamenvattingAls de Rechtspraak zich richt op de doorstromers en het groeiende aanbod van interessante rio's/overstappers, is het niveau van de raio geen voorwerp van zorg meer.
Auteur(s)H. den Tonkelaar
Pagina474-475
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNaschrift
TitelNaschrift
CiteertitelNJB 2011, 408
SamenvattingHet is van kapitaal belang hoe de rechtstudie voor studenten die een togaberoep ambiŽren is ingericht, zowel met het oog op de rekrutering van toekomstige collega's als voor de kwaliteti van de rechtsbeoefening waarmee de Rechtspraak in zijn contacten met andere rechtsbeoefenaars dagelijks wordt geconfronteerd.
Auteur(s)M.J.A.M. Ahsmann
Pagina475-478
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelDomeinmonopolie gerechtsdeurwaarder is te duur
CiteertitelNJB 2011, 409
SamenvattingDe huidige samenstelling van het domeinmonopolie van de gerechtsdeurwaarder is niet kostenefffectief. Het vervangen van dagvaardingen en exploten van betekening door de gerechtsdeurwaarder door een aangetekend schrijven met retour antwoord kan leiden tot potentiŽle kostenbesparingen die in de tientallen miljoenen euro's lopen. De huidige kosten zijn een nodeloze last voor het bedrijfsleven, voor mensen met betalingsmoeilijkheden en voor degenen belast met schuldsaneringen. De potentiŽle kostenbesparingen van de invoering van een vereenvoudigde procedure voor niet-betwiste incasso's loopt mogelijk in de honderd miljoen euro. In beide gevallen wordt daarbij niet tekortgedaan aan de kwaliteit of de rechtszekerheid.
Auteur(s)B. Baarsma , J. Theeuwes , J.M. Barendrecht
Pagina479-485
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelEen centraal aandeelhoudersregister gewenst!
CiteertitelNJB 2011, 410
SamenvattingVoor de overdracht van onroerend goed kan de notaris informatie inwinnen bij het Kadaster. Maar als het onroerend goed eigendom is van een BV, en in plaats van het onroerend goed de aandelen in die BV worden overgedragen, dan tast de notaris vaak in het duister. De invoering van een centraal aandeelhoudersregister is hard nodig.
Auteur(s)H. Erkamp
Pagina486-489
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelVerschoningsrecht en zelfreguleringsplicht
CiteertitelNJB 2011, 4511
SamenvattingRecent is veel aandacht besteed aan de discussie over het beroepsgeheim van de advocaat en notaris. In een laatste poging inperking van verschoningsrecht te voorkomen, stelt de Orde van Advocaten voor een team forensisch accountants inzage te geven in cliŽntendossiers.
Auteur(s)B. Swagerman
Pagina490-491
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 14-12-2010, 34848/07
CiteertitelNJB 2011, 412
SamenvattingRecht om te huwen. Tegengaan schijnhuwelijken. Regeling verlof voor migranten om te huwen in het Verenigd Koninkrijk. Hoogte van leges. Schending.

(O'Donoghue e.a. / Verenigd Koninkrijk)
Samenvatting (Bron)Remainder inadmissible;Violation of Art. 12;Violation of Art. 14+12;Violation of Art. 14+9;Pecuniary and non-pecuniary damage - award
Pagina492-493
UitspraakECLI:CE:ECHR:2010:1214JUD003484807
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 09/01062
CiteertitelNJB 2011, 413
SamenvattingZaak uit Sint Maarten. Timeshare. Huur. X sluit als 'lessee' overeenkomsten die betrekking hebben op als (vakantie)woning te gebruiken units. Het terrein waarop de units staan, wordt meermalen overgedragen aan een nieuwe eigenaar. X acht de opvolgend eigenaars gebonden aan de overeenkomsten op grond van de regel 'koop breekt geen huur'. HR: 1. Kwalificatie als huurovereenkomst. Niet beslissend is of de overeenkomsten elementen bevatten op grond waarvan op zichzelf aan de wettelijke omschrijving van huur is voldaan, maar of in de gegevens omstandigheden, gelet op hetgeen partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten voor ogen stond, de inhoud en strekking van de oveerenkomsten van dien aard zijn dat deze in hun geheel beschouwd als huurovereenkomsten kunnen worden aangemerkt. 2. Voorwaardelijke reconventie. Proceskosten. De omstandigheid dat (vanwege de afwijzing van de vordering in conventie) de voorwaardelijke reconventionele vordering niet wordt beoordeeld, kan niet het oordeel dragen dat de eiser in voorwaardelijke reconventie in de proceskosten daarvan moet worden veroordeeld.

