Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum 04-04-2011
Aflevering 3
RubriekKort & bondig
TitelPolitisering en juridisering in de agrarische sector
CiteertitelAgr.r 2011, p. 89
SamenvattingIn de Volkskrant van 16 maart 2011 stond de volgende kop: Bleker (CDA) en Kamer op ťťn lijn: stop de megastal. Uit het artikel bleek dat staatssecretaris Bleker van Landbouw een brede maatschappelijke discussie wil over de voor- en nadelen van megastallen. Voordelen kunnen zijn een betere beheersing van het klimaat en verbetering van het dierenwelzijn. Een nadeel kan zijn dat een besmettelijke dierziekte grote gevolgen heeft. Bleker gaat de lagere overheden vragen om geen nieuwe vergunningen voor dergelijke stallen te verlenen tot de maatschappelijke discussie is afgerond. Als de lagere overheden gevolg geven aan deze oproep, worden agrarische ondernemers die hun bedrijf willen uitbreiden en moderniseren en die aan de voorwaarden voor een dergelijke vergunning willen en kunnen voldoen in een moeilijk parket gebracht. Onzekerheid is troef. Daarbij komt dat dergelijke ondernemers in een ongelijke positie komen met de honderden ondernemers die al een megastal hebben gebouwd of daarvoor een vergunning hebben gekregen. Maatschappelijke discussies plegen lang te duren met een ongewisse uitkomst. De agrarische sector zal zich in deze discussie niet onbetuigd moeten laten.
Auteur(s)W.H.G.A. Filott
Pagina89-89
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelWateroverlast en de zorgplicht van waterschappen
CiteertitelAgr.r 2011, p. 90
SamenvattingWaterschappen zorgen van oudsher voor het waterbeheer in Nederland. Rijkswaterstaat voert daarbij grofweg het beheer van het hoofdwatersysteem uit en de waterschappen voeren het beheer uit van de overige, regionale watersystemen. Onderdeel van de taak van de waterschappen is het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast. De vraag is hoe ver een waterschap daarbij moet gaan. Tot hoe ver reikt de zorgplicht van een waterschap bij het voorkomen van wateroverlast? Wanneer is een waterschap aansprakelijk voor geleden schade als gevolg van wateroverlast? In dit artikel zal worden ingegaan op deze vragen. Eerst zal worden ingegaan op de wettelijke grondslag voor aansprakelijkheid. Vervolgens zal worden bekeken hoe de zorgplicht van waterschappen is omschreven op basis van de wetgeving tot eind 2009 en op basis van de nieuwe Waterwet, die eind 2009 in werking is getreden. Daarbij zal uitvoerig stil worden gestaan bij de jurisprudentie. Omdat er nog geen jurisprudentie is en op basis van de nieuwe Waterwet(geving) zal aan het eind van het artikel worden ingegaan op mogelijke consequenties van de nieuwe wetgeving. Tot slot worden nog enkele opmerkingen gemaakt over de vele technische en theoretische aspecten die spelen bij het vraagstuk van wateroverlast en aansprakelijkheid.
Auteur(s)M.J. Kraak
Pagina90-93
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVakpublicaties
TitelDe intrede van de onderhandelingsplanologie in de agrarische sector
CiteertitelAgr.r 2011, p. 94
SamenvattingDe inrichting van het landelijk gebied wordt niet uitsluitend bepaald door de agrarische sector. Bij de ruimtelijke invulling van het buitengebied gaat het niet enkel meer over landbouwbedrijven die ruimte claimen vanwege de schaalvergroting of intensieve veehouderijen die hun bedrijfsactiviteiten verplaatsen naar landbouw ontwikkelingsgebieden of vanwege de nevenactiviteiten die landbouwbedrijven van nieuwe economische peilers (bijvoorbeeld horeca, recreatie en het produceren van streekproducten) gaan ontplooien. Andere - niet agrarische - functies maken (steeds meer) aanspraak op het buitengebied. Vanwege initiatieven van zowel de overheid als particulieren zijn er de laatste decennia meer verschuivingen van functies waar te nemen. De vraag naar 'ruimte' in het buitengebied wordt steeds nijpender. Deze ontwikkeling is onder meer versterkt door beleidsvoornemens van de regering, die zijn vastgelegd in de Nota Ruimte. In deze Nota benadrukt de regering dat er een goede balans moet zijn tussen 'rood' en 'groen en blauw'. De regering merkt op dat de ontwikkeling van groene en blauwe recreatievoorzieningen geen gelijke tred houdt met de verstedelijking.
Auteur(s)C.F. van Helvoirt
Pagina94-101
LinkVolledige tekst (hekkelman.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetgeving en literatuur
TitelWetgeving en literatuur
CiteertitelAgr.r 2011, p. 102
SamenvattingRuimtelijke Ordening:
Stalbranden
Megastallen

Beheer landelijk gebied:
Natuurbeschermingswet
Oostvaardersplassen
Kooplicht BBL
EHS