(X / AKGI Royal, AKGI Sint Maarten en Saint Maarten Title)
Samenvatting (Bron)Huurrecht. Antillenzaak. Timeshare-overeenkomst. Proceskosten. Of de overeenkomsten aangemerkt moeten worden als huurovereenkomsten kan niet in het algemeen bevestigend of ontkennend worden beantwoord. Niet beslissend is of de overeenkomst elementen behelst op grond waarvan op zichzelf aan de wettelijke omschrijving van huur is voldaan, maar of in de gegeven omstandigheden, gelet op hetgeen partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, de inhoud en de strekking van de overeenkomst van dien aard is dat die in zijn geheel beschouwd als huurovereenkomst kan worden aangemerkt. Timeshare-overeenkomst in dit geval geen huur. De omstandigheid dat de voorwaardelijke reconventionele vordering niet wordt beoordeeld kan niet het oordeel dragen dat de vordering ten onrechte is ingesteld en deswege de eiser in voorwaardelijke reconventie in de proceskosten daarvan moet worden veroordeeld.
Pagina493-494
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO9673
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 09/02216
CiteertitelNJB 2011, 414
SamenvattingFaillissement. Zorgplicht betrokkenen. De bestuurder-grootaandeelhouder van een failliete vennootschap koopt met toestemming van de curator en met financiering van een als pandhouder bij het faillissement betrokken bank een partij tegels uit de voorraad van de failliete vennootschap op en verkoopt die direct door met veel winst. De Ontvanger acht de handelwijze van de bestuurder-grootaandeelhouder en de bank onrechtmatig. HR: 1. Zorgplicht bestuurder-grootaandeelhouder. Het hof heeft miskend dat de bijzondere hoedanigheid van bestuurder en grootaandeelhouder - die tot een extra zorgplicht kan leiden - op de bestuurder blijft rusten, ook als hij door de curator is benaderd met (slechts) het verzoek om als 'zakenman/handelaar/deelnemer aan het handelsverkeer' de partij tegels te kopen. 2. Zorgplicht bank. Het is niet onjuis of onbegrijpelijk dat het hof ten aanzien van de bank niet is uitgegaan van een (in vergelijking met andere schuldeisers) 'extra' zorgplicht jegens de Ontvanger.

(De Ontvanger / X, B en ING Bank)
Samenvatting (Bron)Faillissement. Onrechtmatige daad. Vordering Ontvanger jegens bestuurder en bank wegens onvoldoende verhaal. Transactie waarbij bestuurder (via andere vennootschap) partij tegels uit boedel koopt en met aanzienlijke winst doorverkoopt, als gevolg waarvan hij uit verschillende borgstellingen wordt ontslagen; onrechtmatig handelen bestuurder en bij transactie betrokken bank? Hof is op onjuiste althans onbegrijpelijk gronden niet toegekomen aan inhoudelijke beoordeling vraag of bestuurder als statutair bestuurder/meerderheidsaandeelhouder in strijd heeft gehandeld met zorgplicht jegens Ontvanger.
Pagina494-495
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO9577
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 09/03010
CiteertitelNJB 2011, 415
SamenvattingVader en zoon exploiteren samen een garagebedrijf. Drie door de vader betaalde oldtimers worden in de garage gerestaureerd en gestald zonder dat daarvoor kosten in rekening worden gebracht. De vader overlijdt. De moeder eist de eigendom van de oldtimers op. De zoon stelt een vordering in uit ongerechtvaardigde verrijking. HR: 1. Ongerechtvaardigde verrijking. De stelling van de zoon dat de moeder als eigenaar van de oldtimers ongerechtvaardigd is verrijkt ten gevolge van de restauratie en stalling van die auto's op kosten van het garagebedrijf, kan zijn vordering uit ongerechtvaardigde verijking dragen. 2. Grenzen rechtsstrijd. Het hof heeft ten onrecht diverse verweren ambtshalve bijgebracht en is voorbijgegaan aan diverse onweersproken stellingen van de zoon. 3. Verzet bij de Hoge Raad. Nu sprake is van een cassatieberoep tegen een bij verstek gewezen arrest van het hof en de Hoge Raad ten pricipale uitspraak doet, staat verzet open bij de Hoge raad, hetgeen leidt tot een neiuwe behandeling in hoger beroep met inachtneming van hetgeen de Hoge Raad omtrent rechtspunten heeft beslist.

(De zoon / de moeder)
Samenvatting (Bron)Procesrecht/verbintenissenrecht. Cassatie tegen in hoger beroep bij verstek gewezen arrest. Ongerechtvaardigde verrijking (als bedoeld in art. 6:212 BW) van erfgename die na overlijden van haar echtgenoot enig eigenaar is geworden van een aantal automobielen waarvoor restauratie- en stallingskosten zijn gemaakt. Hoge Raad doet zaak zelf af. Tegen uitspraak Hoge Raad ten principale staat ingevolge art. 401 lid 3 Rv. verzet open bij de Hoge Raad. Dit geldt als een verzet tegen (de door de Hoge Raad gegeven) beslissing in hoger beroep en leidt dus tot een nieuwe behandeling in hoger beroep met inachtneming van hetgeen de Hoge Raad omtrent de rechtspunten heeft beslist. Voor het overige zijn op het verzet, ingevolge art. 353 lid 1 Rv., de art. 143-148 Rv. van toepassing.
Pagina495-496
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO4936
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 09/03237
CiteertitelNJB 2011, 416
SamenvattingVorderingen over en weer tussen een paardeneigenaar en een paardentrainer in verband met gezondheidsproblemen van een bij de trainer gestald paard. HR: Motivering. Het hof heeft een onderdeel van de vordering afgewezen zonder dat daarvoor een redengeving in het arrest is te vinden of uit het arrest is af te leiden. De Hoge Raad verwijst de zaak naar hetzelfde hof opdat dit opnieuw zal beslissen op het onderdeel van de vordering.

(X (de paardeneigenaar) / Y (de paardentrainer))
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht. Afwijzing vordering tot vergoeding schade ter zake van wanprestatie wegens weigeren teruggave paard, onbegrijpelijk. Verwijzing naar hetzelfde hof.
Pagina496-497
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO7118
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 09/03397
CiteertitelNJB 2011, 417
SamenvattingErkenning kind. Family life. Peildatum. Een man heeft blijkens een in de Dominicaanse Republiek opgemaakte geboorteakte een kind erkend. Hij was toen gehuwd met een andere vrouw dan de moeder van de minderjarige. Hij verzoekt vaststelling dat de geboorteakte vatbaar is voor opnmeing in een Nederlands register van de burgerlijke stand. HR: De vraag of sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarige, moet worden beoordeeld naar de situatie op het tijdstip van de erkenning. Dit is niet in strijd met art. 8 EVRM.

(de man / de ambtenaar van de burgerlijke stand, de minderjarige en de moeder)
Samenvatting (Bron)Familierecht. Afwijzing verzoek uit hoofde van (i) art. 1:204 lid 1, aanhef en onder e, BW tot vaststelling van het bestaan van een nauwe persoonlijke betrekking tussen een man en een kind en (ii) art. 1:26 BW tot verklaring voor recht dat de buiten Nederland opgemaakte akte van geboorte van het kind, met daarop de vermelding van de erkenning van het kind door de man, vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand; de beperkingen die art. 1:204 BW stelt aan het recht op eerbiediging van family life vinden hun grond in art. 8 lid 2 EVRM.