Structuurbeleid:
Glastuinbouw

Marktordening:
GLB-inkomenssteun

Dieren:
Wet dieren
Dierenwelzijn
Uitloop voor kippen en koeien

Milieurecht:
Meststoffenwet
Emissiefactoren

Europees agrarisch recht:
Landbouw- en Visserijraad
Auteur(s)D.W. Bruil
Pagina102-103
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAankondigingen
TitelAankondiging
CiteertitelAgr.r 2011, p. 104
Pagina104-104
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 15-02-2011, 200.066.493
CiteertitelAgr.r 2011, p. 105
SamenvattingBedrijfsmatig. Huurovereenkomst. Overgangsrecht. Bevoegdheid.
Samenvatting (Bron)BW 7:312 en 7:376; Overgangswet Nieuw BW 68a en 69; Rv 1019j. Onder oud recht gesloten pachtovereenkomst die strekt tot niet-bedrijfsmatig agrarisch gebruik. Onder nieuw recht huur. Pachtrechter onbevoegd. De opvatting volgens welke een overeenkomst als de onderhavige, omdat zij naar oud recht als een pachtovereenkomst werd gekwalificeerd, ook naar nieuw recht een pachtovereenkomst is, leidt tot de onaannemelijke uitkomst dat een gebruik van het gepachte dat naar oud recht was toegelaten en bij het aangaan van de overeenkomst zelfs door partijen werd beoogd, met de inwerkingtreding van het nieuwe recht plotsklaps als een tekortkoming van de pachter zou moeten worden beschouwd. Die opvatting kan dan ook niet als juist worden aanvaard. In plaats daarvan dient een overeenkomst als de onderhavige, ook al was naar oud recht op haar de wettelijke regeling van de pacht van toepassing, naar nieuw recht als een huurovereenkomst te worden gekwalificeerd. Geen verkregen rechten. Hof is niet gebonden aan impliciete beslissing van de pachtkamer in eerste aanleg omtrent haar bevoegdheid. Hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter.
AnnotatorE.H.M. Harbers
Pagina105-109
UitspraakECLI:NL:GHARN:2011:BP6580
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 15-02-2011, 200.066.493
CiteertitelAgr.r 2011, p. 109
SamenvattingMedepacht. Behoorlijke bedrijfsvoering.
Samenvatting (Bron)BW 7:312 en 7:376; Overgangswet Nieuw BW 68a en 69; Rv 1019j. Onder oud recht gesloten pachtovereenkomst die strekt tot niet-bedrijfsmatig agrarisch gebruik. Onder nieuw recht huur. Pachtrechter onbevoegd. De opvatting volgens welke een overeenkomst als de onderhavige, omdat zij naar oud recht als een pachtovereenkomst werd gekwalificeerd, ook naar nieuw recht een pachtovereenkomst is, leidt tot de onaannemelijke uitkomst dat een gebruik van het gepachte dat naar oud recht was toegelaten en bij het aangaan van de overeenkomst zelfs door partijen werd beoogd, met de inwerkingtreding van het nieuwe recht plotsklaps als een tekortkoming van de pachter zou moeten worden beschouwd. Die opvatting kan dan ook niet als juist worden aanvaard. In plaats daarvan dient een overeenkomst als de onderhavige, ook al was naar oud recht op haar de wettelijke regeling van de pacht van toepassing, naar nieuw recht als een huurovereenkomst te worden gekwalificeerd. Geen verkregen rechten. Hof is niet gebonden aan impliciete beslissing van de pachtkamer in eerste aanleg omtrent haar bevoegdheid. Hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter.
Pagina109-114
UitspraakECLI:NL:GHARN:2011:BP6580
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 23-11-2010, 200.017.184
CiteertitelAgr.r 2011, p. 114
SamenvattingOntbinding. Wanprestatie. Melkquotum. Verjaring.
Samenvatting (Bron)7:376 BW Ontbinding wegens meerdere tekortkomingen. Afrekening melkquotum. Verjaring vordering van erfgenamen (verpachters) jegens pachter. Voldoende is komen vast te staan: - de slechte betalingsmoraal van pachter gedurende 25 jaar; - het achterhouden van informatie omtrent de verkoop en opbrengst van het melkquotum in 2004 waardoor verpachters hun aanspraak niet konden vaststellen; - het onbevoegd gebruik van een aan verpachters toebehorend perceel vanaf 1979 tot heden; - misdragingen van pachter op 10 april 1992 en 14 augustus 1992. Het hof oordeelt dat deze ernstige tekortkomingen, ook en in het bijzonder vanwege de op onderdelen lange duur ervan en de halsstarrige volharding van pachter in zijn tekortkomingen, samen en in onderling verband bezien, meer dan voldoende grond bieden voor ontbinding van de pachtovereenkomsten. Pachter beroept zich voorts op verjaring van de aanspraak van verpachters op rechten die samenhangen met pachtovereenkomsten die per 1 november 1989 zijn beŽindigd. Nu de erflater niet meer in staat was informatie over de rechten ten aanzien van het verpachte te verschaffen en de erfgenamen die benodigde informatie ondanks verzoeken daartoe niet van pachter verkregen, waren zij op een moment dat de verjaring - die begin september 2001 afliep - nog niet was voltooid, onbekend met hun rechten, waaronder die ten aanzien van het op het gepachte rustende melkquotum. Pachter heeft bijgedragen aan die onbekendheid door de gevraagde informatie niet te verschaffen en te zwijgen over het op het gepachte rustende melkquotum. Onder deze omstandigheden is het beroep op verjaring van de pachter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, voor zover al geen sprake is van het opzettelijk verborgen houden door pachter van zijn schuld aan verpachters ter zake van het onderhavige melkquotum (artikel 3:321 lid 1 sub f BW). Het hof passeert het beroep van pachter op verjaring dan ook.
Pagina114-121
UitspraakECLI:NL:GHARN:2010:BO6763
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 28-12-2010, 200.004.375
CiteertitelAgr.r 2011, p. 121
SamenvattingPachtovereenkomst. Derogerende werking redelijkheid en billijkheid.
Pagina121-124
Artikel aanvragenVia Praktizijn