Pagina497-497
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO7114
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 10/04325
CiteertitelNJB 2011, 418
SamenvattingWet Bopz. Klachtrecht. Iemand die op grond van een rechterlijke machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, wordt gesepareerd en krijgt een stappenplan uitgereikt met individuele gedragsregels. Naleving van die regels heeft gevolgen voor de hem geboden mogelijkheden om televisie te kijken en te telefoneren. HR: Tegen de beslissingen om in het kader van de toepassing van de dwangmaatregelen van separatie beperkingen op te leggen ten aanzien van de mogelijkheden van telefoonverkeer en televisie kijken kan bij de rechtbank worden geklaagd.

(Betrokkene / Stichting GGZ Eindhoven)
Samenvatting (Bron)BOPZ. Een beperking in het recht op vrij telefoonverkeer overeenkomstig de geldende huisregels in een GGZ-instelling kan slechts worden opgelegd in de in art. 40 lid 4, onder a en b, Wet Bopz genoemde gevallen; zulks is niet anders indien de beperking een patiŽnt betreft op wie de dwangmaatregel van separatie wordt toegepast; een dergelijke beperking is een beslissing als bedoeld in art. 41 lid 1 Wet Bopz en de rechter dient derhalve te onderzoeken of zich een van de in art. 40 lid 4, onder a en b, Wet Bopz genoemde gevallen voordeed; tegen de beslissing om in het kader van de toepassing van de dwangmaatregel van separatie beperkingen op te leggen ten aanzien van de mogelijkheid van televisie kijken kan, evenzeer als tegen de beslissing tot toepassing van die dwangmaatregel zelf, op de voet van art. 38c en art. 41 Wet Bopz bij de rechtbank worden geklaagd.
Pagina497-498
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO7126
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 09/03706
CiteertitelNJB 2011, 419
SamenvattingWisselrecht. In een transactie tussen A en X zou X betalen door orderwissels. A heeft de wissels geŽndosseerd aan de bank. X heeft niet op de wissels betaald. De deurwaarder heeft protest van non-betaling opgemaakt. De bank heeft de wissels geŽndosseerd aan G. G heeft betaling van de wissels door X gevorderd. Deze heeft betaling geweigerd omdat de transactie tussen A en X tot stand zou zijn gekomen onder inlvloed van bedrog. HR: 1. Orderpapier. de wissels waarvan G betaling vordert, zijn eerst na het protest van non-betaling hun functie als orderpapier verloren, kon levering van de daarin besloten rechten nadien nog slechts plaatsvinden door een gewone cessie. 2. Verweren. Nu X de verweren niet kon tegenwerpen aan de bank, kon hij die ook niet tegenwerpen aan G.

(X / Y)
Samenvatting (Bron)Wisselrecht. Na-endossement na protest van non-betaling. Verweren uit onderliggende rechtsverhouding inroepbaar jegens geŽndosseerde? Beroep avalist op art. 119 K. jo. art. 6:145 BW en art. 6:146 BW terecht door hof verworpen. Omdat wissels door protest van non-betaling hun functie als orderpapieren verloren, kon levering van de daarin besloten rechten nadien ingevolge art. 119 lid 1 K. nog slechts plaatsvinden door een gewone cessie als bedoeld in art. 3:94 lid 1 BW. Klachten kunnen dus niet tot cassatie leiden omdat art. 6:146 lid 1 BW uitsluitend betrekking heeft op een overdracht overeenkomstig art. 3:93 BW. In aanmerking genomen dat het na-endossement de gevolgen heeft van een gewone cessie, konden ingevolge art. 6:145 BW slechts die verweren aan de geŽndosseerde worden tegengeworpen die ook konden worden aangevoerd tegen de endossant.
Pagina498-498
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO7111
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-02-2011, 09/03748
CiteertitelNJB 2011, 420
SamenvattingAlgemene voorwaarden. De gebruiker van algemene voorwaarden betoogt dat hij, hoewel hij de algemene voorwaarden niet ter hand heeft gesteld aan de wederpartij, toch aan zijn informatieplicht heeft voldaan, omdat de wederpartij door een zoekopdracht op internet van de algemene voorwaarden kennis heeft kunnen nemen. HR: 1. Informatieplicht gebruiker. Kennisneming langs elektronische weg. Aan de wettelijke voorwaarden waaronder een redelijke mogelijkheid tot kennisneming langs elektronische weg kan worden geboden, is niet voldaan. Een redelijke en op de praktijk afgestemde uitleg van de wet brengt niet mee dat, indien de mogelijkheid tot kennisneming langs elektronische weg mag worden geboden , de gebruiker reeds aan zijn informatieplicht heeft voldaan indien de desbetreffende voorwaarden (door een zoekopdracht) op internet kunnen worden gevond. 2. Proceskosten. Het hof heeft ten onrechte ook in reconventie de proceskosten gecompenseerd, nu de reconventionele vordering in haar geheel is afgewezen.

(First Data / Attinga)
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht. Toepasselijkheid algemene Fenit-voorwaarden. Oordeel hof dat aan de norm van art. 6:233, onder b, BW niet reeds is voldaan indien de wederpartij de mogelijkheid heeft zelf door gebruikmaking van internet de toepasselijke voorwaarden te raadplegen, is juist. Uit het systeem van art. 6:234 (oud) volgt immers - gelijk onder het huidige art. 6:234 het geval is - dat de gebruiker het initiatief tot bekendmaking van de algemene voorwaarden moet nemen en wel op zodanige wijze dat voor de wederpartij duidelijk is welke voorwaarden op de rechtsverhouding van toepassing zijn en dat de wederpartij daarvan eenvoudig kennis kan nemen.
Pagina498-499
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO7108
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2011, 09/01417
CiteertitelNJB 2011, 421
SamenvattingProblemen inzake verjaring van voor het merendeel uit het einde van de vorige eeuw stammende tenlastegelegde zedenmisdrijven, die ingewikkeld worden door herhaalde (tot groter strengheid leidende) wijziging van art. 70 en 71 Sr met overgangsbepalingen, wat uiteindelijk leidt tot verjaring en niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie voor feit 1' ook de door het hof opgelegde schadevergoedingsbedragen voor de feiten 1 en 2 houden geen stand.
Pagina499-500
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2011, 09/03176
CiteertitelNJB 2011, 422
SamenvattingGeen beoordeling ambtshalve nu de middelen op dit punt geen klacht inhouden.
Samenvatting (Bron)HR: art. 81 RO. De middelen, die niet klagen over de omzetting van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie in een werkstraf, kunnen niet tot cassatie leiden.
Pagina500-501
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO9704
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2011, 08/03371
CiteertitelNJB 2011, 423
SamenvattingOordeel van en beschouwingen over het vraagstuk wat dient te worden verstaan onder 'hetzelfde feit' als bedoeld in art. 68 Sr zowel in strafrechtelijke zin als bij de strafbeschikking (bestuursrechtelijke boete) en in de Europese rechtspraak.
Samenvatting (Bron)hetzelfde feit als bedoeld in art. 68 Sr. Vordering tot wijziging van de tenlastelegging, art. 313 Sv. De HR verduidelijkt in voorafgaande beschouwingen de maatstaf voor de toepassing van art. 68 Sr en art. 313 Sv over hetzelfde feit. De aan verdachte verweten gedraging is in de tenlastelegging omschreven als het voorhanden hebben van materialen en stoffen die bestemd of geschikt zijn om te worden gebruikt bij onder meer het bereiden van middelen als bedoeld in lijst I bij de Opiumwet, en in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging als het verwerven, voorhanden hebben, overdragen en/of omzetten van een uit enig misdrijf afkomstig geldbedrag. De tenlastelegging is toegesneden op art. 10a Opiumwet en de vordering tot wijziging van de tenlastelegging op art. 420bis Sr. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan verdachte verweten feiten als het verschil tussen de omschreven gedragingen is dermate groot dat geen sprake kan zijn van "hetzelfde" feit in de zin van art. 68 Sr. Het Hof heeft de vordering tot wijziging van de tenlastelegging dus ten onrechte toegewezen.
Pagina501-5021
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BM9102
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2011, 09/02521
CiteertitelNJB 2011, 424
SamenvattingNiet deugdelijke bewijsvoering.
Samenvatting (Bron)Gegronde bewijsklacht. De bewezenverklaring, voor zover behelzende dat verdachte in vereniging geweld heeft gepleegd, kan niet zonder meer worden afgeleid uit de bewijsvoering.
Pagina502-502
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO6699
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2011, 09/01521
CiteertitelNJB 2011, 425
SamenvattingDe gevaren van bevestiging van uitspraken in eerste aanleg en de manier waarop de feiten kunnen worden gerepareerd.
Samenvatting (Bron)Art. 359.3 Sv. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BM0256. De Rechtbank heeft in haar vonnis volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. Het Hof had het vonnis van de Rechtbank niet mogen bevestigen dan onder de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, te weten de weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen als bedoeld in de eerste volzin van art. 359.3 Sv.
Pagina502-503
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO7971
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-01-2011, 201101075/1/H2
CiteertitelNJB 2011, 426
SamenvattingGeldigverklaring van de SGP-lijst voor de verkiezing van de leden van provinciale staten van Utrecht is in strijd met het Vrouwengedrag?
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (arikel 8:67 van de Algmene wet bestuursrecht) in het geding tussen: (apellante), wonend te Utrecht, en het hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten van Utrecht, verweerder. Openbare zitting gehouden op 27 januari 2011 om 16.30 uur.
Samenvatting (Bron)enbare zitting gehouden op 27 januari 2011 om 16.30 uur.
Pagina503-504
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP2851
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-11-2010, AWB 10/329
CiteertitelNJB 2011, 427
SamenvattingGeen procesbelang wanneer de aanvraag volledig is ingewilligd.
Samenvatting (Bron)Steunverlening Suiker
Pagina505-505
UitspraakECLI:NL:CBB:2010:BP2430
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-11-2010, AWB 10/330
CiteertitelNJB 2011, 428
SamenvattingVoorwaarden voor wijziging van een (goedgekeurd) herstructureringsplan, op basis waarvan steun is verkregen. De bepaling die wijziging van het herstructureringsplan mogelijk maakt strekt er niet toe om, zonder dat betrokkene enig risico loopt op vermindering van de reeds toegekende steun, mogelijk te maken dat de discussie over de omvang van de ontmanteling alsnog in rechte wordt gevoerd.
Samenvatting (Bron)Steunverlening Suiker
Pagina505-505
UitspraakECLI:NL:CBB:2010:BO5206
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 25-01-2011, 10/2323 WWB + 10/3689 WWB + 10/4137 WWB + 10/4334 WWB
CiteertitelNJB 2011, 429
SamenvattingVerschuldigde dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar ter uitvoering van uitspraak rechtbank. Overgangsrecht. Indien vůůr 1 oktober 2009 bezwaar is gemaakt, de rechtbank bij uitspraak van na 1 oktober 2009 het beroep gegrond heeft verklaard, waarbij een nieuwe termijn is gaan lopen waarbinnen het College opnieuw op het bezwaar diende te beslissen, is de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen van toepassing op het beroep van betrokkene tegen het uitblijven van een nieuw belsuit op bezwaar.
Samenvatting (Bron)1) Intrekking bijstandsuitkering wegens uitgekeerd bedrag ter zake van afkoop van ouderdomspensioen. Het College had de afkoopsom moeten aanmerken als vermogen in plaats van inkomen. Geen overschrijding vermogensgrens. Toekenning vergoeding wettelijke rente wegens te late betaling bijstand. 2) Overgangsrecht Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Niet tijdig beslissen op bezwaar na opdracht van de rechtbank. De Raad stelt maximale dwangsom vast.
Pagina505-507
UitspraakECLI:NL:CRVB:2011:BP2458
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 28-01-2011, 08/7225 WAO
CiteertitelNJB 2011, 430
SamenvattingWerkgever blijft ook na de eerste vijf jaar van ontvangst van de WAO-uitkering van de werknemer (categoraal) belanghebende. Werkgever heeft geen procesbelang omdat na vijf jaar de WAO-uitkering geen gevolgen meer heeft voor de gedifferentieerde WAO-premie.
Samenvatting (Bron)Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Ontbreken van procesbelang.
Pagina507-508
UitspraakECLI:NL:CRVB:2011:BP2422
Artikel aanvragenVia Praktizijn